Zomer zonder eind

Stenen in de zon - 16/18

 

Français

De aangename wind die waaide in de ochtend
moest op 't dorpsplein stoppen
omdat daken hooggebergte waren
voor nacht die op een meter van de grond bewoog.

Op aarde is de weg verbleekt tot aan de hemel
en vogels durven niet meer vliegen
in een ruimte waar niets meer beweegt zolang het heet is,
behalve, niemand weet waarom, een blad diep in het bos.

Een weinig licht geworpen op de stenen
legt elk gewricht van wegen bloot
die, wagenspoor na wagenspoor, de opening bereiken
waaruit de ondergaande zon rolt als een rad verloren.

De velden worden in een fuik gevangen
door bos gezet aan 't einde van het dal
en planten nemen na een dag wat rust
door een insect vermoeid van zon in slaap te wiegen.

  

© Lucien Becker, L'été sans fin, Editions de Chaumeane, 1961