De
aarde
kijkt naar waar de mensen gaan
die
’s middags op zijn bermen dutten
het
lichaam uitgestrekt dwars over korenveld
waar
boerderij en torens onverstoord hun dagen slijten.
En bomen
langs de weg verhelen hun plezier niet
om de
grote stad van bos ontvlucht te zijn
waar
zij als jonge plant een paar jaar konden groeien
onwetend over lucht als bron van leven.
Hij
is de eerste om een teken aan het dorp te geven
dat
zij pan voor pan ontwaken zou
en
juist voordat de zon gaat slapen
ontbrandt
zij al haar takken als een luster.
Een
vogel schiet plots weg vanaf hun kruin.
Zo
ook een levendige ruiker blaren
die
vlug hun plaats bezetten op de takken
om zich ‘s avond weer als knop te sluiten.
Dichtbij
de muren die hun adem even stoppen
wachten
nachten even vensters te doordringen
waar nog dun en doelloos 't laatste licht komt
schijnen
van de dag die nu ten einde loopt.