Zomer zonder eind

Stenen in de zon - 14/18

 

Français

Het graangewas dat naar de heuvel stijgt
om haar te overhalen als een schuit te stranden 
in een zomer zonder grond, werpt tevergeefs zich op een weg 
die slaapt in schaduw van de bomen.

De dag dringt binnen in het mooiste onweer,
gaat dan naadloos over in de nacht,
de zon komt even weer en kleurt de laatste wijnstok
of meet zich met de felste bliksemschicht.

Hij leert aan stenen zich te wassen in de ochtend
in dauw die langs de wegenboorden ligt,
maar velden kunnen zonder haar gaan stappen
gelijk op weg als boer en paard.

De avond heeft nog krachten over voor geschitter  
als lucht met al zijn zwaarte op haar rust,
in oogjes van een slecht verstopte vogel
temidden vruchten die men zeer nabij kan zien.

  

© Lucien Becker, L'été sans fin, Editions de Chaumeane, 1961