Zomer zonder eind

Stenen in de zon - 6/18

 

Français

De aarde kijkt naar waar de mensen gaan
die ’s middags op zijn bermen dutten
het lichaam uitgestrekt dwars over korenveld
waar boerderij en torens onverstoord hun dagen slijten.

En bomen langs de weg verhelen hun plezier niet
om de grote stad van bos ontvlucht te zijn
waar zij als jonge plant een paar jaar konden groeien
onwetend over lucht als bron van leven.

Hij is de eerste om een teken aan het dorp te geven
dat zij pan voor pan ontwaken zou
en juist voordat de zon gaat slapen
ontbrandt zij al haar takken als een luster.

Een vogel schiet plots weg vanaf hun kruin.
Zo ook een levendige ruiker blaren
die vlug hun plaats bezetten op de takken
om zich ‘s avond weer als knop te sluiten.

Dichtbij de muren die hun adem even stoppen
wachten nachten even vensters te doordringen
waar nog dun en doelloos 't laatste licht komt schijnen
van de dag die nu ten einde loopt.

  

© Lucien Becker, L'été sans fin, Editions de Chaumeane, 1961