|
De
vogel vliegt verloren door een zonnestraal te volgen
die
lag te slapen op een dak
en
plots vertrok over de velden
als
deeltje van een waaier die zich sloot.
Men
vind haar pluimen over heel het bos
waartegen
zij te pletter vloog, ontgoocheld
om
de vlakte en het hete korenveld te zien
terwijl
de horizon veraf rondom de aarde sloot.
Er
zijn de takjes die de boom verlaten
om de zomervruchten aan zonsondergang te schenken.
Er
is de oogst die zich te midden van het dorp
aan
een fontein te sterven legt, met veel te zware aren.
De
avond trekt zich meer en meer terug op ’t platteland
waar
beter het geluid te horen is dat mollen maken
die
zonder het te weten de pols zijn van de vlakte
ver
van de steden, weggedoken als een lichtend hol.
|