Zomer zonder eind

Stenen in de zon - 18/18

 

Français

Het koren wacht op mensen die in avondlicht
het drummen van de kudde leiden, roepend met een stem
die langzaam zwakker wordt maar niet verdwijnt
waarna zijzelf gaan spreken tot de ochtendstond.

De mens is zonder nieuws van godverlaten dorpen
nog voor de sterren lichten in de avond
en enkel een paar lampen lichten
die op muren schijnen zodat zij op ruïnes lijken.

Zoals de beken opgejaagd door nevels
in hun vlucht naar avond, herfst of zee,
loopt hij naar deuren ingepakt door licht,
en opent hen, herademt, vind alzo zijn schaduw weer.

Door vensters hoort hij een moment het ruisen
van een populier die met de winden vecht
waarna de slaap hem overvalt als beeld gelegen op een bed
waar al zijn ouders leven zagen en ook stierven.

  

© Lucien Becker, L'été sans fin, Editions de Chaumeane, 1961