|
De vogel
zingt nu roerloos tussen planten
terwijl zijn nest door niemand wordt ontdekt.
Hij is verloren blad tussen de blaren
die hem bedekken als hij sterven gaat.
Het is in volle zomer dat de zon in bos
heel langzaamaan de mooiste trossen rijpt.
Van heel veraf kan men ze zien in struiken
waar elke tak besprenkeld is met laagjes goud.
Begraven in zijn loof dicht bij de huizen
verwachten bomen noordenwind en zware nacht
om als een dood gewicht op stilte neer te vallen
die nooit een ganse winter overleeft.
De vlakte is verdeeld door water dat nu zwart ziet,
het bloedt zijn wonden leeg tot aan de zee
terwijl er niets is dat ze stelpt, zelfs nevels niet
die op haar rusten als een pas gewassen linnendoek.
|