|
De
aangename wind die waaide in de ochtend
moest
op 't dorpsplein stoppen
omdat daken hooggebergte waren
voor nacht die op een meter van de grond bewoog.
Op
aarde is de weg verbleekt tot aan de hemel
en vogels durven niet meer vliegen
in een ruimte waar niets meer beweegt zolang het heet is,
behalve,
niemand weet waarom, een blad diep in het bos.
Een
weinig licht geworpen op de stenen
legt
elk gewricht van wegen bloot
die,
wagenspoor na wagenspoor, de opening bereiken
waaruit
de ondergaande zon rolt als een rad verloren.
De velden
worden in een fuik gevangen
door bos gezet aan 't einde van het dal
en
planten nemen na een dag wat rust
door
een insect vermoeid van zon in slaap te wiegen.
|