Zomer zonder eind

Stenen in de zon - 9/18

 

Français

De zon vliegt onvermoeibaar over sporen
voorafgaande aan de trein die haar pas ‘s avonds krijgt.
De zon verbindt de kleine staties 
tussen hommels afgeschoten als een kogel van de berm.

De boer geraakt niet meer vooruit in haver
gevangen door de ruimte die hem klemt
en als hij zijn gelaat richt naar de hemel
beseft hij dat hij niet alleen is om te kijken.

Want van het topje op een heuvel,
ziet hij veraf vensters blinken
waar als bron het landschap uit te voorschijn komt
van veel te mooie gaarden verlaten door de bijen.

Zijn hoofd drijft zonder moeite over oogst
als ging het om een dobber in de zee
terwijl het dorp dat verder ligt een eiland is
waar men pas ’s avonds bij het lage tij kan komen.

  

© Lucien Becker, L'été sans fin, Editions de Chaumeane, 1961