Zomer zonder eind

Stenen in de zon - 8/18

 

Français

Om tot de zon te spreken die weer alles samenbrengt
en zich nog verre houdt als zat zij op een stelling
zoekt oogst vergeefs naar woorden die haar aren
aan de wind niet zeggen durft omdat ze hen omver zal blazen.

In stilte waarrond stenen op wat stapels ligt
als in een schacht, klopt het te grote hart
van steden waar honderd duizend mensen samen wakker worden
en voor een keer als broeders op mekaar gelijken.

De dag komt op, weerspiegelend
het bloed dat moeizaam naar de slapen stijgt
en aders in de polsen op doet lichten
wanneer de zon de weg van bloed ontstopt.

De ochtend komt te voorschijn tussen struiken
en weet dat niets haar aan mijn oog onttrekt
behoudens dan de schaduw van mijn hand op lucht
of van een boom die aarde in twee helften splijt.

 

© Lucien Becker, L'été sans fin, Editions de Chaumeane, 1961