Zomer zonder eind

Stenen in de zon - 11/18

 

Français

Mijn nagels drukken in mijn huid
zodat ik nog besef te leven
wanneer mijn vingers ervan schrikken
het gebeente te omsluiten dat veel liever dood zou zijn.

Wat blijft er van mijn veertig jaar
behalve dan herinnering aan ondergaande zon
op avonden waarvan geen plaats of dag bekend is,
en koren dat, kaarsrecht, op weg is naar de nacht?

De zon geeft aan niet weg te komen
uit de waterschermen boven steen en weg,
uit ogen van verliefde meisjes
waarin een mannenblik voor 't eerst verdwijnt.

Zij komen dichterbij vol twijfels of de muren lichten
door het lichaam dat hen nadert en verwarring zaait
zoals een ruimteschip dat naar de aarde vaart,
een felle schicht waaraan de horizon zich brandt.

Verstrooiend licht heeft enkel steun
aan handen toegereikt door nachten
waardoor mijn vlees gaat stralen en zich rekt
ver weg van duistere gebieden van mijn hart.

  

© Lucien Becker, L'été sans fin, Editions de Chaumeane, 1961