Kwetsbaar en opstandig
De avonturen van een mei 68'er
Rob van Vlierden, 2021, Mammoet-EPO

Mail    Rob Van Vlierden  Inhoud    Home

blz-aanduiding: internet - als pdf     
 doorlopende tekst: internet - als pdf

Tweede druk: september 2021? Eerste druk: juli 2021. Omslagontwerp: © Jan Depover, EPO.Afbeelding cover: © Trieste punker, schilderij van Johan De Langhe. Foto's auteur en schilderij: © Hennie Heeren. Vormgeving: EPO. Druk: drukkerij EPO. © Rob Van Vlierden en Mammoet, imprint van uitgeverij EPO vzw, 2021. E-mail: uitgeverij@epo.be. Web: www.epo.be. Voor lezingen door de auteur, contacteer de uitgeverij. Isbn 978 94 6267 331 1. D 2021/2204/22 Nur 680. Verspreiding voor Nederland: Centraal Boekhuis BV Culemborg

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Opgedragen aan alle kwetsbare jongeren

Inhoud - Top

1. G3
2.
I had a dream
3. Gewijde Geschiedenis
4. Het Rood
5. Nog choco
6. Een Blijde maar Ingewikkelde en Gruwelijke Boodschap
7. Philips
8. Pedagogie van de patriot
9. Achter elke grote drinker staat een loyale vrouw
10. KNT
11. Vogelen
12. Denise, Denise
13. Don't mention the war!
14. Don't mention the war, part two
15. Seksuele opvoeding
16. Ontwijde literatuur
17. Rainbow Warrior
18. Stuf Stuf
19. Stunten
20. Close encounters of the socialistic kind
21. Met een Missie
22. Moederliefde
23. Passief verzet
24. Don't Bogart that joint, my friend
25. Soms wel
26. J.C. Superstar
27. Geboortelijst
28. Magical Mystery Tour
29. Pol & Soc
30. Droog
31. Zweten in Portugal
32. Les Parisiennes
33. Proletariese twijfels
34. Quid
35. Toon Kees
36. Black sabbatical (een hoofdstuk zonder muziek, meisjes en moppen. U bent verwittigd, donkere en zware kost)
37. Schaken
38. Kadaver! Discipline!
39. Naar het oostfront!
40. Naar een westelijker front!
41. Koerswijziging
42. De Belle-Vueboys
43. Kudde
44.
Heilig Hart
45. De verloren zoon
46. Kweebek
47. Nevermind
48. En toen was er iets meer
49. Dit leven geeft geen hoop. Geeft dit leven ons hoop?
50. The final countdown
51. Tussentijdse reflectie
52. Een andere wereldkeuken is mogelijk
53. Daddy
54. Blauw, blauw, blauw
55. Asbakken bakken
56. Probleemjongeren en probleemscholen
57. In the summertime
58. In the summertime (2)
59. In the summertime (3)
60. Dromen zijn bedrog
61. Deelnemen is belangrijker dan winnen
62.
Vriendschap en moord in de Filipijnen
63. Artex
64. These boots are made for fighting and that 's what they will do
65.
God bestaat en Hij helpt de Roden!
66.
'May l?'
67. Please, release me
68.
Snel koppensnellen
69. Over het verschil tussen vrije meningsuiting en democratie
70. Kinderpraat
7
1. How sweet it is, to be loved by you
72.
Rolmodel gerold
73. 't Stad is van ... Aaaaah!
74. Justice for Olalia. Justice for all
75. Vrijen met papier
76.
Afwezige vader
77.
Behangpapier
78.
Werknemers zijn geen gereedschap
79. Goudeerlijk
80. Wheels of fire
81. En leg het dan maar eens uit
82. Vive la France!
83. Roken kan uw veiligheid schaden
84. Kunstzinnige hulpmiddelen
85. De misleide pedagoog
86.
Leve de multicul!
87.
Die frietzak of hij
88.
Pijn
89. Friends
90. Foute keuzes
91. De laatste nacht
92.
Porto Alegre
93. Een landbezetting met MST
94. From Russia, with love
95. From Russia, with love (2)
96. From Russia, with love
(3)
97. From Russia, with love
(4)
98. From Russia. No love
99. Elvis
100. Breek de stilte
101. Lezersbrief Solidair (1)
102. Sleutel op de deur
103. Overlevende van het fascisme
104. Idioot
105. Lezersbrief Solidair (2)
106. Watersnood
107. Ka Bel
108. Pizza Hut (1)
109. Pizza Hut (2)
110. Lezersbrief Solidair (3)
111. Houston, we have a problem
112. Dichterbij
113. Uit elkaar
114. De Haciënda Luisita
115. Ka René
116. Opa
117. Lezersbrief Solidair (4)
118. Pem, Ge-Ge en Na
119. Das Boot
120. I am from Barcelona
121. Tan

121. Kin kaw leo
123. De zijderoute
124. Lezersbrief Solidair (5)
125. Piet
126. Hello Lowie
127. De kinderen van mei 68

128. Tuinobservaties
129. Tot slot

Nawoord

*
*   *

1. G3 - Inhoud

Vier jaar ben ik en weerloos overgeleverd aan de zusters ursulinen tijdens de eindeloze uren in de kleuterschool. De bruiden van Jezus hielden allicht zoveel van de Heer dat er voor ons geen liefde meer overbleef.

Beloningen worden enkel uitgedeeld door Onze Lieve Heer, later, op De Dag Van Het Laatste Oordeel. Als straf omdat ik in een plas water speelde, word ik opgesloten in een bezemkast.

Zingen is in mijn herinnering de belangrijkste activiteit. Geen liedjes van K3 maar van G3, de Goddelijke Drievuldigheid. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De populairste meezinger was 'Te Lourdes in de bergen verscheen in een grot, de maagd Maria, de moeder van God'.

Bij de G3 zat geen rosse maar wel een witte. Een witte duif, want zo verscheen de Heilige Geest aan de maagd Maria, vertelden de zusters.

Op de speelplaats stond een boom waar vaak een duif neerstreek. Die had geen Blijde Boodschap maar wel een Grote. Wat kon dat beestje schijten.

2. I had a dream - Inhoud

Ik ben vijf en heb elke nacht dezelfde droom. Ik kan eindelijk lezen! Ik moet in mijn droom nog wel een boek bemachtigen en dat is telkens een gevaarlijk avontuur. Reuzen en monsters en oude, stinkende mannen met grote snorren rukken de boeken uit mijn handjes. Ik vecht en loop en als ik dan met een boek kan ontsnappen, me veilig kan verstoppen, dat boek opensla en eindelijk kan beginnen lezen ... dan word ik wakker.

Ik ben vijfjaar en ik vind wakker worden niet leuk.

Zodra ik op school heb leren lezen word ik een vaste klant in de bibliotheek. Anna Steensels, de zachtmoedige madonna van de bibliotheek, noteert de boeken die ik ontleen. Ze zal vele steekkaartjes voor me 'invullen.

Er is een straat naar haar genoemd in Hamont. Heel terecht. Ze was wijs en vriendelijk en ze wist precies hoe ze, zonder betuttelend te zijn, aan volksverheffing moest doen. Elk dorp zou minstens één Anna Steensels moeten hebben.

Ik heb telkens twee tassen bij. Plastic tassen bestaan nog niet, het zijn tassen van een of andere onverwoestbare stof die zelfs leeg al zwaar wegen. Ik prop die op goed geluk en met wat voorzichtige tips van Anna vol. De weg naar huis is een martelgang want mijn leeshonger is veel groter dan mijn spierkracht.

Thuis verslind ik de boeken. Ik moet helaas vroeg naar bed en dan moet het licht onmiddellijk uit. Ik vind een oplossing: ik draai de pispot om, zet die bij het venster en dan kan ik, met het boek op de vensterbank, rechtopstaand op de pispot, verder lezen in het licht van de straatlamp.

Op een ochtend vindt mijn moeder me, recht opstaand op de pispot slapend met mijn hoofd op mijn armen, leunend op de vensterbank.

Ik schrik wakker, kijk naar buiten. Op straat, de Budelpoort, heeft het paard van de melkboer op straat gescheten. Mijn moeder zal de keutels wat later bijeenvegen opdat geen klant daar met zijn lompe voeten zou intrappen en de winkel zou besmeuren. De mussen zitten, voor zolang het feest nog duurt en mijn moeder de pret zal bederven, van de paardentaart te smikkelen.

Ik ben acht jaar en heb geen idee hoe snel alles zal veranderen.

3. Gewijde Geschiedenis - Inhoud

Mijn grootouders leerden elkaar kennen in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog. Mijn opa zat vier jaar in de loopgraven achter de IJzer. 'Vier jaar in de modder en al die tijd dezelfde onderbroek.' Veel meer wilde bompa niet kwijt over die verschrikking.

Tegen het einde van de oorlog werd mijn opa gewond afgevoerd naar een hospitaal in de buurt van Amiens. Daar leerde hij mijn oma kennen die als vrijwilligster de gewonde soldaten verzorgde. Ik besta dus ondanks en dankzij een gigantische slachtpartij.

Mijn oma, Marainne, werd blind toen ze vijftig was. Diabetes, een kwaal die ze destijds nog maar moeilijk onder controle konden houden.

Ik weet niet of dat gezichtsverlies een rol speelde maar Marainne kon geweldig vertellen. Als zesjarige kreeg ik kleurrijke verslagen over de ondergang van de Titanic, de beurscrash van 1929 en hoe miljonairs die in een klap alles verloren uit wolkenkrabbers sprongen, over Napoleon en Waterloo, Jeanne d'Arc, Bonnie en Clyde die in elkanders armen neer gekogeld werden, Houdini die zich in een ton in de Niagarawaterval liet meeslepen ... Voor mij geen Assepoester of Repelsteeltje maar the real stuff.

Even later ging ik naar het eerste studiejaar met nog meer honger naar geschiedenis. Maar de volgende zes jaar stond vooral Gewijde Geschiedenis op het programma. Leven, dood en verrijzenis van Jezus.

Die Jezus verrichtte straffe mirakels, daar kon zelfs Houdini niet tegenop.

's Avonds in bed bad ik tot Jezus: 'Het is om te vragen dat ge ervoor zorgt dat Marainne terug kan zien. Ik zal elke dag voor u bidden, Jezus.'

Maar het hielp niet. Water in wijn veranderen, dat wel, maar mijn oma terug laten zien? Nee, dat was blijkbaar te veel gevraagd.

Ik heb sindsdien niks meer aan Jezus gevraagd. De enige heilige waar ik nog iets aan vroeg, was Sint-Nicolaas. Tot bleek dat die ook niet bestaat.

4. Het Rood - Inhoud

Ik ben zeven. Thuis en bij mijn grootouders zie ik geregeld een oud, tenger mevrouwtje. Zij wordt met heel veel egards bejegend. Ik bespeur zelfs bij mijn opa, die toch van niemand bang is, enige vrees voor haar. Iedereen spreekt haar aan met 'Juffrouw', ook al is ze in mijn ogen al stokoud.

Haar gezicht is een fascinerend landschap van diepe groeven. Geen lachrimpels want lachen, dat doet de Juffrouw nooit. Ze kijkt streng en spreekt altijd op een berispende toon die geen tegenspraak duldt. Iedereen begroet haar eerbiedig met Juffrouw omdat ze als onderwijzeres heeft gewerkt.

Omdat ze niet huwde, kon ze dat beroep uitoefenen tot haar pensioen. Want in het katholiek onderwijs gold toen nog de regel dat gehuwde vrouwen aan de haard moesten blijven.

In een wereld waar de mannen alle macht hebben, is de Juffrouw gewoon om te commanderen. Als de Juffrouw zegt 'Het is goed weer vandaag', dan is dat een onbetwistbare vaststelling en, wat voor weer het ook is, wie in haar buurt is, zal beamen dat het goed weer is.

Wat me ook opvalt, is dat ze geen Hamonts dialect spreekt maar een heel exotisch accent heeft. Als ik twee jaar later De Witte (van Zichem) van Ernest Claes lees waarin de dialogen in het locale dialect zijn geschreven, besef ik dat de Juffrouw uit die buurt afkomstig moet zijn. Navraag leert dat ze uit Diest afkomstig is.

Waar de Juffrouw verschijnt, wordt ze eerbiedig begroet met 'Dag Juffrouw'. Zij antwoordt dan 'Joa', wat wil zeggen: 'Ik heb het gehoord, ge moogt beschikken.'

Als de Juffrouw het niet kan horen, heeft iedereen het over Het Rood. Ik was zeven en wist ik veel. Dus toen ze thuis aankwam, zei ik enthousiast: 'Dag Juffrouw Rood.' Mijn moeder kleurt asgrauw, het is even ijzig stil, ik voel, nu ruim een halve eeuw later nog, hoe de temperatuur in huis naar een dieptepunt zakte. En dan zegt de Juffrouw: ‘Naa zaain ik graais.'

Haar bijnaam verwees naar de kleur van haar haren. Felrood toen ze als jonge juffrouw, ergens in de jaren 20 van het verre Diest naar Hamont kwam om daar als eeuwige maagd de Hamontse kinderen het alfabet, de tafel der vermenigvuldigingen, Gewijde Geschiedenis en andere noodzakelijke kennis bij te brengen.

Over Het Rood deden in ons dorp allerlei geruchten de ronde. Het indrukwekkendste verhaal, echt gebeurd, speelde zich af in de beginperiode van de Tweede Wereldoorlog.

Voor de lezers die bij de Tweede Wereldoorlog aan de serie ‘Allo 'Allo! denken, hou even de echte context voor ogen. De moffen hadden weinig gevoel voor humor, net zoals hun Vlaamse knechten die hand- en spandiensten verrichtten en elke poging tot verzet verklikten.

De Duitse bezetting was nog maar pas begonnen toen Leopold III opriep om elk verzet te staken en mee te werken met de Duitse bezetter. Toen Het Rood dat hoorde, ontstak ze in een oudtestamentische woede.

Ze trok de foto van de koning van de muur in haar klaslokaal, gooide hem op de grond en ze gaf het bevel aan de leerlingen om op de foto te stampen en erop te spuwen terwijl ze de kinderen uitlegde dat 'diee smeirige verroader van oans vollek ne kogel deur zaaine kop moest kraaige’.

Diezelfde avond wist heel Hamont al wat er gebeurd was. De Duitsers in Hamont moeten ongetwijfeld ook snel op de hoogte zijn geweest van deze verzetsdaad maar ze deden niks.

Dat was eigenlijk heel jammer volgens mijn opa. 'Als de moffen Het Rood hadden durven aanpakken, dan hadden we niet moeten wachten tot Stalingrad voor de Pruus een eerste grote nederlaag leed', aldus mijn opa.

Ik ben zeven. Het is 1962. Het Rood is grijs, ik besef niet dat de oorlog voor de volwassenen nog maar amper voorbij is. Niemand beseft dat de golden sixties er nu snel aankomen.

The Beatles krijgen in 1962 eindelijk een platencontract en een jaar later breekt de Beatlemania uit. Maar in Hamont regeert dat jaar Het Rood nog.

5. Nog choco - Inhoud

De ouders van mijn moeder wonen ver weg, in Paal. Elke zondagnamiddag rijden we daar naartoe. Een eindeloze rit waarbij ik, of mijn zus, of mijn jongste broer, of alle drie, autoziek worden en de ziel uit ons lijf kotsen. In de nek van pa of ma. En dat op de heen- en de terugweg.

Er is nog geen autogordel die ons kotsbereik zou kunnen intomen. Als we misselijk worden, gaan we rechtstaan, kreunen 'stoppen' en kotsen, voordat vader vloekend het Renaultje kan parkeren, in de nek van onze verwekkers. De autozetels hebben nog geen hoofdkussen die als dijk zou kunnen fungeren.

Grootmoeder heeft de teil met water om ons op te frissen al klaarstaan op de Leuvense stoof als we na die slopende rit aankomen.

Mijn verre opa, Guust, is een vrolijke man. Helemaal anders dan bompa Hamont die getekend door vier jaar als piepjonge soldaat in de loopgraven het leven door een heel donkere bril bekijkt.

Guust heeft meer geluk gehad in het leven. Als paardenkoopman en uitbater van een café-hotel met mijn oma, Stanske, heeft hij zijn brood goed verdiend. En hij heeft het ook weer even vlot gespendeerd bij zijn collega's die een kroeg uitbaten. Alle dagen feest!

Als we weer gefatsoeneerd zijn, mag ik met opa mee op stap. Hij trakteert iedereen in elk café. De mannen een pintje, de vrouwen een limonade en ik een reep chocolade.

De eerste repen Iaat ik nog langzaam smelten in mijn mond. De traktaties volgen elkaar steeds sneller op. Ik begin harde stukken in een brok door te slikken. Tegen valavond keren we compleet verzadigd terug naar een sakkerende oma die zweert dat het de laatste keer is geweest dat ik mee mocht gaan.

Onderweg van Paal terug naar Hamont kots ik alles uit. Ergens tussen Beverlo en Hechtel moeten archeologen nog sporen van chocoverpakking en chocoprentjes kunnen terugvinden.

'Vier huizen heeft hij opgezopen', zei mijn bomma bitter toen bompa overleden was. Ik herinner me een grote, vrolijke man die iedereen op bier, limonade en chocolade trakteerde.

6. Een Blijde maar Ingewikkelde en Gruwelijke Boodschap - Inhoud

Gewijde Geschiedenis vond ik in de lagere school veel interessanter dan rekenen. Maar die verhaaltjes waren wel heel ingewikkeld. Samengevat: er is één God maar die bestaat uit drie Goddelijke personen, met name God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Kortom, er zijn drie Goden maar dat wou men niet toegeven.

Die ene God heeft alles geschapen in welgeteld zeven dagen. Waarom God dat niet in een klap deed maar gespreid over zeven dagen, daar geeft men geen verklaring voor.

In het begin is de aarde een paradijs met slechts twee mensen en een tamme dierentuin. Adam en Eva worden uit het paradijs gesjot omdat ze van een appel eten en dat was het enige dat ze niet mochten doen. Waarom zij dat niet mochten doen terwijl het nu wel mag, ja zelfs gezond is, dat wordt niet uitgelegd.

Die appel komt van de boom der kennis. Is kennis niet goed? Wat doen we dan in school? In elk geval, vanwege die stomme appel is er nu ziekte en dood en zijn de dieren niet meer tam.

Ik had bij al die verhalen heel veel vragen maar die vragen stellen was nog erger dan in een appel bijten. We moesten geloven, niet begrijpen. Gods wegen waren ondoorgrondelijk. Punt.

Een eerste vraag: waarom moeten dieren ook lijden en waarom kunnen die niet in de hemel komen? Wat kunnen die dieren eraan doen dat Eva in een appel beet?

Tweede vraag: als Adam en Eva de enige mensen waren, dan zijn hun kinderen dus met elkaar kindjes gaan maken. In den beginne was er dus veel incest.

Zodra de Goddelijke buitenwipper Adam en Eva uit het paradijs heeft gezet, gebeuren er veel gruwelijke dingen. Kaïn slaat Abel de kop in. Een vrouw die omkijkt, terwijl God had gezegd dat ze dat niet mocht doen, verandert in een zoutpilaar. Een zoutpilaar!

Er komt een zondvloed en iedereen die niet in de boot van Noach zit, verdrinkt. Abraham moet van God zijn eigen zoon vermoorden maar net voor Abraham zijn zoon doodsteekt, zegt God: 'Het hoeft niet. Ik wou je maar even testen.'

Het absolute dieptepunt is het verhaal van Job. Die wordt door God opgezadeld met de meest vreselijke, pijnlijke ziekten, gewoon om hem op de proef te stellen of hij wel echt in God gelooft en van Hem houdt.

En na al die gruwelijke verhalen komt Jezus die zichzelf laat kruisigen om ons wat schuldgevoelens te bezorgen en dat is dan de Blijde Boodschap.

Zes jaar krijgen we in de lagere school te horen dat we in die onzichtbare God moeten geloven. Als we dat niet doen, als we alle regeltjes niet stipt respecteren, dan zullen we eeuwig branden in de hel.

Eeuwig. Dat is dus voor altijd. Ik vind een schooldag al lang duren. Die God is toch wel een hele speciale. Waarom heeft hij ons geschapen? Waarom verstopt hij zich en moeten we dus blindelings geloven? Gewoon maar om ons te kunnen pesten?

Het echte mirakel is dat wij, die hierin zes jaar onderricht werden, niet compleet gestoord zijn. Een mensenleven is ondoorgrondelijk.

7. Philips - Inhoud

Mijn vader is horlogemaker en om het vereiste kapitaal voor een winkel met horloges en juwelen bijeen te krijgen werkt hij in een vijfploegensysteem bij Philips, in de 'lichtstad' Eindhoven.

Als hij na een shift thuiskomt en ons ma aan hem vraagt hoe zijn dag was, zegt hij: 'Ik heb wat meegemaakt vandaag. Toen ik terug naar huis ging, werd ik tegengehouden door twee gemaskerde gangsters. "Uw geld of uw leven!", riepen ze.'

'Ik zei dat ik geen geld bij me had en dat er thuis ook niks te rapen viel. Ze vroegen waar ik werkte. Ik zei bij Philips waarop die dieven: "Bij Philips? Dan hebt ge ook geen leven." En daarna mocht ik zonder dat ze nog iets deden, verdergaan.'

8. Pedagogie van de patriot - Inhoud

Vier jaar in de loopgraven, van je achttiende tot je tweeëntwintigste ... wat doet dat met een mens? Mijn grootvader heeft het in elk geval geen deugd gedaan.

'Het is gene gemakkelijke', werd over hem gezegd. Hij vertelde bijna niks over de gruwelen die hij daar had gezien. Af en toe een enkele opmerking, over de ratten die je 's nachts niet van je lijf kon houden, de stank van rottende lijken van soldaten en paarden die niet geborgen konden worden, de modder die alles doorweekte ...

Wie weet hoe mijn grootvader was geweest zonder vier jaar lang in die hel te moeten leven ...

Mijn vader, de zoon van deze militaire held, is bitter. Hij vertelt dat hij als kind graag en goed kon voetballen. Maar voetbalschoenen? Die kreeg hij niet alhoewel dat zijn prestaties op het veld aanzienlijk zou kunnen verbeteren.

Maar dan belooft zijn vader: 'Als ge volgend jaar de eerste zijt van de klas, dan krijgt ge die verdomde voetbalschoenen.'

Mijn vader studeerde alsof zijn leven ervan afhing. En hij presteerde het onmogelijke, van de zestiende naar de eerste van de klas.

Opgetogen ging mijn pa met het schoolrapport naar huis. Mijn grootvader bekeek het rapport en zei: 'Zie je wel dat ge het kunt als ge het maar echt wilt.' En dat hij een klap tegen zijn kop kon krijgen als hij nog een keer durfde te zagen over die verrekte voetbalschoenen.

Zestig jaar later had mijn vader de ontgoocheling nog niet verwerkt.

9. Achter elke grote drinker staat een loyale vrouw - Inhoud

Als ik acht ben, word ik opgenomen in het ziekenhuis. Mijn blinde darm is ontstoken en moet eruit. Ik vind het geweldig: drie weken niet naar school en veel cadeautjes.

Het is heel gezellig op de kinderafdeling. We worden er verwend door lieve verpleegsters. Het is jammer dat ik maar één blinde darm heb en dat dit me maar eenmaal kan overkomen.

Ik sluit vriendschap met F. Zijn moeder is een gigantische vrouw (ze doet me denken aan Madam Pheip uit de stripverhalen van Nero) en ze heeft een bulderende stem die door heel de afdeling dendert. Haar man komt nooit mee op bezoek. Ik vang hier en daar wat op, Rinus zit altijd in de kroeg.

Op een dag zegt een bezoekster tegen de mama: 'Rinus drinkt de lesten tied toch wel hieel erreg veul.’ Waarop de vrouw van Rinus fel met een donderende stem fulmineert: ‘As ie gedronke hed, deh hedde gezien. Meh as ie dorst hed, deh ziede neh.'

Fier over dit geniaal argument kijkt ze rond, speurend of iemand dit durft te weerleggen. 1-0 voor Rinus.

10. KNT - Inhoud

De kerk staat in het midden van het dorp met een toren die hoog genoeg is voor een rechtstreekse verbinding met God. Allicht daardoor weten zijn woordvoerders op aarde precies wat Hij wil. En vooral wat Hij niet wil. Alles wat onder de noemer 'plezant' valt, is verboden.

Tweehonderd meter verder ligt een ander gebouw dat ook volle zalen trekt. Cinema Walburg. Geen klokken, wel kleurrijke affiches en prachtige foto's van schaars geklede actrices en helden in actie.

De cinema heeft een blijde en spannende boodschap die aantrekkelijker is dan wat mijnheer pastoor te vertellen heeft. Vooral de KNT- films, kinderen niet toegelaten, spreken tot de verbeelding.

’ 'VOLGENDE WEEK: ILSA, DE WOLVIN VAN DE SS.'

De ultieme droomjob: die zwarte streepjes aanbrengen op lichaamsdelen die verborgen moeten blijven voor het kinderoog.

Als twaalf-, dertienjarige zijn de zondagnamiddagen in Cinema Walburg het hoogtepunt van de week. Ze krijgen mij met geen stok meer naar de Chiro. Ik wil Winnetou and Old Shatterhand zien.

Enkele jaren later begint zowel in de kerk als in de cinema de opkomst opvallend en heel snel te dalen. De pastoor probeert het tij te keren met 'rockvieringen'. Het is geen succes. De jongeren vinden het geen rock. De ouderen vinden het geen viering.

Harrie, de uitbater van de cinema probeert zijn klanten op te peppen met aanlokkelijke argumenten. 'Vollegende weik moede zeker kome kieke, Robeir. Dan hem ich een hieel goei filmke. Veul seks en geweld, mer wel hieel goe gemakt.'

De vrouw van Harrie hoort het lijdzaam en ingetogen aan en int het geld. Voor mij begint de cinema als ik haar zie zitten, mysterieus achter het loketglas. De Mona Lisa van de bewegende beelden.

Ik herinner me mijn allerlaatste bezoek nog. Geen idee meer welke film het was maar ik herinner me wel dat mijn vrouw en ik de enige bezoekers waren in die grote zaal. Als de film al bezig is, komt Harrie in het donker aangeschuifeld en fluistert: 'Ich moet ullie tieketjes nog scheure. Vollegende weik dan moede zeker kome. Dan hem ich nen hiele goeie film. Hielgeweldoadig, mer hielgoe gemakt.'

Veel respect voor Harrie die tot op hoge leeftijd de cinema, die jaren leegstond, bleef onderhouden. En hulde aan de kritische burgers van Hamont die ervoor zorgden dat de cinema niet gesloopt werd zodat dit prachtig cultureel erfgoed nu weer met succes volop dienst doet voor allerlei culturele activiteiten.

Soms geweldoadig, mer altied goe gemakt.

11. Vogelen - Inhoud

Veertien. En nog altijd maagd. Als ik de rest van de klas mag geloven, dan ben ik de enige en het is mijn vaste overtuiging dat dat voor altijd zo zal blijven.

In de klas zit een Neil Youngachtig type. Hij heeft veel langer haar dan de rest van de klas, hij is bijzonder assertief (geen leerkracht kan hem verbaal de baas) en arrogant (hij negeert elke medeleerling).

Op een dag komt hij mankend de klas binnen. Ik vraag hem wat er mis is. De Ongenaakbare kijkt me aan, verbaasd dat ik het lef heb Hem een vraag te stellen.

Hij bekijkt me even, overwegend of hij zijn kostbare tijd zal besteden aan een antwoord en reageert dan toch: 'Ik lag gisteren bij mijn lief in bed. Haar pa kwam vroeger thuis dan we verwacht hadden. Die gast komt de slaapkamer binnen, sleurt me van zijn dochter en gooit me in mijn bloot gat door het venster. "Als ge kunt vogelen, dan kunt ge ook vliegen", riep die klootzak nog.'

De Ongenaakbare mankt verder voor ik iets kan repliceren. Ik sterf van verlangen en denk: 'O, werd ik maar uit een venster gegooid vanwege vogelen. Eender welke verdieping. Eender welk meisje.'

Enkele maanden later verneem ik dat de Ongenaakbare die dag gekwetst geraakte tijdens een voetbalmatch. Maar dan ben ik al geen maagd meer en voel ik me Ongenaakbaar.

12. Denise, Denise - Inhoud

1969, ik ben veertien en door alle hitsige opbodverhalen van mijn klasgenoten leef ik in de waan dat ik de enige maagd ben. Een seksuele loser die eeuwig zal branden van onvervuld verlangen in een wereld waar de lusten van iedereen geblust worden.

Hoe wreed is de wereld. Hoe beklagenswaardig het lot en het lijden van de jonge, eenzame Robert. Daar kon zelfs de jonge Werther nog een puntje aan zuigen, aan dat lijden.

In de klas: Denise, een veel knappere versie van het zangeresje van Shocking Blue die over Venus zingt. Zelfs in mijn stoutste dromen komt Denise niet voor. Die speelt in een andere divisie. Regionen waar ik geen schijn van kans maak. Zelfs de populairste jongens van hogere klassen die haar proberen te versieren, falen jammerlijk.

Op een dag sta ik met een aantal gasten op de speelplaats te lummelen. Denise komt recht naar mij. Zonder enige aanleiding. En ze kust me. De eerste meisjestong dringt diep en heet als een bliksem binnen. Al mijn hormonen zingen luidkeels: 'Hallelujah! Hallelujah! Halleeee, hallooi'

Op de speelplaats van het koninklijk atheneum van Leopoldsburg staat de tijd even stil. Lang genoeg omdat alle leerlingen kunnen zien dat Denise, de goddelijke Denise, waar alle jongens naar verlangen (en tal van leerkrachten - ik heb ze zien loeren) mij innig kust.

In dat ene moment schiet mijn status van ver onder zero naar de absolute top. Van een onzichtbare kasteloze word ik in een klap een gewichtige brahmaan.

Ik ben degene die weet hoe het is om door Denise te worden gekust. Ik ben de enige die weet hoe het is om Denise te kussen.

Denise kust me en dan fluistert ze in mijn oor: 'Zin om vannacht met mij te slapen?' Een kus geleden was ik de grootste loser van het westelijk halfrond, zonder enig perspectief en met slechts één troost: boeken die me helpen om de realiteit te vergeten. En nu ligt heel de wereld aan mijn voeten.

Op de een of andere manier slaag ik er nog in Denise duidelijk te maken dat ik dat wel wil, met haar slapen.

's Avonds sluip ik weg uit het internaat. En even later zie ik voor de eerste keer in mijn leven borsten en billen van een schoonheid die veel mannen in hun heel leven niet aanschouwen.

We kunnen maar enkele uren in het huis van haar vriendin blijven want die haar ouders zijn maar een avondje uit. We breken binnen in de school en in het lokaal van aardrijkskunde wikkelen we ons in een landkaart om het een beetje warm te houden op de koude, stenen vloer.

Omringd door Belgisch-Congo vrijen we tot de ochtend en vallen dan in slaap.

We worden gewekt als een klas onder leiding van de leerkracht aardrijkskunde het lokaal binnenkomt.

We mogen het gaan uitleggen bij mijnheer den directeur. 'Steek die zakdoek in je zak', briest hij. Het is de bh van Denise die half uit mijn jaszak hangt.

Ik weet niet meer welke straf we kregen. De roes waarin ik verkeer maakt me onkwetsbaar voor eender welke straf.

Denise laat me meteen weer vallen maar het liefdesverdriet is van heel korte duur. Want vanaf die dag ben ik gegeerd door de mooiste meisjes van de school. Als een klein kind dat toestemming krijgt om in de snoepwinkel van alles te proeven, ga ik gulzig en ongeremd mijn hete gangen.

Merci Denise voor de boost die je gaf aan mijn zelfvertrouwen. Dat kreeg ik van haar, plus een singletje van Desmond Dekker, 'Israelites', dat dan de hitparades bestormt. Ik versta evenveel van wat Desmond zingt als van het leven maar, zoals het leven, het swingt lekker.

13. Don't mention the war! - Inhoud

De juwelierszaak van mijn ouders was elke maandag gesloten. Dan combineerden mijn ouders een dagje uit met aankopen voor de zaak. Aken was vaak de bestemming. Daar waren ze klant bij een leverancier van allerlei onderdelen voor de reparatie van horloges en klokken.

Er werd bij aankoop steevast direct cash betaald. Maar op een dag kwam er een brief uit Aken. Ze hadden zich afgelopen maandag vergist bij de afrekening en of Herr Von Vlierden bij het volgende bezoek 200 mark extra kon betalen om het wiedergutt te maken.

Mijn vader schreef een kort briefje terug. Dat een van hun landgenoten bij het voor de Duitsers blijkbaar onverwachte einde van de oorlog zijn fiets had meegenomen. Die kostte toevallig net 200 mark. En dat 'ze dus eindelijk quitte stonden.

Mijn moeder was in alle staten. 'Maar Roger, nu kunnen we nooit meer naar Duitsland.' Mijn moeder was helemaal in paniek. Duitsers vernederen is geen goed idee. Zie maar wat dat Verdrag van Versailles voor miserie heeft opgeleverd. Wat zouden ze zeggen en doen als ze terug naar Aken gingen? Dat risico konden ze niet nemen en waar gingen ze nu dan die onderdelen zo goed en zo goedkoop vinden?

Mijn vader stond erop de daaropvolgende maandag opnieuw naar Aken te gaan. 'Dat wil ik wel eens zien, dat ze daar iets van durven zeggen. Ze moeten maar juist tellen. Daar kunnen wij een week later bij ons klanten ook niet mee afkomen: "Ge hebt te weinig betaald. Kom nog maar eens langs de kassa".'

Mijn moeder vreesde Nacht und Nebel. 'Als dat goed afloopt, gaan we langs bij het Heilig Paterke in Hasselt.' Ik zag aan mijn vader zijn gezicht dat hij hoopte dat er wel iets mis zou gaan om aan die beproeving in Hasselt te ontkomen.

In de Duitse winkel werd er met geen woord gerept over die ontbrekende 200 mark. Gewoon doen alsof er niks is aan de hand is. Zo overleef je een wereldoorlog en zijn naweeën.

14. Don't mention the war, part two - Inhoud

De twee wereldoorlogen en de Duitsers ... we zijn er in de jaren 60 niet klaar mee in de familie Van Vlierden.

Mijn opa heeft de Eerste Wereldoorlog als soldaat in de loopgraven meegemaakt en dat heeft hij de Duitsers nooit vergeven. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gaat hij geen enkele dag werken. Tk werk niet voor de moffen.'

Zijn dochter, Louise, speelt piano. Elke ochtend passeert er een collaborateur, ne zwarte in de volksmond. Louise zet het venster dan open, wat voor weer het ook is, en speelt op de piano het Belgisch volkslied om zo dien zwarte te jennen.

Na een paar weken is die man furieus. Louise en bompa moeten in het gemeentehuis bij de Duitsers op het matje komen. Nog een keer en de inboedel wordt in beslag genomen.

Met drie kinderen in huis besluit bompa wijselijk om het pianospel niet meer toe te laten. Via de BBC volgen ze wel elke dag de evolutie op het slagveld. Bompa is een heftige katholiek maar over Stalin wil hij geen kwaad woord horen: dat is de man die de nazi's verslagen heeft. Stalin en de Russen en niemand anders.

Als kind vang ik maar af en toe wat op, maar dat is meer dan genoeg. Soms zijn daar ook wel leuke anekdotes bij. In Hamont, dicht bij de bossen, is er een stortplaats waar de mensen het beetje rommel dat ze hebben, dumpen.

Daar zet iemand tijdens de oorlog een bordje met daarop het 'X-plein'. X is de naam van een van de vooraanstaande collaborateurs van het dorp (ben zijn naam kwijt maar sowieso is het voor de nabestaanden beter om dat in de vergetelheid te laten).

Mijn neef Wem, die twee jaar ouder is, weet met die twee jaar voorsprong zoveel meer dan ik. Picasso, muziek (hij is een zware fan van Michel Polnareff), Martin Luther King ... Wem voedt me op.

Zijn favoriete thema is 'de misdaden van den Duits'. Wem heeft het Dagboek van Anne Frank gelezen. Zijn ouders hebben fotoboeken met gruwelijke foto's van de concentratiekampen. Dat hakt er stevig in.

Als Wem vakantiewerk doet als verkoper in een souvenirwinkel, weigert hij iets te verkopen aan een stel Duitse toeristen. De toeristen vertrekken zonder souvenir en Wem mag ook meteen opkrassen. Gelukkig zonder blijvende souvenir omdat de woedende uitbater zijn doel mist.

Pas later zal ik die anti-Duitse gevoelens omzetten in antifascisme. Maar als kind en puber kan ik dat onderscheid nog niet maken.

Later, als dorpsdichter, drijf ik de spot met die primitieve anti-Duitse gevoelens:

Ik zeg direct waar het op staat al maakt dat U misschien wel kwaad, Ik heb iets tegen moffen!

Als ik dat Duitse taaltje hoor, dan schiet ik uit mijn sloffen. 'De oorlog is al lang voorbij', zegt mijn gezond verstand. Maar zie ik Duitsers op een rij, dan vrees ik moord en brand. Het is een onbetwistbaar feit, het nazirijk is van de kaart maar stel nu dat een Duitse meid een kleine Führer baart?

Dan is de euro niks meer waard!

Hou ze onder controle, evenals, dat spreekt vanzelf, de Basken en de Polen.

15. Seksuele opvoeding - Inhoud

Mei 68 brengt ons de seksuele revolutie en dat zullen ze in het onderwijs geweten hebben. Seksuele opvoeding moet aan bod komen.

Ik word al ongemakkelijk als ik zie hoe die arme leraar bij het begin van het lesuur staat te sterven bij de gedachte hoe hij dat allemaal moet gaan uitleggen aan een stel hitsige pubers. Hij hoeft nog maar te zeggen: 'Dus vandaag gaan we het euh ...' en er beginnen al een paar zenuwpezen te hinniken als bronstige hengsten.

'Bij de zaadlozing komen er miljoenen zaadjes uit de penis.'

Een tenger meisje, helemaal in paniek: 'Miljoenen??? Zeg!!! Hoeveel liter is dat dan?'

'Weet iemand van jullie waarom een vrouw bredere heupen heeft dan een man?'

Fons, gewichtig en in alle ernst: 'Omdat vrouwen een rok moeten kunnen ophouden.'

'Mijnheer, hebt ge geen foto's van de buitenkant in plaats van tekeningen van de binnenkant?'

'Tien bladzijden, François.'

'Ja maar, mijnheer.'

'Twintig bladzijden, François en nu wil ik van u vandaag niks meer horen. Hebt ge het begrepen?'

'Mag ik nu eigenlijk nog ja zeggen want ge wilt eigenlijk niks meer van me horen?'

'Buiten, François. Nu!'

Stand-upcomedy bestond nog niet maar wij hadden wel seksuele opvoeding.

16. Ontwijde literatuur - Inhoud

In het lager onderwijs werd mijn belangstelling voor geschiedenis op een gewijd zijspoor gezet. Met geschiedenis gaat het gelukkig iets beter in het middelbaar onderwijs. Maar mijn liefde voor de literatuur krijgt het hard te verduren.

Boeken zoals die van Hubert Lampo (De komst van Joachim Stiller) zijn niet bevorderlijk voor mijn zin in boeken.

Maar het is voorwaar een uitzonderlijke prestatie dat de leerkracht Nederlands erin slaagt om me een afkeer te bezorgen voor een meesterwerk nis Max Havelaar. Hoe hij dat voor elkaar kreeg, kan ik me niet meer herinneren maar het zal vele jaren duren voor ik dat boek nog eens inkijk.

Ik lees het later in een oude Nederlandsche versie en ontdek dan pas wat voor een absoluut hoogtepunt in de literatuur ik al die tijd gemist heb.

Hoe is het mogelijk dat die leraar er niet in slaagde om ons te laten genieten van de humor, de scherpzinnigheid van de auteur? En ons de maatschappelijke relevantie van het boek niet liet inzien?

Ik geef een voorbeeld:

'Er was iets kouds in zyn blik, iets wat u deed denken aan een logarithmentafel en alhoewel zyn voorkomen over het geheel niet onbehaaglyk was, kon men zich toch niet onthouden van de verdenking dat zyn vry grote magere neus zich op dat gelaat verveelde omdat er zo weinig op voorviel.'

Lange zin, ik weet het, maar wat een genot om zo een beschrijving te lezen!

Enkele citaten hadden volstaan en dan tegen ons, leerlingen, zeggen: 'Lees de rest gewoon zelf als je je thuis zit te vervelen.'

Maar helaas, zo verliep het niet. Op school las ik met tegenzin de flauwekul van Lampo en thuis genoot ik van De steppewolf, Ik, Jan Cremer en vooral De vanger in het graan, magisch en realistisch maar geen magisch realisme.

17. Rainbow Warrior - Inhoud

Paul was de notaris van Hamont. Als hij in het gareel had gelopen dan had hij, samen met de pastoor, de directeur van het kaarsenfabriek, de dokter, de apotheker en de hoofdonderwijzer, tot de kleur- en geurloze elite van het dorp behoord.

Maar Paul was een rebel. Hij zorgde er onder meer voor dat wij in het stationsgebouw een jeugdhuis konden opstarten. Hij wist waar emancipatie om draaide, zorgde voor een hefboom zodat mensen hun lot in eigen handen kunnen nemen.

Voor ons betekende dat: een eigen stek hebben waar we ons eigen ding konden doen zonder enige bemoeienis van volwassenen. Een jeugdhuis.

Het stationsgebouw lag vanwege de afwezigheid van treinverkeer al jaren te verkommeren. Paul slaagde erin dat de jeugd de toestemming kreeg om er in een aantal lokalen een eigen club te beheren.

Wij vonden dat het bestofte gebouw wat kleurrijker mocht worden. Paul zei: 'Oké, goed idee om dat hier wat op te knappen. Ik zorg voor al het materiaal. Welke kleuren hebben jullie nodig?'

Jef wou een aantal stoelen in het rood, Frits wou de barkrukken in het groen, Nol wou een muur in het paars, Nel een andere muur oranje. We hadden gewoon alle kleuren van de regenboog nodig.

Paul was enthousiast over ieders inbreng, een democratisch en creatief proces. Hij besloot de vergadering: 'Gasten, ik ga nu al dat materiaal kopen. Morgen om 9 uur hier. Eerst een dag schuren, muren afwassen, grondlaagske zetten en dan nog een paar dagen afwerken in de gekozen kleuren. Het zal er dan heel anders uitzien, precies zoals jullie willen.'

De volgende ochtend waren we allemaal present. Na een technische uitleg hoe we het moesten aanpakken, vertrok Paul en gingen we aan de slag.

Na een kwartiertje schuren en muren afwassen, kwamen we tot de conclusie dat het een tijdrovende en saaie bezigheid was zonder bemoedigende resultaten. Jef stelde voor om maar direct te beginnen verven. 'Goed dik smeren, dan blijft het allemaal wel plakken.' Dus Jef begon met rood, Frits met groen, Nol met paars, Nel met oranje ...

Een kwartiertje later kwamen we tot een volgende conclusie: alleen werken is saai en een kleur per stoel en muur gaf niet het effect dat we in gedachten hadden. Dus kozen we voor een nieuwe aanpak: soppend in alle potten namen we alles in een ruk onder handen.

Het ging vooruit en het zag er verdomd psychedelisch uit.

Toen Paul in de late namiddag kwam kijken, was hij verbijsterd. 'Maar jongens toch ... wa hedde noaw toch gedaan?’

En wij: 'Paul, wijllie vinne det het er hielgoe oetziet. Hiel wa anders dan de cafés hie in Hamet.’

Paul moest erkennen dat we daar gelijk in hadden. De Hamontse Rainbow Warrior was geboren.

Naschrift

Nadat de jeugdclub van start ging, trok Paul zich terug. We konden het verder zelf wel beredderen, vond hij. Ik verloor Paul uit het oog tot in de jaren 90 toen ik voor 11.11.11 werkte. Paul trok het vrijwilligerscomité in Hamont en was wat later intensief betrokken bij de oprichting van de lokale wereldwinkel. In 2007 ontmoette ik hem voor het laatst, op de palliatieve afdeling van het ziekenhuis in Overpelt. Ik schreef daar het volgende gedichtje over:

Afscheid

Paul lag op de palliatieve.
Het was ochtend, we dronken wijn.
'Als je hier ligt,
duurt het nog even',
zei Paul
'Maar je kwam en dat is fijn.'

We spraken over vroeger
bij gebrek aan perspectief.
'Ik had het leven lief
en ik had geluk,
het leven had mij lief',
zei Paul.

'Kijk hoe mooi en ver
je Overpelt van hier kan zien',
zei Paul

Nooit eerder had ik Paul en Pelt
zo mooi gezien.

Als het licht verdwijnt
wordt alles lichter.

Het licht verdwijnt
en alles wordt dan licht.

18. Stuf Stuf - Inhoud

Wie nu zestien jaar is, kan zich niet voorstellen hoe totaal anders het leven van een zestienjarige was begin jaren 70 van de vorige eeuw. Er is voor jongeren de afgelopen vijftig jaar meer veranderd dan in de tweehonderd jaar die daaraan vooraf gingen.

Geen sociale media, internet, smarthphones. Op radio en tv kwamen rock en pop nauwelijks aan bod. Je had welgeteld een half uurtje Toppop op de Avro en dat was het. Per week! Op de radio had je enkele vrije zenders die vanop zee de hele dag popmuziek uitzonden maar de ontvangst was beroerd.

Voor de aanschaf van een lp, de enige beschikbare drager van muziek, moest je in de regio Noord-Limburg naar Eindhoven. Of je kon de lp, die je wenste, bestellen bij de lokale 'platenboer '.

De eerste lp die ik bestelde was het debuutalbum van Black Sabbath. ‘Zodde de wel doen, jungske? Zoe nen hoep leweit', was de bezorgde opmerking van de winkelier. Het duurde weken voor de lp arriveerde. En het kostte me nog wat overtuigingswerk om het album in handen te krijgen toen de platenboer de hoes zag. Ik zie nog zijn gekwelde blik en de tweestrijd tussen zijn geweten (dit is muziek van Satan) en zijn portemonnee (als ik ze niet verkoop, gaat ie naar Eindhoven).

Onze enige bron van informatie waren de TTT-bladzijden van Humo. Ook de rest van dat blad was toen een verademing in vergelijking met de doffe ellende die de rest van de media bood.

In een Limburgs dorpje had je toen twee mogelijkheden. Ofwel liep je in het gareel en ging je op zondagvoormiddag naar de kerk, droeg je op de dag des Heren een stropdas, waren je haren kort geknipt en keek je met je ouders naar Duitstalige tv-programma's (die carnaval- en schlagermuziekprogramma's, wat een doffe ellende. Hadden we daarvoor de Duitsers verslagen?) Het Eurosongfestival was het muzikale hoogtepunt en het enige festival van het jaar.

Ofwel ging je in verzet en liet je je haren groeien. Je droeg jeans die zo strak zaten datje moest gaan liggen om die aan of uit te doen.

Een vriend van me had, toen ie de eerste keer bij zijn lief thuiskwam, van de zenuwen zijn handen in zijn broekzakken gestopt. Toen de vader van zijn lief hem een hand wou geven, kreeg hij zijn hand niet meer uit zijn broekzak. Zo strak zaten onze broeken.

Onze T-shirts bewerkten we door er touwen in te knopen en vervolgens het shirt even in javel te dompelen. De kleuren verbleekten, behalve waar het touw het textiel had beschermd waardoor je allerlei kringen op het T-shirt kon creëren.

Als parfum hadden we patchoeli. Enkele druppeltjes op je jeans volstonden en de geur was niet meer weg te branden. Mijn moeder kon zo een jeans niet wassen met de rest van de kleren want dan stonk alles naar patchoeli.

Radio Veronica, de piratenzender, zond vanop zee opwindende rockmuziek uit die we op kleine transistorradiootjes beluisterden, alsmaar aan de knop draaiend om het geluid bij te stellen. 'Born to be wild', 'Lola', 'Satisfaction' ...

Hamont werd even voor de hele regio het mekka van de hippies want wij hadden een jeugdhuis, den Tuf Tuf. Volgens de goegemeente was het een zedenloze plek waar 'de condooms ne boeten drieven as ze er dweile.' Maar dweilen deden we niet.

Tuf Tuf was de naam omdat het gevestigd was in het voormalige stationsgebouw dat stond te verkrotten tot wij het in psychedelische kleuren renoveerden.

We zeiden Tuf Tuf en dachten Stuf Stuf. Eindhoven was dichtbij en daar was de hasj goedkoper dan in Kathinandu. Onder meer Armand, die met 'Ben ik te min?' eeuwige roem verwierf, dealde er de 'tientjes', een reep hasj van 10 gulden. Ik vermoed dat zo een reep nu allicht een klein fortuin zal kosten (we hadden het beter als belegging opgepot dan opgerookt).

Hasj en muziek kochten we in Eindhoven en deelden we in de Tuf Tuf. Het gevolg was dat Hamont al vlug veel meer 'hippies' telde dan de buurtgemeenten want de zielsverwanten van elders vonden snel de weg naar Hamont.

Het duurde niet lang vooraleer de politie een razzia organiseerde om 'dat drugshol ' op te kuisen. Om ervoor te zorgen dat de Tuf Tuf kon overleven, werd een strikte regel ingevoerd: in den Tuf wordt niet geblowd.

Dus blowden we net voor de deur.

Op een koude winteravond zaten we met z'n vieren in een Volkswagen Kever te genieten van een dikke joint. De ruiten waren aangeslagen dus we zagen niet wie er op de ruit tikte.

Peter draaide in slow motion het autoraam omlaag. Een dikke hasj-wolk kolkte naar buiten en de kop van de veldwachter wolkte naar binnen. ‘Wa ziede gijllie hie aant doen, mennekes?', vroeg hij op vaderlijke toon.

Peter antwoordde, relaxed en zelfzeker: 'In den Tuf Tuf is teveul leweit. Wijllie wille gewoen wa proate meh doa binne kunde elkaar neh verstaan.'

De veldwachter knikte begripvol. Piet deed er nog een totaal overbodig schepje bovenop: 'Joa, en wijllie wille wa gitaar speule mer meh deh leweit gut deh neh in den Tuf'.

We hadden geen gitaar bij. Er was hooguit nog plaats voor een mondharmonica. Maar dat deerde niet. Misschien had onze veldwachter al voldoende geïnhaleerd want hij knikte loom en tevreden en zei: ‘Deh is goe, mennekes.’

Veldwachters ... dat bestaat ook niet meer. In het beste geval en op een enkele plaats zijn ze vervangen door straathoekwerkers.

19. Stunten - Inhoud

Over Paul Eyben valt me nu nog een leuke anekdote te binnen. Paul was als jonge gast bevriend met mijn vader. Ze waren beiden bij de scouts en dat schiep een band. Maar ze leefden in twee heel verschillende werelden.

Mijn vader in een gezin met een bescheiden inkomen. Paul als zoon van de notaris in een financieel heel bevoorrecht gezin. Maar, zoals ik al schreef, Paul kleurde graag buiten de lijntjes. En dat van jongs af aan. En vermits hij over geld beschikte, kon hij stevig kleuren.

Mijn vader studeerde in Antwerpen aan de school voor horloge- en klokkenmakers waar hij, gezien de afstand, op internaat was. Toen hij, als ik me goed herinner, zeventien jaar was, kreeg de school op een dag een telegram ter attentie van mijn vader: 'Grootmoeder ernstig ziek. Taxi zal om 12 uur voor school op je wachten.' Getekend Henri Van Vlierden.

De directeur ontbood mijn vader en vertelde hem dat hij snel zijn valies moest klaarmaken en dat heel de school zou bidden voor een spoedig herstel van grootmoeder.

Klokslag 12 uur gaat mijn vader naar buiten waar de taxi klaarstaat. In de taxi: Paul Eyben. En die zegt: ‘Goesting in een trektocht door Zwitserland?'

Ik heb thuis nog enkele foto's van die tocht. Voor mijn vader eindigde het avontuur met een verblijf in een ziekenhuis in Lyon vanwege een zonneslag.

Met grootmoeder ging alles naar wens.

20. Close encounters of the socialistic kind - Inhoud

In den Tuf Tuf loeien de gitaarsolo's van Jimi Hendrix door de speakers terwijl wij in felle discussies onze visie op het leven ontwikkelen. Die visie is tamelijk simpel.

Vergeet dat 'tamelijk' maar want ons uitgangspunt is zonder meer onversneden simpel: er zijn ouw en er zijn jong. De jong zijn de goei en de ouw deugen niet. De jong die naar de ouw luisteren, deugen nog minder want die hebben geen karakter.

'Hope I die before I get old’, zongen we met The Who. De Tuf Tuf was ons territorium. Buiten heerste de dictatuur van de volwassenen maar tussen de dikke, heftig beschilderde muren van het stationsgebouw waren wij de baas. We droomden dat de times snel zouden veranderen. En dat ons zakgeld nog sneller zou verhogen.

Groot is onze verbazing als op een avond een vijftigplusser binnenkomt en aan de toog gaat zitten alsof het zijn stamkroeg is. Hij trakteert iedereen op een pint. We nuanceren meteen onze levensvisie, sommige ouw zijn nog niet zo slecht.

'Dus ... gijllie ... ziet... hippies', stelt hij smalend vast, een pauze tussen elk woord inlassend en elk woord benadrukkend zodat het klaar en duidelijk bij ons zou binnenkomen.

Dat is geen goeie openingszin als je bij ons in de smaak wilt vallen. Maar in de smaak vallen, dat lijkt hem niet te interesseren en dat vinden wij dan weer wel oké want dat is een authentiek hippietrekje.

Het ergste dat mij kan overkomen, is dat ons ma zegt dat ik 'iets schoons aan heb vandaag'. Dat verdwijnt dan voor de eeuwigheid in de kleerkast.

Die ouwe vertelt dat de hippies 'zijne rug opkunnen'. Mijnheer is socialist. 'Lid van de Belgische Socialistische Partij godverdomme en drinkt er nog allemaal ene van mij.'

Hij zegt met luide stem, dat moet wel want Deep Purple knalt echt hard uit de boxen, dat de socialisten veel meer hebben gedaan dan 'dien Bob Dylan en al die andere zangers'.

Hij vraagt ons uitdagend: 'Want vertelt mich nou ne kier, wa hed die Dylan ooitgedoan? En ich hem het nie over zingen, da kan ie och al nie, mer wa hed ie al gedaan veur de werrekminse? Wel? Wa?'

We kijken elkaar eens aan. Tja, wat heeft Dylan gedaan? Hij heeft een geweldige rel geschopt toen hij van akoestische gitaar omschakelde naar elektrische gitaar maar daar gaan we bij ene van de BSP geen potten mee breken want daar is de werrekmins niet beter van geworden.

Hij kijkt triomfantelijk rond. 'Ziede wel da ich geliek hem!' Hij haalt een groene appel uit zijn jaszak. Zo'n keiharde appel. Een appel waar ge met een problematisch gebit uw tanden niet inzet.

Zo een appel dus, perst hij in zijn hand, schijnbaar moeiteloos, tot spijs terwijl hij zegt: 'Dit dun wijllie meh die voel kapitalisten. We zullen er spies van make. We pitsen ze godverdomme helemoal plat.'

Ik zie het sap en de brokjes nog langs zijn pols in zijn mouw druipen. Mijn eerste kennismaking met het rode gevaar is een beklijvende ervaring.

21. Met een Missie - Inhoud

Toen ik er als zestienjarige midden in zat, stond ik er niet bij stil, maar nu, zoveel jaren later, is het verbijsterend, en ook bemoedigend hoe snel wij in den Tuf Tuf een alternatieve subcultuur ontwikkelden.

We hadden er destijds geen idee van, dat we daarmee bezig waren. Het gebeurde gewoon. Probeer je voor te stellen hoe het was, tot midden jaren 60, in een dorpje als Hamont.

Jongeren hadden tot dan gewoon nog geen eigen cultuur. Geen eigen taal, eigen muziek, eigen kledij ... Ze gingen naar een jeugdbeweging, een voetbalclub ... maar ze imiteerden in alles de gewoonten en gedragingen van hun ouders.

En toen was er dus de Tuf Tuf. Daar luisterden we naar opwindende muziek, door onze ouders neergehaald als 'niks dan lawaai'. We ontwikkelden een eigen visie, wat door de media al snel werd bestempeld als een generatieconflict', creëerden ons eigen taaltje, enzovoort.

We hadden een Missie, met name een Muzikale Missie, een Maatschappelijke Missie, een Meiden/Mannen Missie, een Modieuze Missie.

De Muzikale Missie

De harde kern van de Tuf Tuf was intensief bezig met muziek. Dat nam bij sommigen religieuze proporties aan en het leidde tot felle debatten en zelfs tot schisma's.

Je was ofwel een aanhanger van The Beatles ofwel van The Rolling Stones, je was voor of faliekant tegen Neil Young, voor of tegen David Bowie, je hield van Black Sabbath of van softere muziek, het eerste album van Roxy Music was totale rommel of geniale vernieuwing.

Er waren families waar broers niet meer met elkaar spraken vanwege muzikale meningsverschillen. En wat er wel of niet 'gedraaid' werd in den Tuf Tuf was voer voor felle debatten.

Een Maatschappelijke Visie

De groep die daarmee bezig was, was kleiner. Vooral jongens en meisjes die na het middelbaar verder studeerden. En dat werd soms met enig wantrouwen bekeken door jongeren die eerder begonnen te werken (er was toen maar een leerplicht tot veertien jaar).

Zij werden beïnvloed door de oorlog in Vietnam. De horrorbeelden waren in zwart-wit dagelijks te zien op tv. (De VS zouden in de oorlogen daarna de journalisten nooit meer toelaten aan het front.)

Steeds luider klonk de vraag: 'Wat doen die Amerikanen daar eigenlijk, zo ver van huis?' Steeds luider klonk de stem van mensen zoals de bokser Cassius Clay die weigerde om in Vietnam te gaan vechten en zei: 'No Vietcong ever called me nigger. They not kill my father and mother.'

En er was de Culturele Revolutie in China. Wat was me dat? Hou voor ogen dat er destijds heel anders over werd bericht dan later, toen het stof al was gaan liggen. China was een gesloten land, er kwam weinig naar buiten over wat er ginder echt gebeurde. De pastoors en een aantal oude politici hadden het wel over 'het gele gevaar' maar we vonden wat die vertelden sowieso ongeloofwaardig.

Voorzitter Mao riep de jongeren op om in opstand te komen! 'Bestorm het hoofdkwartier', riep hij. Laat de school maar even zitten, maak revolutie, schop al die bureaucraten uit hun zetel, stuur ze naar de boeren om die een handje te gaan helpen en om wat meer respect te krijgen voor de mensen die de welvaart creëren. Nou, dat hoorde je een politicus bij ons niet zeggen. Hij maakte indruk, die Mao!

En dan was er Che Guevara. Die had een post als minister in Cuba opgegeven om met de boeren in Latijns-Amerika te gaan vechten tegen hun uitbuiters. En hij had zijn leven gegeven voor zijn idealen.

Stof genoeg voor de jongens en meisjes met een Maatschappelijke Missie die luisterden naar Bob Dylan die zong dat de tijden gingen veranderen, naar Boudewijn de Groot die zich afvroeg of de president nog goed kon slapen, naar Wannes Van de Velde die met de Internationale Nieuwe Scene een fantastisch album maakte.

De bestaande organisaties werden gedomineerd door volwassenen. Dus dat betrouwde deze nieuwe generatie niet. Ze richtte haar eigen bewegingen op, wereldscholen, AMADA, wetswinkels, wereldwinkels ...

Een Meiden/Mannen Missie (mannen ... nou ja, jongens, maar dat bekt niet zo lekker)

Iets van alle tijden uiteraard. De hormonen gierden door ons lijf. De seksuele revolutie zette alles op zijn kop. Voorbehoedsmiddelen, de klappen die het ouderlijk en kerkelijk gezag kregen ... Heel die mix zorgde ervoor dat we volop experimenteerden. We hadden steeds meer vrije tijd. Vrijerstijd.

Een Modieuze Missie

Een eigen kledingsstijl was, samen met lang haar, de meest zichtbare breuk met het verleden en met de dominantie van de volwassenen. Voor de 'echte' hippies ging het om versleten jeans, kleurrijke, exotische kledij met een Afghaanse toets. Het moest goedkoop en authentiek zijn, wat dat ook mocht betekenen. In elk geval moest het slordig zijn en niet te proper.

Voor de meesten, zoals ik, ging het om een mix van die vier zaken. Meiden en muziek stond bij mij op 1. In die volgorde. Maar al snel werd dat maatschappelijke alsmaar belangrijker.

22. Moederliefde - Inhoud

Het roken van een jointje bevordert de eetlust, zorgt voor innerlijke rust en verdraagzaamheid en het stimuleert onze hang naar filosofisch geouwehoer.

Over alle mogelijke thema's wordt gefilosofeerd. Muziek is een heikel onderwerp. Dat veroorzaakt veel emoties want je bent bijvoorbeeld voor of tegen Frank Zappa. Wie voor Zappa is, verdraagt geen negatieve opmerkingen over het muzikale genie. Wie tegen is, kan niet begrijpen dat iemand zo'n pretentieus gejengel goed kan vinden. Tussen die twee standpunten is geen enkel compromis mogelijk. En vermits muziek, na meisjes, zonder meer het allerbelangrijkste is in ons leven is muziek, net zoals eender welke opinie over het lief van uw vriend, een gevaarlijk onderwerp.

Maar verder komt elk onderwerp in aanmerking voor filosofisch geleuter. We hebben het ook een keer over moederliefde. Jaak zegt:

'Ik zal jullie eens uitleggen wat echte moederliefde is. Toen ik een jaar of zes was, deed ik iets pietluttigs verkeerd thuis. Ik weet niet meer wat maar mijn vader was razend. Die kon niks mee verdragen sinds hij keelkanker had. Hij was geopereerd aan zijn strottenhoofd en hij kon alleen nog praten met zo een toestelletje dat hij tegen zijn keel moest houden. Dan hoorde je een gruwelijk, metaalachtige stem. Het was verdomme net of er een robot tegen je aan het zagen was.'

Mijn vader was dus woedend en hij dreigde:

'Als Sint-Nicolaas hier op bezoek komt, zal ik hem zeggen dat ge heel stout zijt geweest. Dat ge niet luistert naar uwe zieke papa die zoveel pijn heeft. Dan zal Sinterklaas heel boos zijn en dan krijgt ge dit jaar zeker en vast helemaal niks van Sint-Nicolaas.'

Ik was er helemaal kapot van. Ik smeekte mijn vader om me nog een kans te geven. Ik beloofde om het nooit meer te doen. Maar die rotzak gaf geen krimp. Niks zou ik krijgen. Daar zou hij wel voor zorgen.

's Avonds lag ik huilend in bed, helemaal wanhopig. Ervan overtuigd dat ik een heel jaar zou moeten wachten vooral ik misschien weer cadeautjes zou krijgen. En een jaar is lang als ge zes zijt en er de hele tijd een robot commentaar zit te geven.

Mijn moeder kwam me onderstoppen en die vroeg natuurlijk wat er aan de hand was, waarom ik huilde. Ik leg dus uit wat er gebeurd is en toen zei mijn ma:

'Maakt u maar niet ongerust, menneke. Als de Sint op bezoek komt; dan verstop ik onze pa zijn machientje en dan kan hij niks zeggen tegen de Sint. Ik zeg tegen Sinterklaas dat ge het hele jaar braaf zijt geweest en dan krijgt ge alles wat ge gevraagd hebt.'

Kijk, dat is nu verdomme echte moederliefde!

Ze zeggen dat een jointje niet goed is voor het geheugen maar bijna vijftig jaar later hoor ik het Jaak nog vertellen. Met de geweldige muziek van The Velvet Underground op de achtergrond.

Maar dat zei ik niet tegen Jaak, dat The Velvet geweldig is, want wat muziek betreft was het een echte imbeciel met zijn voorkeur voor de kleffe George Baker Selection. Een echte kutgroep als je 'Little green bag' buiten beschouwing laat. Het is een mirakel dat dat geweldig nummer van dezelfde band is die verder niks dan Hollandse polderbagger heeft gekakt.

Maar soit, daar had ik het met Jaak nooit over. Ik had net zo goed iets verkeerds over zijn moeder kunnen zeggen en die gast woog veertig kilogram meer dan ik. Dus dan zwijg je over moeders en de George Baker Selection om over zijn lief nog te zwijgen. Die was nog veel erger.

Die was zot van The Osmonds. Nou, dan zat je in den Tuf Tuf niet op de juiste plaats. Maar favoriete muziek en het lief van een ander, daar discussieerden we dus niet over.

Epiloog

Jaak is nog altijd met zijn Osmondliefje gelukkig getrouwd dus ik zal mijne grote teut maar houden. Het zou natuurlijk ook kunnen dat ze intussen de jaren van verstand heeft bereikt en 'Lust for life ' beter vindt dan 'Down by the lazy river'.

Volgens mij zal het Jaak worst wezen zolang ze ‘Lustfor Jaak' maar oké vindt. Geef Jaak maar eens ongelijk. Ik ga het niet doen want intussen weegt Jaak ruim tachtig kilogram meer dan ik.

23. Passief verzet - Inhoud

We beschouwden onszelf als de nieuwe partizanen. Enige pretentie was ons niet vreemd. Een enkeling zal enkele jaren later de Baader-Meinhofgroep oké vinden maar dat blijft een heel marginaal gebeuren.

We zijn eerder voor passief dan voor pacifistisch verzet. Waarbij passief staat voor, euh, passief. Zo weinig mogelijk doen dus. Vooral zo weinig mogelijk bewegen. En wel hierom: sport is competitie en competitie is een ideologisch uitvloeisel van het heersende systeem. We gaan ons niet laten recupereren. Zo weinig mogelijk bewegen is een efficiënte vorm van protest. Een permanente staking, zeg maar.

We aanvaarden al evenmin de officiële spelling. Dat is een boerzwa truuk om kinderen van de arbeidersklasse die een taalachterstand hebben ten aanzien van boerzwakinderen de duvel aan te doen. Of zoiets.

We schreven dus over een sosialistiese revolusie. En of die proletariese revolusie passiefisties zou zijn, dat hing helemaal af van de kapitalistiese klasse.

Als we vooralsnog niet konden winnen, dan konden we ze wel alvast wat jennen met een sosialistiese spelling.

De Olympische Spelen, waar zwarte sportlui met gebogen hoofd en een gebalde vuist in een zwarte handschoen op het podium stonden, dat was een sportieve activiteit die we wel apprecieerden. Maar om elke vorm van recuperatie uit te sluiten, weerden we iedere vorm van sport uit ons leven. Het was een mooi excuus om lui te zijn.

W. had het niksdoen tot een ware kunstvorm verheven. 'As ich in de bossen meh mien meid lig te poepe, dan blief ich gewoen stil liggen. Allien as er een vlieg op mien kont gut zitte, gui ich es ne kier op en neer.’

T. had opbeurende informatie: een keer neuken stond gelijk aan zeven kilometer joggen. We wisten dus hoe we op een aangename wijze in conditie konden blijven.

N. kwam een keer veel te laat thuis. Zijn moeder was in alle staten: 'Bo hedde geh den hielen tied gezete, menneke?' Waarop N.: ‘Ich ben noa Eindhove gewest mer ich hem mien bus gemist dus toen hem ich gelift en ich hem 21 km moete loepe.'

Eenentwintig kilometer ... drie keer, de uitslover.

24. Don't Bogart that joint, my friend - Inhoud

Vanaf de jaren 60 ontstaat een jongerencultuur zoals de wereld nooit eerder had gezien. De economische, sociale en technologische ontwikkelingen legden de grondslagen.

De zwarte slaven legden de muzikale grondslagen voor de rock en popmuziek. Gospels, blues en jazz legden het muzikale ei dat door Elvis, Chuck Berry, The Beatles, The Rolling Stones en zoveel anderen werd uitgebroed.

We ontwikkelden ook ons eigen taaltje. 'Niet te filmen', stond voor een bijzondere ervaring, zo bijzonder dat ze niet te omschrijven is. En een joint bogarten betekende zo hard aan een joint trekken dat je een vuurkegel doorgaf aan je buur wat not done was. De uitdrukking verwees naar de acteur Bogart die heel heftig aan zijn sigaretten trok. Alsof zijn leven ervan afhing. Wat eigenlijk het geval was want hij stierf aan longkanker.

25. Soms wel - Inhoud

Ik ben zestien jaar. Ik ben na zes jaren internaat op het Koninklijk Atheneum Leopoldsburg eindelijk een vrije vogel want ik word daar buitengegooid. Die affaire met Denise werd gevolgd door andere conflicten. Een leerkracht gooit een krijtje naar me en ik gooi mijn boekentas terug. Van die dingen.

In het eerste semester van 1971 verhuis ik naar het koninklijk atheneum van Overpelt. Geen internaat meer voor mij! Verzet heeft geloond!

Het geluk lacht me toe want na enkele weken vrij ik met het mooiste meisje van de klas. Van de school. Mijn leeftijdsgenoten zijn jaloers en vragen me het hemd van het lijf over haar lijf. Ik blijf op de vlakte.

Vanwege allerlei redenen maar toch vooral vanwege het feit dat ik daar niet veel meer over weet dan wat iedereen kan bewonderen. Want ze heeft één handicap. Haar vader. Een socialist maar wat zijn dochter betreft, ho maar, dan staat gemeenschap plots niet meer in zijn woordenboek.

Ik zie M. bijna uitsluitend op school en ik haat nu vakanties want dan zie ik haar helemaal niet. Na een vakantie waar maar geen eind aan komt, vraag ik haar: 'Waarom heb ik niks van je gehoord? Ik mag niet naar jou bellen maar jij kon toch wel naar ons bellen?'

Beschroomd zegt ze: 'Ik heb gebeld en ik kreeg je vader aan de lijn. Ik vroeg: 'Is Rob soms thuis?' 'Soms wel', zei hij.

En toen legde hij de telefoon op de haak.

26. J.C. Superstar - Inhoud

Ik kan me niet meer herinneren waarom maar ergens na Black Sabbath, Led Zeppelin, The Velvet Underground en andere stevige rock koop ik de 'rockopera' Jesus Christ Superstar.

Een onbegrijpelijke stommiteit dat ik dit flauw afkooksel van rock aanschaf. Ik moet zuinig omspringen met mijn zakgeld. Elke frank besteed ik aan platen. Ik baseer me volledig op de muziekrecensies van Humo. Na een tijdje weet ik welke recensenten de subgenres die mij bevallen deskundig beoordelen. Ik moet me uitsluitend op die recensies baseren want er is geen enkele mogelijkheid om een album eerst eens te beluisteren tenzij ik wacht tot een lp is aangeschaft in de Tuf Tuf maar dan loop ik vele maanden achter op de laatste ontwikkelingen.

Dat de aanschaf van Jesus Christ een vergissing is, wordt pijnlijk bewezen door mijn moeder die het een geweldig album vindt. Als ik dezelfde muziek beluister als mijn moeder dan zit ik op het verkeerde pad en ben ik verloren voor het hippiedom.

Zij blijft de lp jarenlang draaien. En daardoor ken ik, tegen wil en dank, elke verdomde noot van elk verdomd nummer dat Maria Magdalena & co. kwelen.

Bijna een halve eeuw later, op 24 maart 2021, nemen we afscheid van mijn moeder in de kerk van Hamont. Een nummer van J.C. Superstar mag niet ontbreken op het muzikale lijstje van dat afscheid.

Het is net alsof het geen halve eeuw maar slechts een dag geleden is dat ik dat nummer voor het laatst heb gehoord. Elke noot en elk woord staat nog steeds in mijn geheugen gegrift. Twee weken later zit die oorwurm nog steeds in mijn kop te drammen.

‘Try not to get worried, try not to turn on to Problems that upsetyou, oh Don'tyou know Everything's alright, yes, everything's fine And we want you to sleep well tonight Let the world turn without you tonight If we try, we'll get by, so forget all about us tonight.’

27. Geboortelijst - Inhoud

In het voorlaatste jaar van het middelbaar onderwijs is een klasgenootje zwanger. Een gebeurtenis die voor heel wat opschudding zorgt.

We besluiten met de hele klas geld bijeen te leggen om een cadeautje voor die kleine te kopen. Een jonge moeder kan wel wat steun gebruiken. We vragen de aanstaande mama wat ze graag zou hebben.

'De driedubbele lp van Woodstock.'

We knikken instemmend, fantastische keuze.

Ik wou dat ik zwanger was.

28. Magical Mystery Tour - Inhoud

Zomer 1973, ik heb eindelijk het middelbaar onderwijs achter de rug. Zes lange, saaie jaren met eindeloze uren in de klas. Veel heb ik er niet geleerd. Al mijn relevante kennis heb ik uit de boeken die ik las, van mijn neef Wem, mijn klasgenoten en mijn vrienden van de Tuf Tuf.

Ik had me al een hele tijd voorgenomen om tijdens de zomervakantie op mijn eentje liftend Europa te verkennen. Ik heb 8.000 frank gespaard (200 euro), daarmee moet dat wel lukken, denk ik.

Ik heb een rugzak, een groen geval uit de legerstock, zo onpraktisch dat het dezer dagen nog niet in aanmerking zou komen voor een wandeling van vijf kilometer. Ik heb een slaapzak die zo omvangrijk is dat ik die boven op mijn rugzak moet binden. Ik zal ervaren dat dat een voordeel heeft: als het regent, slorpt die rugzak al het water op en blijven de spullen in mijn rugzak droog.

In die rugzak: drie onderbroeken, twee jeans, een paar T-shirts en een groen legerjasje van de legerstock. Dat is alles dat ik meeneem. Ik heb geen kaart van Europa en dat er reisgidsen bestaan, besef ik niet eens.

Het plan is om de eerste dag van de vakantie te vertrekken. Ik heb drie maanden vooraleer de unief begint. Dat moet genoeg zijn om Europa te verkennen.

Mijn moeder maakt zich zorgen. Mijn vader wuift die zorgen weg. 'Ach,Yvonne, over een week is zijn geld op en is hij terug.'

Mijn vrienden zeggen dat ik gek ben om alleen te vertrekken. 'Ge weet toch wat er vorig jaar met R. is gebeurd?'

Het verhaal van R.

R. wou naar India liften. Ergens aan de Adriatische kust leert hij een Duitser kennen. De eerste mens waar hij sinds zijn vertrek meer dan een oppervlakkig contact mee heeft. Ze komen langs een strand en besluiten daar te gaan zwemmen. Er zit veel volk en die Duitser zegt: 'Ga jij maar eerst zwemmen, dan let ik op onze spullen.' Goed plan, denkt R.

Als R. terug op het strand komt, zoekt hij zich de pleuris. Waar zaten we nou? Die Duitser blijkt vertrokken te zijn. Met alle spullen.

Daar sta je dan, ergens aan de Adriatische Zee. In een veel te grote zwembroek.

'Ik had veel goesting om terug de zee in te gaan en richting Afrika te zwemmen om me zo te verzuipen.'

Nee, alleen op reis gaan, dat is volgens mijn vrienden geen goed plan.

Maar ik vertrek op de eerste dag van de zomervakantie van 1973. Naar het zuiden want aangezien ik met 8.000 frank heel Europa wil zien, zal ik buiten moeten slapen. Ik eet vooral stokbrood met tomaten en zout. Dat kost dus echt niks. Liften kost ook niks en levert me een enkele keer een spannend avontuur op.

Enkele honderden kilometers voorbij Parijs krijg ik een lift van een knappe vrouw die rond de veertig is. Ze zegt dat ik stink en dat ik dringend een bad nodig heb. Dat zou best kunnen want ik ben dan al een dag of tien onderweg en ik heb me nog geen enkele keer gewassen. Met geopende autovensters rijden we naar haar huis.

Ze woont in een kast van een villa. Haar man is op zakenreis. Vier dagen later vertrek ik daar heel proper en helemaal aan het eind van mijn Latijn. Ik heb op die vier dagen meer Frans geleerd dan gedurende zes jaren secundair onderwijs. En ook mijn kennis van het vrouwelijk lichaam is aanzienlijk verbeterd.

Met gebroken hart vertrek ik. Maar ik moet, haar man komt terug van zijn zakenreis. En ik heb foto's van die gast op het dressoir gezien. Zijn nek is breder dan mijn borstkast. Als die me daar aantreft, vertel ik het niet meer na.

Ergens in het zuiden van Frankrijk sta ik twee dagen bij een oprit van een autostrade te liften. Ik ben daar afgezet, er is helemaal niks in de buurt. Ik heb geen kaart bij en heb dus geen idee waar ik zit. Maar ik wil naar Spanje en de snelweg gaat die richting op, dus ik blijf daar maar staan om zo snel mogelijk in Spanje te geraken.

Op het einde van de tweede dag worden er twee meisjes afgezet die ook richting Spanje reizen. Eindelijk gezelschap en ze hebben een fles water bij. Ik heb al twee dagen niks gedronken en er staat geen enkele boom die schaduw biedt terwijl het bloedheet is. Nog geen half uur later stopt er een vrachtwagen. Die twee meiden mogen mee. Ik mag die fles water houden.

Van Spanje herinner ik me nog maar een ding, een ijskoude nacht buiten de stadsmuren van Avila. Nooit in mijn leven heb ik het zo koud gehad. Die nacht beklaag ik me dat ik aan dit avontuur ben begonnen.

Daarna via Italië waar ik Genua en Venetië bezoek, vervolgens zo snel mogelijk door Oostenrijk en Duitsland naar mijn eindbestemming, Amsterdam. Die stad is dan, samen met San Franscisco, de belangrijkste stad van de planeet voor jongeren.

Ik verblijf tijdens mijn summeroflove in een sleep-in. Een gigantische ondergrondse garage waar vele honderden stapelbedden staan. Voor een halve gulden (15 eurocent) kan je er overnachten. Als betalingsbewijs krijg je een kaartje dat een dag geldig is met daarop achtereenvolgens 'pief', 'poef' en 'paf'. En dan weer 'pief'.

Voor dat kaartje kan je je rugzak in bewaring geven, wat echt nodig is want alles wat niet vastzit, wordt gestolen. Ik eet er voor de eerste keer muesli. Een grote pot kost omgerekend 5 eurocent.

Ik leer een meisje kennen dat thuis is weggelopen. We plannen om samen van Amsterdam naar Denemarken te gaan. In Kopenhagen moet er een vrijstad zijn en ik beslis om mijn studies voor onbepaalde tijd uit te stellen.

Maar na enkele dagen krijgt mijn vriendinnetje heimwee en besluit ze terug naar Amersfoort te gaan. 'Mijn vader gaat me helemaal kapotslaan', zegt ze. Ik besluit om maar niet met haar mee te gaan. Als die gek zijn eigen dochter al doodslaat, ziet het er voor een stinkende hippie zeer somber uit.

Ik hang rond in het Vondelpark, een permanente festivalweide van de hippies. Een andere belangrijke plek is de Melkweg. Maar daar kom ik maar een enkele keer. Kan me niet herinneren waarom, allicht vanwege beperkte financiële mogelijkheden want ik ben dan al bijna twee maanden onderweg met mijn 8.000 frank.

De Dam is elke dag ingepalmd door de hippies die er jointjes roken, op een trommeltje wat herrie maken of die proberen zo filosofisch mogelijk voor zich uit te staren. Daar rondom staan de reguliere toeristen de hippies te begapen alsof ze in de zoo zijn.

Eigenlijk is het een zeer belachelijke bedoening. Zowel wat die hippies betreft, die daar zitten om bekeken te worden en die doen alsof ze daarmee slachtoffer zijn van kleinburgerlijke onverdraagzaamheid, als wat die toeristen betreft, die blijkbaar niet beseffen dat Amsterdam wel wat meer te bieden heeft dan een stel idioten dat geen fatsoenlijke noot muziek kan spelen.

In de buurt van de Dam kan je met een vrolijk beschilderd Volkswagenbusje, de Magie Bus, via Istanboel en Kabul naar Kathmandu. De hele regio was toen nog een vreedzaam en verdraagzaam gebied. De interventies van de VS zouden daar een einde aan maken.

Voor een tijdje is het leuk in de hoofdstad der hippies. Maar ik zie al snel de donkere kantjes. Compleet verloederde types, zwaar verslaafden, veel jonge mensen die bedelen en elk schaamtegevoel verloren zijn. Ik besef dat dit niet het nieuwe Utopia is en dat het allicht toch beter is om naar huis en de unief te gaan.

Mijn jeansbroeken die intussen twee maanden straatleven hebben meegemaakt, zien er daardoor heel authentiek uit en ze ruiken navenant. Elke dag komen er nieuwe ladingen yankees aan die hier een paar dagen de hippie komen uithangen.

Ik kan mijn jeans aan die gekke Amerikanen verkopen voor belachelijk veel geld zodat ik na twee maanden rondreizen met meer geld thuiskom dan ik vertrokken ben.

1973, magie was in the air, helaas een luchtbespiegeling.

29. Pol & Soc - Inhoud

Oktober 1973 begint de jonge Robert aan zijn kortstondige universitaire carrière aan de VUB, richting Pol & Soc, politieke en sociale wetenschappen.

De eerste les van professor Flam, filosofie, begint met zijn vraag om recht te staan en een minuut stilte in acht te nemen voor president Allende die een maand eerder, op 11 september, vermoord is tijdens de staatsgreep door Pinochet. Een staatsgreep die volledig geregisseerd is door de VS.

Die zijn daarmee niet aan hun proefstuk toe. De VS organiseerden het eerder in Indonesië (meer dan een miljoen echte en vermeende leden van de Indonesische communistische partij worden, vaak gruwelijk, vermoord), Iran (waar een democratisch verkozen president het in zijn kop haalt dat de olie moet dienen voor het welzijn van het Iraanse volk. De sjah wordt geïnstalleerd en daarmee leggen de VS de voedingsbodem voor Khomeini en zijn versie van de fundamentalistische islam), de Filipijnen waar president Marcos geassisteerd wordt door zeven Amerikaanse 'adviseurs' die in de wandelgangen de Rolexboys worden genoemd omdat ze van Marcos een gouden Rolex kregen voor bewezen diensten. Marcos organiseert een staatsgreep. Zijn belangrijkste politieke gevangene, Joma Sison, zal in de jaren 80 nog bij mij logeren. Maar dat verhaal is voor later.

In zowat alle Latijns-Amerikaanse landen wordt een extreemrechtse militaire dictatuur geïnstalleerd in hechte samenwerking met de VS. Tegenstanders worden gemarteld, vanuit een helikopter in zee gegooid. Hun kinderen worden geadopteerd door de gezinnen van beulen die kinderloos blijven.

Ook Amerikaanse burgers, onder wie verschillende religieuzen, worden met medeweten van de Amerikaanse overheid vermoord. In El Salvador zal ook een Belgische dokter met PVDA-roots, Michaël De Witte, sneuvelen.

Professor Flam is zelf het slachtoffer geweest van het naziregime. Hij overleefde Buchenwald, slavenarbeid in een zoutmijn en een dodenmars als de nazi's met hun gevangenen vluchten voor het Rode Leger dat Flam bevrijdt.

Hij weet dus waarover hij spreekt als hij een gedreven speech afsteekt over het Chileense fascisme dat kan zegevieren door de Amerikaanse steun.

Dit is de context waarin ik aan mijn eerste 'kandidatuur' begin. De jongens en meisjes van AMADA militeren elke dag in de universiteit en ik ben mentaal helemaal klaar voor hun maoïstische boodschap. Ik studeer nog wel, echter niet Pol & Soc maar de marxistische klassiekers van Marx, Engels, Lenin en de filosofische traktaten van Mao.

AMADA is dan nog een heel jonge beweging, ook letterlijk. De gemiddelde leeftijd van de leden ligt dan ongetwijfeld een flink stuk onder de 25 jaar. De kennis van het marxisme is rudimentair. Men volgt de Chinese lijn die zwaar vooringenomen en sloganesk is.

Maar op één punt hebben ze in elk geval gelijk, indien je als linkse studentenbeweging de ambitie hebt om een nieuwe partij van de arbeidersklasse te worden, dan zit er maar een ding op, naar de fabrieken gaan. Ik besluit dat ik dat ook zal doen. Ik leg nog wel examens af.

Bij professor Flam leg ik uit wat ik van plan ben. 'Ik ben het volstrekt met u oneens, mijnheer Van Vlierden, maar ik geef u voor de goede intenties die ik belangrijker vind dan mijn opinie toch een grote onderscheiding. De opvattingen van AMADA vertonen immense gaten maar ik hoop dat u er enkele van kan vullen.' (Na het examen schreef ik de reactie van Flam direct in zijn boek Wording en ontbinding van de filosofie.)

Filosofie is het enige vak waarvoor ik geslaagd ben, met grote onderscheiding. Maar die gaten vullen, dat kan ik niet. Anderen zullen dat gelukkig wel kunnen, ook al neemt dat bijna veertig jaar in beslag.

30. Droog

Elke woensdagnamiddag komen enkele vriendinnen van mijn moeder thuis voor een uitgebreide koffieklets. Het betreft ongehuwde dames die geen vlieg kwaad zouden doen maar mijn vader 'wordt hoorndol van die vrouwenpraat' dus hij ontvlucht dan steeds het huis.

Hij heeft een koersfiets gekocht en hoort tot de eerste generatie wielertoeristen die zich de ziel uit hun lijf rijden (eenmaal doen ze met hun Hamontclub in een ruk vierhonderd kilometer). Als de dames hun koffieklets houden, gaat mijn vader trainen.

Op een keer komt mijn vader thuis als de koffieklets nog niet gedaan is. Hij trekt zich terug in de badkamer die uitkomt op de keuken waar mijn moeder en haar ongehuwde, zeer zedige vriendinnen zitten.

Mijn vader komt uit de badkamer, slechts gekleed in een krap bad- handdoekje en vraagt: 'Zeg Yvonne, waar ligt mijn onderbroek?' Mijn moeder reageert verbaasd: 'Die heb ik toch klaargelegd in de badkamer? Kijk eens wat beter rond.'

En dan valt dat handdoekje af en gillen drie dames heel Hamont bijeen.

Blijkt dat mijn vader zijn onderbroek al aan heeft.

31. Zweten in Portugal - Inhoud

Vooraleer ik van de universiteit naar een of andere fabriek ga in het kader van mijn proletariese herbronning, wil ik eerst tijdens de zomer van 1974 naar Portugal want daar is in april de Anjerrevolutie uitgebroken. Het fascistisch regime dat in Angola en Mozambique hardhandig het kolonialisme in de praktijk bracht, is niet meer. Daar wil ik bij zijn!

Ik doe eerst een maand vakantiewerk zodat ik een vakantiebudget heb en koop een Interrailkaart waarmee ik met de trein heel Europa kan verkennen.

Tijdens die maand vakantiewerk in het Sint-Rafaëlziekenhuis in Leuven word ik verliefd op een lieve verpleegster. Tijdens een middagpauze eten we buiten een broodje. We zitten op de stenen trappen van een of ander historisch gebouw. Ik zit te piekeren over de kwestie met welke mooie praatjes ik haar kan verleiden. Maar zij verlost me uit mijn lijden. Ze zegt: 'Als we hier nog lang op die koude stenen blijven zitten, dan plas ik vannacht in jouw bed.'

In het Hamontse gemeenschapshuis in de Schapenstraat beleven we mooie nachten. Het is een wonder dat de patiënten onze zorgen overleven want we zijn gesloopt vanwege onze nachtelijke activiteiten.

Ik zie er na mijn maand vakantiewerk vreselijk tegenop om te vertrekken. Maar de revolutionaire plicht roept. De Portugese Revolutie kan niet op me wachten vanwege een kleinburgerlijke verliefdheid.

Dus op naar Portugal waar ik het allemaal live kan meemaken. Het is eens iets anders dan de discussies over de Commune van Parijs. Ik herinner me echter bitter weinig van de concrete belevenissen in Portugal. Ik spreek geen woord Portugees en ik kom daar niemand tegen die Engels spreekt waardoor ik een geïsoleerde buitenstaander blijf.

Ik vermoed dat Portugal tijdens het fascistisch bewind een geïsoleerde staat is gebleven en dat laat zich nog even voelen. Buiten Lissabon word ik met mijn lange haren heel wantrouwig bekeken. Ik voel er me helemaal niet thuis. Van Lissabon zelf herinner ik me gigantische muurschilderingen in sociaalrealistische stijl maar persoonlijke contacten zijn er niet.

Ergens tussen Lissabon en Porto heb ik de op een na (*) meest angstaanjagende ervaring van mijn leven. Ik besluit op een nacht op het strand te overnachten.

's Avonds ga ik via de trappen van een loodrechte hoge dijk naar het strand. Om geen last te hebben van mogelijke andere bezoekers loop ik nog enkele honderden meters verder en kruip in mijn slaapzak tegen de dijk.

Uren later word ik wakker van het water dat op me spat. Het is nog maar amper licht en ik zie dat ik op een klein stukje strand zit dat nog niet door de zee is ingepalmd. De golven beuken rondom tegen de dijk. De trap is honderden meters verder en ik heb geen idee hoe diep het water is. Als ik probeer bij de trap te geraken maar mijn grip op de grond verlies en door die golven tegen de dijk wordt gesmakt, heb ik geen schijn van kans.

Ik besluit te wachten en beleef zeer angstige momenten. Maar ik heb geluk. De zee heeft haar hoogste peil bereikt en trekt zich langzaam terug. Verkrampt van de schrik verlaat ik het strand. Ik zal niet meer vergeten dat Portugal 'aan den Atlantische' ligt en niet aan de Middellandse Zee die amper bougeert.

Met de trein op weg naar Portugal deelde ik de coupé met twee gigantisch lange Zweedse meisjes en een Portugese gastarbeider. Die werkt in Duitsland en keert voor het eerst sinds vele jaren terug naar zijn moederland. Hij komt uit een rode familie en veel familieleden zijn verdwenen tijdens de dictatoer.

Hij is helemaal euforisch dat hij na al die jaren zijn familie kan terugzien en dat de Anjerrevolutie een einde heeft gemaakt aan al die jaren van angst.

De Zweedse meisjes vertellen dat ze zowat alle Europese landen hebben bezocht. Portugal is hun laatste bestemming, daarna keren ze terug naar huis.

De Portugees heeft een grote hoeveelheid wijn bij. Aanvankelijk nippen de twee meisjes en ik voorzichtig maar de Portugees giet het naar binnen alsof het water is. Als een fles leeg is, slingert hij die door het openstaande venster naar buiten. Recyclage is in die dagen nog niet aan de orde.

De Portugees wordt alsmaar zatter. 'Lebe die Anjellevoloetion. Lebe die Preiheit. Prost!’ Wij geraken ook in de olie, de fase van het voorzichtig nippen ligt achter ons.

We naderen Lissabon. Een van de Zweedse meisjes heeft een reisdagboek bij en ze vraagt om ons adres in haar dagboek te noteren. Dat heeft ze bij alle contacten tijdens deze reis gedaan. Het plan is om de volgende jaren een aantal van die contacten op te zoeken.

Ik noteer mijn adres en geef het reisdagboek aan onze Portugese vriend. Die doet er even over vooraleer hij er in slaagt zijn adres op te schrijven. En dan gooit hij het dagboek, zoals die flessen, uit het venster. Macht der gewoonte allicht.

De Zweedse is hysterisch. Eerst wil ze aan de noodrem trekken. Vervolgens wil ze de Portugees afmaken.

Twee meter woeste Zweed tegenhouden, niet gemakkelijk.

32. Les Parisiennes - Inhoud

Na de ontgoochelende passage in Portugal reis ik met de trein naar zuidelijk Spanje waar ik uiteindelijk in Almeria beland. Daar mag ik gratis in een jeugdherberg logeren als ik help bij de afwas en tijdens de voormiddag wat klusjes doe.

Er verblijven drie Franse jongeren, twee meisjes - Lydie en Nadia - een tweeling, en een jongen wiens naam ik ben vergeten. Want met die jongen is het contact iets minder intensief dan met de tweeling. Eigenlijk is Lydie mijn liefje maar de tweeling is onafscheidelijk en zo komt van het een soms het ander.

Na twee weken moet ik er vluchten. Dat zit zo:

Er hangt een foto van Franco en die heb ik in een vuilbak gemieterd. Een personeelslid heeft dat gezien en is woedend. Hij vertrekt om de Guardia Civil te verwittigen.

De verantwoordelijke van de jeugdherberg zegt dat ik onmiddellijk moet vertrekken. 'Stap op de trein, de eerste die vertrekt, want als de Guardia Civil je te pakken krijgt, ga je wat meemaken. Franco is hun God. Wat je gedaan hebt, accepteren ze niet van een Spanjaard maar nog veel minder van een vreemdeling. In het beste geval krijg je een flink pak rammel. In het slechtste geval slaan ze je dood of half lam.' Ik maak dat ik weg kom. Veel traantjes bij de tweeling die ik mijn adres bezorg.

De daaropvolgende maanden correspondeer ik met Lydie en een hele tijd later beloven ze om liftend naar Hamont te komen voor een weekend.

Mijn moeder is in de wolken als ik zeg dat mijn vriendinnetje dat in Parijs woont met haar zus op bezoek zal komen. Ze denkt allicht dat ze rechtstreeks van de Champs Élysées komen. Twee echte Parisiennes! Hoe chique is dat?

Wat mijn moeder niet weet, is dat het twee losgeslagen weeskinderen zijn. Ze wonen in Parijs in een kraakpand. Waar ze van leven zal voor mij een mysterie blijven. Vooral van de liefde, vermoed ik. En van winkeldiefstallen.

We verwachten de tweeling op een zaterdagavond tegen het avondeten. Mijn moeder heeft haar best gedaan. Het beste servies voor een driesterrenmenu.

Ze arriveren pas tegen middernacht want het liften is wat tegengevallen. En ze zien er werkelijk haveloos uit. Allebei hebben ze een gigantische krullenbol die eruitziet alsof er een kat in gejongd heeft. Ze hebben allebei een trui aan waarvan de mouwen minstens dertig centimeter te lang zijn. Ze zijn voortdurend in de weer om die mouwen op te stropen. Als je erop begint te letten, word je er bloednerveus van.

Anno 2021 is een jeansbroek met gaten en scheuren heel hip. Maar veertig jaar geleden, zou zelfs een hippie over de jeans die zij dragen gezegd hebben: 'Wa is da?'

Zo komen ze dus binnen. Hun make-up is vermoedelijk aangebracht door een indiaan die gespecialiseerd is in oorlogskleuren. Een valies hebben ze niet bij. Alleen een fles wijn waar nog een bodempje inzit. Ze zijn behoorlijk teut. Ze vragen of mijn moeder een slokje wil. Mijn moeder is compleet verbijsterd. Ze stottert: 'Robert, die twee kunnen hier niet blijven slapen.'

Het is jammer van het lekkere eten maar we vertrekken met zijn drietjes naar De Kwiet ( de opvolger van de Tuf Tuf, daarover later meer) en slapen daar op de grond. Dat is niet erg in het gezelschap van een tweeling. Helemaal uit Parijs, mama!

Naschrift

Ik krijg een mailtje van mijn broer nadat hij dit verhaaltje las: 'Die Parisiennes hebben ooit eens op een nacht rond 4 uur aan de deur gestaan. Jij was er niet, waarschijnlijk was je ergens bezig met de revolutie of zo. Dat meisje vroeg aan onze pa, om 4 uur 's nachts: 'We hebben jullie toch niet wakker gemaakt?'

Waarop mijn pa, heel droog: 'Nee hoor, wij zaten juist aan ons dessert.'

33. Proletariese twijfels - Inhoud

Na de zomer van 1974 ga ik op zoek naar werk om deel te worden van de Belgiese arbeidersklasse die alleen wacht op een kommunistiese partij. Geen valse zoals die pro-Russiesise, revisionistiese maar een echte. En dan zal het snel revolusie zijn.

Maar in een fabriek binnengeraken, dat valt tegen. Ik sta blijkbaar al op de zwarte lijst van Amadezen en die komen in geen enkel bedrijf nog binnen. De steenkoolmijnen, Ford Genk ... overal vang ik bot.

Even terzijde een andere anekdote. Een tiental jaren geleden kom ik tijdens een boswandeling een echtpaar tegen. Als ik ze begroet, zegt de man: 'Ben jij niet van de PVDA?' Ik bevestig en hij zegt: 'Tof, dat is mijn partij.'

Zijn vrouw zegt: 'Vertel hem dat verhaal maar eens toen je ging solliciteren bij Ford Genk.'

Nou, dat wil hij wel vertellen: 'Ik wou zelf graag in de koolput gaan werken maar dat mocht niet van haar.'

Knikje richting echtgenote.

'Ga maar naar Ford Genk. Die betalen ook goed en dat is veiliger en gezonder', zei zij.

Knikje richting echtgenote.

'Dus ik dik tegen mijn goesting naar Ford Genk. Ik deed daar mijn best om zo gedemotiveerd als maar mogelijk is, over te komen. Maar dat hielp niet. Ze hadden daar zo dringend werkvolk nodig dat ik de dag nadien al mocht beginnen. Ik dacht: "Godverdomme, hoe geraak ik daar nog onderuit?" Toen ik vertrok zei ik tegen die gast: "Zeg, ik ben bij AMADA en wij vergaderen elke namiddag om 4 uur. Kunt ge me in de vaste voormiddagpost zetten zodat ik op tijd op die vergaderingen kan zijn?" Ik kreeg meteen te horen dat ik niet meer hoefde te komen. En toen moest ik dat nog tegen haar gaan uitleggen.' Knikje richting echtgenote.

Terug naar 1974 waar Rob naarstig op zoek is naar werk. Uiteindelijk vind ik dat in een klein bedrijfje. Een pottenbakkerij waar Rob geen potten zal breken wat de ontwikkeling van een revolutionaire beweging betreft.

Er werken twee Turkse arbeiders. Zeer sympathieke mensen. Nog te zachtaardig om een vlieg dood te slaan, laat staan dat ze de kapitalistische klasse zouden bestrijden. Al na enkele dagen besef ik dat ik hier op een dood spoor zit.

Wat te doen? In de boeken van Lenin vind ik geen antwoord.

AMADA is nog maar een heel kleine beweging. De dichtstbijzijnde afdeling zit in Heusden-Zolder waar een aantal mijnwerkers een 'cel' hebben. Het zijn vooral voormalige studenten die wel bij de koolput zijn binnengeraakt en die zich intussen goed geïntegreerd hebben.

Sommigen van hen zullen zich in de jaren 80 ontpoppen tot de leiders van het verzet tegen de mijnsluitingen. Dat weet ik uiteraard nog niet maar wat ik wel besef is dat ik maar een kneusje ben in vergelijking met deze kleppers. Zowel intellectueel als wat karakter betreft, voel ik direct dat ik in vergelijking met hen nog heel zwaar tekortschiet. Dat bezorgt me een zeer ongemakkelijk gevoel want ik weet niet of ik in staat ben om ooit hun niveau te bereiken. En wil ik dat wel echt?

Ik weet het allemaal niet maar wat ik wel weet is dat ik daar in Heusden-Zolder niet op mijn plaats ben vermits ik niet in de koolmijn werk, 35 kilometer verder woon en aanvoel dat mijn kameraden in een andere divisie spelen qua kunnen en willen.

Het wordt een van de somberste periodes van mijn volwassen bestaan en dat volwassen bestaan is nog maar pas begonnen. Ik weet echt niet van welk hout pijlen maken.

34. Quid - Inhoud

De Tuf Tuf zorgt voor steeds meer onrust in Hamont. Wat gebeurt er allemaal in dat stationsgebouw waar langharig tuig alsmaar meer jongens en meisjes in zijn ongewassen klauwen krijgt?

'Onze Chirojongens en -meisjes gaan er binnen in hun mooi uniform en ze komen er buiten in kleren die ge nog niet aan Spullenhulp zoudt durven meegeven.

'En die geur! Patchoeli is dat, zeggen ze. Ge krijgt die geur niet meer uit uw gordijnen als ze vijf minuten in uwgoei kamer zitten, madame/

'En die jongens waar ons meiskes mee afkomen! Ge kunt de kleur van hun ogen niet zien van al dat haar dat er voor hunne kop hangt. Gaat met zulke mannen naar den oorlog!'

'En die vriendinnen van ons jongens! Dat zit in uw keuken in een jeansbroek met de benen wijd open en een sigaret in die mond en daar komt geen enkel fatsoenlijk woord uit! Astrant zijn ze. Ze hebben nergens respect voor. "En dat is allemaal de schuld van dien voele Tuf Tuf'.'

We zijn wel voor basisdemocratie maar ge moet daarin ook niet overdrijven. Want het gemeentebestuur heeft ongetwijfeld een heel breed democratisch draagvlak in Hamont om komaf te maken met 'dien voele Tuf Tuf.

Wat er achter de schermen van de lokale politieke macht precies gebeurt, krijgen wij natuurlijk niet te horen maar het resultaat is wel dat de Tuf Tuf moet verdwijnen.

We organiseren een betoging voor het huis van burgemeester Rijcken. Om ervoor te zorgen dat ze ons verstaan en de nog heersende katholieke cultuur indachtig, scanderen we: 'Barabbas of Rijcken? Barabbas!'

Maar ons langharig verzet haalt niks uit. De Tuf Tuf is uitgetuft.

Helaas voor het gemeentebestuur kennen ze dan Toon Kees nog niet. Ik schrijf zijn naam hier voluit want een beetje hulde aan Toon is echt wel het minste dat ik kan doen voor deze schat van een gast die veel te jong is overleden.

Toon is boekhouder en een man met een Missie. Dat wil zeggen, mensen een handje helpen als het nodig is. En dat doet hij op alle mogelijke manieren zonder ooit een tegenprestatie te vragen.

Een heel concreet voorbeeld. De tweeling van Parijs laat me op een bepaald moment weten dat overkomst naar Parijs heel dringend gewenst is. Ik kan me niet meer herinneren waarom maar het is iets van toute suite en maintenant en heute godverdjuu. En ik ken ze, die twee gekke Parisiennes malen nergens om. Dus als zij zeggen dat het echt nodig is, dan is het echt nodig.

Ik zit totaal in de rats want ik heb geen rotte frank en liftend is het niet in te schatten hoelang het zal duren. (Voor die twee meiden wel, die zijn liftend sneller van Parijs in Hamont dan dat je dat ooit met een TGV zou kunnen doen. Want voor die twee schoonheden stopt elke man, dienstvaardig als een man is. Als het schoonheden betreft.)

Dus ik vraag Toon, want die heeft een auto. We vertrekken meteen. En er is geen sprake van dat ik een frank betaal voor de benzine want ik zet me in voor AMADA en 'ik denk er niet aan dat ik een Amadees ene frank uit zijn zakken ga halen want ik werk bij de belastingen dus als iemand weet of jullie gelijk hebben, dan ben ik het wel.' Dus Toon rijdt me even op en neer naar Parijs.

Die Toon dus, denkt als de Tuf Tuf gesloten wordt: 'Gijllie nie mannen.' Toon huurt meteen, vlak tegenover de kerk, een huis. Hij richt een vzw op, vzw Doornroosje. Die vzw gaat het huis besturen en dat huis wordt... een nieuwe jeugdclub.

De Tuf Tuf lag een eind van het centrum. Nu zitten we niet meer aan de rand van het hol van de leeuw maar er midden in. Als Conner erbij was geweest, wat gelukkig niet het geval was, stond op de grote vitrine van dat huis 'The bitch is back'.

Bij de opening van de tent wordt als start een algemene vergadering belegd. Toon, die als twee druppels water op de jonge Marx lijkt, inclusief een knalzwarte baard, leidt de vergadering in. 'Gasten, we zijn hier en we blijven hier. Dit café is van jullie. Het is niet de bedoeling dat we winst maken. Maar we moeten wel genoeg geld binnenkrijgen voor de huur, voor de aankoop van platen zodat er goeie muziek is ...'

Geroep: 'Die laatste van Pink Floyd.'
'Zot! Zo een kutgroep.'
'De vierde van Led Zeppelin!'
'Dat kattengejank toch
nie!
It’s only rock and rol!
van The Rolling Stones!'
'Die ouw zakken!'

Toon klopt op zijn tafeltje, 'Kom jongens, waar was ik gebleven?' Uit de zaal: 'Dat we geld nodig hebben voor de huur en voor Ip's als het maar niet van Bob Dylan is.' Toon steekt zijn twee armen in de lucht, de rust keert weer en Toon vervolgt:

'En geld voor de activiteiten als jullie niet genoeg hebben aan eikaars gezelschap. Dus ... ' even stilte om te laten doordringen dat nu het echte nieuws komt, Toon rommelt even in zijn papieren, hij heeft onze aandacht, wat gaat er nu komen? Toon kijkt even rond, zoekt hij iemand? Hij lijkt wel Mozes die van de berg is afgedaald en zijn stenen tafelen met de tien geboden niet meer kan vinden.

Het is nu stil en Toon vervolgt:

Tk zei dus, dus ... we hebben vrijwilligers nodig om te tappen en om muziek te draaien en om te drinken. Ik stel voor dat we, behalve voor het drinken, een beurtrol opstellen.'

Uit de zaal: 'Elly wil anders ook een beurt.' Gelach. Elly: 'Tom, menneke, wacht maar eens tot straks.'

Toon neemt weer onverstoorbaar over: 'Maar eerst moet er een bestuur worden verkozen en dat moet elke maand een beurtol opstellen en minstens een keer per maand mij als boekhouder controleren om te zien dat ik geen geld in mijn zakken steek.'

Protest uit de zaal: 'Maar dat doet gij niet Toon, ge betaalt nu al de huur uit eigen zak.'

Toon: 'Dit café is van jullie, dus dat wil zeggen dat ge er verantwoordelijk voor zijt en dat ge alles controleert. En er moet een bestuur zijn om te verzinnen wat er moet gebeuren als we de huur niet kunnen betalen want dat ga ik niet blijven doen of wat dacht ge? Dat ik Sinterklaas ben?'

Uit de zaal: 'Ge ziet er anders wel uit als we jonge Sinterklaas, Toon.'

Toon, alweer onverstoorbaar: 'En dan moeten we nog een knoop doorhakken, welke naam geven we aan dit huis?'

Na een brainstorm die niet veel oplevert (Stuf Stuf is even een mogelijke kanshebber maar we beslissen dat dat vragen is om politierazzia's), dus na die brainstorm zegt Toon: 'Wat denken jullie van Quid. Dat is Latijn voor "wat" zoals in "wat ist jong?'"

Enthousiasme! Iets beters kan niemand verzinnen. We besluiten Quid op zijn Hamonts te schrijven. Op de voorgevel komt in kunstige letters: De Kwiet.

Het Vlaams woordenboek, betekenis kwiet-, idioot, halve gare, onbeduidend persoon. Zie ook: bietekwiet.

Kwiet is het enige Vlaamse woord dat geschikt is om het Engelstalige scheldwoord punk te vertalen. Geen enkel ander Nederlandstalig

woord komt in de buurt. Vandaar dat punk allicht nooit een Nederlandstalig alternatief kreeg. Toon, die geweldige Toon, had onmogelijk een betere naam kunnen verzinnen.

Het is (als ik me goed herinner) 1974 en er waart een spook door Hamont. Al hebben de inwoners dat nog niet meteen door. Maar dat zal niet lang duren.

Nog even en dan verlangen ze naar de goeie ouwe tijd. De tijd met die brave hippies. Die hadden wel lang haar maar dat was al bij al toch nog fatsoenlijk vergeleken met wat er nu rondloopt in Hamont.

Want nu we er even bij stilstaan, Christus, die had toch ook lang haar? Dus wat is daar eigenlijk mis mee? Met lang haar? Jezus had in elk geval geen paarse hanenkam! En hij werd wel gekruisigd maar hij stak zichzelf geen veiligheidsspeld in de oren zoals die zotten van De Kwiet.

Maar ik loop vooruit op de historische en hysterische feiten. In 1974, 1975 is alles peis en vree. Aan de ene kant ligt de kerk en daar recht tegenover ligt De Kwiet. In de kerk hoor je de klokken, in De Kwiet Tubular bells van Mike Oldfield, ook schone muziek. Na de vieringen op zondag, in de kerk en in De Kwiet, is het stil. De stilte voor de storm.

Epiloog

Toon had voor de opening een foto van Marx in een gouden lijst opgehangen. Een gastje dat bij de algemene vergadering naast me zit, vraagt fluisterend: 'Zeg, is dat Toon zijne pa?'

35. Toon Kees - Inhoud

Nog even een klein huldebetoon aan Toon Kees die voor de Tuf Tuf en vooral voor De Kwiet een onmisbare rol speelde. Hij speelde ook een grote rol in het gemeenschapshuis in de Schapenstraat, Leuven. Een generatie studenten uit Hamont woonde daar tijdens hun studies. Sommigen bleven er nog wat langer hangen.

Het huis in de Schapenstraat was ook de zoete inval voor elke jonge Hamontenaar die een nachtje in Leuven doorbracht. Toon, die bij Financiën in Brussel werkte, was er de onverstoorbare rots in de branding.

Maar Toon was vooral voor iedereen die het geluk had hem te kennen een goede vriend.

Als ze voor een film over Marx ooit een lookalike nodig zouden hebben gehad, was Toon de perfecte persoon geweest. En dat niet alleen wat uiterlijk betreft, maar ook inzake opvattingen.

Toon was niet het type van de militant die anderen gaat bekeren. Dat lag hem helemaal niet en hij was ook zo verstandig om dat te beseffen en zichzelf niet te forceren in een rol die hem niet lag. Toon militeerde nooit bij AM ADA maar bleef een fellow traveller, niet omdat hij bang was om zich te outen, zeker niet, maar wel omdat dat de rol was die hem lag.

En toen twintig jaar later sommigen, die hem destijds als opportunist hadden weggezet, al lang hun kar hadden gedraaid en als beleggingsdeskundige intussen de miljoenen bijeenrijfden, bleef Toon Toon. Onverstoorbaar genietend van zijn koffie en de roltabak, bereid om met elke mens een compromis te sluiten, maar nooit of te nimmer met het systeem.

Toon dronk immense hoeveelheden koffie. Ik denk dat er ergens in de wereld een grote koffieplantage was, enkel voor Toon. Met daarnaast een al even omvangrijke tabaksplantage. Want als hij geen koffiekop aan zijn lippen had, dan wel een zelf gerold sigaretje.

Toon stond er om bekend dat hij op de meest onmogelijke plekken in slaap kon vallen en dan niet meer wakker te krijgen was. Op een keer, op terugweg van Brussel naar Leuven met de trein, valt Toon in slaap. Als hij vele uren later wakker wordt, staat de trein in een depot. Blijkt dat die trein via Leuven naar Luik is gereden en vervolgens naar Gent waar de wagons, met Toon, gestationeerd werden.

Na mijn studententijd zie ik Toon alleen nog op het 1 meifeest van de PVDA. Elk jaar ziet hij er wat meer afgetakeld uit. De koffie en nicotine slopen zijn lijf. Toon overlijdt in 2004. Hij is dan nog maar 53 jaar.

Ik heb me nooit afgevraagd of ik iets kon terug doen voor al die keren dat Toon voor mij klaarstond. Elke daad die Toon stelde, leek zo vanzelfsprekend. Hij zorgde ervoor dat je geen moment een schuldgevoel had. Hij was een meester in het geven. Hij was er zo een meester in dat hij heel weinig terugkreeg, vrees ik. Hij was zo een meester dat hij geen nood had aan krijgen, hoop ik.

Rust in vrede, lieve vriend. Moge de jongeren die door de Tuf Tuf en De Kwiet bevrijd zijn van de verstikkende gedachte 'wat denken ze van me?' vrijer en daarom verdraagzamer in het leven staan.

Naschrift

Een mailtje van Judith:

Op een bepaald moment is Toon uit de Schapenstraat verhuisd.

Toon, die er wat zuiders uitzag met zijn dikke zwarte haardos en dito snor, reed in een ferme auto, een Saab, en werd om de haverklap gecontroleerd door de politie.

'Een Turk in zo een dure degelijke auto?', dat kon toch niet???

En als Toon dan heel rustig zijn paspoort en rijbewijs toonde, dan snapte de politie het helemaal niet meer.

'Een Turk die Toon Kees heet, wie denk je dat je voor de gek kan houden????'

Toon is dan maar verhuisd naar een volkswijk in Brussel, daar viel hij niet op tussen de bewoners van de wijk.

36. Black sabbatical (een hoofdstuk zonder muziek, meisjes en moppen. U bent verwittigd, donkere en zware kost) - Inhoud

1975 is een donker jaar voor mij. Ik kan maar niet beslissen wat ik met de rest van mijn leven wil doen. Ik lees veel marxistische werken. Ik geraak er zo meer en meer van overtuigd dat binnen een kapitalistische context geen duurzame, humane alternatieven mogelijk zijn.

Kapitalistische concurrentie leidt onverbiddelijk tot monopolievorming en dus tot de concentratie van macht en geld in handen van een steeds kleinere groep. De middenklasse van kleine ondernemingen en zelfstandigen komt steeds meer onder controle van de monopolies. Zij worden steeds meer werknemers met een zelfstandig statuut. En om de sociale zekerheid onderuit te halen, krijgen ook steeds meer werknemers een onzeker, zelfstandig statuut.

De kloof tussen de concentratie van kapitaal enerzijds en de globale koopkracht van de werknemers anderzijds wordt alsmaar groter. Dat heeft tot gevolg dat het aanbod van producten en diensten sneller stijgt dan de koopkracht van de bevolking en dat betekent dus steeds terugkerende crisissen van overproductie en veel onzekerheid en zorgen voor de werknemers, zelfstandigen en kleine bedrijven.

De hoogst ontwikkelde kapitalistische landen voeren een imperialistische politiek waarbij hun bedrijven elders op zoek gaan naar goedkope arbeidskrachten, grondstoffen en afzetmarkten om zo hun concurrentiepositie op de wereldmarkt te versterken. Dat resulteert in de periferie in de vernietiging van lokale economische systemen die afgestemd zijn op de binnenlandse noden van de landen die onderworpen worden aan imperialistische uitbuiting en dus tot meer armoede in die landen. De goedkope arbeidskrachten in deze onderontwikkeld gehouden landen (ze krijgen immers een eenzijdige, importafhankelijke economie opgelegd) zet meteen ook druk op de lonen en de verworven rechten in de hoogst ontwikkelde landen. De verschuiving van lager geschoolde arbeid in de maakindustrie naar de lageloonlanden verhoogt de werkloosheid in de imperialistische machtscentra.

Omdat er een ongelijkmatige ontwikkeling is van de kapitalistische landen, zullen er steeds opnieuw andere landen opstaan om verouderde imperialistische landen en hun bedrijven hun machtspositie te ontnemen. Jongere, meer dynamische kapitalistische landen zullen een herverdeling van de wereldkoek eisen en dat zal leiden tot handels- en militaire oorlogen.

De sociale realisaties binnen een kapitalistisch systeem kunnen tijdelijk, voor een beperkte groep, vooruitgang brengen. Maar ze zijn tegelijkertijd systeembevestigend want ze zorgen ervoor dat het systeem niet crasht en dat dus voor velen het onrecht en de uitsluiting blijven duren.

Bovendien zijn die sociale verworvenheden een kwestie van krachtsverhoudingen. Door een economische crisis van overproductie of als de arbeidersklasse om andere redenen in het defensief geraakt, kunnen die sociale rechten snel afgebouwd worden.

Naarmate mijn inzichten verdiepen, botsen die steeds meer met de opvattingen van AMADA, in die periode nog totaal op de lijn van China. En mijn vader doet er een kritisch schepje bovenop.

AMADA stelt op dat moment dat de Sovjet-Unie het grootste gevaar is voor de wereldvrede. De Sovjet-Unie is een 'sociaal fascistisch' en 'staatskapitalistisch' gevaar.

‘Gijlliezijtzozotas un deur', vindt mijn pa. Mijn ouders gaan wel eens op vakantie in Oost-Europa. Mijn vader, een zware diabeticus, krijgt af en toe een 'hypo'. Dat overkomt hem ook in, als ik me goed herinner, Tsjecho-Slowakije.

Hij wordt er met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht, grondig onderzocht, moet er een dag of twee blijven en vindt het daar zeker even goed als in eender welk hospitaal in België. En als hij ontslagen wordt en naar de rekening vraagt, zijn ze verbaasd. Een rekening? Voor wat? Voor je gezondheid? Daar zetten we bij ons geen prijs op mijnheer.

'Sociaal fascistisch? Denken die van AMADA dat ge in Hitlers Duitsland zo geholpen werd als je een blijvende handicap had?'

De visie van mijn pa is dat ginder, aan de andere kant van de Muur, ze liegen over het Westen. Elke staking, elke onrust bij ons, is daar hoofdnieuws en wordt uitvergroot zodat het lijkt alsof we in West-Europa elk moment in opstand kunnen komen.

En omgekeerd, aan onze kant, stelt men het voor alsof iedereen ginder in angst leeft en zich beroofd voelt van zijn vrijheid en dat ze daar geen kant op kunnen. Ook dat is zwaar overdreven. Ze liegen aan de twee kanten.

Wat is dan de werkelijke situatie? Wij hebben meer luxe. Zij hebben meer rust. Wij rennen achter ons gat aan. Ginder verloopt alles rustiger. Wij hebben met al ons consumptie ook veel meer stress. Zij zien onze luxe en dat steekt ze ginder de ogen uit. Zij zien onze nadelen niet want stress is onzichtbaar. Ze zien niet de voordelen die zij hebben want die voordelen zijn onzichtbaar. Geen zorgen dat je je werk kan kwijtgeraken, dat je de rekeningen niet kan betalen, dat je niet zoveel hebt als je buren ... dat is allemaal een onzichtbare luxe. Iets zoals uw gezondheid. Pas als je het kwijt bent, besef je wat het waard is.

Later reizen ze ook in de Sovjet-Unie. Mijn vader heeft zeker kritiek op het systeem. Het probleem is dat de staat alle problemen wil oplossen en geen vertrouwen heeft in het oordeel van de mensen. Goede principes worden verkeerd toegepast waardoor mensen niks zelf kunnen beslissen en dat werkt niet.

Een paar voorbeelden: mijn ouders nemen het vliegtuig van Kiev naar Sint-Petersburg. Naast hen zit een vrouw die met een paar tassen prei naar Sint-Petersburg vliegt om die prei daar op de zwarte markt te gaan verkopen.

Wat is er mis? Openbaar vervoer, ook het vliegtuig, kost zo goed als niks. Dus levert die reis de vrouw nog geld op. Maar de overheid legt op die vliegtuigreis geld toe. De staat subsidieert dus het transport van een paar bussels prei.

Ander voorbeeld: brood kost zo goed als niks want brood is basisvoedsel en dat is een fundamenteel recht dat goedkoop moet zijn. Voor varkensvoer vraagt men een veel hogere prijs want varkens hebben niet dezelfde rechten. Dus wat doen de boerderijen? Die kopen brood voor menselijke consumptie om de varkens bij te voeren.

Gevolg: de planeconomie die per honderd inwoners een x-aantal broden voorziet, geraakt in de knoei want er zijn dubbel zoveel broden nodig die onder de echte kostprijs verkocht worden. Ze gaan dus minderwaardig brood maken en dan is niemand nog content en gaat iedereen voor zijn brood naar de zwarte markt. Intussen blijft het varkensvoer liggen terwijl de planning toch uitging van wat het aantal varkens normaal zou moeten eten.

Hoe kan men dat soort stommiteiten voorkomen? Verhoog de lonen en vraag de reële kostprijs van goederen en diensten zodat de mensen dat kunnen betalen maar er wel voordeel bij hebben om zuinig om te springen met de aangeboden diensten. Dan valt het individueel belang samen met het collectief belang. Want dan zullen de mensen economisch verstandige beslissingen gaan nemen.

'Nee, ik ga niet met de vlieger naar Sint-Petersburg om wat prei te verkopen want dat brengt me minder op dan dat het ticket kost.' ' Ja, ik ga het licht uitdoen als ik het huis verlaat want dat knopje omdraaien levert me een besparing op.' 'Nee, ik ga de vensters niet open laten staan en de verwarming op volle toeren laten draaien als ik niet thuis ben want niet de staat maar ik moet dan de rekening betalen.'

Volgens mijn vader ging aan dat soort toestanden de Sovjeteconomie ten onder maar dat hadden ze binnen hun systeem kunnen oplossen door de burgers meer verantwoordelijkheid te geven en ze de gevolgen van hun keuzes te laten dragen. Dan zouden individuele en collectieve belangen in harmonie zijn.

En dat de Sovjet-Unie plannen zou hebben om een nieuwe oorlog te beginnen, vindt mijn vader helemaal belachelijk. Ze zijn daar nog niet bekomen van de Tweede Wereldoorlog die ginder zoveel erger was dan bij ons. Bij zowat eender welke belangrijke veldslag ginder zijn evenveel doden gevallen als de VS te betreuren hadden in zowat de volledige oorlog, met Duitsland en Japan!

Beseffen wij wel wat dat betekent? Er is ginder geen enkele familie zonder oorlogsslachtoffers. Een oorlog beginnen? Dat krijgen die mannen die ginder de macht hebben nooit verkocht aan hun bevolking, is de stellige overtuiging van mijn vader.

Tegenover vriend en vijand blijf ik de opvattingen van AMADA verdedigen maar ik twijfel steeds meer. En ik weet niet wat ik nu verder wil doen met mijn leven.

De eerste beslissing waar ik niet onderuit kan omdat ik niet meer studeer: doe ik mijn legerdienst of kies ik voor burgerdienst? Mijn zwarte sabbatical wordt nog zwarter vanwege dit dilemma.

37. Schaken - Inhoud

November 1975. Het begin van mijn militaire dienstplicht bij het Belgisch leger.

Dit is de aller-, allerstomste beslissing die ik ooit nam. Dat besef ik als ik vijf minuten in het opleidingscentrum in Turnhout ben. En nu ik er zoveel jaren later op terugkijk, blijft het een van de weinige stommiteiten die ik nog steeds betreur.

Ik had kunnen kiezen voor het statuut van dienstweigeraar. Maar mijn linkse vrienden vinden het beter om naar het hol van de reactionaire leeuw te trekken. Want daar zitten de zonen van de arbeidersklasse. En die moeten georganiseerd worden in een soldatenvakbond om hun democratische rechten te verdedigen. En dat gaat niet lukken als wij als dienstweigeraar aan de zijlijn gaan staan. We moeten het lot van de arbeiders delen. In voorspoed en tegenspoed, tot de dood ons scheidt.

Die linkse vrienden zitten intussen wel met een fles wereldwinkelwijn en een boekske van Lenin lekker warm in een vettig studentenkot.

Dat ik daar zit is, voor alle duidelijkheid, niet de schuld van AMADA. Dat is te gemakkelijk. Ik had zelf kunnen weten dat ik totaal niet pas in zo een autoritaire hiërarchie. Zes jaar internaat hebben me extreem allergisch gemaakt voor dat soort toestanden.

Een minimale dosis zelfkennis had volstaan om te weten dat ik totaal ongeschikt ben voor het leger. AMADA heeft me niet gestuurd. Ik was zo zelfingenomen na een paar scholierenbetogingen dat ik dacht dat dit een klusje naar mijn revolutionaire hand zou zijn.

In de decennia die volgen lees ik tal van coming of age-verhalen waar voormalige maoïsten alle schuld voor hun keuzes leggen bij de ‘sektaristische beweging' die hen tot van alles en nog wat dwong.

Sorry, flauwekul, vooral als je intussen vindt dat niet de sociale structuren maar de individuele wil en responsabilisering het belangrijkste zijn, trek dat dan eens even door naar je eigen rol en verantwoordelijkheid tijdens die kortstondige periode dat 'een invloedrijke beweging een bezoeking bracht aan ons land', zoals de Noorse schrijver Dag Solstad in zijn boek Leraar Pedersens verslag van een invloedrijke politieke beweging die een bezoeking bracht aan ons land de Noorse maoïstische beweging beschrijft.

Ze waren er zelf bij en ze waren vaak de hardste roepers. Stapje eruit? Prima, heel begrijpelijk. Maar zet jezelf niet in een slachtofferrol alsof je geen keuze had.

Ik voel me eenzaam, mijn ongewassen lange lokken zijn afgeschoren en het lijkt wel of daarmee mijn ideologische kracht is weggeknipt. Zou dat Bijbels verhaal over Samson wiens kracht verdween toen zijn haren werden geknipt toch waar zijn?

Mijn conditie is absoluut waardeloos. Een dagelijks pakje Samson- of Drumroltabak en al dat passief verzet hebben me totaal ongeschikt gemaakt voor de minste fysieke inspanning. In Turnhout wacht me een maand dril, rennen, marcheren en lessen over de betekenis van sterren en strepen.

Ik besef dus meteen dat ik me heel ernstig vergist heb. Ik kan in die legersfeer gewoon niet functioneren. Rekruten rekruteren voor een soldatenvakbond? Ik kan amper ademen. Ik verval in een vegetatieve toestand zodra we vrijaf hebben. Ik wil niemand van iets overtuigen. Ik wil maar een ding, weg, naar mijn lief. Zal die me nog graag zien zonder mijn pijpenkrullen die ze zo sexy vond?

Het aantal liefdesbrieven dat ik naar haar gedurende die tien maanden schrijf is omvangrijker dan het verzameld werk van Lenin. En geloof me, die gast heeft niet stilgezeten.

We worden ingedeeld in groepjes van een vijftiental miliciens. Een bullebak presenteert zichzelf als de sergeant die ons een maand lang naar willekeur kan kloten. Hij brult: 'Kan iemand van jullie schaken?' 'Ikke, sergeant!', roept een onnozele Hans.

'Dan moogt gij de hele maand mijn kamer poetsen.'

Eerste les: hou je te alle tijde gedeisd. De vijand zit overal.

38. Kadaver! Discipline! - Inhoud

In verslagen over de gruwelijkheden in de concentratiekampen lees je over de urenlange appels waarbij de gevangenen eindeloos lang in rijen staan te wachten, om geteld te worden, gecontroleerd, vernederd, mishandeld. In de brandende zon of in ijskoude regen, gekleed in lompen die geen enkele bescherming bieden.

Ik denk daaraan als we in de winter van 1975 om 7 uur 's ochtends staan te bibberen in rijen van vijf. De schoenen moeten blinken. Dat is, om redenen die nooit worden toegelicht, van levensbelang. Hebben de Russen schrik van blinkende schoenen?

En verder moeten we er allemaal op onberispelijke wijze hetzelfde uitzien.

Op een ochtend vriest het min tien. De sergeant is euforisch. Min tien, nog een beetje kouder en onze ballen vriezen eraf zoals in Stalingrad. Hoe heroïsch is dat! We staan daar te kleumen, wachtend op de inspectie en het teken dat we kunnen beginnen marcheren naar een kloteheide een end verderop.

Een ongelukkige lotgenoot heeft slechts één handschoen aan. De sergeant brult op tien centimeter van de jongen zijn gezicht: 'Trekt uw eigen af zoveel ge wilt maar niet in uw handschoen.'

We moeten allemaal één handschoen uittrekken en achterlaten.

De hele dag blijft de temperatuur onder nul. Voor de schietoefeningen moeten we eerst onze handen opwarmen want die zijn te verkleumd om beweging te krijgen in de trekker.

Het hele peloton vervloekt de arme milicien die een handschoen vergat. Niet de sergeant die beslist heeft dat we allemaal een handschoen moesten achterlaten.

Het stemt me pessimistisch. Wannes Van de Velde zong in Mistero Buffer. 'De slaven geven de slaven de schuld.' Het is makkelijker en verleidelijker om naar beneden te stampen, om een ander weerloos slachtoffer tot zondebok te maken voor alle onrecht. Ongetwijfeld heeft het te maken met het feit dat elke milicien als geïsoleerd individu toekomt. Voor de meeste jongens is het de eerste keer dat ze van huis zijn, zonder ouderlijke bescherming en geborgenheid. Ze zijn ontheemd en het leger verdeelt en heerst.

Hoe het ook zij, mijn revolutionaire goesting om iets te ondernemen, smelt als kleinburgerlijke sneeuw voor de zon. Die zon komt gelukkig nog op in het oosten maar ze geeft weinig warmte, die winter van 1975.

39. Naar het oostfront! - Inhoud

Na een maand Turnhout verhuis ik (in legertaal: muteer ik) naar een kazerne in Duitsland. Brakel. Jammer van die '1'. Dat had een 'n' moeten zijn, maar helaas, Brakel it is.

Brakel ligt heel dicht bij de Oost-Duitse grens. In ons gezicht: de rode bietenadem van de Russen. In onze rug: de door Palestijnse gerechten gekruide adem van de Baader-Meinhofgroep.

Die club, ze noemen zichzelf de Rote Armee Fraktion, zet dan heel West-Duitsland op stelten. Het is en blijft een zeer kleine organisatie maar ze slagen er wel in om hard toe te slaan.

Het enige wat ze daarmee bereiken is dat de Duitse overheid de vrijheden inperkt en dat een aantal linkse mensen, die met de aanslagen niks te maken hebben, een beroepsverbod krijgen.

Overal hangen er affiches met foto's van de kopstukken van Baader-Meinhof maar ze slagen er relatief lang in om onder de radar te blijven. Ze hebben ook een aanslag op een Amerikaanse legerbasis op hun kerfstok, dus de zenuwen zijn redelijk gespannen in de Belgische kazernes op Duits grondgebied.

Een van de eerste dagen in Brakel steek ik 's ochtends, op weg naar het kantoor waar ik werk, het exercitieplein over. Als ik halfweg ben, wordt de Belgische vlag omhooggehesen. Iedereen blijft als bevroren staan, hand tegen de kepie.

Ik, onnozelaar, doe een stupide dansje, armen in de zij, beentjes in de lucht. Als Anne Teresa De Keersmaeker het gezien had, had ik direct een jobaanbieding gehad.

Zodra de vlag gehesen is, komt iedereen in actie. Een paar militairen, met veel vaderlandsliefde en weinig gevoel voor de beeldende kunsten, werken me tegen de grond en geven me een stevig pak rammel. Met een bloedneus kan ik verder.

We zitten vlakbij de Oost-Duitse grens en we beschermen de vrije expressie.

40. Naar een westelijker front! - Inhoud

In Brakel heb ik een administratieve job in een smoezelig kantoortje. De twee belangrijkste taken die ik afwisselend moet doen: telexen rondbrengen en telefoonoproepen doorverbinden. Dat gebeurt nog letterlijk, als er een oproep binnenkomt, moet ik een kabel inpluggen in de nummer van de gevraagde dienst of officier. De andere job is om documenten die via telex toekomen te bezorgen aan de juiste dienst of verantwoordelijke.

Na enkele maanden, tijdens een nachtdienst, komt er een bericht binnen dat soldaat-milicien zoveel, Robert Van Vlierden, direct overgebracht moet worden naar kazerne De IJzer, Lüdenscheid. Het telexbericht heeft een code: direct te bezorgen aan de officier van wacht.

Die zit bij zijn gezin in het Belgische getto vlak bij de kazerne. Ik word er met een jeep naartoe gereden om het telexbericht af te geven. 'Die mutatie zal wel om politieke redenen zijn', bromt de man. 'Haal hem maar uit zijn bed en breng hem met een jeep naar Lüdenscheid.'

De verleiding is groot om te vragen of ik dan eerst in mijn bed moet gaan liggen zodat ik eruit gehaald kan worden maar ik vermoed dat het niet de moment is voor flauwe grappen. Het is niet de moment voor stommiteiten want ik ben heel blij. Lüdenscheid is veel dichter bij huis en dus kan ik dan vaker naar huis.

Op de kamer maak ik de andere miliciens wakker om afscheid te nemen. Ze zijn allemaal jaloers vanwege de kortere afstand naar huis. Ik adviseer ze om propaganda te maken voor AMADA als ze dit voorrecht ook willen verwerven.

In Lüdenscheid is er nog meer goed nieuws. De IJzer is blijkbaar de vergaarput voor meerdere subversieve elementen. Dus hier heb ik wat meer aanspraak 's avonds in de kantine.

En er is nog goed nieuws want ik moet hier nagenoeg niks meer doen. Geen deelname aan militaire oefeningen, geen wacht kloppen bij het munitiedepot, helemaal niks meer! Of ik het nu wil of niet, ik krijg passief verzet opgelegd. Ik krijg de boodschap dat ik tuinman zal worden. T., ook een overgeplaatste Amadees, is kaartjesknipper in de cinema. Als ik me goed herinner is er eenmaal per week een film.

De eerste ochtend moet ik me aanmelden bij de sergeant onder wiens hoede ik val. 'Van Vlierden, ge zijt hier officieel ingepland bij de tuindienst. Zoals ge ziet, er is hier geen tuin. Het is hier allemaal beton. Er zijn een paar rozenperken maar die verzorg ik zelf want anders gaan die ook naar de knoppen. Er is een beetje gazon maar die ligt er vanwege de droogte nu al dood bij. Zorg dat we u overdag gewoon niet zien. Loop eens met de kruiwagen door de kazerne en installeer u ergens waar ge niemand in de weg loopt.'

Er valt dus helemaal niks te doen maar ik heb wel een collega om dat samen mee te doen. Die collega is beroepsmilitair en die gast is echt behoorlijk de weg kwijt. Vandaar dat ie allicht deze job kreeg.

Het allereerste wat hij tegen me zegt, is: 'Ik ben zot van chocolade.' Tja, wat moetje daarop zeggen? Ik hou het maar op een: 'Ja, dat vind ik ook wel lekker. Vooral die van Côte d'Or met hazelnoten.'

Ik heb er niet om gevraagd maar hij legt meteen uit waarom hij zot is van chocolade: Tk krijg dikke puisten van chocolade en die uitpitsen, dat vind ik het lekkerste wat er is.'

Met die vreemde vogel breng ik dus de zomer van 1976 door, de heetste zomer van de eeuw. Ik pak 's morgens een kruiwagen, leg daar wat boeken in en mijn collega zijn chocolade. Daar leggen we een zeil over en een schop zodat het mooi blijft liggen. We lopen even rond in de kazerne en installeren ons achter een muur tot het break is en mijn collega extra chocolade kan inslaan. Chocolade die sneller smelt dan hij kan eten vanwege de aanhoudende tropische temperaturen.

Ik lees me suf die zomer met naast me een gast die wat in zijn neus peutert, van zijn chocolade geniet, zijn puisten onderzoekt en volstrekt gelukkig lijkt.

Heel af en toe moeten we een klusje doen. We zien dat 's morgens meteen aan het gezicht van onze sergeant. 'Mannen, slecht nieuws. Vandaag moet ge iets doen. Dat kanon moet met mazout opgeblonken worden want we krijgen bezoek. Ge hebt er twee dagen de tijd voor, dus dat moet wel lukken.'

De sergeant vertrouwt me later toe dat er heel regelmatig iemand langs komt om te vragen waarover ik praat en met wie ik contact heb. 'Maar ik zeg niks. Eigenlijk heb ik veel sympathie voor die mannen van Baader-Meinhof.'

Of hij dat zegt om me uit mijn tent te lokken of het echt meent, kan ik niet achterhalen. Ik vertel hem dat ik de RAF een stel criminele idioten vind die in de kaart spelen van extreemrechts.

'Allee gij, ik dacht dat ge meer haren op uw tanden had', is zijn reactie. We hebben het daarna nooit meer over politiek.

Ik heb in elk geval wel veel tijd om na te denken wat ik ga doen na mijn legerdienst.

Naschrift

Tino liet na lezing van dit verhaal op Facebook via mail weten dat hij na tien dagen in Altenrath overgeplaatst werd naar Lüdenscheid. Daar maakten ze van hem eerst kaartjesknipper voor de cinema. Hij verveelde zich daarmee kapot en vroeg een andere job. Hij werd toen barman in de kantine. Jammer dat we daar geen bordje hebben opgehangen: 'Café Den Bolsjewiek.'

41. Koerswijziging - Inhoud

De legerdienst resulteert in het einde van mijn lidmaatschap bij AMADA. De afstand die er tijdens die legermaanden is, geeft me de tijd om me te bezinnen wat ik verder met mijn leven wil doen.

Er zijn te veel inhoudelijke struikelblokken om mezelf nog te kunnen oppeppen voor het militante werk bij AMADA. Na de dood van Mao komt Deng aan de macht. Die is door AMADA de voorgaande jaren als een revisionist (dat zijn dus geengoei) weggezet. Maar nu hij in China eerherstel krijgt, is hij plots ook voor AMADA geen revisionist meer. Ik blijf dat, tegen beter weten in, toch nog een tijdje verdedigen. Maar dat gaat me alsmaar slechter af.

Als ik tegen Willem De Witte, een van de kopstukken van AMADA, zeg dat ik eruit stap, reageert hij heel begripvol, wat in die tijd bij AMADA niet vanzelfsprekend is. Als je eruit stapt, verraad je de werkende klassen.

Maar Willem ziet dat anders. Hij bedankt me voor de steun die ik gaf. Ik heb heel mijn platencollectie, meer dan honderd Ip's, verkocht en dat geld gedoneerd voor de opstart van een eigen drukkerij. Daar is Willem me erkentelijk voor.

Als er toen op een harde, afwijzende manier was gereageerd, had ik in de daaropvolgende jaren allicht veel negatiever tegenover mijn oude kameraden gestaan. Ik blijf tegenover de buitenwereld meestal heel loyaal de partijstandpunten verdedigen. Maar als ik een militant ontmoet, ga ik wel in debat. Voor de buitenwereld blijf ik vanwege die loyale houding nog steeds 'die Amadees' maar het interesseert me niet welk etiket men op me plakt.

De volgende decennia, tot begin 21ste eeuw heb ik een haat-liefdeverhouding met de opvolger van AMADA, de PVDA die in 1979 wordt opgericht. Veel respect voor de tomeloze inzet, voor initiatieven zoals Geneeskunde voor het Volk, de advocaten voor het volk, de solidariteit die ze organiseren met projecten in de derde wereld. Met de analyses van het kapitalisme en imperialisme ben ik het in grote lijnen eens maar wat de alternatieven betreft, is het allemaal minder overtuigend.

Ik hou nog wel contact met verschillende militanten. We gaan elk jaar naar het 1 meifeest in Brussel en het is altijd aangenaam om daar de militanten van het eerste uur terug te zien.

Ergens eind jaren 80, begin jaren 90, schrijf ik een artikel dat Solidair publiceert en dat komaf maakt met de stelling die AMADA zolang verdedigde, dat de Sovjet-Unie een staatskapitalistisch land is. Zo krijgt mijn pa alsnog gelijk van de PVDA.

Terug naar 1976. Ik weet dat ik niet in de wieg ben gelegd om als proletariër in een of andere fabriek de socialistische revolutie voor te bereiden. Met mijn middelbaar diploma heb ik bitter weinig opties voor een boeiende job. Intussen zijn de gouden jaren 60 voorbij. In plaats van goud zit de ijzeren lady, Thatcher, in de hardvochtige startblokken. De jongerenwerkloosheid explodeert. Ik zal over betere papieren moeten beschikken, wil ik een job vinden die boeiend genoeg is. Terug naar school dus.

De sociale school lijkt me de beste keuze: dat duurt maar drie jaar en met het diploma van maatschappelijk werk kan je heel veel zinvolle kanten op.

Ik zwaai bij het leger af in augustus 1976. Ik wil eigenlijk naar de sociale school van Heverlee want dat is de beste toegangspoort voor syndicaal werk waar ik het meeste belangstelling voor heb. Maar Heverlee werkt met toelatingsproeven en daarvoor ben ik te laat. En dus wordt het de sociale school in Diest.

42. De Belle-Vueboys - Inhoud

Als ik in Diest start aan het Hoger Rijksinstituut voor Maatschappelijk Dienstbetoon, ben ik driejaar ouder dan de studenten die rechtstreeks van het humaniora komen. En ik ervaar heel snel dat ik daarmee een bagage heb die me een grote voorsprong geeft.

Zo begint de eerste les filosofie met een vraag van de leraar: 'Het maatschappelijk-zijn, bepaalt het zijn. Weet iemand van jullie wat dat wil zeggen?' De leraar kijkt triomfantelijk rond. Dit is een trucje dat hij volgens mij al jaren toepast in de overtuiging dat er geen kip weet waar dat op slaat. Zodat elke student zou beseffen: van filosofie weten we nog niks maar die slimme mijnheer weet er alles van.

Het is doodstil in het klaslokaal, de leraar geniet, kijkt rond. Laat die stilte even duren zodat het goed doordringt in die domme kopjes dat ze helemaal niks weten. Hij herhaalt het nog eens: 'Het maatschappelijk-zijn bepaalt het zijn.'

Ik steek mijn hand op. Ik zie de leraar denken: 'Kijk eens aan, eentje gaat proberen te raden wat dat wil zeggen. Dat wordt lachen. Toegeeflijk glimlachend knikt hij me bemoedigend toe: 'Zegt u het maar.'

Ik begin aan een uiteenzetting waarin ik goochel met marxistische termen, onderbouw, bovenbouw, historisch materialisme, dat je de uitspraak niet op een deterministische wijze mag interpreteren.

Als ik na een paar minuten over de stellingen van Marx in zijn dispuut met Feuerbach begin, onderbreekt de leerkracht me: 'Excuseer me, ik zal het nu wel weer overnemen.' Hij ziet er wat bleekjes uit, vind ik.

Als hij me bij het einde van de les even aankijkt, lees ik in zijn blik: 'Wij gaan geen vrienden worden, betweterige spelbreker.'

We krijgen ook geschiedenis van hem. Leopold II maakte een einde aan de slavernij in Congo en dat soort onzin. Nee, vrienden worden we niet.

Hij zit in de jury tijdens de verdediging van mijn eindwerk. Eerlijk is hij wel, hij zegt nadien als hij me nog even komt 'feliciteren': 'Gij zijt een van de vervelendste studenten die ik in heel mijn carrière heb gehad. Ge zijt misschien slim maar met uw negatieve houding ga je geen successen behalen.' Dat vind ik een mooi compliment.

En bovendien is de stagebegeleider van vormingsinstelling Lenteleven ook aanwezig. Die man zegt dat ik bij hem meteen aan de slag kan.

Terwijl ik tijdens het humaniora met de hakken over de sloot door elk jaar spartel, haal ik nu met de vingers in de neus een onderscheiding. Wat allicht ook meespeelt, is de boodschap van mijn vader: 'Dit is uw laatste kans op ons kosten. Als ge een jaar niet slaagt, is het gedaan met studeren.'

We zitten gedurende die drie jaren met een vijftal studenten op kamers boven Café Belle-Vue. Rik, die er ook een mislukt jaartje unief heeft opzitten, is even gemotiveerd als ik want voor beiden is dit de laatste kans. En we beseffen beter hoe we het moeten aanpakken: na het avondeten enkele uren de behandelde lessen verwerken en pas daarna feesten.

De buitenwereld ziet ons alleen als we op stap gaan. We staan daardoor al snel bekend als 'De Belle-Vueboys' want we gaan steevast samen uit en die buitenwereld geeft ons vanwege die dagelijkse routine weinig kans op slagen. Als ik me goed herinner, gaan we zelfs tijdens de examens nog wel eens op stap.

Als ik in het weekend thuiskom, ben ik vaak helemaal kapot van vijf zware nachten. Ons ma heeft compassie met me: 'Onze Robert werkt veel te hard in Diest.' Mijn zus rolt met haar ogen, ik zwijg en speel stoïcijns de rol van martelaar.

Ondanks al die feestjes werkt onze aanpak, dagelijks de behandelde materie verwerken, uitstekend, we halen allemaal ons diploma.

Mijn advies voor jongeren die na het humaniora niet echt weten wat ze willen studeren: reis eerst wat rond, ga hier en daar wat werken, lees zoveel mogelijk en denk na over wat je wil doen met je leven. Enkele jaren later sta je dan veel sterker in je schoenen, ben je veel beter voorbereid op hogere studies dan een achttienjarige en is hoger onderwijs veel makkelijker.

In 1979, ik ben dan 24 jaar, studeer ik af als maatschappelijk werker en ik heb een job.

Naschrift

Tijdens mijn studies in Diest leren wij nog dat de welvaartsstaat voor iedereen zorgt van de wieg tot het graf. De armenbijstand op gemeentelijk niveau wordt nu georganiseerd door de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn. Want armoede is er nog nauwelijks. Het gaat nu alsmaar meer om welzijn.

Dat krijgen we als studenten te horen. Maar de politici luiden al een andere klok: 'Niet U maar de staat leeft boven zijn stand.'

Gedaan met de herverdelende rol door de staat. Laat alles over aan de privé, die doen dat veel beter dan die bureaucratische overheid.

Dat is de neoliberale theorie van Reagan, Thatcher en later ook van onze christendemocraten en socialisten. Dereguleren, liberaliseren, privatiseren worden de toverwoorden van elke regeringscoalitie.

Het resultaat van al die rechtse oplossingen? Terwijl we als samenleving elk jaar meer rijkdom produceren, knalt het aantal mensen met een leefloon omhoog. De armoede groeit. De voedselbanken moeten steeds meer pakketten bedelen. Ik ben intussen wel politiek dakloos

maar besef beter dan ooit dat Marx er boenk op zat: 'Een samenleving die rijker wordt en toch groeiende armoede kent, is verrot tot in haar kern.'

43. Kudde - Inhoud

'Wie is die man?', vraagt een meisje met een opvallend kort kapsel dat haar grote ogen nog accentueert aan de tapper van dienst. Ze wijst naar een foto van Marx die in een gouden lijst een beetje afkeurend de punkers in De Kwiet aanschouwt.

'Dat moet ge aan Rob vragen. Die smalle daar, met zijn brilletje.'

Twee weken later weet B. alles over Marx en maak ik als haar vrijer kennis met de familie. Een kroostrijk gezin, dertien kinderen en vader is overleden, niet veel ouder dan vijftig jaar.

Ik zeg tegen de moeder bij de kennismaking: 'Dertien kinderen, amai.' 'Ja, ja. Ik heb een grote kud', zegt moeder fier.

'Kudde, ma, kudde', zegt de oudste zoon.

Hoe sterk moet je zijn om als alleenstaande vrouw dertien kinderen op te voeden? Ze hebben een kleine boerderij, een vijftiental koeien. Maar ze slaagt in haar mission impossible. Het is een trotse, rijzige dame die kaarsrecht loopt alsof ze niet haar hele leven hard heeft gewerkt. 'Ik moest soms recht van de hooimijt naar het ziekenhuis om te bevallen.'

Zelfs in haar onverwoestbare bloemetjesschollek heeft ze adellijke allures. En ze is bijzonder fier op haar kroost en wat die bereikt hebben in het leven. Die kinderen doen het allemaal goed. Sommigen springen zelfs behoorlijk ver, met of zonder paard. Want paarden, daar draait het om voor bijna alle zonen.

A. die met een trekpaard een akker ploegt, zegt lyrisch: 'De kont van zo'n paard, ik kan daar uren naar kijken.' Moeder is heel katholiek, dus ik zeg maar niet naar welke kont ik het liefste kijk.

44. Heilig Hart - Inhoud

Wie er niet woonde, zou de boerderij misschien bestempelen als pittoresk. Maar het was een bouwvallig geval. Kromgetrokken deuren waar de katten onderdoor konden. De smalle keuken kwam via een klein kamertje, het bakhuis, uit op de stal waar een vijftiental koeien stonden. Als E., de vrolijkste van de bende de koeien ging melken, hoorde je hem roepen: 'Dames, doe de bh'tjes maar uit.'

In de keuken hingen Vaponastrips aan het plafond om de zwermen vliegen, vanwege die koeienstal, enigszins onder controle te houden. Als je aan tafel net onder zo een Vaponastrip zat, moest je opletten dat de dode vliegen niet in je soep donderden.

Voor het wc moest je over het erf naar een varkensstal waar een stukje was afgescheiden voor een kleine ruimte met een houten zitplank met een gat in. In de winter bleef je daar nooit lang zitten want dan vroren je de billen dicht. In de zomer bleef je er vanwege de vliegen ook niet langer dan echt nodig.

Op de keukenschouw stond een Mariabeeld. Tenminste, men zei dat het een Mariabeeld was. Het ding was onherkenbaar want het stond boven een mazoutkachel waarvan het deksel om de haverklap met een plof omhoogsprong.

Dan dreef er een roetwolk verbrande mazout in de keuken. De roetdeeltjes belanden op het beeld zodat van de kin een dikke laag roet schuin naar beneden liep, naar de, voor de borst in gebed gevouwen, handen. Niet dat ik die kon zien, maar ik vermoed dat onder het roet gevouwen handen schuilgingen.

Op de meisjeskamer boven stond een groot Heilig Hartbeeld. Dat had meer geluk, aan de uitgestrekte armen hingen de bh's van de zes boerendochters.

Naschrift

Nadat de zonen voor moeder een nieuw huis bouwden stond de boerderij leeg. Een punkgroepje met Lode, Frankie ... vroeg of ze het pand als repetitieruimte mochten gebruiken. Dat was geen probleem. Het is een mirakel dat het huis niet instortte vanwege de pokkenherrie die de punkers produceerden. De pannen van het dak spelen, dat kan dus echt.

Heel lang heeft dat musiceren niet geduurd. Er hing al snel een papier van de gemeente op de deur dat het verboden was het huis te betreden vanwege bouwvallig.

45. De verloren zoon - Inhoud

Mijn aanstaande schoonmoeder vertelt: 'Pa moest maar naar me kijken en ik was al in verwachting.' Dat kwam goed uit want in de heersende katholieke leer betekende gezinsplanning dat je je maximaal moest vermenigvuldigen. Liefst zonder veel vuile manieren. En als er enkele maanden na de geboorte nog geen sprake was van een nieuwe zwangerschap, dan kwam mijnheer pastoor eens polsen waarom pa 'nog niet gekeken had'.

Pa bestuurde gezin en boerderij met strakke hand. De kerk legde de boeren regels op die niet te bespreken waren en pa legde de kinderen strikte regels op. De jongste lichting kinderen moest om 7 uur naar bed.

Op een mooie zomeravond zat er eentje tussen die voorzichtig protesteerde tegen het commando. 'Naar boven en bed in', daar maakte pa met één blik een einde aan.

Een uur later kwam een van de buren langs. Of iemand ons Lewieke had gezien? Die kleine moest al lang thuis zijn en in bed liggen.

Pa had Lewieke niet herkend als eentje van ander maaksel en de kleine mee naar boven gestuurd waar hij intussen al braaf lag te maffen.

46. Kweebek - Inhoud

Na de Tweede Wereldoorlog wijken vele Limburgse boerenfamilies uit naar Canada. De schrale Limburgse grond levert te weinig op terwijl de levenskosten stijgen en de kinderen langer naar school gaan en meer kosten. Canada lokt de boeren met aantrekkelijke voorstellen.

Eind jaren 70 gaat mijn schoonmoeder haar vroegere vrienden in Canada opzoeken. Die zijn intussen ruim twintig jaar geleden vertrokken en hebben ginder heel goed geboerd. 'Kom eens kijken', schrijven ze, 'ge gaat niet geloven wat ge hier ziet.' Dat wil mijn schoonmoeder wel zien.

Als ze terug thuis is, komen de boeren uit de buurt schoonmoeder uithoren. Ze heeft indrukwekkende verhalen: de koeien, tractoren, stallen, de gewassen ... het is allemaal veel groter dan bij ons in Limburg.

De buren komen telkens weer opnieuw terug om het reisverslag te aanhoren en telkens zijn de biesten nog wat groter, de vrichten op het veld omvangrijker en de stallen worden kathedralen.

Buurmans Fons knikt ijverig, slaat met open hand op de tafel en zegt vastberaden: ‘As wijllie een bus vol kriege, dan rije wijllie och noa Kweebek.'

47. Never mind - Inhoud

De flowerpowerjaren van de sixties begonnen in Hamont met enkele jaren vertraging. Dat had als voordeel dat ook het einde van het hip- pietijdperk bij ons enkele jaren later plaatsgreep.

Voor de geschiedschrijving was Woodstock, in 1969, het hoogtepunt. Honderdduizenden jongeren kwamen samen tijdens een festival dat totaal niet voorbereid was op zo een overrompeling. Er was een totaal gebrek aan alles. Alle wegen geraakten geblokkeerd. De noodtoestand werd afgekondigd. Maar ondanks de ronduit rampzalige omstandigheden verliep het hele festival in peis en vree. En in heel veel modder.

De vreugde over zoveel peace en love duurde echter niet lang. In datzelfde jaar, 1969, liep een concert van The Rolling Stones in Altamont compleet uit de hand omdat de security in handen was van een bende geflipte Hells Angels die als woestelingen tekeergingen.

Ik zag de film Woodstock pas in 1971. Mijn zus, Estella, vroeg me mee te gaan naar Cinema Rex in Overpelt voor 'ne muziekfilm'. Ik had over het hele gebeuren nog niets gehoord en ging totaal onvoorbereid met mijn zus naar die film.

Ik kwam als herboren uit die zaal. De film was een openbaring met als absoluut hoogtepunt Jimi Hendrix die, voor een al grotendeels verlaten festivalweide, het Amerikaanse volkslied op meesterlijke wijze aan flarden speelt.

De Amerikaanse hymne wordt door Jimi door de mangel gehaald en uit elkaar gereten. Je hoort gierende vliegtuigen die hun bommen droppen. De vader van Jimi Hendrix zei dat hij verbaasd was dat Jimi niet gearresteerd werd voor de wijze waarop hij de hymne muzikaal molde. Meesterlijk! Zoek het uit op YouTube en oordeel zelf.

Veel artiesten in Woodstock verklaren de oorlog aan de oorlog, meer bepaald de oorlog in Vietnam, op een podium dat vandaag nog niet goed genoeg zou zijn voor een buurtfeest met honderd mensen.

‘And its one, two, three,
who are we fightingfor?
Don't know
Don’tgivva damn
Next stop wil! be
Vietnam.'

De film maakte een verpletterende indruk op mij. Vanaf die dag wou ik niet meer naar de kapper en begon de strijd om het kapsel met mijn ouders. Ik dacht echt dat flowerpower kon zorgen voor een andere maatschappij zonder machtsmisbruik. De film Woodstock gaf mij de eerste aanzet naar politieke bewustwording. Van Altamont en het geweld wisten wij voorlopig gelukkig niks.

De split van The Beatles kwam bij mij hard aan. De 'dubbele witte', Sgt. Pepper's, AbbeyRoad waren albums die ik eindeloos draaide. John Lennon en Yoko Ono werden gezien als de oorzaak van de split. Maar John Lennon was wel de man die op politiek vlak zijn nek het verste uitstak en ik vond hem de harde en betere rocker terwijl Paul de softe popmuzikant was. 'Helter Skelter' versus 'Ob-la-di, ob-la-da'. Zo zag ik het tenminste.

De culturele breuk met het hippiegedoe kwam voor mij met de ontdekking van The Velvet Underground. Harde stadsmuziek en onderkoelde teksten van Lou Reed zonder enige romantische zweverigheid over het leven in de grootstad, over junkie- en andere ellende.

‘I am waiting for my man,
26 dollars in my hand.’

(Zelfs toen Lou Reed enkele jaren later over een 'Perfect day' zong, hoorde ik niet zozeer vreugde wegens een zalige dag maar weemoed omdat het voorbij is en nooit meer op dezelfde manier zal gebeuren. Ja, die Lou Reed kan het, maar je wordt er nooit vrolijk van.)

En toen sloeg de oliecrisis toe. Het feest was over. Het langharig werkschuw tuig werd nu onvrijwillig werkloos tuig.

'No more future', rauwe punkmuziek zat achter de coulissen. De tijden veranderden op een andere manier dan Dylan en wij allen wensten.

Wie goed luisterde, hoorde een metaalachtige lach. Maggie Thatcher, de kruideniersdochter die bedorven winkelwaren als nieuw, liberaal snoepgoed met succes zal verkopen, is zich aan het opwarmen.

48. En toen was er iets meer - Inhoud

Mare, bassist bij de punkgroep De Brassers en beter gekend als 'den Haas' (een afkorting van zijn familienaam) is de ideoloog van de punkers die Hamont en omstreken onveilig zullen maken. Haas is in het VK geweest waar de Sex Pistols, The Clash en zoveel andere punkbands furore maken.

Humo, dat in die dagen de muzikale bijbel is voor de meeste progressieve jongeren en muziekliefhebbers, doet de hele punkscene aanvankelijk af als onbelangrijke pokkenherrie waardoor het even duurt vooraleer er belangstelling is voor punk.

Tot den Haas enthousiast terugkomt uit Groot-Brittannië en dan gaat het snel. En vooral hard. Het uitgangspunt is datje veel beter zelf muziek kan maken, dan datje ernaar luistert. Als je twee akkoorden kan tokkelen, het mag een beetje vals klinken, dan ben je welkom in een van de vele groepjes die het licht zien. 'Het donker zien', is een meer gepaste uitdrukking. Want deze jongens en meisjes specialiseren zich in de cultus van de zwartgalligheid.

De pers zal later spreken van de Limburgse doemscene waarin, naast de bandjes uit Hamont, ook Siglo XX uit Genk een belangrijke muzikale rol zal spelen.

Overigens: Siglo XX vind ik de beste naam ever voor een groep. En dat geldt al helemaal voor een band die ontstaat tussen de Limburgse koolmijnen. Siglo XX verwijst naar de gelijknamige kopermijn in Bolivia. Hun songs zitten even diep in de put als die van Joy Division.

Wie geen geld heeft voor een muziekinstrument, kan zich bezighouden met een van de vele fanzines. Blaadjes die onregelmatig in eigen beheer worden gepubliceerd. Lang voor de antiglobalisten de slogan ‘Don'thate the media, be the media' verzinnen, maken de punks daar al werk van.

Een wist-je-datje, de Nederlandse schrijver Joost Zwagerman had, toen hij vijftien jaar was, ook een fanzine, oplage van alle nummers: één exemplaar. Het tijdschrift bestaat uit fotocollages, lp-besprekingen, handgeschreven rake observaties. Of wat denkt u van deze? 'Het wereldje van de brave burgers reageerde zeer geschrokken en verontwaardigd op de ordinaire en vulgaire, banale stroming in de muziek, kortom de burgerij reageerde precies hetzelfde als vijftien jaar geleden, toen The Beatles Engeland veroverden.' Zijn tijdschrift, Hitshot, is intussen gereproduceerd en te koop op een grotere oplage.

Ook de kledij wordt bij voorkeur hardhandig bewerkt vooraleer het gedragen kan worden. De gescheurde en van gaten voorziene jeans die vandaag modieus zijn, zijn een gerecupereerde erfenis van de punk.

Het bijzondere aan de hele punk was dat jongeren geen jongerencultuur meer consumeerden. Ze maakten die zelf.

De Brassers groeien uit tot een van de meest toonaangevende punk- groepjes. Ze scoren in Humo's Rock Rally. Ze maken een paar nummers die klassiekers worden.

'En toen was er niets meer' belandt elk jaar wat hoger in de overzichtlijstjes. Op die single staat nog een ander nummer, op de originele uitgave '???' getiteld, later bekend als 'Eruit'. Marc Didden vindt dit nummertje, het duurt maar 1 minuut 43 seconden, een van de beste Nederlandstalige rocknummers ooit. Ik vind dat het beste punknummer in eender welke taal ooit.

De legende zegt dat De Brassers bij de opname van 'En toen was er niets meer' in de studio te horen kregen dat er op de B-kant nog ruimte was voor een nummertje van een minuut. 'Eruit' zou toen ter plaatse bedacht en gespeeld zijn. Als het klopt, is er sprake van een geniale ingeving.

De Brassers hebben maar een handvol nummers die mij bekoren. Het is vooral de zanger 'Kleine Pouw' (zijn broer, Eric, Grote Pauw, is de drummer van de band) die indruk maakt als je naar een concert gaat van De Brassers.

Naast het podium is Kleine Pouw een normale verschijning maar, jongens, zet hem op een podium en hij ontketent alle duivels. Hij kijkt rond met een verwrongen gezicht alsof hij dat monster uit Alien ziet. Hij kronkelt spastisch, gaat tekeer als een bezetene. Het allerlaatste uur van de mensheid of toch in elk geval dat van de Pouw lijkt aangebroken.

Hij heeft de x-factor en krijgt in geen tijd het publiek in zijn ban dat gebiologeerd toekijkt en zich afvraagt hoelang hij zo tekeer kan gaan. De Brassers zien, is wat ze dezer dagen als een 'totale beleving' zouden bestempelen.

Hun grootste verdienste is allicht dat ze een hele reeks jongeren, sommigen met veel meer muzikaal talent, inspireren om ook creatief aan de slag te gaan. Onder meer Stijn Meuris die een leerling is van den Haas, die dan nog leerkracht is op het atheneum van Overpelt. Stijn Meuris wordt met Noordkaap, Monza en simpelweg Meuris het beste wat de rock in de Lage Landen te bieden heeft.

En dan is er nog Raf Simons, modeontwerper uit Neerpelt, die in de punkkledij inspiratie vindt voor zijn eerste collecties en intussen creatief directeur bij Prada is.

Van de andere toenmalige groepjes in Hamont, Suspects, Da Capo, Struggler, rest nu nog Struggler. In 2020 brachten ze hun laatste album uit, Wilma. Beluister op YouTube eens 'Shadow', een van de beste nummers van 2020.

Den Haas, de bassist van De Brassers, is ook betrokken bij de acties tegen de aanleg van de noord-zuidverbinding, een nieuwe snelweg die moet zorgen voor de economische ontsluiting van Noord-Limburg. In Neerpelt wordt een brug in aanbouw in brand gestoken en een aantal

actievoerders, waaronder Haas, mag het gaan uitleggen voor de rechtbank.

De rechter is een beetje verbijsterd als hij Haas in punkuitdossing ziet verschijnen.

'Bent gij leraar? Staat gij zo voor de klas?'

'Meestal ga ik liggen', is het gevatte antwoord.

No morefuture voor Haas in het onderwijs. De punkers hebben een martelaar.

49. Dit leven geeft geen hoop. Geeft dit leven ons hoop? - Inhoud

Zwarte, gescheurde kledij, zwarte make-up, veiligheidsspelden in de oren, buttons, heel veel buttons, op de jassen, piekharen en hanenkammen in alle kleuren van de regenboog die met allerlei producten in een kogelvrije vorm geforceerd worden ...

De brave Hamontenaren die net begonnen te wennen aan jongens met haren tot op de schouders zijn in schok door de invasie van deze aliens. Want eigenlijk, Jezus, die had toch ook lang haar, daar is als je er even over nadenkt niks mis mee.

Maar je vindt in geen enkele kerk een schilderij met een Bijbels tafereel waar de een of andere apostel op staat met paarse hanenkammen.

De heiligen worden op allerlei manieren gemarteld. Over Laurentius, de patroonheilige van de kerk van Hamont, vertelt men ons in het lager onderwijs dat hij levend wordt geroosterd boven een vuur. Die gast zegt op een bepaald moment: 'Draai me maar om want de onderkant is gaar.' Hoe heilig is die grapjas! Maar er is geen enkele heilige die een veiligheidsspeld door zijn oorlellen geramd krijgt.

Sint-Maarten sneed zijn jas door om de helft aan een arme sloeber te geven. Maar rondlopen met een plastic vuilniszak als jas terwijl het nog lang geen carnaval is? Hamont is verbijsterd.

Het gaat heel snel. De Kwiet wordt het centrum van een totaal nieuwe cultuur. Vanuit De Kwiet gaat men op zoek naar zielsverwanten. Die vinden ze onder meer in De Wrat, Leopoldsburg, waar Marcel Vanthilt zijn eerste stappen zet als entertainer en dj en waar Dominique Deruddere nog niet achter een filmcamera maar achter de tapkraan staat.

Dat een boerengat als Hamont uitgroeit tot het epicentrum van de punk heeft ongetwijfeld ook te maken met de nabijheid van Eindhoven. De hippies vonden daar een achttal jaren eerder al hun muzikale en geestverruimende gading. En dat is voor de punkers niet anders.

In de vinylzaak Bullit vinden ze alle punksingles en albums. En in de legendarische Effenaar treden de belangrijkste punkbands op. De Sex Pistols geven er een concert (4 gulden entree, iets meer dan een euro), Joy Division, The Birthday Party ... De Brassers treden er viermaal op.

Naam en faam van De Brassers trekt punkers aan van heinde en verre. Zelfs in Berlijn hebben ze fans. Zoals elke moslim minstens een keer in zijn leven naar Mekka moet gaan, zo moet elke echte punker minstens een keer naar De Kwiet.

Her en der verschijnen provocerende boodschappen in Hamont. Als Horion, een massamoordenaar, gearresteerd wordt, schildert iemand op een muur: 'Horion vrij!'

Op de muur van het kerkhof, dicht bij het centrum, verschijnt in vette, witte letters: 'Dit is uw leven.' Ergens anders: 'Niet afwassen a.u.b.'

Besmet de wet, bestorm de norm, bekegel de regel, zijn de drie geboden van de nieuwe beweging.

De emmer van vernedering loopt over als op de muur van de kerk, vlak tegenover De Kwiet, in onuitwisbare verf DE BRASSERS verschijnt. Iemand heeft het motto 'bewerk de kerk ' wel heel letterlijk opgevat maar beseft allicht niet dat dit zonder meer een oorlogsverklaring is.

Harry D. zal verantwoordelijk worden gesteld voor de aanslag op de kerk want de rijkswacht vindt in zijn auto verf en borstels. Ere wie ere toekomt, den Haas gaat naar de burgemeester om Harry vrij te pleiten en zegt dat hij de dader is. Maar hij wordt door de burgemeester wandelen gestuurd.

Den Haas is van Overpelt, dat is dan nog buitenland. Een gestrafte dader uit Hamont zal op de Hamontjeugd allicht meer indruk maken dan een slachtoffer uit het verre Overpelt.

De VPRO wijdt een documentaire aan het punkfenomeen in Hamont. 'De Brassers zijn de ketters van het Vlaamse platteland', aldus de VPRO. Ook de zwijgende meerderheid komt aan bod.

Een uit Kempisch zand en katholieke leerstellingen opgetrokken Hamontenaar zegt: 'We hebben niks tegen de punkers als dusdanig, in eerste instantie, maar ik moet wel zeggen, en dat is een persoonlijk standpunt, dat als een van mijn kinderen punk zou worden, dat ik dan mijn eigen kapot zou vechten om dat te voorkomen.'

Ook de punkers komen aan bod. Ze voelen zich blijkbaar als de eerste christenen in het heidense Rome: opgejaagd wild. Veel drama om niks.

Achteraf beschouwd is het een groot geluk dat er nooit onherstelbare zaken zijn gebeurd. De provocaties hadden tot veel erger kunnen leiden. De Kwiet had in vlammen kunnen opgaan. Een vader die zijn dochter in een klap in een onherkenbare punkster zag veranderen, had ongelukken kunnen begaan. Gelukkig niks van dat alles.

Jaren later wordt er een mooie, eerlijke documentaire gemaakt over De Brassers en hoe het vanwege speed en harddrugs helemaal fout loopt. Ben, die bij De Brassers de keyboards mishandelt, gaat door een heel diep drugsdal maar hij geraakt er doorheen. Later maakt hij enkele heftige theatermonologen over zijn strijd met de drugsdemonen. Voor Eric, de drummer van De Brassers, loopt het fout af. Eric stapt in 2012 uit het leven.

Ook Stefan, muzikant bij de Suspects, pleegt zelfmoord. Een stille jongen die met zijn engelachtig uiterlijk allicht veel meisjes deed dromen. Zijn zus, Linda, schrijft me: 'Na zijn dood deden allerlei verhalen de ronde die niet met de werkelijkheid strookten. Zelfdoding was in die tijd nog een groot taboe. Niemand zal ooit volledig weten welke innerlijke strijd Stefan heeft gevoerd.'

Het is moeilijk in te schatten wat de impact was van de deprimerende sfeer die er die dagen hing. Maar voor kwetsbare, gevoelige jongeren waren die tijden allicht moeilijker dan de optimistische dagen van de flowerpower.

Ik heb thuis een treffend schilderij van Stefan, geschilderd door Johan De Langhe die veel punkers vereeuwigde. Trieste punker is de profetische titel van het werk uit 1984.

Na een aantal jaren stilte treden De Brassers terug op. In 2020 maken ze een nummer, 'O Brother', ter nagedachtenis aan Grote Pouw.

Eind goed, al goed voor wie het overleefde. De documentaire over opkomst, ondergang en heropstanding van De Brassers komt tot stand met steun van de stad Hamont. Wie had dat in 1980 kunnen voorspellen?

Wat Johan De Langhe betreft, herinner ik me nog een leuke anekdote. Johan leerde mijn zus kennen op de academie Sint-Lucas in Gent. Zij was het model voor veel van zijn schilderijen.

Ruim twintig jaar later nodigt hun dochter haar vriend uit om thuis bij haar te blijven slapen.

Een slaapkamer die grenst aan de kamer van haar moeder? Dat ziet de verloofde niet zitten.

'Dan gaan we logeren in Het Hooghuis', aldus de dochter.

Het Hooghuis is een van de weinige hotels die Hamont telt. Ze hebben een voortreffelijke smaak en kochten tal van Johans schilderijen.

Met hun spullen in een plastic zakje gaat het jonge koppel op hotel. Als ze de kamer betreden, zien ze boven het bed een immens schilderij van de mama.

Van de mama in haar blootje.

50. The final countdown - Inhoud

1981, de punkers komen van heinde en verre naar het front dat zich in Hamont bevindt. Voor de burgemeester is de maat vol. Hij geeft het bevel De Kwiet te sluiten. Ik weet van Toon Kees die navraag heeft gedaan dat de juiste procedure niet is gevolgd. De gouverneur van de provincie moet het besluit bekrachtigen als ik me goed herinner, hoe dan ook, Toon zegt dat De Kwiet open mag blijven. En Toon is de burgemeester van de punkers.

Op een zaterdagavond, als ik me goed herinner mei 1982, krijg ik een telefoontje vanuit het gemeentehuis. Of ik alstublieft onmiddellijk naar het gemeentehuis kan komen want de burgemeester wil me spreken.

Niet alleen de burgemeester maar ook een Antwerpse rijkswachtcommandant is aanwezig. De burgemeester heeft Diane, de stoottroepen van de rijkswacht, er bijgehaald. Een volledige bus Antwerpse rijkswachters staat klaar om De Kwiet te ontruimen. 'Geft maai twiee minuute en da café is leig, maainier de burgemiester’, pleit de commandant.

De burgemeester twijfelt. Ik vermoed dat hij ook weet dat de verplichte procedure niet is gevolgd en dat hij wettelijk gezien niet gerechtigd is het café te sluiten.

'Robert, gij hebt toch enige invloed op die punkers. Probeert gij ze te overtuigen De Kwiet te verlaten want anders gebeuren er ongelukken', smeekt de burgervader me.

Ik pendel naar De Kwiet, mijn vrouw die hoogzwanger is, waggelt als een eendje mee. Nadat we door het rijkswachterkordon zijn, komen we in een afgeladen volle Kwiet. Erg veel moeite om ze te overtuigen doe ik niet. Ik breng de boodschap van de burgemeester over. Zeg dat de kans groot is dat de rijkswachters het pand zullen ontruimen maar dat in dit geval de wet besmet en de regel bekogeld wordt door de burgemeester.

'Fascist cops' van The Kids wordt nog wat luider gedraaid en ik mag terug naar het gemeentehuis met de boodschap dat de punkers in De Kwiet zijn en blijven. Een punker die op zijn T-shirt met een viltstift een schietroos heeft getekend, roept naar de rijkswacht, met een vinger op het centrum van de schietschijf: 'Hier! Mik hier maar op!'

Meest beklijvende beeld van die avond, Peter, een tengere zestienjarige punker (als ik me niet vergis was hij de zanger van de punkband Suspects, een goeigroepke dat ook een melodica in zijn muziek introduceert) staat in de deuropening tegenover een gigantische rijkswachter met een snor zo omvangrijk dat Peter zich erin zou kunnen verstoppen.

Het kopke van Peter komt ongeveer ter hoogte van de navel van die reus. Peter kijkt recht omhoog, de gigant kijkt smalend naar beneden.

En dan zegt Peter, met een schril stemmetje: 'Gij hed precies nog arbeidsvreugde?'

De burgemeester had gehoopt dat de aanwezigheid van de Diane zou volstaan om de punkers te verdrijven. Maar dat lukt niet en de brigade Diane krijgt geen bevel om de zaak te ontruimen. Gelukkig is de burgemeester zo verstandig om het pand niet te laten ontruimen want na alle provocaties waren die rijkswachters ongetwijfeld bijzonder opgefokt en had het helemaal uit de hand kunnen lopen.

Willy D., gitarist bij De Brassers en in Diest een van de Belle-Vueboys, vertelt me bij nalezing van dit verhaal dat er wat gaten zitten in mijn herinneringen.

Om de historische waarheid geen geweld aan te doen, hierbij Willy zijn correcties. De Kwiet werd effectief gesloten nadat bij een huiszoeking bij de gebroeders Pouw tien gram speed gevonden wordt. Kleine en Grote Pouw gaan vier weken in voorarrest naar de gevangenis.

De burgemeester sluit op basis van dat voorarrest De Kwiet. Maar vermits er nog geen veroordeling is, is de sluiting niet rechtsgeldig. Op de avond dat De Kwiet heropend wordt en de burgemeester een beroep doet op de rijkswacht is er, nadat ik al naar huis was, toch een halfslachtige poging geweest om De Kwiet te sluiten. Maar de punkers bleven zich verzetten. Wie langs de voordeur werd buitengezet, kwam langs de achterdeur weer binnen. Om het conflict niet compleet te laten ontaarden en omdat de sluiting niet rechtsgeldig was, gaf de burgemeester bevel om de troepen terug te trekken.

De Kwiet blijft open maar het is een Pyrrusoverwinning. Er wordt zo weinig geconsumeerd dat we er niet meer in slagen om de huur te betalen. En blijkbaar heeft iedereen het te druk met zijn bandje want er zijn niet genoeg vrijwilligers om de tap nog te regelen. En dus gaat De Kwiet zonder veel drama dicht en keert de rust weer in Hamont.

Frans, de huisfotograaf van De Brassers, neemt als huurder het pand over en de punkbeweging verdwijnt even snel als ze is opgedoken.

De Brassers zongen profetisch: '... Zij hebben gezegevierd, wij opgehouden te bestaan.'

51. Tussentijdse reflectie - Inhoud

De herinneringen aan de turbulente punkjaren in Hamont waarbij een aantal jongeren het spoor bijster geraken vanwege speed en heroïne, brengen andere herinneringen terug waar ik liever niet aan denk. Ze doen me, nu ik erop terugkijk, beseffen dat mij een zevental jaren daarvoor exact hetzelfde had kunnen overkomen.

Ik had vanaf mijn tiende tot mijn zestiende in een internaat gezeten. Daar werd elk moment van mijn leven door anderen bepaald. Hoe laat je moest opstaan, wat voor eten op je bord lag, wanneer je vrije tijd had (in een heel beperkte ruimte) ... alles lag vast. Voortdurend werd je gecontroleerd door volwassenen.

Dat strakke, eentonige regime zonder een enkele verrassing liep van maandagochtend tot zaterdagmiddag (zaterdag was toen nog een halve schooldag).

Wanneer je als tienjarige elders naar school gaat, verlies je in je eigen dorp heel snel de vriendjes die je daar had in de dorpsschool. De korte weekends en de schoolvakanties thuis bracht ik dus zo goed als alleen door. Ik met mijn boeken. Mijn leven was saai en eenzaam. Ik was een onzichtbaar kind dat in boeken leefde. Alleen in de boeken was het avontuurlijk en spannend.

Denise maakte me seksueel wakker. Mijn zelfbewustzijn dat al die jaren geslapen heeft, wordt in een klap ontstoken en van de ene op de andere dag word ik opstandig. Ik accepteer het niet meer dat ik in dat klote-internaat opgesloten zit met al zijn pietluttige regeltjes die elk aspect van mijn leven bepalen.

Ik word buitengegooid en plots, na al die jaren eentonige routine, kan ik min of meer doen wat ik wil. Ik profiteer er met volle teugen van. Als het dinsdag is, is het niet elke keer weer worst en rode kool. Als ik niet op de schoolbanken zit, kan ik gewoon buiten op straat rondlopen.

Alhoewel ik maar zeventien jaar ben, denk ik dat ik veel kostbare tijd heb verloren en dat ik ontzettend veel moet inhalen. Ik zit vol wrok tegenover volwassenen vanwege al die jaren in het internaat die ik nu als gevangenisjaren ervaar. Het blijft niet bij een pintje en een joint. Ik probeer ook het hardere spul.

Vooral bustaids, als ik me goed herinner was dat de naam. Een speedpil afkomstig uit Spanje, we konden het in de Tuf Tuf kopen van twee louche Spanjaarden. Het geeft een gigantische boost. Het effect ervan is werkelijk spectaculair en spreekt me veel meer aan dan jointjes of bier. Bustaids geeft onvoorstelbare energie en het gevoel dat je de hele wereld kan veroveren. Ik begin af en toe echt te ontsporen.

AMADA heeft me dan gered. Die hebben een duidelijke stelregel: geen harddrugs. Je vliegt er meteen uit als je dat gebruikt. Misschien is dat, onbewust, een van de redenen geweest om aan te sluiten. Het besef dat ik moest kiezen tussen zelfdestructie of destructie van de samenleving die ik verafschuwde. Ondanks de breuk met AMADA na enkele jaren heb ik daarom geen spijt van die keuze.

52. Een andere wereldkeuken is mogelijk - Inhoud

Tot het einde van de jaren 70 beperkte een culinair avontuur voor ons zich tot een frikadel en voor de echte avonturiers was er een frikadel 'speciaal'. In Noord-Limburg zijn exotische keukens voor mij in elk geval nog onbekend.

Maar dan komt er in Neerpelt een Chinees restaurant. Als kind gingen we met onze ouders een enkele keer in Budel, net over de grens, naar een Chinees. Maar uit gaan eten met onze ouders doen we niet meer vanwege te veel generatieconflicten. Vanwege die Chinees in Budel ben ik dus al vertrouwd met en enthousiast over die keuken. Op stap gaan in Neerpelt betekent vaak ook, langs de Chinees.

Ik probeer Jef te overtuigen om dat ook een keer te proberen. Jef eet vlees en patatten. Patatten vindt hij nog net geen greenigheid, greenigheid is voor de beesten. Als we die beesten eten, eten we verwerkte greenigheid, dus waarom zouden wij dat dan zelf moeten eten?

Een schnitzel is voor Jef de culinaire limiet. Maar Chinees? Geen sprake van. De missionaris in me wordt wakker als iemand zo koppig is en ik blijf op Jef inpraten. 'Heddegei aandiele bei dien Chinees?', vraagt hij wantrouwig.

Een tijd later kom ik Jef tegen en hij zegt meteen: 'Rob, jong, wa dien Chinees betreft, hedde toch geliek. Ich ben er gun eite en ich moet zegge, dat was nie verkierd.’

Wouw, als ik Jef kan overtuigen van een andere keuken ... Ik vraag Jef wat hij gegeten heeft.

‘Friet mei nen halven hoan. Dien friet was goe gebakke en die kip, doa was och niks verkierd mei.'

53. Daddy - Inhoud

Na ons huwelijk huren we een boerderijtje van de ouders van vrienden. De boer behoudt de stallen waar zijn koeien nog staan. Elke ochtend hebben we een kannetje verse melk.

Als we erin trekken, zijn er nog wat klusjes te doen. Ik zeg tegen mijn echtgenote dat we in een doe-het-zelfzaak wat spullen moeten gaan kopen.

We rijden langs een huis waar een neonlicht flikkert: Daddy's hobby. 'Stoppen!', roept mijn vrouw enthousiast. 'Daar zullen ze allicht alles hebben wat je nodig hebt.'

54. Blauw, blauw, blauw - Inhoud

Als iemand gerechtigd is om te vragen om meer blauw op straat, dan wel mijn ouders. Hun horloge- en juwelenwinkel wordt niet eenmaal, niet tweemaal maar vijfmaal beroofd.

Ik kan u verzekeren, misdaad loont. Zowel de structurele, kapitalistische uitbuiting als de bij wet verboden graai- en grijpactiviteiten. De meesten komen er ongestraft mee weg.

Na de tweede nachtelijke inbraak worden de daders enkele maanden later gevat. Het gaat om een stel marginale Nederlandse mafkezen die de buit, vooral juwelen, bij hen thuis in een gordijnzoom hebben verstopt omdat ze niet weten wat ze met de buit moeten aanvangen.

Piet had tegen Kees gezegd: 'Zullen we over de grens eens effe een juwelenzaak gaan leegroven? We zijn binnen vijf minuten terug in Nederland en hier kunnen hun ons toch niet vinden.'

Kees vond dat een goed idee maar hij vergeet aan Piet te vragen of Piet een heler kent. Dus ze plegen die nachtelijke inbraak en blijven met de buit zitten. Piet en Kees naaien Mien en Mien kan gordijnen naaien. Dus zodoende belanden die juwelen in de gordijnzomen van de living van Mien. En Piet en Kees polsen in de lokale kroeg eens of er iemand een stuk of vijftig gouden ringetjes wil kopen.

De Nederlandse politie kan de daders en de buit vatten en ze brengen mijn vader via hun Belgische collega's op de hoogte. Of mijn vader eens naar Nederland kan komen om de buit te identificeren.

We hebben het over de tijd dat de gulden en de frank nog bestaan en dat er nog een echte grens is tussen België en Nederland. Grenzen, dat is wat N-VA en VB ook willen om Vlaanderen te beschermen. Bart De Wever mag lullen tot hij één ons weegt maar grenzen zijn nefast voor efficiënt bestuur. Criminelen zouden niet liever hebben dan dat elk dorp en stad zijn eigen grenzen had. En als het van de speculanten afhing, dan had elk boerengehucht ook nog zijn eigen munt. Dan kunnen ze lekker veel munten tegen elkaar uitspelen en makkelijk veel geld verdienen.

Maar goed, ik wijk af, terug naar Piet en Kees. Mijn vader rijdt dus naar dat Nederlands politiekantoor om zijn juwelen te identificeren. Piet en Kees hebben al gezegd in welke winkel ze het gestolen hebben, dus dat is een formaliteit.

'Ja, die juwelen zijn van mij', zegt mijn vader waarop die Nederlandse politieagent hem corrigeert: 'Sorry, die juwelen waren van jou.'

Dan blijkt dat een teruggave van gestolen goederen een procedure behelst die vele jaren in beslag kan nemen. Mijn vader begint te hyperventileren als hij die onzin hoort en dan wordt de politieagent opgeroepen naar een ander lokaal.

Mijn vader graait de juwelen bij elkaar en maakt dat ie wegkomt. Fast en furious. Nou ja, alleen furieus want zijn Renaultje is niet fast.

Enkele uren later komt de politie thuis beleefd vragen of mijn pa zo goed wil zijn de gestolen goederen terug te geven aan de Nederlandse politie zodat de juiste wettelijke weg bewandeld kan worden.

Mijn vader zegt dat ie echt niet meer weet welke juwelen nu precies tot de gestolen collectie behoren. Maar de Nederlandse politie is altijd welkom om, samen met die dieven, te komen aanwijzen wat van hun is.

'Laat me weten wanneer ze komen. Dan nodig ik Het Belang van Limburg uit om daar foto's van te nemen. Foto's terwijl ik ze godverdomme allemaal de kop insla.'

De zaak blijft zonder gevolg. Maar wat later wordt er weer ingebroken en die gasten zijn wat slimmer dan Piet en Kees of ze hebben geen Mien die gordijnzomen kan naaien. Hoe dan ook, we horen er niks meer van.

Bij de vierde nachtelijke inbraak wordt bijna de volledige winkel leeggehaald en mijn ouders zijn er niet voor verzekerd. De winkel kan enkel verzekerd worden tegen een extreem hoge premie, vanwege de nabijheid van de grens, omdat in de grensstreek zeer veel overvallen gebeuren. Met dergelijke verzekeringspremie ben je na enkele jaren evenveel geld kwijt als bij een overval.

Al het spaargeld van mijn ouders, het resultaat van vele jaren werken in vijf ploegen bij Philips Eindhoven, is weg. Mijn vader zal die klap nooit meer echt te boven komen. Vanaf dan gaat zijn fysieke conditie snel achteruit en geraakt hij op de sukkel.

Er is nog een vijfde overval. Dit keer overdag. De dief doet zich voor als klant en vraagt om een dure gouden halsketting, die achter slot zit, te mogen zien. Mijn moeder vertrouwt het niet helemaal en ze houdt de ketting in haar hand. Hij haalt een pistool boven en eist de gouden ketting op. Mijn moeder gilt om mijn vader en weigert de ketting af te geven. De dief rukt zo hard dat mijn moeder een vinger breekt.

Mijn vader komt vanuit het werkatelier binnengestormd met de hond van mijn broer. Een buldog die er indrukwekkend uitziet. 'Pak hem!', roept mijn vader. De dief staat met zijn pistool te zwaaien. De buldog, die epilepsie heeft, kijkt eens dwaas rond en gaat liggen om aan zijn ballen te likken.

De dief heeft intussen de ketting uit mijn moeders hand gerukt, loopt weg met achter zich mijn vader terwijl die de buldog aan een leiband over de grond meesleept. De dief springt in zijn wagen. Mijn vader schopt nog tegen de autodeur, verstuikt zijn voet en weg is de dief.

Misschien is deze jongen de zoon van Mien en van Kees of Piet. In elk geval, het is ook een mafkees. Dezelfde avond nog keert die Nederlander terug naar Hamont en zit hij in dancing LP op te scheppen over zijn geslaagde diefstal. De politie wordt verwittigd en na een wilde achtervolging wordt de dief gearresteerd.

Hij zit even in de nor, komt dan vrij en pleegt wat later in Nederland een moord.

Mijn vader heeft geen hoog petje op van de efficiëntie van de rijkswacht. Geen enkele keer heeft hij de indruk dat ze zich erg inspannen om de daders te vinden. Telkens is de directe conclusie dat de daders Nederlanders zijn en 'daar kunnen wij geen onderzoek doen'.

Enkele maanden na een inbraak is er in Hamont een dorpsfeest. De tent zit zo goed als vol maar we vinden nog een tafeltje met enkele stoelen. Als we willen gaan zitten, zegt een rijkswachter: 'Sorry mijnheer, die tafel is bezet.' Waarop mijn vader: 'Bezet? Bezet? In de Tweede Wereldoorlog, toen waren we bezet.' En tegen ons: 'Vooruit, zitten.'

Op zo'n moment is er geen sprake meer van een generatieconflict. United we stand!

55. Asbakken bakken - Inhoud

Na mijn studie ga ik aan de slag als vormingswerker bij Lenteleven waar ik het laatste jaar van mijn studies stage deed. Het vormingscentrum is in de jaren 60 van de vorige eeuw opgericht door meisjes die bij Philips Eindhoven werken en actief zijn bij de VKAJ. De Vrouwelijke Katholieke Arbeidersjeugd.

De KAJ is opgericht door priester Cardijn. Voor zijn tijd een progressieve priester die jonge arbeiders wil organiseren met als belangrijkste doelstelling dat ze een positief zelfbeeld ontwikkelen en dat ze hun lot in eigen handen nemen.

De centrale boodschap is: wees fier dat je arbeider bent. Als er toen al stickers waren geweest, had de KAJ er zeker gemaakt met als motto:' Ik ben arbeider en daar ben ik fier op.' Vanuit een christelijke invalshoek werkt de KAJ dus aan een klassenbewustzijn. De methode om de wereld te onderzoeken is: zien-oordelen-handelen.

De KAJ-meisjes bij Philips zien dat er vele jonge arbeidsters zijn. De leerplicht loopt dan nog maar tot veertien jaar. Ze oordelen dat die nood hebben aan persoonlijke en maatschappelijke vorming. En ze handelen want ze gaan met de steun van de vakbond in overleg met de Philipsdirectie en ze bekomen dat de Vlaamse meisjes, jonger dan achttien jaar, een dag per week met behoud van loon in Lenteleven een vormingsdag mogen volgen.

Lenteleven zet een gebouw neer in Lommel aan de weg Hasselt-Eindhoven waar dagelijks de Philipsbussen met alle werknemers passeren zodat de jongeren makkelijk met die Philipsbus ook naar Lenteleven kunnen.

Later mogen ook Belgische meisjes die in de sigarenfabriek Willem II in Valkenswaard werken een dag komen. Vervolgens komen er ook meisjes die in België werken, van de kaarsenfabriek in Hamont, Willem II Overpelt...

In een volgende stap mogen ook jonge mijnwerkers een dag vorming volgen. En met de explosie van de jongerenwerkloosheid, eind jaren 70, vinden ook zij de weg naar Lenteleven dat naast Lommel ook in Zolder, tegenover de mijn en in Genk een centrum opstart.

De vorming is gebaseerd op twee principes. Eén, we ontvangen de arbeid(st)ers als belangrijke gasten want ze zijn belangrijk. Elke dag wordt er door twee kokkinnen een voortreffelijke maaltijd van drie gangen gepresenteerd op een mooi gedekte tafel, alsof je in een restaurant gaat eten.

Twee: de vorming vertrekt vanuit de jongeren hun vragen. Het vormingsprogramma wordt in overleg met elke groep, een achttal cursisten, uitgewerkt. De thema's die zij belangrijk vinden, worden uitgewerkt door de vormingswerker.

Geïnspireerd door zien-oordelen-handelen, beginnen we met groepsgesprekken, ontwikkelen een opinie en proberen daar naar te handelen. Zo gaan we bijvoorbeeld als Marokkaanse jongeren klagen dat ze een dancing niet binnen mogen tijdens het weekend, samen naar die dancings en halen er de politie bij om klacht neer te leggen als ze niet binnen mogen.

Een groep mijnwerkers maakt een gigantisch groot poppenhuis voor een school van kinderen met een beperking.

Met twee collega's en enkele jongeren start ik een Filipijnencomité dat intussen 35 jaren bestaat en dat intussen ruim 1 miljoen euro aan steun voor allerlei kleinschalige projecten heeft gedoneerd.

Eventueel gaan we ergens op bezoek (we hebben eigen busjes) of we nodigen een gastspreker uit. Er is ook een sportzaaltje waar we volleybal kunnen spelen als ze het stilzitten beu zijn. En eenmaal per jaar gaan we met elke groep een week op vakantie.

Er zijn ook sessies creativiteit. Streefdoel is niet om hoogstaande kunst te maken. Het is vooral een hulpmiddel om, terwijl we iets met onze handen doen, met elkaar te praten. Vaak hebben we dan inhoudelijk de beste gesprekken.

Wat heel veel succes heeft, is werken met klei en daarbij worden vooral asbakken gemaakt want iedereen rookt. Ik paf intussen elke dag een pakje Samsonroltabak.

We maken asbakken in alle mogelijke vormen en met alle soorten glazuur. Afbakken en ze zijn klaar voor massa's peuken. Ik kom elke week met nieuwe asbakken thuis die we aan iedereen cadeau doen.

Mijn zoontje zit intussen op de kleuterschool. Die heeft ook groepsgesprekken. Ook daar komen allerlei thema's aan bod. Onder andere: wat doet jouw papa?

De juffrouw polst na de schooldag bij mijn vrouw: 'Verdient Rob echt zijn kost met het maken van asbakken?'

Naschrift

Lenteleven werd opgericht in de jaren 60. De vakbeweging zat toen in een sterke positie. Na de wereldoorlog was de sociale zekerheid opgezet. De miserie van de jaren 30 zat nog in het collectief geheugen en de overgrote meerderheid wist wat de vakbonden hadden afgedwongen en waren lid.

Er was ook een nagenoeg complete tewerkstelling. Als arbeider kon je gemakkelijk werk vinden. Als een job je niet aanstond, dan ging je gewoon ergens anders aan de slag.

En dan was er in het Oosten de dreiging van het communistisch gevaar.

Al die factoren samen zetten de werknemers in een sterke positie. Dat verklaart ook waarom de KAJ dergelijke rechten voor jongeren kon bekomen plus de middelen om die vorming te geven in zeer comfortabele omstandigheden: een mooi ingericht gebouw, een maaltijd op restaurantniveau, uitstappen, een week per jaar met de hele groep op vakantie. Ik kan me in die jaren niet herinneren dat er ooit gezegd werd: 'Er is geen geld', als we met een of ander voorstel bij de directie afkwamen. Het kon allemaal.

Men zegt dat daar nu geen geld meer voor is. Vertaling: het deel van de koek dat direct, in de vorm van loon en indirect, via allerlei door de overheid betaalde en gesubsidieerde voorzieningen, naar de werknemers gaat is veel kleiner geworden. Er gaat een veel groter deel van de koek via dividenden naar de aandeelhouders.

Er is nu veel meer geld maar minder geld voor de wereld van de arbeid.

56. Probleemjongeren en probleemscholen - Inhoud

In 1983 wordt de leerplicht verhoogd van vijftien naar achttien jaar. Dat komt heel hard binnen bij de scholieren die schoolmoe zijn. Allicht komt het nog harder binnen bij de leerkrachten die daar de gevolgen van moeten dragen.

Na een jaar aanmodderen, kloppen een aantal scholen uit Noord-Limburg aan bij Lenteleven. Of zij een aantal 'probleemjongeren' aan ons kunnen toevertrouwen.

Die jongeren hebben het over probleemscholen maar dat is een invalshoek die niet onderzocht wordt. Ik leer verschillende leerkrachten en coördinatoren kennen met veel engagement en deskundigheid maar de globale schoolaanpak is niet geschikt voor een aantal jongeren.

Vanaf 1984 zal ik groepjes scholieren gaan begeleiden in Lenteleven. Opdracht: hou ze een dag per week bezig van 8:30 tot 16:30 uur en zorg dat ze van straat blijven.

In de school heeft een leerkracht de opdracht om een klas, van wie er een of twee 'onhandelbaar' zijn vijftig minuten stil te houden, dan schuiven ze door naar een andere leerkracht. Ik krijg de 'probleemgevallen' van verschillende scholen samen in een groep en moet ze de hele dag, zonder één moment onderbreking 'bezig houden'.

En dat gaat heel goed want ik krijg de interessantste leerlingen van verschillende scholen. De dwarsliggers, de creatieve geesten die zich in school vervelen, de jongeren met een onzichtbare rugzak aan kwetsingen.

Elke groep bestaat uit een achttal jongeren, meisjes en jongens. De intro op de eerste dag hou ik heel kort: er is maar een regel, behandel mij en elkaar zoals je zelf behandeld wil worden. Dat is de enige regel en die regel is heilig. Wie die niet respecteert, vliegt er per direct uit en moet terug naar school.

Het goede nieuws is: dat is de enige regel. Je mag roken, je mag op elk moment over alles je gedacht zeggen, je hoeft niet op te letten, als je wilt slapen, ga je gang dan maak ik je tegen 16:30 uur wel wakker. Er moet helemaal niks behalve elkaar en mij netjes behandelen.

Daar zijn ze wel even stil van. Eerst maar eens een sigaretje opsteken om te checken of dat echt mag. Ik rol er zelf ook eentje en wacht af. 'Maar wat gaan we dan de hele dag doen, mijnheer?'

'Zeg het maar, wat jullie willen doen?'

Vele sigaretten en liters koffie later heeft de groep beslist dat ze een boek wil schrijven, een titel hebben ze al: Jongeren aan bod. We brainstormen over onderwerpen waar ze willen over schrijven, Pascal wil er tekeningen in, Eddy fotocollages. We maken plannen en drinken liters koffie.

De dag nadien wordt ik al gecontacteerd door de school die wil weten of iedereen nog in leven is. Als ik de beslissing van de groep voorleg, wordt er met ongeloof gereageerd. 'Pascal, Jef, Peter ... een boek schrijven? Nog niet een opstelletje van een halve bladzijde hebben ze in heel hun schoolcarrière willen schrijven maar nu een heel boek? En gij laat u dat wijsmaken door die mannen?'

Ik heb thuis nog een exemplaar liggen van dat boek, geschreven door jongeren die afgeschreven zijn.

Jongeren aan bod, 123 bladzijden artikeltjes, tekeningen, verslagen van activiteiten, van groepsgesprekken, een fotokopie van een proces-verbaal vanwege verboden wapendracht...

Het loopt niet allemaal van een leien dakje. Af en toe gaat het heel goed fout. De jongens van TIO, Technisch Instituut Overpelt, worden 's ochtends aan de schoolpoort opgepikt door het busje van Lenteleven.

Op een ochtend staat Jef te wachten op de bus terwijl hij een sigaretje rookt en hij wordt aangesproken: ‘Manneke, doe onmiddellijk die sigaret uit of ...'Jef maakt een einde aan de monoloog met een uppercut. De man gaat neer en Jef stapt in het busje van Lenteleven.

Als ze aankomen, heb ik al een telefoontje van de school gehad. Jef heeft de directeur neergeslagen. Met de hulp van de coördinator krijgen we de directeur zo ver dat hij een herstelgesprek aanvaardt. Ik bereid dat voor met Jef en hij wordt naar de school gebracht.

Een uur later is Jef terug, relaxed, sigaretje in de mond en met de boodschap dat het goed is voor een keer. De hele groep wil direct weten hoe Jef het heeft aangepakt. Jef: 'Ik zei tegen hem dat ik niet wist dat hij de directeur was. Ik zei dat ik dacht dat hij maar een werkman was van de school.'

Een misverstandje, daar had de directeur begrip voor. Niet echt wat ik versta onder een herstelgesprek maar het gaat niet altijd zoals een mens graag wil.

Naschrift

Met de komst van jongeren uit het deeltijds onderwijs komen er ook jongens die in Jongerenwerking Pieter Simenon verblijven, een open instelling uit de bijzondere jeugdzorg.

Zo leer ik Vincent Vanhumbeek en Luk Hertogen kennen die de drijvende krachten zijn van JPS. Twintig jaar later zal ik daar gaan werken.

JPS heeft een bijzondere geschiedenis. De ouders van Vincent startten in 1961, in Herk-de-Stad, in hun eigen huis een opvang voor jongens die in de problemen zitten. Het moet een heel groot huis zijn want na verloop van tijd wonen er een zestigtal jongens!

Er is nog maar amper regelgeving en van een officiële subsidiëring is er nauwelijks sprake. Het opvanghuis moet in leven blijven met giften uit de liefdadigheid. Dat is op den duur onhoudbaar en in 1971 gaat het opvanghuis financieel overkop.

Intussen is Vincent afgestudeerd als maatschappelijk werker. Samen met zijn studiegenoot en levenslange vriend. Luk, besluiten ze tot een herstart van het opvangcentrum. Ditmaal in een oud, leegstaand klooster in Lommel-Werkplaatsen. Gedurende de eerste jaren woont Vincent met zijn gezin met de jongens in dat klooster. Geleidelijk aan komt er meer regelgeving, een betere subsidiëring en een professionalisering. Onder de bezielende leiding van Vincent en Luk die de idealen van mei 68 trouw blijven, groeit JPS uit tot een toonaangevend instituut in de bijzondere jeugdzorg.

De positieve herinneringen aan JPS maken dat ik er twintig jaar later zal solliciteren.

Als ik deze herinneringen opschrijf, krijg ik op een nacht rond 2 uur via Messenger een telefoontje.

‘Hey Rob, Pascal hier. Kent ge me nog? Het is lang geleden.'

'Inderdaad, dik dertig jaar.'

Pascal was een van de jongens die in JPS verbleef. Destijds een heftige punker met een witte rat als huisdier.

Pascal belt me met het droeve nieuws dat hij op de palliatieve afdeling ligt. Kanker. Niks meer aan te doen. Hij zegt dat hij al eerder van plan was om me eens te contacteren. 'Maar ge weet zelf hoe dat gaat. Ge stelt dat uit en dan komt het er gewoon niet van.'

We halen herinneringen op.

Ik zeg: 'Via jou leerde ik toen de Red Hot Chili Peppers kennen.'

'Ja, in die tijd waren die goed maar dan zijn ze de commerciële toer op gegaan en was er niks meer aan.'

Ik hoor een verpleegster zeggen: 'Mijnheer V.E., niet zo luid praten, ge maakt iedereen wakker.'

Ik zeg: 'Het is nog net als vroeger in de school waar je ook niet kon zwijgen.' Pascal zegt: 'Ja, sebiet gooien ze me hier ook buiten. Dan kan ik naar Winterleven.'

Op 25 april 2021 lees ik op Facebook dat Pascal is overleden.

57. In the summertime - Inhoud

Tijdens de zomermaanden in de jaren 80 gaan we met de jongeren die in Lenteleven een vormingscursus volgen een week op vakantie. De formule? Met twee begeleiders en twee groepen jongeren trekken we naar de regio van de Ardèche of de regio van de Mont Blanc. Daarna een week thuis en dan gaan we met de volgende groep voor een week. En dat drie of vier keer. En daarna ben ik helemaal gesloopt. U zal zo dadelijk begrijpen waarom.

We kamperen, een grote tent voor de jongens en eentje voor de meisjes. We reizen met vier gehuurde busjes, drie voor de deelnemers, een busje voor al het materiaal. De eerste keer dat ik zo op vakantie ga, heb ik welgeteld twee maanden mijn rijbewijs. Ik heb nog nooit met een busje gereden. Mijn collega rijdt met het andere busje en twee jonge mijnwerkers, voormalige cursisten, rijden als vrijwilliger met de twee andere busjes.

Die twee gaan er als een speer vandoor en racen als gekken in een ruk naar het zuiden. Het is een wonder dat we daar zonder ongevallen geraken. Of meer to the point, het is een wonder dat het busje dat ik bestuur daar zonder een total crash geraakt.

Ik herinner me dat ik ergens in het noorden van Frankrijk tegen negentig per uur op een heel hoge borduur rijdt, even gaat het busje op de twee linkse wielen ... Ik droom er soms nog van.

Enkele herinneringen, willekeurig want ik weet echt niet meer wat, waar, wanneer gebeurde.

Als je op een camping naast twintig uitgelaten jongeren verblijft, is de vakantierust volledig om zeep. Als de laatsten gaan slapen, zijn de eersten al wakker. Dat leidt elke dag tot discussies en aanvaringen met de buren en plechtige beloften dat het niet meer zal gebeuren. Beloften waarvan ik weet dat ze bedrog zijn.

We hebben een Nederlands koppel als buur. Allicht op huwelijksreis. Elke ochtend, als zijn vrouw nog in de tent ligt en tracht te bekomen van alweer een lawaaierige nacht, tuft hij met zijn Renaultje naar de bakker in het dorp om verse croissantjes.

Op een ochtend heeft er eentje van ons een touw van de tent verbonden aan de bumper van dat Renaultje. Ik kan nog net beletten dat de buurman vertrekt en zijn vrouw met tent op sleeptouw neemt.

Johan, een jonge, stevig uit de kluiten gewassen, mijnwerker komt in Lommel bij het vertrek aan in een chic donker kostuum, inclusief stropdas. Ik zeg: 'Johan, we gaan niet naar een trouwfeest maar naar een camping. Hebt ge geen kledij bij die iets luchtiger is?'

'Dat zit allemaal in mijn valies', zegt Johan en hij klopt op een gigantische valies. Misschien smokkelt hij zijn moeder wel mee want die was jaloers. 'Ik ben nog niet eens aan de zee geweest en onze Johan is nog geen achttien en dat gaat al naar het zuiden van Frankrijk.'

Wanneer hij het heeft gedaan, dat heb ik gemist, maar ergens onderweg heeft Johan zich omgekleed. Nu draagt hij een hagelwit onderlijfke en een glitterend, veel te kort en veel te strak broekje. Die zangeresjes van de meidengroep Dolly Dots hebben exact dezelfde broekjes. Dus vanaf dan staat Johan bekend als Dolly Dot.

Johan is hoogblond en melkwit. Het allerwitste vel dat ik ooit in mijn leven heb gezien. Ge kunt bijna niet zien dat hij een wit onderlijfke aan heeft want je ziet geen overgang tussen zijn vel en dat onderlijfke. Dat wekt de bizarre indruk dat hij geen tepels heeft. Ik geraak niet gewoon aan het zicht.

En Johan heeft een droom. Hij wil bruin naar huis terugkeren. Dan zullen ze bij hem thuis nogal eens opkijken. En dus zit Johan de godganse week met gespreide armen, alsof hij een profeet is die op het punt staat de goddelijke waarheid te openbaren en met ontbloot bovenlijf naar de zon gekeerd.

Als we 's ochtends aan de lange tafel aan het ontbijt zitten met de zon in de rug, zit Johan met zijn rug naar de tafel, armen gespreid, de ochtendstralen op te vangen.

De enige beweging die hij gedurende de hele dag maakt is meedraaien met de zon. En het enige wat Dolly Dot zegt is: 'Zen ik al broain?' Zijn blik eist een positief antwoord op die vraag. Hij heeft er geen enkel probleem mee dat we hem aanspreken met Dolly. Maar durf niet te beweren dat hij geen kleurtje heeft.

Marina, de andere begeleidster, zegt: 'Johan, die witte sokken kan je best uitdoen want anders zie je straks een kleurverschil.' Johan vloekt, dat hij daar zelf niet aan gedacht heeft.

Helaas, Johan wordt niet bruin, hij wordt niet rood. Er gebeurt helemaal niks. Zijn huid beschikt over een ingebouwd, perfect werkend sunblock.

Na een paar dagen beginnen we ons toch wat ongerust te maken dat hij een zonneslag gaat oplopen. Maar elke voorzichtig advies om wat te milderen kaatst, net zoals die verrekte zon, op een totale afwijzing af.

Op een dag, het is bewolkt, krijgen we hem mee om te gaan winkelen. Danny, nog zo een blonde jongen met een wit vel, maar bijlange niet zo wit als dat van Johan, zit voor de winkel op de stoeprand weg te dromen. Ik zeg tegen Johan die wat treurt omdat de zon niet schijnt: 'Kop op Johan, in vergelijking met Danny ben je al behoorlijk bruin.'

Johan fleurt helemaal op en brult naar Danny die zich wezenloos schrikt: 'HEY DANNY, ZIEKE HIN!’

58. In the summertime (2) - Inhoud

Voor de meeste jongeren is het een unieke ervaring om met leeftijdsgenoten zo ver weg te kunnen gaan.

We gaan dat jaar al vrij vroeg, eind mei, met de eerste groepen op vakantie. We verblijven in de Ardèche en de groep wil die rivier met een kajak afvaren.

Als we een verhuurder van kajaks gevonden hebben, aarzelt die. 'Het water staat nog heel hoog. Er is nog erg veel stroming. Hebben jullie ervaring met kajaks?', vraagt de man.

Ik roep: 'Wil iedereen die ooit gekajakt heeft zijn hand opsteken?' Er gaat geen enkele hand omhoog.

'Maar jullie kunnen toch allemaal goed zwemmen?', wil de vertwijfelde verhuurder weten.

Ik roep: 'Zijn er bij die niet kunnen zwemmen?'

Vijf handen gaan omhoog.

De verhuurder twijfelt niet meer: ‘Impossible! Het is te gevaarlijk', vindt hij.

Ik roep: 'We mogen niet. Ga maar allemaal terug naar de busjes.'

Algemeen protest. De groep dringt naar voren, omringt de verhuurder. Die steekt zijn armen omhoog en zegt: 'Het is al goed, op jullie eigen verantwoordelijkheid maar jullie moeten wel het zwemvest aandoen.'

Ik roep: 'De zwemvesten zijn verplicht.' Algemeen hoongelach.

Terwijl de kajaks en peddels worden klaargezet, krijg ik van de uitbater een kaart en uitleg: 'Die bocht met deze rotsformatie', hij zet er een tekeningetje bij, 'moetje links pakken. Zeker niet rechts want dan slaat je kajak in stukken tegen de rotsen.'

En zo maakt hij de ene na de andere aantekening op die kaart. Ik begin me nu toch wat zorgen te maken. Maar dan kijk ik naar de rivier bij de aanlegsteiger, rustig kabbelend water. Het ziet er heel onschuldig en aantrekkelijk uit en ik denk: 'Die gast kan een stukske overdrijven.'

We vertrekken. Niemand heeft zijn zwemvest aan. Gelach, geroep, water spatten met de peddels. Iedereen heeft er zin in.

Een paar honderd meter verder versmalt de rivier en is er een bocht ... en na die bocht zien we voor ons een kolkende rivier tussen loodrechte wanden.

Binnen enkele seconden heeft iedereen zijn zwemvest aan. En dan is het ieder voor zich. We peddelen als gekken. Een paar honderd meter verder kapseist het eerste koppel. Gekrijs, paniek. En we hebben nog vijfentwintig kilometer voor de boeg.

Af en toe is er een rustiger stuk. Dan roepen we naar elkaar: 'Heeft iemand Roger nog gezien?', 'Waar is José gebleven?', 'Heeft er nog iemand een droge sigaret?'

Als het kan, rusten we even op een keienstrandje. De vaatjes met drinken en eten zijn we allemaal al kwijt. Sommigen huilen en willen niet meer verder maar we hebben geen keuze. De rivier snijdt diep door steile kloven. Daaruit weggeraken is onmogelijk en terug is helemaal geen optie.

Heel regelmatig kapseist er eentje. Het water is ijskoud en het kan lang duren voor je in een rustig stuk zit waar je de kajak naar de kant kan sleuren en omkeren.

Na een tiental kilometer zitten we met enkelen op een keienstrandje uit te hijgen als we het horen galmen tussen de rotswanden. 'Help! Help!' Timmy, de gast met de grootste mond, een van de vijf die niet kan zwemmen, komt voorbijgedreven. We hebben niet eens de puf om iets terug te roepen als we zijn angstig kopke zien voorbijdrijven tot hij gillend voorbij de volgende bocht uit zicht verdwijnt terwijl zijn gekrijs wegsterft.

Timmy zal de rest van het parcours in het water afleggen en komt compleet onderkoeld aan.

Die nacht is het bijzonder stil op de camping. Onze buren hebben een zalige nacht.

59. In the summertime (3) - Inhoud

Onze colonne busjes is hopeloos verkeerd gereden. Daardoor komen we veel te laat aan bij de camping. Het is al donker en de camping- uitbater wil ons geen plaatsen meer toewijzen. Zo een bende ongeregeld op dat nachtelijk uur nog tenten laten opzetten, dat gaan de andere bezoekers niet op prijs stellen. Die komen hier voor de rust mijnheer!

Ik dring aan, smeek en bid en beloof dat we heel stil zullen zijn. Niemand zal er iets van merken. De uitbater zwicht op voorwaarde dat we ons in volledige stilte installeren. We moeten de busjes naar de ons aangewezen plek duwen in plaats van ernaar toe te rijden.

We zijn met genoeg volk om die busjes te duwen. Buiten, voor de camping, wordt iedereen gebriefd. We hebben de keuze, totale stilte en dan kunnen we in een tent overnachten of in die busjes slapen waar we nu al zoveel uren in hebben gezeten. Iedereen is gemotiveerd om totale stilte in acht te nemen.

We duwen met zijn allen de busjes naar de aangewezen zone. Iedereen, behalve Johan (inderdaad, diezelfde melkwitte). Johan is in slaap gevallen en we besloten om hem te laten slapen. Want Johan stilhouden ... Johan werkt in de put aan het kolenfront. Volgens hem is hij daar potdoof geworden van al het lawaai. En daarom roept hij altijd zo luid. Maar Johan slaapt dus.

Later vertelt Johan: 'Ik werd dus wakker in het donker. Er zit niemand meer in het busje en dan zie ik iedereen het busje duwen. Dus ik dacht dat we pech hadden en daarom draaide ik het raam open en riep ik: 'GOOIT HEM GODVERDOMME IN ZIJN TWEEDE!'

Het advies galmde over de camping. Iedereen schiet in hysterisch gelach. We kunnen op staande voet de camping verlaten.

De rest van de vakantie hebben we te pas en te onpas een slagzin: 'Gooit hem godverdomme in zijn tweede!'

60. Dromen zijn bedrog - Inhoud

Sharon is een hele vrolijke, luidruchtige Hollandse meid. Lekker gezellig, weet je wel, met een bakkie koffie jo en een shaggie.

Ze zegt de dingen recht voor de raap. Net iets te recht voor het voltijds onderwijs. En dus komt ze via deeltijds leren bij mij in de groep van Lenteleven terecht.

Haar vader drinkt sterker spul dan koffie en hij heeft een kwade dronk. Dan is het bij Sharon thuis niet langer lekker gezellig. Ze vertelt er me onder vier ogen over, dat ze thuis soms bang is. Ze wil niet dat er wordt ingegrepen. Je weet dan wel waar je aan begint maar niet waar het eindigt.

Ik geef haar een sleutel van ons huis met de afspraak dat ze bij ons in de logeerkamer kan overnachten als het bij haar thuis uit de hand dreigt te lopen.

Soms komt ze midden in de nacht en dan is ze 's ochtends al weer weg als wij opstaan. Alleen het beslapen bed is een stille getuige, Sharon is vannacht weer bij ons geweest.

We hebben, zoals wel vaker, een Filipijnse gast op bezoek. Bong, actief in de mijnwerkersgemeenschappen rond Baguio. Op een ochtend tijdens het ontbijt vertelt Bong dat hij de afgelopen nacht iets heel vreemds heeft meegemaakt.

Hij moest 's nachts plassen, ging naar beneden, kon het lichtknopje niet vinden en ging dus in het donker via de living naar het toilet. Maar daar struikelt hij over iemand die op de grond ligt. Bong is zonder te plassen terug naar boven gegaan. Hij is in de war. Heeft hij dat gedroomd of is het echt gebeurd? Hij was very confused en ervan overtuigd dat evil spirits een spelletje met hem aan het spelen zijn.

Sharon vertelt me een dag later dat ze bijna in bed was gestapt maar daar een 'klein, bruin mannetje' in zag liggen die haar met grote schrikogen aankeek en iets prevelde in een taal die ze niet verstond. Nee, geen Engels.

Dus ben ik beneden maar op de vloer gaan liggen.

'Maar, Sharon, waarom niet op de divan, die ligt lekker?'

'Ach jo, daar donder ik met me dikke kont meteen uit en dan is heel de buurt wakker van de klap. Dat ken ik niet maken, jo.'

'Nou, toen ik dus op de vloer sliep, is die gozer over me heen gestruikeld en als een bliksemschicht weer verdwenen. Vreemd kereltje, hoor', vindt Sharon.

Na deeltijds leren zie of hoor ik niks meer van Sharon. Tot ze mij in 2010, ruim twintig jaar later, via Facebook contacteert. 'Jij was de vader die ik nooit had', mailt ze. Als ik al eens twijfel of het werk destijds zinvol was, dan is die ene zin van Sharon meer dan voldoende om me daarvan te overtuigen.

Het gaat niet goed met Sharon. Ze heeft enkele jaren daarvoor een herseninfarct gehad. 'Nederland is een koud land geworden. Als je tegenslag hebt en geen geld meer opbrengt, dan ben je niet meer dan afval.'

Ze stuurt me een link naar een krantenartikel waar ze de hardvochtigheid van het poldermodel in aanklaagt. Ze schrijft: 'Ik heb van jou geleerd dat ik mijn mond niet moet houden.'

Ik nuanceer: 'Nou, Sharon, je bent toen bij mij terechtgekomen omdat je je mond niet kon houden, dus dat is niet mijn verdienste, die eigenschap had je al hoor.'

En daarna hoor ik niks meer van haar.

61. Deelnemen is belangrijker dan winnen - Inhoud

Jacky is een jonge mijnwerker met rood haar en als de emoties hoog oplopen, kleurt hij helemaal rood. Jacky zit met veel opgekropte emoties en kleurt geregeld vuurrood.

Je zou voor minder want Jacky zit opgescheept met een vader die blind is voor de realiteit, die bijzonder koppig is en die zijn gezin laat opdraaien voor zijn van de pot gerukte ambities.

Het gezin is de hoeksteen van de samenleving, zo vindt men in christelijke kringen. Maar vaak is er een hoek af, van die hoek van de samenleving.

Jacky vertelt: 'Op zekere dag steek ik mijn vader met de fiets voorbij en lap, ik had prijs. Mijn vader was er plots van overtuigd dat ik de nieuwe Eddy Merckx was. Ik moest en ik zou coureur worden.'

Hij kocht de duurste koersfiets. Hij vertelde vanaf dan om de minuut hoe duur die fiets wel was, hoeveel weken hij voor die fiets in de put kolen moest scheppen. Dus ik moest dankbaar zijn voor die klotefiets waar ik niet om gevraagd had. En ik moest bewijzen dat hij gelijk had en dat ik de beste coureur van het land was.

Elk vrij moment moest ik trainen. Mijn vader reed dan achter mij aan met de auto, raam open, en maar roepen en schreeuwen: 'Harder verdomme, allee rosse, harder.'

Na een paar weken vond hij dat het tijd was om aan koersen deel te nemen. Als zestienjarige zat ik in de categorie 'nieuwelingen'. Dik tegen mijn goesting moest ik nu elk weekend ergens een wedstrijd gaan rijden.

En dan zeggen ze dat kinderarbeid verboden is. De hele week mijn kloten afdraaien in die kloteput en als ik niet onder de grond zit, dan moet ik godverdomme Eddy Merckx spelen.

Maar dat ging niet zo goed. Ik was elke week bij de laatsten. Volgens mijn vader was Merckx bij de nieuwelingen ook nog niet bij de besten, dus dat ik verloor bewees niets. Wat zeg ik? Het bewees dat ik heel waarschijnlijk de nieuwe Merckx was want die won ook niet bij de nieuwelingen.

En toen was er een koers in de buurt waar ik vanaf het begin in de kopgroep zat. Ik had die dag heel goede benen en al de rest niet. Een paar honderd meter voor de finish spurtte ik weg uit dat kopgroepje. Ik gaf alles wat ik had. Ik hing met mijne stomme kop bijna tegen mijn voorwiel om er alles uit te persen.

En juist op dat moment steekt er een stom wijf met hare kinderwagen de weg over. Ik knal daar tegenaan en ik schuif als derde over de streep.

Toen ons moeder me zag, schrok ze zich kapot en ze zegt: Nu is het gedaan. Onze Jacky mag niet meer koers rijden.' Maar mijn vader was nu door het dolle heen. Hij deed godverdomme of ik het wereldkampioenschap voor de profwielrenners op het nippertje had verloren.

De schaafwonden waren nog lang niet genezen toen ik alweer moest trainen. En hij maar commentaar geven in zijn auto met een sigaretje in zijn bakkes.

De eerstvolgende koers die ik reed was een kort parcours dat we twintig keer moesten afleggen. Na twee rondes werd ik al gedubbeld. Vlak bij de meet stond een klootzak die telkens als ik voorbij kwam riep: 'Vooruit rosse! Als ge de volgende ronde de eerste zijt, krijgt ge een premie van 1.000 frank.'

Toen die kerel dat voor de zevende keer riep, had ik er schoon genoeg van. Bij de volgende ronde vertraagde ik en ik sloeg hem recht op zijn bakkes voor ie 'rosse' kon zeggen.

En toen heb ik mijn fiets opgepakt, in een wei gegooid en naar mijn vader geroepen: 'Ga hem maar uit die wei halen en kruip er verdomme zelf maar op.'

We zijn zonder fiets naar huis gereden en over koersen is thuis nooit meer gesproken.

62. Vriendschap en moord in de Filipijnen - Inhoud

Collega Veerle in Lenteleven vertelt geregeld over haar broer. Die is missionaris in de Filipijnen. Hij is een aanhanger van de bevrijdingstheologie, een beweging van christenen die evangelie en socialisme verzoenen. Hij woont niet in een klooster maar deelt het leven van de boeren.

We beginnen te corresponderen en ik stel aan Veerle voor om een groep op te richten om financiële steun in te zamelen. De missionaris schrijft ons dat in zijn regio de boeren gedwongen worden om in hamlets te gaan leven, locaties die gecontroleerd worden door de militairen. De gedwongen verhuis kadert in het streefdoel om 'het water van de vissen' te scheiden.

Het water, dat zijn de boeren. De vissen, dat is de maoïstische guerrilla, het NPA. De gedwongen verhuis zet de boeren verder van hun land, hun bron van inkomsten, zodat de armoede nog groeit. Financiële steun is broodnodig.

Het is dan 1983. De Filipijnse archipel kreunt onder het dictatoriale en corrupte regime van Marcos. In de jaren 70 heerst de vrees en heeft Marcos alles nog onder controle. Maar onder de radar heeft het NPA zich tijdens die jaren over alle eilanden verspreid.

Het NPA, New People's Army, staat bij de boeren bekend als Nice People's Army. Overal vallen ze grootgrondbezitters aan. Ze eisen en verkrijgen vaak lagere pacht en hogere lonen voor de seizoensarbeiders.

Lokale potentaten die ongestraft de boeren terroriseren worden door het NPA eerst gewaarschuwd dat ze moeten opkrassen. Doen ze dat niet, dan worden ze vermoord.

Ze innen revolutionaire taksen, geld dat ze inzetten voor lokale projecten. Ze zijn met leerkrachten, priesters en nonnen, dokters aanwezig in dorpjes waar de overheid geen poot uitsteekt voor gezondheidszorg, onderwijs, rechtspraak ...

Vanaf begin jaren 80 is het duidelijk dat Marcos de controle begint te verliezen, ook al is de eerste generatie van leiders van het NPA en van de overkoepelende organisatie, het Nationaal Democratisch Front, dan al gearresteerd.

En er is ook een groeiende waaier van wettelijke organisaties die met vreedzame protestacties het regime bekampen. Hun aanhang groeit met de dag. We leggen contact met die militante organisaties van boeren (KMP), arbeiders (KMU), vrouwen (Gabriela) ...

In 1983 richten we het Steunfonds Filipijnen Overpelt op. Op de eerste vergadering in februari 1983 zijn we met vier collega's van Lenteleven. Naast mij, Veerle, de zus van de missionaris, Frans die later propagandist van de KWB wordt en Marina, dochter van de legendarische stakingsleider Piet Poppeliers die in 1971 de legendarische staking leidt in Vieille Montagne (later meer over deze working class hero).

Op de eerstvolgende vergadering zijn we met een achttal. Onder hen ook Patrick, een jonge mijnwerker/cursist die een jaar later met mij naar de Filipijnen zal gaan en een vriend voor het leven wordt.

Ons doel: 400.000 frank steun inzamelen. Als we dat bereikt hebben, stoppen we met onze solidariteitsactie, zo luidt ons het plan.

Nu, bijna veertig jaar later, bestaat het steunfonds nog steeds. Al die jaren bestaat de groep enkel uit vrijwilligers. We hebben intussen meer dan 1 miljoen euro aan steun overgemaakt. Duizenden kinderen kunnen studeren dankzij het sponsorschap dat we opzetten (een initiatief dat, omdat het voor ons als vrijwilligers te groot werd, is overgenomen door Viva Salud).

Vier leden van de groep huwden met een Filipina/Filipino. Een vijftal leden hebben ginder maanden of jaren gewoond en gewerkt voor de Filipijnse volksorganisaties.

Mijn jongste zoon die er ook zes maanden verblijft, zal moeten onderduiken als hij op een persconferentie beschuldigd wordt door een generaal.

Joris Smeets, die er zes maanden verbleef, schrijft een boek over Makoy, een lokale volksleider die vermoord wordt kort nadat Joris terug in België is. Joris heeft bij Makoy gelogeerd en hij besluit terug te keren om te achterhalen wat er is gebeurd. Zijn boek Vriendschap en moord in de Cordillera brengt het verslag van zijn wedervaren.

Makoy is slechts een van de tientallen mensen die we in al die jaren leren kennen die vermoord wordt. Marcos verdwijnt wel van het toneel in 1986 maar het enige dat gedemocratiseerd wordt, is de corruptie. Het geweld tegen elk streven naar sociale onrechtvaardigheid gaat onverminderd voort.

Ik heb er in 1983 geen besef van maar mijn beslissing om 'wat geld in te zamelen voor de Filipijnen' zal mijn leven en dat van vele anderen de volgende decennia behoorlijk beïnvloeden.

Naschrift

Het Steunfonds Filipijnen heeft een website: www.sfoverpelt.be (niet meer actief, nvjh)

63. Artex - Inhoud

We slagen er snel in om die 400.000 frank in te zamelen. Voor dat bedrag kocht je toen twee grote bouwplaatsen of vier Lada's.

We schrijven bedelbrieven, gaan auto's wassen, organiseren infoavonden ...

Als ik de Filipijnse vrienden laat weten dat we het beoogde bedrag bijeen hebben, is het antwoord: 'Kom het geld persoonlijk brengen. Dan kan je met eigen ogen zien wat hier gebeurt en wat we met het geld doen.'

Die slimmeriken ginder weten dat als we dat gezien hebben, wij niet met een gerust gemoed kunnen stoppen met ons solidariteitswerk. Maar zo slim zijn wij dan nog niet.

Een vliegtuigticket kost dan ruim 40.000 frank (1.000 euro), dat is in die tijd voor mij een stuk meer dan een maandloon. Veel geld want we hebben pas gebouwd en zelfs geen geld meer voor een auto.

Maar mijn vrouw vindt het toch oké dat ik ga. En ook Patrick, een jonge mijnwerker en een van mijn cursisten, beslist om mee te gaan. Omdat hij die beslissing wat later neemt dan ik, 40.000 frank is ook voor hem veel geld, zitten we niet op hetzelfde vliegtuig.

En Patrick heeft pech. Zijn eerste vlucht landt in Karachi, Pakistan, met vertraging. Het aansluitende vliegtuig naar Manilla is al vertrokken. Patrick zit dagen vast in Karachi.

Ik ben intussen in Manilla en op de luchthaven kan niemand me vertellen wanneer Patrick zal arriveren. Internet, gsm ... het bestaat allemaal nog niet. Ik kan niet in contact komen met hem. Er zit dus niks anders op dan elke dag eens te gaan kijken in de luchthaven of hij daar ergens rondhangt want ik heb in België alle afspraken gemaakt. Patrick heeft geen idee waar hij naartoe moet als hij aankomt.

De rest van de dagen besteed ik met een gids aan bezoeken aan stakingspiketten. Elk fabriek in Manilla lijkt wel in staking te zijn. En er heerst overal een zeer opgewekte sfeer. De dagen van Marcos zijn geteld. Daar is iedereen van overtuigd.

Iemand van het NDF vertelt me: 'Het is niet alleen nodig dat de mensen inzien dat een revolutie, een radicale breuk met het heersende systeem nodig is. De tweede belangrijke voorwaarde is dat de mensen moeten geloven dat een revolutie ook kan slagen. Dat stadium hebben we nu onmiskenbaar bereikt.'

Op de derde dag van mijn verblijf, ben ik bij het stakingspiket van Artex, een textielbedrijf dat al enkele maanden in staking is. Als ik daar ben wordt het piket aangevallen door de politie. Twee arbeiders worden doodgeschoten, vele anderen gewond. Ik kan foto's nemen van de veldslag, foto's die in een Noorse krant en Het Belang van Limburg verschijnen.

De AIB, de Anti-Imperialistische Bond (een organisatie gelieerd met de PVDA) organiseert een solidariteitsactie die 300.000 frank steun oplevert. De staking gaat verder en wordt gewonnen. De Artexarbeiders bekomen een loonsverdubbeling. Dat zijn tweeduizend gezinnen die hun inkomen zien verdubbelen. Wat een overwinning!

Vier jaar later, bij een volgend bezoek aan de Filipijnen, ga ik de arbeiders van Artex weer opzoeken. Wat een ontvangst! Zo ongeveer moet de Gaulle zich hebben gevoeld toen hij ontvangen werd door de inwoners van Parijs na de bevrijding. Een van de mooiste momenten in mijn leven!

Naschrift

De wereld en vooral de communicatiemiddelen zijn sinds 1983 ontzettend veranderd. Als ik toen een brief schreef, duurde het een week of drie vier vooraleer die op een of ander afgelegen eiland van de Filippijnse archipel aankwam. De Filipino's waren nooit gehaast, dus het duurde dan nog wel even voor ze een antwoord stuurden. Tegen de tijd dat ik dat antwoord ontving, wist ik al niet meer wat ik zelf had geschreven en kon ik sommige reacties niet goed plaatsen. Dus begon ik brieven met carbonpapier te schrijven want een fotokopiemachine kende ik nog niet. Tussen mijn brief en antwoord zaten vaak twee, drie maanden.

64. These boots are made for fighting and that's what they will do - Inhoud

Het duurt een week voordat ik op de luchthaven van Manilla eindelijk Patrick weerzie. Hij vloekt: 'Wat een pech! Ik zat daar in Karachi wel in een mooi hotel op kosten van de vliegtuigmaatschappij maar nu ben ik van de drie weken al een volledige week kwijt aan niksdoen en dat was de bedoeling niet.'

Enkele dagen later bij een stakingspiket spreekt een onbekende me aan. Ik heb haar eerder gezien bij andere piketten maar nog niet met haar gesproken. ‘Hello comrade, do you want to meet some nice people around?' Ik weet meteen waarover zij het heeft: NPA. De guerrilla.

De dag voordien heeft een sparrow unit van de stadsguerrilla van het NPA een gevreesde legercommandant, verantwoordelijk voor de aanval op tal van stakingspiketten, op klaarlichte dag dood geschoten. Voor de stakende arbeiders zijn de NPA'ers echte helden. Maar als je gepakt wordt in hun aanwezigheid door de troepen van Marcos, is er weinig kans dat je het nog navertelt.

Ik vraag aan Patrick of hij het NPA wil ontmoeten. 'Nou, en of! Ik heb mijn legerbottines die ik droeg als beroepsmilitair meegebracht en die zou ik graag persoonlijk aan een guerrillastrijder cadeau doen.'

Ik zeg dus tegen de onbekende dat we willen ingaan op haar aanbod. En dan lijkt het alsof we gaan meespelen in een spionagefilm. Ik heb aan Patrick gevraagd wat hij er zich nog van herinnerde en onze herinneringen samengelegd.

We krijgen een paar richtlijnen: morgen moeten jullie zo laat op een bank bij een park (als ik me goed herinner Park Rizal?) gaan zitten. Er zal een man naast jullie komen zitten. Jullie spreken hem niet aan. Als hij tegen jullie mabuhay zegt, dan volg je hem op drie meter. Als hij weg gaat zonder iets te zeggen, dan gaan jullie weg zonder hem te volgen. Verder zal je welzien wat er gebeurt.

We doen de dag nadien zoals opgedragen. Een magere Filipino met een dun, triestig snorretje komt naast ons zitten. Na enkele minuten zegt hij mabuhay en staatop. We volgen hem, gaan een winkel binnen. De winkelier wijst ons naar een andere deur. We staan in een andere straat en daar staat een auto te wachten met draaiende motor. Die brengt ons na een urenlange rit naar een hutje buiten Manilla. We zijn bij het NPA. Patrickkan zijn legerbottines afgeven.

Naschrift

Patrick vertelt me nogeenandere herinnering. We slapen die nacht in een hut op de bamboevloeronder een muskietennet dat rondom zorgvuldig met stenen wordtvastgezet. Op een wand zien we een gigantische spin. Ik vraag of die gevaarlijk is. ‘Very dangerous, indeed.’ Maar we moeten niet ongerust zijn, er lopen katten rond en die pakken de spin als ze eraan kunnen, zo wordt ons verzekerd. Heel goed slapen doen we die nacht toch niet.

Wat we bij het NPA gedaan hebben? We krijgen er een urenlange uiteenzetting over de geschiedenis en de principes van het NPA maar dat had ik allemaal al eerder gelezen.

We krijgen 's middags, 'savonds en de ochtend nadien telkens hetzelfde te eten: een gigantische berg witte rijst met een spiegelei op de top. Nieuw leger wel, maar geen nouvelle cuisine.

65. God bestaat en Hij helpt de Roden! - Inhoud

Ik ontmoet in de Filippijnen in de broeierig warme en opstandige zomer van 1984 zuster Annie. Een klein, vinnig, vrolijk nonnetje. Ze kan geen seconde stilzitten. Ik vraag me wel eens af of ze een pot van die bustaids-pillen heeft die ik vroeger nam want ze is echt speedy.

Ze vertelt me dat ze een onomstotelijk bewijs kreeg dat God bestaat en dat hij aan de zijde van de roden staat. Dat zit zo:

'Ik ben koerier voor het NDF. Met mijn nonnenkleren heb ik meer kans dat de politie me gerust laat. Op een dag kwam ik met de bus van Baguio naar Manilla met een valies geheime documenten die ik naar een safehouse moest brengen.

Wie met zo een pakket gearresteerd werd, stond jarenlange gevangenis en martelingen te wachten. En met de gegevens die ik bij heb, kunnen ze veel NDF-leden die bovengronds leven, identificeren. Het was dus geen ontspannende reis.

Onderweg moet de bus stoppen bij een checkpoint dat de militairen hebben opgezet. Er stappen militairen in en die beginnen alles systematisch te onderzoeken. Ik kon niks anders doen dan bidden. "Help me God, verberg de documenten voor de fascisten."

Mijn valies met de documenten lag boven me in het bagagerek. Een militair komt bij mij en vraagt of die valies van mij is. Ik kan niet anders dan bevestigen. "Openmaken", beveelt hij. Ze weten intussen dat heel wat priesters en nonnen lid zijn van Christenen voor Nationale Bevrijding, CNL, een van de lidorganisaties van het NDF. Dus die dekmantel werkt niet meer.

Er is geen uitweg, ik moet die valies uit het bagagerek nemen. Maar dat lukt niet. De valies zit klem. Vervolgens probeert die militair de valies los te krijgen maar ook hij krijgt er geen beweging in. Uiteindelijk geeft hij het op en loopt verder. Bevend bedank ik God in een gebed.

Als ik in Manilla aankom, kan ik die valies zonder een enkel probleem uit het bagagerek nemen. Ik zeg het u, God bestaat! En hij helpt de Roden!'

66. 'May I?'

We moeten uren stappen voor we het dorpje bereiken. De overheid is hier op geen enkele manier aanwezig. Geen watervoorziening, geen elektriciteit, geen onderwijs, geen gezondheidszorg, geen rechtspraak ... de boeren zijn op zichzelf aangewezen.

De grootgrondbezitter in de buurt heerst op middeleeuwse wijze. Hij heeft een stel goons in dienst die ongestraft de regio terroriseren. Tot het NPA hier enkele jaren geleden aankwam. Die hebben een paar aanslagen gepleegd en sindsdien is het kalm.

Maar de boeren weten, dit is de stilte voor de storm. De grootgrondbezitter zal terugslaan. De grootgrondbezitter weet dat hij moet terugslaan of hij zal steeds meer van zijn macht verliezen.

Hier broeit de revolutie. Ik logeer bij een boer die drie dochters heeft, May Red, May One en May First. Een andere boer heeft een zoon met de naam Demcen. Dat staat voor democratisch centralisme. Ze bakken het hier behoorlijk br ... euh ... rood.

PS: 'May I?' is een van de vele mooie nummers van de naar mijn mening zwaar onderschatte Kevin Ayers. De warmste stem van de rock.

67. Please, release me - Inhoud

In Gent is er ook een Filipijnencomité dat vooral jonge verpleegsters telt. Een aantal gaat op 'inleefreis' naar de archipel. Ze hebben er onder meer een afspraak met bisschop Fortich.

Die heeft zich, zoals Romero in Latijns-Amerika, ontpopt tot een strijdbare woordvoerder van de armen en onderdrukten. De dames zijn nerveus en hun Gents is beter dan hun Engels. Als ze de bisschop begroeten, zegt een van hen: 'I am happy to please you.' De bisschop krijgt de slappe lach.

Als ze weggaan, zegt diezelfde verpleegster: 'Bye bisschap.' ‘O, my God, you are so funny', giert de bisschop.

68. Snel koppensnellen - Inhoud

In de meest afgelegen en moeilijk toegankelijke regio's van de Filippijnse archipel wonen inheemse volkeren die de Spaanse en Amerikaanse overheersing (driehonderd jaar klooster en honderd jaar Hollywood) zonder veel culturele kleerscheuren hebben overleefd. Tot beginjaren 70 zijn er nog groepen die het koppensnellen bedrijven.

De boerenguerrilla van het NPA is, in dit voor de centrale overheid moeilijk toegankelijke gebied (dat bovendien economisch nog niet interessant is), al snel stevig aanwezig.

En ze passen er de ideeën van Mao toe: bestrijd het obscurantisme en feodale praktijken. Hoge pacht innen van landloze boeren, geweld tegen vrouwen die minder waard zijn dan een buffel, een rechtspraak gebaseerd op animistisch geloof ... het NPA bestrijdt het. En dus ook het koppensnellen kan niet meer.

Het volgende verhaal wordt me als echt gebeurd verteld. Ik heb niet kunnen verifiëren of dat zo is, maar het is een sterk verhaal. Hier komt het:

Begin jaren 70 trekt een Zwitserse activist een tijdje op met een eenheid van het NPA. Ze zijn in een gemeenschap van voormalige koppensnellers als ze te horen krijgen dat een eenheid van het regeringsleger dicht in de buurt is. De zware dagtochten die nodig zijn om de regeringstroepen af te schudden kan de Zwitser niet aan vreest de NPA-commandant. En als het tot een treffen komt, is die activist niet getraind om zo een combat aan te gaan. In het belang van de Zwitser en van de NPA-groep wordt beslist dat de Zwitser in het dorpje blijft en dat het NPA de regeringstroepen van het dorp zal weglokken.

Enkele weken later keren de NPA'ers terug. Ze hebben de tegenstander kunnen afschudden. Die is teruggekeerd naar het comfort van de kazerne. Maar de Zwitser is weg. De dorpelingen weten niet waar hij naartoe is. 'Op een dag was hij het beu en is hij gewoon vertrokken', krijgen de NPA'ers te horen. Een zoektocht levert niks op.

Jaren later is een van de mannen van het dorp dronken en loslippig. Dan blijkt wat er is gebeurd. Zodra de NPA-eenheid weg was, zagen de oudere mannen van het dorp hun kans schoon om nog eens op lekker ouderwetse manier een kopje te snellen. Het dorp beslist om er niks over te zeggen tegen het NPA uit vrees voor strenge represailles. En zo bleef het heel lang een mysterie wat er met de arme Zwitser was gebeurd.

Geen idee of het echt is gebeurd. Maar geef toe, zo een verhaal moet ik toch vertellen?

69. Over het verschil tussen vrije meningsuiting en democratie - Inhoud

In 1983 scoort Billy Joel een megahit met de ultieme Vietnamsong 'Goodnight Saigon'. De song begint met het helikoptergeluid dat op onze harde schijf gegrift staat sinds Apocalypse Now. Het doffe, onheilspellende geklop dreunt en maait en zaait vernieling en dood.

1983 is het jaar van de vredesbeweging. In Nederland en België komen nooit eerder geziene massa's op straat. In oktober vindt in Brussel de grootste betoging uit onze geschiedenis plaats. Via drie verschillende trajecten demonstreren vele honderdduizenden. Elk traject telt op zich allicht meer deelnemers dan eender welke betoging daarvoor of daarna. Als de avond valt, moeten er nog steeds mensen vertrekken en veel demonstranten geraken niet in Brussel.

Wij gaan met een van de bussen die de wereldwinkels inleggen. Die verkopen dan alleen nog maar koffie, wijn uit Algerije waarvan je verschrikkelijke koppijn krijgt maar dat pakken we erbij om boete te doen voor het Franse kolonialisme dat als de beesten is tekeergegaan. (Wie weet nog dat de Franse politie bij een betoging in Parijs honderden Algerijnen in de Seine gegooid en zo verdronken heeft? Wie weet dat er Franse postkaarten zijn waarop de Franse strijdkrachten afgehakte hoofden van Algerijnse opstandelingen fier omhoog tillen? Om nog te zwijgen over de bananen uit Nicaragua die vaak te rot zijn om nog op te eten. Maar hey, ze zijn sandinistisch en dus fuck Chiquita.

De wereldwinkels dus. Ze hebben dan nog maar weinig producten maar de gemiddelde leeftijd van de wereldwinkelier is dan ergens begin twintig, ze zijn met veel en ze willen actie. Daar kan de hedendaagse winkel met een ruim assortiment helaas niet tegenop.

Alle respect voor al die vrijwilligers die de wereldwinkels nu nog draaiend houden maar ik vrees dat nog maar eens bewezen wordt dat een initiatief binnen het heersende economisch model gewoon gekaapt wordt en dan, zodra dat financieel goed uitkomt, finaal wordt afgemaakt

Elke supermarkt heeft nu fair trade. Maar ik zie ze nog geen bussen inleggen voor een vredesbetoging. En als de boekhouder van Delhaize ooit zegt: 'De droge voeding is oké en de bio doet het ook nog goed maar die rekken met fair trade zijn verlieslatend en we weten intussen via onderzoek dat de klanten niet afhaken als we de fair trade wegdoen, behalve die rozijnen van Palestina maar die kunnen bij de droge voeding.' Als dat gebeurt, is het over en out met fair trade.

Genoeg pessimisme, terug naar het wonderjaar 1983. We gaan met een wereldwinkelbus naar Brussel, helemaal onwetend dat dit de allergrootste betoging ooit zal zijn.

Het duurt uren voor we kunnen vertrekken. De energie die uitgaat van de massa is overweldigend. Er zijn geen incidenten. Het is in elk opzicht een vredesbetoging. Tegen de nucleaire waanzin. Tegen de wapenwedloop van de VS en de Sovjet-Unie.

In de verte horen we Melanie zingen 'lis ont changé ma chanson'. We zullen er snel achter komen dat 'zij' onze vredeswil veranderen in nog meer raketten.

We leven in een vrij land. We mogen in alle vrijheid met honderdduizenden demonstreren. Opiniepeilingen tonen aan dat 80 procent van de bevolking de eisen van de vredesbeweging steunt. Dat mag allemaal in alle vrijheid gezegd worden.

Maar democratie? Nee, dat hebben we niet. Want de regering doet helemaal niks met deze volkswil. De regering gaat plat op de buik voor de VS en plaatsen die raketten. Raketten waar wij niks over te zeggen hebben want de VS zitten aan de knoppen en beslissen of en wanneer die gelanceerd worden.

We mogen zeggen wat we willen maar als het er echt op aankomt, hebben we niks te zeggen. Dat wil zeggen, dan hebben we niks in de pap te brokken. We hebben vrije meningsuiting, we mogen roepen wat we willen. Maar er wordt niet naar geluisterd en toch we voelen ons zoveel mondiger dan de Sovjetburgers.

De raketten komen er, ginder en bij ons. Als ze vallen, vallen ze, ginder en bij ons. Zoek de zeven verschillen.

Billy Joel zingt op het einde van zijn megahit: ‘And we would allgo down together, yes we would all go down together.'

70. Kinderpraat - Inhoud

In 1981 trouw ik en een jaar later wordt onze eerste zoon geboren. Advies aan jonge ouders: maak niet alleen foto's, schrijf ook op wat die klein mannen uit hun botten slaan.

Ik doe dat af en toe, te weinig helaas, maar dit vind ik nog terug in de bergen aantekeningen die ik bijeen schreef.

Brecht kan pas lezen en ontcijfert aan de ontbijttafel moeizaam wat er op het karton melk staat, hij leest: 'Halfvolle melk.' Hij schudt met het karton en roept verrukt: 'We hebben geluk papa, die doos zit helemaal vol.'

We passeren een brug met graffiti. Brecht: 'Stomme kindjes, schrijven kat met een "u".'

'Ik moet uitslikken', zegt Warre. Ik vraag me af wat dat kan betekenen. En dan kotst Warre de halve liter Fristi van het ontbijt in mijn nek terwijl ik een vrachtwagen voorbijsteek.

71. How sweet it is, to be loved by you - Inhoud

Situatieschets: drie generaties aan tafel. Mijn ouders, wij, het ouderpaar en een kleinzoon, Brecht, vier jaar, slachtoffer en onverbiddelijke winnaar in dit verhaal.

We zitten samen aan het ontbijt. Mijn moeder is een gezondheidsfreak maar mijn vader overtuigen heeft ze al lang opgegeven. Die steekt al een sigaar op als wij nog moeten kiezen tussen een of andere onbespoten, door onschuldige maagden met de hand geplukte, thee of toch maar die koffie. Wij, de ouders, eten een gekookt eitje dat we dippen in een pot zout.

Mijn moeder consumeert iets uit een natuurwinkel dat er onbespoten en bio en heel duur en onsmakelijk uitziet maar waarmee je eeuwig in leven blijft.

Ze probeert haar kleinzoon Brecht te overtuigen. Die is jong en ontvankelijk maar niet helemaal gek, dus dat lukt niet. Hij lust wel wat yoghurt en dat is volgens mijn moeder een eerste stap naar het eeuwige leven. Mijn moeder doet er nog een lepeltje suiker bij. Een beetje vergif op de weg naar de waarheid en het eeuwige leven van dokter A. Vogel & co. is geoorloofd.

Brecht eet een lepeltje en zegt zonder aarzelen: 'Bah, dat lust ik niet.'

Brecht is vier jaar. Mijn moeder beseft dat de spirituele en medische adviezen van verlichte geesten geen vat hebben op een vierjarige. Dus ze doet er nog een schepje suiker bij.

Het verzet van Brecht die voorzichtig proeft, is nu nog heftiger.

Om een lang verhaal kort te houden. Na een schep of vier proeft mijn moeder eens van de yoghurt. Dan blijkt dat ze telkens een lepeltje van de pot zout waar wij ons gekookt eitje in dompelden, heeft gepakt. We proeven allemaal eens. Niet-te-vreten.

Veel sorry's en knuffels ... oma's met schuldbesef. Sterker kan een kleinkind niet staan. Brecht lijdt en triomfeert. Die kleine donder met zijn kopje op mijn moeder haar schuldige schokkende schouders kijkt naar mij met een samenzweerderige blik: 'No pain, nogain.' Die vierjarige oogjes zeggen: 'Papa, dat wordt minstens één extra vette cadeau om het goed te maken. Sorry brother maar nu ga ik nog effe een potje janken om mijn positie te verzilveren.' De sluwe vos.

Enkele dagen later. Situatie: het strand van Zeebrugge, het is bloedheet. Brecht rent meteen in zee.

Spuwend komt Brechtje uit de eerste golf en zegt diep teleurgesteld: 'Zout. Make is hier geweest.'

72. Rolmodel gerold - Inhoud

Midden jaren 80 doen Irak en Iran de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog nog eens dunnetjes over. Loopgraven, landmijnen, bommen en granaten, gas ... massaal veel doden. Een oorlog om olie.

Het Westen steunt Saddam en hoopt dat Irak de Islamitische Revolutie van Khomeini op de knieën kan krijgen. Niet omdat Iran het fundamentalisme heeft omarmd. Een gelijkaardige versie van de islam is in Saoedi-Arabië al lang aan de macht en daar is dat geen probleem voor het Westen. De reden voor de steun aan Irak is dat Khomeini de westerse belangen ondermijnt. Saddam krijgt alle wapens geleverd die hij nodig heeft. Saddam is ook een smeerlap maar het is onze smeerlap. Dan nog wel.

Iraanse jongens van vijftien, zestien jaar worden letterlijk ingezet als kanonnenvoer. Zij moeten voor de tanks lopen om de landmijnen te doen ontploffen. Martelaren gaan naar de hemel, die tanks niet.

In Overpelt komen vijf Iraanse jongens toe die geen kanonnenvoer wilden zijn. Later hoor ik van een van hen, Mohsen, dat zijn ouders hun huis hebben verkocht om een gids en een paard te betalen waarmee Mohsen, samen met de vier anderen, via de bergen naar Turkije kan vluchten. Via Turkije komen ze naar België.

De vijf jongens komen in Lenteleven Nederlandse taallessen volgen. Het OCMW lanceert na een tijdje een oproep om voor de jongens een opvanggezin te vinden want zestienjarigen alleen laten samenwonen is niet de beste oplossing. Een van de jongens kan terecht bij Johan, een jonge mijnwerker die bij mij cursus heeft gevolgd. Een andere jongen, Mohsen, komt bij ons wonen.

Mohsen gaat na een jaar Nederlands leren naar het laatste jaar van het college in Neerpelt en daarna naar de KUL, richting burgerlijk ingenieur Hij werkt zich de ziel uit het lijf. Elk jaar heeft hij voor enkele vakken tweede zit want de taalachterstand blijft hem natuurlijk toch wat parten spelen. Het zijn zeven zware jaren, nooit gaat hij op stap en geen enkel jaar heeft hij een zorgeloze vakantie.

Maar Mohsen slaagt. Een rolmodel voor alle allochtone jongeren toch? Doe zoals Mohsen en heb succes in het leven.

Maar Mohsen vindt geen werk. Alle andere studenten van zijn richting hebben al een jobaanbieding voor ze zijn afgestudeerd. Maar Mohsen niet.

Bij de VDAB zeggen ze: 'Geweldig diploma. Het beste dat je in België kan behalen. Maar jouw naam. En jouw nationaliteit. Dat is een probleem. Je kan beter in Nederland solliciteren, daar doen ze niet zo moeilijk.'

Leg dat maar eens uit aan Turkse en Marokkaanse jongeren. Dat ze moeten studeren. En dat ze vervolgens best ook een andere naam kiezen. En allicht best uitwijken naar Nederland.

73. 't Stad is van ... Aaaaah! - Inhoud

Als Mohsen en zijn vier lotgenoten een tijdje in Overpelt wonen, wil een van hen, Ali, wel eens een stad zien. Naar Antwerpen is er vanuit Overpelt een rechtstreekse trein. Ze spreken nog maar heel weinig Nederlands en om te voorkomen dat het misloopt bij overstappen, beslist de jonge Ali dat hij best naar Antwerpen-Centraal reist. Dat is het laatste station. Dat kan niet misgaan.

Die jongens zijn via de bergen naar Turkije gevlucht en van daaruit na een lange, gevaarlijke tocht in België geraakt. Een daguitstap naar Antwerpen, dat kan echt niet misgaan.

Ali komt pas een dag later terug. De trein tot het Centraal Station was geen probleem. Maar bij het verlaten van het station wordt hij tegengehouden door de politie voor een paspoortcontrole. Tja, hij heeft nog geen pas. Wel een hele stapel papieren in verband met de lopende asielaanvraag maar die documenten heeft Ali niet mee voor een daguitstapje.

De politieagenten overleggen via hun walkietalkie met den bureau om uit te vissen wat ze met die vreemdeling moeten aanvangen. En dan zegt Ali, in gebroken Nederlands: 'Precies alsof ik een moord heb gepleegd.'

Dat wil hij zeggen maar de agenten verstaan dat Ali een moord heeft gepleegd. Hij wordt geboeid afgevoerd en het duurt tot de volgende ochtend voor het misverstand is opgehelderd.

Voor het OCMW zal dit de aanleiding zijn om voor de vijf Iraanse jongens een gastgezin te zoeken. Het zal daarna nog een hele tijd duren voor ze naar de Meir durven gaan.

74. Justice for Olalia. Justice for all - Inhoud

November 1986, verschrikkelijk bericht uit de Filipijnen. Rolando Olalia, de voorzitter van de militante vakbondskoepel KMU, is samen met zijn chauffeur ontvoerd, gemarteld en vermoord.

Ik ben er helemaal kapot van. Ik leerde Olalia in 1984 kennen tijdens een rondreis door Europa. Hij vertelde me toen dat hij als voorzitter van de KMU natuurlijk hoopt dat de vakbonden snel veel nieuwe leden zullen winnen. Maar anderzijds is hij er ook bevreesd voor want hoe sterker de vakbond zal staan, hoe gevaarlijker de vijanden zullen worden.

In 1986 is Marcos van de macht verdreven maar alleen de fracties van de elite die door Marcos en zijn cronies werden uitgesloten van de macht, profiteren van de nieuwe democratie. Voor de inheemse volkeren, de boeren, de arbeiders verandert er niks.

Op 12 november wordt Olalia en zijn vriend vermoord. Op 22 januari 1987 wordt een vreedzame boerenbetoging bij het presidentieel paleis uit elkaar geschoten. Dertien boeren verliezen het leven, vele tientallen zijn zwaar gewond.

Het NPA dat een wapenbestand had met Aquino, de opvolgster van Marcos, verbreekt het bestand. De oorlog hervat...

Ik schrijf een artikel: de Filipijnen zijn een katholiek land. Je vindt er de hemel voor een kleine elite. Zij kunnen zich alles veroorloven. Ze vliegen met een privéjet naar New York om even te gaan winkelen.

Je vindt er het vagevuur voor de middenklasse. Die hopen ooit in de hemel te komen maar ze vrezen vooral in de hel te belanden.

Je vindt er de hel, daar zit de meerderheid van de Filipijnse bevolking. Zij weten vandaag niet of ze morgen eten zullen hebben. Ze vrezen ziekte want een dokter kunnen ze niet betalen. Zij hebben geen enkele hoop om ooit in het vagevuur of de hemel te geraken.

Enkele dagen na de moord op Olalia trekken we met een volle bus vanuit Overpelt om te protesteren bij de Filipijnse ambassade. Jef Sleeckx, socialistisch volksvertegenwoordiger en Magda Aelvoet, parlementslid van Groen zijn ook aanwezig wat we bijzonder op prijs stellen.

In Manilla zijn meer dan een miljoen Filipino's aanwezig op de begrafenis van Olalia. De begrafenismars duurde meer dan twaalf uur. De daders van de dubbele moord werden nooit gevat.

75. Vrijen met papier - Inhoud

Ik vind in mijn stapel aantekeningen een dun boekje terug: Provinciale poëziewedstrijd 1988. Een initiatief van de Koninklijke Vereniging van Limburgse schrijvers. In samenwerking met dagblad Het Volk.

Het thema van de wedstrijd is 'De krant' en de winnaar krijgt een kasbon van 10.000 frank. Ik neem deel en win. De eerste en nog steeds de enige keer dat ik iets verdien met schrijven. Maar daar doe ik het ook niet voor. Schrijven is soms vrijen met papier.

Soms is schrijven vrijen met papier,
de letters naar elkaar doen smachten,
spelen met het ritme en de klank.
Soms is lezen een plezier.

Soms is schrijven een gevecht van het papier
met de angst en duistere machten.
Een papieren tijger die de leugens kan ontkrachten.
Soms is lezen meer dan een plezier.

Soms wordt in kranten (ver van hier?)
ook het woord gerasterd.
De letters verkrachten de waarheid,
het ritme en de klank.
Soms is lezen geen plezier.

76. Afwezige vader - Inhoud

Afwezige vader.

In de jaren 80 ben ik zo gebeten, zeg maar bezeten door het solidariteitswerk dat ik thuis vaak een afwezige vader ben. Niks om fier op te zijn, vaak ben ik wel fysiek aanwezig maar niet met mijn kop.

Soms loopt het wel heel erg uit de hand. Op een ochtend, nog doodmoe vanwege weer eens veel te laat naar bed, prepareer ik de kinderen slaapdronken voor de schooldag. Ik hoor de schoolbus toeteren. Veel vroeger dan anders of zit ik vanwege slaapgebrek in slow motion? Ik sleep Warre, de jongste en dan vijf jaar, naar de voordeur. 'Maar papa, dat is ...' 'Kom jongen, stap nu maar gewoon op die bus.'

Warre kijkt me nog even aan met zijn grote, verwijtende ogen en stapt in. Ik sleep me naar een volgende tas koffie.

Een kwartier later toetert een bus. Ik kijk op de klok, het normale uur dat de schoolbus passeert. Vreemd ... ik slof weer naar de voordeur.

'Gaat Warre niet mee vandaag?', roept de chauffeur. 'Die is een kwartier geleden toch al ingestapt', zeg ik, nog in de ontkenningsfase. 'O, dat moet dan de bus van de BLO-school zijn geweest', aldus de chauffeur.

Plots ben ik helemaal wakker. Schuldbesef werkt beter dan koffie. Ik race met de auto naar de BLO-school. Warre staat op de speelplaats met zijn boekentasje en zijn grote ogen verweesd om zich heen te kijken.

Geen enkel verwijt. Geen 'papa, ik had toch gezegd dat ...' Ik voel er me nog schuldiger door. Als we in de auto zitten, zegt Warre: 'Dat zijn wel speciale kindjes, hè papa?'

Ik zweer bij mezelf, vanaf nu op tijd naar bed.

Naschrift

Het is pas later, als mijn twee zonen zelf kinderen hebben, dat ik besef hoe afwezig ik was. Nu ik zie hoe zij met hun kinderen spelen, besef ik dat ik op dat vlak tekortschoot. Gelukkig doen zij het veel beter. Mijn kleinkinderen hebben veel geluk en dat maakt mij heel gelukkig.

77. Behangpapier - Inhoud

Tot 1991 werk ik als vormingswerker bij Lenteleven. Het publiek daar is intussen helemaal veranderd. Jonge mijnwerkers komen er niet meer. De mijnen zijn dicht. De werkende meisjes van Willem II, Philips, de kaarsenfabriek ... het is allemaal afgelopen.

Er komen nu nagenoeg alleen jongeren uit het deeltijds onderwijs en naar mijn gevoel beginnen we steeds meer een verlengstuk te worden van het onderwijs. Tijd voor iets anders.

Ik ga aan de slag bij BLM, Begeleidingsdienst Limburgs Mijngebied. De organisatie is opgericht na de sluiting van de mijnen om beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling te bieden aan de jongeren die eerder in de mijnen aan de slag gingen.

Twintigduizend mijnwerkers zijn hun job verloren. Velen onder hen zijn nog jong en zoeken een andere job. Hun zonen hebben evenmin een idee waar naartoe. Want het zijn vooral Turkse en Marokkaanse werkzoekenden die voorheen allemaal in de put werkten. Zij hebben geen familie of vrienden die in andere bedrijven werken. Ze hebben geen 'kruiwagen' die hen elders kan binnenloodsen. Ze kunnen niet netwerken want heel hun netwerk is werkloos.

ik word er opgevangen door Robert K. die in Genk zijn sporen heeft verdiend in het basiswerk. Hij gidst me door al de wijken, vertelt heel meeslepend alles wat belangrijk is om de leefwereld van de 'risicogroepen op de arbeidsmarkt' te leren kennen. Hij kent de sociale geschiedenis van Genk als geen ander en kan het ook nog bijzonder boeiend brengen. De jaren vormingswerk met jonge mijnwerkers komen me hierbij ook goed van pas.

Ik ga dus goed voorbereid aan de slag als arbeidsbemiddelaar voor wie Robert en zijn team een aangepaste maatwerkmethode hebben ontwikkeld.

Daarmee scoren we behoorlijk goed maar het is en blijft een mission impossible. Voor elke werkloze die ik aan een job kan helpen, staan er vijf anderen klaar die gehoord hebben van mijn mirakelwerk en die verwachten dat ik voor hen ook even snel een job vind. Ik heb het gevoel water te lozen in een lekke Titanic.

Gebrek aan kennis van het Nederlands is en blijft vaak een groot struikelblok en het leidt soms tot pijnlijke misverstanden. Ik kom bij een Marokkaanse man die heel blij is met een brief van de RVA want 'Mienheer, ik hep beroep, kijk maar in die brief.’

Ik lees: 'U bent voor drie maanden geschorst van een werkloosheidsuitkering. U kan beroep aantekenen bij de Arbeidsrechtbank ...' De arme man heeft beroep begrepen als een job ...

Of neem M., een hele timide Marokkaanse man. Ik zie de man en zijn echtgenote vanaf de eerste ontmoeting heel graag. Ze zijn zo zachtmoedig en lijken zo enorm kwetsbaar in een wereld die ze niet kunnen begrijpen. Ik zoek me de pleuris naar een job maar bij elke sollicitatie gaat hij onderuit, hoe vaak we ook oefenen, ik als werkgever, hij als werkzoekende.

Op een dag kom ik bij M. en ik zie dat de living, die bij mijn laatste bezoek nog maagdelijk witte muren had, nu behangen is. Maar het behangpapier is op verschillende plaatsen weggekrast. Zijn vrouw Fatima ziet dat ik naar die gaten in het behang staar en ze legt uit: 'Mienheer Rop, wij hadde oewe telefoonnoemet oppe die moer geschreve. En dan wij behange. Oewe telefoonnoemer onder de behang. Wij wille belle naar oe om te vrage, hebde gij al werrek gevonde? Maar waar oewe telefoonnoemer, mienheer? Wij nie meer wete en krabbe papier weg tot wij vinde oewe noemer. Hebde gij al werrek gevonde, mienheer?'

Als ik thuiskom, lees ik in de krant de lezersbrieven. Dat al die Turken en Marokkanen te lui zijn om te werken.

78. Werknemers zijn geen gereedschap - Inhoud

In 1994, na drie jaar als arbeidsbemiddelaar bij BLM, solliciteer ik bij 11.11.11 voor de vakante betrekking als provinciaal secretaris. Ik ben al sinds 1974 actief als vrijwilliger en sinds de oprichting van het Steunfonds Filipijnen zijn we als landencomité lid van 11.11.11 dat de koepelorganisatie is van zowat alle derdewereldorganisaties die Vlaanderen telt.

Ik heb een collega. Riet, die minstens even zot is als ik. We werken hard, heel hard, veel te hard. Een bondig overzicht van ons takenpakket.

Limburg telt 44 gemeenten, in 39 gemeenten is er een 11.11.11-comité van vrijwilligers. Van augustus tot december komen die heel geregeld samen om acties voor te bereiden en uit te voeren. En wij worden daar verwacht om input te geven over de najaarscampagne en om al het materiaal te leveren. Elke dag van de week zijn er gedurende die vijf maanden avondvergaderingen. Dat zijn dus al meer dan dertig avondvergaderingen per maand.

Ook de rest van het jaar blijven veel 11.11.11-comités actief. Die fungeren vaak als een adviesorgaan voor het gemeentelijk beleid. Deze comités liggen vaak aan de basis van de officiële derdewereld raden die vanaf eindjaren 90 in heel veel gemeenten geïnstalleerd worden. Ook die vergaderingen volgen we op.

Op initiatief van 11.11.11 hebben de meeste gemeenten vanaf de jaren 90 een schepen voor Ontwikkelingssamenwerking. De meeste schepenen krijgen dat als extra bevoegdheid maar hebben vaak geen idee hoe ze daar rond beleid moeten voeren. Dus ook de contacten met en het inhoudelijk begeleiden van al die schepenen zit in ons takenpakket.

De provincie heeft een stevig budget voor ontwikkelingssamenwerking. Dat is gedeeltelijk bestemd voor projecten in het zuiden waar Limburgse organisaties bij betrokken zijn. Een ander deel van het budget dient voor sensibilisering om het draagvlak voor solidariteit te versterken en om de bevolking te informeren. Contacten met de deputé en de ambtenaren die het werk doen, om inhoudelijke ondersteuning te bieden, staan ook op onze agenda.

Als koepel van de derdewereldbeweging organiseren we op provinciaal vlak ook het overleg met alle organisaties die in Limburg actief zijn. We komen geregeld samen met onze collega's van Oxfam Wereldwinkels, Broederlijk Delen, Wereldsolidariteit, Socialistische Solidariteit, Vredeseilanden ...

Elke maandag gaan we de hele dag naar Brussel voor overleg met de secretarissen van de andere provincies en om onze auto propvol te laden met kalenders, allerlei gadgets, pamfletten, affiches ...

En tot slot hebben we ook nog een maandelijks tijdschriftje voor de vrijwilligers dat Riet en ik helemaal zelf invullen, artikels schrijven, het geheel lay-outen, in Brussel op het hoofdkwartier laten drukken vanwaar het op enkele duizenden exemplaren wordt verzonden.

Een dag telt gewoon te weinig uren om al dat werk te verzetten. Maar Riet en ik zijn niet te houden. Het gaat ten koste van mijn gezin en ten koste van mijn gezondheid.

In 1997 crash ik. Het woord burn-out bestaat dan blijkbaar nog niet. Ik ben overspannen. Ik begin ook gewicht te verliezen en zie het leven helemaal niet meer zitten. Slechts een zin van Gaby, secretaris van de Algemene Centrale, kan me echt troost geven: 'Dit gaat weer voorbij. Hoezeer je ook denkt dat je niet uit die put zal geraken, je zal eruit komen.'

Dokter Harrie De Witte vindt dat gewichtsverlies verontrustend. Hij legt gelukkig de link met een bezoek voor 11.11.11 aan India vele maanden daarvoor. Onderzoek van mijn stoelgang toont aan dat ik vol parasieten zit, opgelopen in India. De medicijnen die ik krijg brengen spoedig beterschap en daarna gaat het me ook mentaal snel beter.

Maar ik trek geen enkele les uit deze ervaring. Ik vlieg er bij 11.11.11 meteen weer volle bak in en Riet vliegt met me mee. 'Werknemers zijn geen gereedschap', staat er op een button bij een van de campagnes. Maar zelf vinden we het niet erg om instrument te zijn.

Het is dom. Als er geen balans is tussen engagement en de rest van het leven, gezin, sociale contacten, ontspanning ...dan betaal je vroeg of laat een zware prijs. En de rekening komt er voor mij aan.

79. Goudeerlijk - Inhoud

Ik heb twee zonen die min of meer dezelfde opvoeding kregen en die uiterlijk veel op elkaar lijken en ze kunnen heel goed met elkaar ópschieten maar op veel terreinen zijn ze complete tegenpolen.

De oudste is het haantje-de-voorste, altijd op zoek naar een dosis adrenaline. Het begrip stress is hem totaal onbekend. Hij gaat immer fluitend door het leven. Hij is gelukkig heel slim want van zijn inzet moest hij het niet hebben in het secundair onderwijs. Zijn schoolagenda staat vol rode bemerkingen. Huiswerk heeft hij blijkbaar nooit en tijdens de examenperiode word ik bloednerveus omdat hij zuchtend rondloopt maar geen klap uitvoert. Desondanks slaagt hij met glans in de richting Latijn-wiskunde.

Zijn broer is zes jaar jonger en als die aan het eerste middelbaar begint terwijl de oudste de schoolpoort achter zich kan sluiten, is de eerste vraag van een leerkracht aan Warre: 'Van Vlierden??? Toch geen familie van Brecht???' Als Warre zegt dat het zijn broer is, mag hij meteen op de eerste rij gaan zitten.

Maar Warre is helemaal zen, een rustige leerling. Hij heeft heel veel empathie, dus een leerkracht het leven moeilijk maken en zo die mens zijn gemoedsrust storen, nee, dat zal Warre niet doen. Hij is op heel jonge leeftijd ook al bezig met gezond leven. Zeg ik: 'Ik ga een frietje halen. Wat moeten jullie?', dan zegt Warre: 'Ik hoef niks, ik kook wel volle rijst voor mezelf.'

En hij is ook heel eerlijk. Als hij een tijdje met zijn eerste liefje is (nu twintig jaar later is hij nog steeds met zijn allereerste lief en hebben ze twee kinderen), wordt hij op een avond door de ouders van zijn lief betrapt aan de achterkant van het huis. De ouders zijn vroeger thuisgekomen dan verwacht. Zijn toekomstige schoonvader zegt: 'Warre, ik hoop dat je niet van plan was om via de klimop naar de slaapkamer van mijn dochter te klauteren.' Waarop Warre goudeerlijk zegt: 'Sorry mijnheer, ik ben juist naar beneden gekomen.'

'Dan is het te laat maar je bent heel eerlijk, dus kom dan maar mee terug naar binnen', is het wijze verdict.

Over de fratsen van mijn oudste ga ik verder niks vertellen. Die kan daar beter zelf een pil (hij werkt in de farmaceutische sector) van een boek over schrijven.

80. Wheels of fire - Inhoud

In 1996 bezoek ik in opdracht van 11.11.11 een aantal projecten in Tamil Nadu, India. Ik zie hoe de kastelozen, vooral vrouwen, zich organiseren en tegenmacht opbouwen. De mannen kijken de kat toch nog even uit de boom.(**)

Terug in België moet dat gecommuniceerd worden met de achterban aan de hand van dia's (voor de jongsten: stilstaande beelden die op een scherm geprojecteerd worden, tenminste, als zo'n diaplaatje niet klem komt te zitten in de projector).

Op een nacht, na een lange infoavond in Tongeren, rijd ik omstreeks middernacht terug naar huis. We hebben dan een deux-cheveauke dat door vluchtelingen tijdens een creatieve sessie in het asielcentrum van Overpelt is geairbrusht. Indrukwekkende draken die vuur spuwen maken van het karretje een perfect voertuig voor een Mad Max-film.

Op de autostrade tussen Tongeren en Hasselt steek ik een vrachtwagen voorbij. Mijn draakje trilt en rammelt en ik moet het stuur stevig vasthouden want die vrachtwagen, die ik uiterst langzaam voorbijsteek, blaast me bijna van de weg.

Als ik ter hoogte van de cabine van de chauffeur ben, begint de man te toeteren en heel druk te gebaren. Ik zie dat hij met grote ogen naar me kijkt en druk gesticuleert. 'Die is onder de indruk van mijn geitje', denk ik en ik zwaai enthousiast terug.

Ik hou het gaspedaal helemaal ingedrukt terwijl de vrachtwagen supporterend toetert. Als ik de vrachtwagen eindelijk voorbij ben, slaan de vlammen plots onder mijn stuur naar binnen. Binnen enkele seconden is het een en al vlam en rook. Ik zwenk naar de pechstrook en de vrachtwagen volgt me.

Gelukkig maar want de vrachtwagenchauffeur heeft een groot blusapparaat. Terwijl hij blust, haal ik de jerrycan met benzine uit de auto. De benzinemeter doet het al een hele tijd niet meer en ik vergeet af en toe te tanken. Vandaar die jerrycan, leg ik de vrachtwagenchauffeur uit die moedeloos zijn hoofd schudt.

Als de brand geblust is, zegt mijn redder in nood: 'Ik ben al uren aan het rijden en ik dacht echt dat ik aan het hallucineren was toen je mij voorbijstak. Een fel beschilderd geitje en de vlammen draaiden rond de voorwielen. Het was echt een spectaculair zicht en dan steek jij nog je duim op alsof alles oké en volledig normaal is. Had ik dit maar kunnen filmen, niemand gaat dit geloven.'

Ik zeg dat ik voor 11.11.11 werk en van een infoavond kom. Hij kijkt me meewarig aan met een blik die zegt: 'Oké, dat verklaart veel.'

We staren in stilte naar de dampende geit. 'Zou ie nog rijden?', vraag ik. We kijken eens onder de zwartgeblakerde motorkap. De chauffeur vindt meteen de oorzaak van de brand. Een buis die blijkbaar van geperst karton is gemaakt kwam los, is op de motorblok gevallen en door oververhitting in brand gevlogen.

Alles is bedekt met het witte poeder van het brandblusapparaat. Als we dat wat wegvegen, zien we dat de elektrische bedrading is samengesmolten. 'Dat ziet er niet goed uit maar probeer hem toch maar eens te starten', is het advies.

De auto start meteen. Er is een probleem: heel het elektrisch systeem is ontregeld en de lichten doen het niet meer. Ik bel met de noodtelefoon die je langs de snelweg aantreft (gsm is nog sciencefiction) naar mijn goede kameraad Patrick die me met zijn auto naar Overpelt zal begeleiden.

Terwijl ik rijd, blaast de tocht via de gaten, die gebrand zijn in de wand die de binnenruimte afschermt van de motor, al dat witte spul naar binnen. Ik ben helemaal bedekt met wit poeder en zie eruit als een zombie als ik in Overpelt aankom rond 2 uur

Mijn vrouw zit daar ongerust te wachten.

Ik zeg: 'Ik heb wat meegemaakt.'
Zij zegt: 'Ik zie het.'

81. En leg het dan maar eens uit - Inhoud

We organiseren een provinciale infosessie voor de 11.11.11-vrijwilligers in Herk-de-Stad. Riet en ik hebben alle moderne communicatiemiddelen uit de kast gehaald: twee tv's met VHS-video's, diaprojectors, schermen, een geluidsinstallatie waarvan die van U2 zouden zeggen: 'U2?' ...

Om de 11.11.11-activist te informeren zijn we met plezier bereid onszelf een hernia te sleuren.

Uren na middernacht keren mijn collega en ik met twee volgestouwde auto's terug naar het provinciaal secretariaat om daar onze lading weer te lossen.

Bij de oprit van de autostrade worden we door een grote politiemacht tegengehouden. Als die met een zaklamp in onze auto's schijnen, mogen we meteen uitstappen. 'We hebben er een paar!', roept er eentje.

Blijkt dat de politie op een dievenbende jaagt die de regio al een tijd terroriseert met nachtelijke inbraken. We kunnen de agenten vrij snel overtuigen dat we van 11.11.11 zijn. Aan foldertjes om dat te bewijzen, hebben we bij 11.11.11 nooit gebrek.

82. Vive la France! - Inhoud

In 1996 kunnen we in Le Busseau, een onooglijk klein dorpje, voor een spotprijs een huisje op de kop tikken. Een oom en tante van me wonen daar al een tijdje als God in Frankrijk en via hen ontdekken we het dorpje. De helft van de woningen staat er te koop voor geen geld.

Mijn oom en tante zijn ons heel behulpzaam en zorgen er voor dat we alle praktische hinderpalen zonder stress aankunnen. We worden er geregeld uitgenodigd voor een lekkere maaltijd en ze praten honderduit. Onze jongste herdoopt ze tot 'Knabbel en Babbel'.

Onze buren zijn stokoud. Hun familienaam: Rousseau, zoals de grote filosoof. Madame Rousseau sukkelt elke dag met een heel dikke kat aan de leiband voorbij ons huisje. Ze laat kromgebogen gigantische scheten.

'C'est du gaz', zegt ze, allicht om elk misverstand over een mogelijke militaire aanval te voorkomen. Het staat met stip op 1 in mijn lijstje van 'Compleet overbodige toelichtingen'.

We krijgen vrienden op bezoek. Ik hoor onze vriendin 's morgens de buurman begroeten als die met een stokbrood van de bakker komt: ‘Bonjour monsieur Robespierre!'

Ook een bekend figuur. Maar die is in deze contreien waar de Kerk en adel tijdens de Franse revolutie de contrarevolutie organiseren vermoedelijk niet heel populair.

Onze jongste zoon, Warre, heeft een vriendje mee. Die zijn ouders komen ook enkele dagen logeren. Het is de eerste keer dat ze naar Frankrijk komen en ze spreken geen woord Frans. Ik geef ze een kaart van de regio en suggereer mooie plekjes. Als ze 's avonds terugkeren van een uitstap, zeggen ze dat ze in een heel mooi stadje zijn geweest

197

dat ze echter niet kunnen terugvinden op die kaart van me. Centre ville, echt de moeite om eens te bezoeken.

Naschrift

Twintig jaar later, het vakantiehuisje is dan al lang verkocht, communiceer ik nog geregeld met mijn oom naar wie ik mailtjes stuur. Die mails kan hij wel openen en lezen maar verder reikt zijn kennis niet. Hij belt me na elke ontvangst van een mailtje. Hij zegt dan telkens plechtig: 'Robert, ik heb uwe telex weer goed ontvangen.' Als ik vraag hoe het gaat, zegt hij steevast: 'We houden stand.'

83. Roken kan uw veiligheid schaden - Inhoud

Zoals elk jaar nodigt 11.11.11 tijdens de najaarscampagne enkele gasten van onze partners in het Zuiden uit. Het is eind jaren 90, het campagnethema is 'Arbeid' en in dat kader zijn twee Filipijnse syndicalisten bij ons.

Ze logeren bij Pascal en Lucie. Die wonen in een klein appartementje maar de ouders van Pascal zijn een maand op vakantie en die hebben een riante woning in een deftige buurt. Daar is plaats genoeg voor twee gasten.

Die ochtend liggen Lucie en Pascal nog te dromen maar de twee Fillipino's zijn vroeg opgestaan om de dag te beginnen met een dosis nicotine. Roken in zo een deftige woning vinden ze niet gepast. Ze steken dus hun sigaret buiten op, bij de voordeur.

Helaas zijn de buren ook vroege vogels. Zij zien die twee gasten, duidelijk van vreemde origine, staan kleumen bij de voordeur. Wat doen die daar? Onze buren zijn toch op vakantie en die blijven nog twee weken weg? Dat de zoon des huizes ter plaatse is, weten de buren niet. Dus ze bellen de politie.

Nog voor de Filipino's hun sigaret op hebben (misschien staken ze meteen een tweede op, dat zou me niet verbazen) staan er twee politiebusjes. De twee Fillipino's worden zonder boe of ba in de boeien geslagen en afgevoerd.

De voordeur staat open, dus de dieven zijn al binnen geweest. Misschien zit er nog wel een stel binnen. Met het vuurwapen in de hand wordt de woning doorzocht. De patrouille vindt de rest van de bende in bed. Het duurt even vooraleer Pascal en Lucie de politie kunnen overtuigen van de pijnlijke vergissing.

De twee Filipijnse kameraden vinden het al bij al een hilarische ervaring. 'Wij dachten dat het bij ons gevaarlijk is. Want daar word je vervolgd als je syndicaal werk doet. Maar in België is het nog erger, daar kan je niet eens een sigaret roken.'

84. Kunstzinnige hulpmiddelen - Inhoud

Mijn zus die schildert, heeft een tentoonstelling. Dat gaat gepaard met een officiële opening waar de kunstenares geacht wordt een woordje te placeren. Spreken voor publiek, een nachtmerrie voor mijn zus.

Ze sterft van de zenuwen en vraagt haar vriendin Vera om ondersteuning. Vera moet vlak naast mijn zus staan en haar opvangen als ze begint te hyperventileren of van doodsangst in een coma neerstort.

Mijn zus heeft haar speech op een spiekbriefje geschreven en wil bevend aan haar toespraak beginnen. Maar dan stelt ze vast dat ze haar leesbril vergeten is en haar tekst zo niet kan lezen.

Ze fluistert: 'Vera, heb jij een leesbril bij?', waarop Vera: 'Nee, maar mijn vals gebit mag je wel lenen.'

Mijn zus krijgt de slappe lach en plast ter plekke in haar broek.

Kunstenaars ...

85. De misleide pedagoog - Inhoud

Vera, de vriendin van mijn zus, begint te werken als leerkracht. Ze zit zoals mijn zus in de artistieke sector en doceert kunstgeschiedenis. De school stelt hypermoderne hulpmiddelen ter beschikking, namelijk een videotoestel. Vera vindt het geweldig alhoewel die hypermoderne toestellen voor haar mysterieuze dingen zijn.

Ze vraagt de leerlingen om hulp als ze met hen een documentaire wil bekijken. Die hulp krijgt ze. Dat er een afstandsbediening is en dat een van de leerlingen die hanteert, weet Vera niet. Plots bevriest het beeld. 'Wat is er mis? Wat moeten we doen?', vraagt Vera.

De stiekemerd met de afstandsbediening zegt dat het een kwestie is van magnetische golven. Die blokkeren de tv. Kan alleen opgelost worden door voor de tv te gaan staan en met beide armen te zwaaien tot die magnetische storing verdwijnt. Nou, dat kan Vera wel. Met haar armen zwaaien. En verdraaid, die leerling heeft gelijk. De documentaire loopt verder.

Vijf minuten later bevriest het beeld weer. Vera heeft geen toelichting meer nodig. Ze weet wat ze moet doen en begint zelfverzekerd en waardig te zwaaien met haar armen.

Gelukkig duurt één lesuur maar vijftig minuten want Vera zwaait zich de kramp in haar armen.

Als Vera zich de volgende weken op de speelplaats vertoont, beginnen alle leerlingen spontaan met de armen te zwaaien. Net alsof er magnetische golven zijn die de zaak verstoren.

Kunstdocenten ...

86. Leve de multicul! - Inhoud

Sommigen vinden de multiculturele samenleving maar niks. Ik ben helemaal pro. Nog afgezien van de kebabzaken en andere keukens uit verre windstreken en de mooie gekleurde meisjes die ik door onze straten zie flaneren, is de multiculturele samenleving mijn redding geweest. Want dankzij de ramadan stopte ik met roken.

Dat zit zo.

Op 16 november 2001 begint de ramadan. Ongeveer een week daarvoor zegt mijn jongste zoon, bevriend met Faisal, een Marokkaanse klasgenoot: 'Papa, wees blij dat jij geen moslim bent want volgende week begint de ramadan. Moslims mogen dan zolang het licht is niet roken. Dat zou jij niet kunnen.'

Ik ben dan al vele jaren een nicotinejunk. Ik begon toen ik twaalf jaar was, mijn buurjongen, Jackie Beks (de latere acteur in onder meer Bex en Blanche) leerde me roken. Belga of Zemir waren de eerste sigaretjes waar ik hondsziek van werd. Ik kotste de ziel uit mijn lijf maar ik ben zoals elke roker een doorzetter. Ik wilde erbij horen.

Ik heb de dosis stelselmatig opgebouwd tot een pakje roltabak per dag, Samson of Drum. Filtersigaretten rook ik dan niet meer want dan kom ik met drie pakjes per dag nog niet toe en dat kost me een fortuin. Ik rook eigenlijk constant. Voor ik 's morgens thuis vertrek heb ik al minstens vier sigaretten op en ook in de auto steek ik de ene na de andere peuk op.

Mijn vrouw en ik besluiten een keer om ermee te stoppen. Om onszelf te motiveren, steken we elke dag het uitgespaarde geld in een potje. Het plan is om daar een hifitoren mee te kopen. Dat kostte toen stukken van mensen. Na een week of twee tellen we eens hoeveel we al hebben. Dat gaat goed. Als we zo doordoen, kunnen we over acht maanden die hifitoren kopen. Maar waarom zouden we acht maanden wachten? We kunnen nu al plezier hebben van zo een hifi. Dat hebben we wel verdiend, nu we gestopt zijn met roken. Dus we kopen dat ding. We moeten die toren zelf in elkaar zetten. Dat zijn veel kabeltjes tussen versterker, platenspeler, radio en cassettesysteem. We worden er bijzonder zenuwachtig van en roken van ellende een sigaretje. Van die hifi hebben we al paffend nog vele jaren plezier gehad.

Als ik veertigplus ben, begint mijn kameraad, dokter Staf, me te verwittigen. Jouw hartslag is veel te hoog van al die nicotine en koffie. Je bent op weg naar een hartinfarct.

Ik geef geen krimp en steek nog een peuk op. Dokter Staf waarschuwt me: 'Je gaat een chronische bronchitis ontwikkelen en dan heb je permanent miserie.'

Ik rol er nog eentje en drink nog wat extra koffie zodat die sigaretten me nog een beetje zouden smaken. Dokter Staf zegt: 'De kans dat je longkanker krijgt, wordt met de maand groter.'

Ik steek nog een kankerstokje op. Dokter Staf zegt: 'Binnenkort ben je impotent. De meeste rokers die vijftigplus zijn, hebben erectieproblemen. Dat is nog vijf jaar toch? Voor je vijftig bent?'

Daar word ik wel stil en ongerust van en dan is er gelukkig Warre en Faisal en de ramadan. Als mijn zoon zegt dat ik onmogelijk vier weken kan doorkomen zonder overdag te roken, zeg ik dat ik dat wel kan. We gaan een weddenschap aan. Ik zal tijdens de ramadan niet roken en meer zelfs, ik ga het straffer doen dan de moslims, ik zal ook als het donker is niet roken.

Ik begin in de vaste overtuiging dat ik na de ramadan terug zal gaan roken. De gedachte dat ik daarna terug kan roken, houdt me recht. Nooit meer roken is tijdens die eerste weken onthouding een ondraaglijke gedachte. Nu troost ik me met het idee dat deze miserie slechts vier weken zal duren.

Als de ramadan voorbij is, kan ik al ontwaken zonder dat de eerste gedachte is: 'Alweer een dag zonder sigaretten. Was ik maar weer in een diepe slaap.'

Ik besluit nog een week te wachten vooraleer ik terug begin. De gedachte nooit meer te roken, is dan nog geen draaglijk idee. Ongeveer drie maanden stel ik terug 'opnieuw beginnen' uit en dan pas kan ik voor mezelf beslissen: nooit meer.

Dus wat mij betreft, leve de ramadan en leve de multicul. Anders had ik nu een hartinfarct gehad, of chronische bronchitis of longkanker of veel erger nog, dan was ik nu impotent!

87. Die frietzak of hij - Inhoud

De nieuwe eeuw begint voor mij heel somber. Na twintig jaar huwelijk zegt mijn vrouw 's ochtends aan de ontbijttafel dat ze verliefd is op iemand anders en dat ze die avond, als wij terug zijn van werk en school, weg is.

Nu, zoveel jaren later, weet ik dat ik het aan mezelf te danken heb. Ik was een betere activist dan een partner.

En nu, zoveel jaren later, weet ik ook dat het zo beter is. De 21s,eeeuw heeft nog veel voor mij in petto dat ik anders niet had beleefd.

Maar dat alles wist ik die ochtend nog niet. De eerste maanden die daarop volgden waren niet fraai. Ik ga niet te veel in details treden maar vanuit de slachtofferrol die ik mezelf toedichtte, ging het even heel goed mis.

Wat er gebeurde, is het volgende. Jef komt terug in mijn leven. Jef was vijftien jaar daarvoor een van de leerlingen in het deeltijds onderwijs. Het was die jongen die de directeur van TIO een klap gaf.

Zijn vader had zelfmoord gepleegd. Hij was met zijn auto in het kanaal gereden. Om redenen die allicht niemand kan doorgronden keek Jef naar mij op en nam hij me in vertrouwen over zijn diepste zielenroerselen. En die waren zwart en gevaarlijk. Hij had last van extreme angstaanvallen, hij was kwaad op de hele wereld en hij haatte iedereen die hem vreesde.

Hij wist dat hij totaal fout zat door zijn agressie af te reageren op mensen die hij in elkaar kon slaan. Hij was er kwaad voor op zichzelf. Maar telkens weer was het sterker dan hemzelf. Als hij zag dat iemand bevreesd was voor hem, dan zocht en vond hij een reden om die te slaan.

88. Pijn - Inhoud

Jef zegt: 'Toen ik een jaar of zes was, kreeg ik van mijn pa in het café een briefje van 20 frank als ik degene die hij aanwees zo hard mogelijk tegen zijn benen stampte. Rob, zou het daardoor komen dat ik zo graag mensen in elkaar sla?'

Ik zeg: 'Ik denk dat ge beter kunt nadenken hoe je kunt voorkomen dat je nog mensen in elkaar slaat. Je haat jezelf elke keer dat je dat doet. En toch blijf je het doen. Niemand geeft je nog 20 frank. Je wordt er op geen enkele manier gelukkiger van. Stop met die zever, Jef.'

We beseffen allebei dat we nooit zullen weten waarom Jef doet wat hij doet en dat hij zal blijven doen wat hij doet. Na zijn jaren deeltijds leren in Lenteleven komt hij heel sporadisch nog eens thuis. Op momenten dat er iets spectaculairs gebeurd is of als hij echt in de rats zit.

Jef komt opgewonden thuis. 'Rob, dit ga je niet geloven. Mijn moeder zat in de auto met haar vriend en ze krijgen ruzie. Hij wil naar de ene kroeg, zij naar een andere. De ruzie wordt alsmaar heviger tot mijn moeder zegt: "Als ik mijn goesting niet krijg, stap ik uit de auto".'

'Haar vriend zegt dat ze dat dan maar moet doen. Mijn moeder zegt dat ie dan moet stoppen. Dat wil hij niet doen en dan krijgen ze daar ruzie over.'

'Mijn moeder zegt: "Als ge nu niet stopt, stap ik zo uit de auto." Haar vriend zegt dat ze dat dan maar moet doen. Hij rijdt door en zij stapt uit. Tegen negentig kilometer per uur. En let wel, Rob, ze had geen stuntpak aan maar een minirokje en hoge hakken.'

Er klinkt bewondering door in zijn stem voor zoveel roekeloze lef. 'Ge kunt u wel voorstellen hoe ze er nu uitziet. Ze ligt nu in Genk, op de intensieve. Het enige dat er nu nog uitkomt, is: "Piep, piep, piep." Van al die machines waar ze aan ligt. En uit haar vriend komt al helemaal geen klank meer.'

Hij schudt met zijn hoofd. 'Maar ik kan nu wel elke dag naar Genk rijden. Om alleen maar piep-piep-piep te horen. Weet ge wat me dat kost aan benzine, zo elke dag naar Genk rijden?'

Hij komt ook een keer als mijn vader thuis is. Hij vertelt over een conflict met een gast die van die 'homoschoentjes aan had, net zoals die van u', zegt hij tegen mijn pa die zich een kriek lacht.

Dan vertelt hij dat hij vrijt met de dochter van een horlogemaker en dat hij dat wel ziet zitten, eigenaar zijn van een juwelen- en horloge- zaak. Jef zegt: 'Ik zie het al voor me, boven die winkel, een groot bord "Juwelier Jef".'

Tegen mijn vader, die horlogemaker is: 'Zeg, is dat eigenlijk moeilijk, zo horloges herstellen?' Mijn vader zegt dat ie beter op zoek kan naar de dochter van een slager. Dat ligt volgens mijn pa meer in de richting van Jef zijn capaciteiten. ,

Nu lacht Jef zich een kriek en tegen mij: 'Uwe pa is just dezelfde als gij. Rob.'

Een andere keer, mijn geduld is even helemaal op na de zoveelste tirade van Jef over snel rijk worden zonder er een klap te moeten voor doen. Ik zeg: 'Godverdomme Jef, droom je nu nooit eens van iets anders?' Jef kijkt me verbijsterd aan, van 'Wat heb ik nu weer verkeerd gezegd?'

En dan: 'Ge kent me echt nog niet, Rob. Gisteren, maar zeg dit tegen niemand, gisteren ging ik op mijn kamer zitten met een kaartspel en ik begon te eenentwintigen. Ik speelde zogezegd tegen de bank. Op een papiertje schreef ik op wie won, en ik sjoemelde zodat ik na een uur meer dan een miljoen gewonnen had. Ik was echt blij. Toen ging ik naar beneden en ik keek in mijn portefeuille. Daar zat 20 frank in. Dat deed pijn, Rob. Echt, dat deed veel pijn.'

89. Friends - Inhoud

Jef heeft een vriend met gelijkaardige ambities, zo snel mogelijk rijk worden zonder er een klap te moeten voor doen. Een rijk lief vinden, zit er voor die vriend niet in vanwege te lelijk en te dom om met mooie praatjes een lief te kunnen versieren.

De loterij of drugs dealen, is voor hem de enige optie om zijn droom waar te maken. Dat levert stoere verhalen op. 'Ik ging gisteren in Eindhoven wat coke kopen. Ik probeer natuurlijk eerst een lijntje voor ik in het groot aankoop. Dus ik kap een lijn en als ik die opsnuif, zegt die dealer: 'Nou, dat is godverdomme geen lijntje maar een dijk.'

Het gaat die vriend van Jef voor de wind tot hij op een dag door de politie bij een wegcontrole wordt tegengehouden.

Jef vertelt: 'Rob, echt, die is zo stom jong. De flikken vragen of ze zijn auto even mogen controleren. Hij heeft geen keuze dus hij zegt dat ze hun gang kunnen gaan. Ze vinden in zijn auto een plastic zak met honderden xtc-pillen. De flikken vragen hoe hij daar aankomt. Die pipo zegt dat hij juist daarvoor een lifter heeft afgezet en dat die dat zakje wel vergeten zal zijn. Een lifter? En waar zat die lifter dan? Dan kijkt P. eens achter zich, stelt vast dat hij met zijn lief in een sport wagentje zit met slechts twee kuipzeteltjes en hij zegt: 'Tja, dat kan dus niet.'

Jef schudt zijn hoofd. 'En het ergste van al is dat ik mijn geld had gestoken in die aankoop. Nu ben ik mijn heel investering kwijt.'

90. Foute keuzes - Inhoud

Mijn vrouw is enkele weken weg. Ik zit naarstig mijn zelfmedelijden te cultiveren. En dan komt op een avond Jef binnen met een stel potige vrienden die ik niet eerder zag.

Jef: 'Rob, gij hebt me altijd proberen te helpen. Nu is het mijn beurt. Wij zullen die vriend van uw vrouw oppakken, afmaken en twintig kilometer over de grens in een bos in de grond steken.'

Ik sla helemaal tilt en bezweer Jef om dat in hemelsnaam niet te doen. Jef draait snel bij: 'Ja, ik dacht wel dat ge zoiets zou zeggen. Oké dan, als ge het niet wilt, dan niet. Maar ge gaat hier wel niet zitten treuren. Ge gaat mee met ons op stap. Echt, ge gaat u beter amuseren dan ooit tevoren.'

Dat wil ik wel. Niet slim van me. Echt niet slim. Fout gezelschap en ik ben helemaal in de stemming om totaal in de fout te gaan. De volgende twee, drie maanden zijn de gevaarlijkste en domste maanden uit mijn leven. Mijn nieuwe collega bij 11.11.11, Krista, zegt wel eens bezorgd dat ik wel heel erg mager word. Ik ga op drie maanden van 62 kilogram naar 54 kilogram. Ik ga heel hard en snel naar af.

De allerlaatste scène. Ik zit op een nachtelijk uur met Jef in de auto. Plots is er een politiewagen achter ons die met de grote lichten signaal geeft dat we moeten stoppen. Jef geeft vol gas en gaat ervandoor. Als de politiewagen achter ons uit zicht is, zet Jef de autolichten uit, rijdt nog even als een gek verder en parkeert bij een woning op de oprit. De politiewagen passeert even later. Jef rijdt terug in de richting waar we van kwamen.

Die avond zeg ik tegen Jef dat dit de laatste keer was. Hij beseft het zelf ook, protesteert niet. Hij zegt: 'Ge hebt gelijk, ge hebt kinderen en zo en ik ben niet goed voor u. Ik ben voor niemand goed.'

90. Foute keuzes - Inhoud

Mijn vrouw is enkele weken weg. Ik zit naarstig mijn zelfmedelijden te cultiveren. En dan komt op een avond Jef binnen met een stel potige vrienden die ik niet eerder zag.

Jef: 'Rob, gij hebt me altijd proberen te helpen. Nu is het mijn beurt. Wij zullen die vriend van uw vrouw oppakken, afmaken en twintig kilometer over de grens in een bos in de grond steken.'

Ik sla helemaal tilt en bezweer Jef om dat in hemelsnaam niet te doen. Jef draait snel bij: 'Ja, ik dacht wel dat ge zoiets zou zeggen. Oké dan, als ge het niet wilt, dan niet. Maar ge gaat hier wel niet zitten treuren. Ge gaat mee met ons op stap. Echt, ge gaat u beter amuseren dan ooit tevoren.'

Dat wil ik wel. Niet slim van me. Echt niet slim. Fout gezelschap en ik ben helemaal in de stemming om totaal in de fout te gaan. De volgende twee, drie maanden zijn de gevaarlijkste en domste maanden uit mijn leven. Mijn nieuwe collega bij 11.11.11, Krista, zegt wel eens bezorgd dat ik wel heel erg mager word. Ik ga op drie maanden van 62 kilogram naar 54 kilogram. Ik ga heel hard en snel naar af.

De allerlaatste scène. Ik zit op een nachtelijk uur met Jef in de auto. Plots is er een politiewagen achter ons die met de grote lichten signaal geeft dat we moeten stoppen. Jef geeft vol gas en gaat ervandoor. Als de politiewagen achter ons uit zicht is, zet Jef de autolichten uit, rijdt nog even als een gek verder en parkeert bij een woning op de oprit. De politiewagen passeert even later. Jef rijdt terug in de richting waar we van kwamen.

Die avond zeg ik tegen Jef dat dit de laatste keer was. Hij beseft het zelf ook, protesteert niet. Hij zegt: 'Ge hebt gelijk, ge hebt kinderen en zo en ik ben niet goed voor u. Ik ben voor niemand goed.'

Ik ga naar huis. Jef heeft me uit mijn zelfmedelijden gehaald en ik heb me, net op tijd, uit de zelfdestructie van Jef kunnen halen.

91. De laatste nacht - Inhoud

10 januari 2001 komt Jef me rond 22 uur thuis opzoeken. 'Ik kom afscheid nemen want ik ga er een eind aan maken.' Het is dan al enkele maanden geleden dat ik Jef nog heb gezien en in die tijd is alles voor hem snel achteruitgegaan.

Te veel speed, te veel Temesta en Xanax om de angstaanvallen die alsmaar erger worden te onderdrukken. Hij heeft ruzie met zijn vriendin, met zijn vrienden, een enorme schuldenberg en sommige schuldeisers bedreigen hem, hij heeft woedeaanvallen die hij steeds minder kan controleren ... Hij kan geen kant meer op en is uitgeput.

We praten de hele nacht, halen allerlei herinneringen op. Tegen de ochtend zegt Jef dat hij het toch nog even wil aanzien. Hij belt van thuis naar zijn garagist en ik hoor hem zeggen: 'Zeg, die auto die ik je gisteren heb gegeven. Ik ben van gedacht veranderd. Ik kom hem straks terug halen.' Dat overtuigt me dat hij die zelfmoord voorlopig uit zijn kop heeft gezet.

Jef vraagt of ik hem met de auto naar de spoorweg wil brengen. In de bossen tussen Overpelt en Lommel heeft hij zijn fiets bij de spoorweg neergelegd. Daar wou hij voor de trein springen. We rijden ernaartoe, proberen die fiets in de koffer van mijn auto te steken. Maar ik heb een lpg-tank in de koffer. De fiets kan daar onmogelijk bij. Geen probleem zegt Jef. De fiets is van zijn moeder die slechts enkele kilometers verder woont. Daar rijdt ie wel naartoe.

Ik ben doodmoe, moet nu nog gaan werken. Haastig neem ik afscheid en opgelucht rij ik weg. Op weg naar Hasselt hoor ik via de autoradio dat de treinverbinding tussen Overpelt en Lommel tijdelijk onderbroken is. Reizigers moeten met een bus pendelen.

De familie vraagt me of ik op de begrafenis een afscheidswoord wil zeggen. Ik heb dan griep en die dag veertig graden koorts. Bevend van de emoties en de griep en gesteund door mijn jongste zoon ga ik naar de kerk. Ik kan me van de begrafenis en van mijn grafrede niks meer herinneren.

De dagen die volgen op Jef zijn zelfmoord blijf ik voortdurend de gesprekken van die laatste nacht overlopen. Ik heb het gevoel dat ik gek ga worden want ik kan die film niet stopzetten.

Wat me redt, is dat ik een week later naar Brazilië moet in opdracht van 11.11.11. In Porto Alegre gaat het eerste Wereld Sociaal Forum door. Daar slaag ik erin om aan iets anders te denken dan die laatste nacht met Jef. Met Geert De Beider als regisseur en cameraman heb ik de opdracht om samen met collega Liesbeth een korte documentaire te maken die verslag brengt van deze historische bijeenkomst van alle sociale bewegingen die ijveren voor een andere wereld.

Naschrift

Enkele maanden later krijg ik een telefoontje van de vriendin van Tom, de broer van Jef. Tom is heel het appartement in elkaar aan het rammen. Of ik kan komen om Tom te kalmeren.

Als ik daar kom, is Tom al uitgeraasd. Met bebloede vuisten zit hij uitgeput in de zetel, rondom hem alles in puin. Tom zegt dat hij niet meer wil leven nu Jef er niet meer is. Ze gingen altijd samen uit. Jef, de brains, Tom de vuisten. Als Jef zei 'Slaan', dan sloeg Tom zonder aarzelen. Ze vormden een gevaarlijke combinatie en ze terroriseerden de cafés in Neerpelt.

Op 7 augustus 2002 krijg ik het bericht dat Tom een dodelijk ongeval had, op een kilometer van de plek waar Jef een einde maakte aan zijn leven.

Drie jaar later, op 27 november 2005, gooit de moeder van Jef en Tom zich voor de trein, twee kilometers van de plek waar Jef uit het leven stapte.

92. Porto Alegre - Inhoud

Met de naweeën van de zwaarste griepaanval van mijn leven nog onder de leden en met de gesprekken van de laatste nacht met Jef die in mijn kop blijven malen, stap ik 21 januari 2001 op het vliegtuig richting Brazilië.

Het eerste Wereld Sociaal Forum is een historisch gebeuren maar naar mijn gevoel een gebeuren dat weinig impact heeft op de sociale wereldgeschiedenis. Het zet volgens mij weinig zoden aan de dijk wat andere, betere krachtsverhoudingen betreft.

Er zijn bewegingen uit alle hoeken van de wereld en uit alle maatschappelijke sectoren. Honderden thema's worden er besproken met de meest gerenommeerde denkers van de wereld. Onder meer Chomsky is present.

Maar wat levert al dat gepraat op? Het resulteert niet in gemeenschappelijke acties op wereldschaal die iets trachten te veranderen. Ik twijfel of al die inspanningen, alle kosten om zoveel mensen bijeen te brengen, opwegen tegen de bereikte resultaten.

Na het WSF trekken we met enkele mensen van 11.11.11 naar MST, de Beweging van Landloze Boeren. We gaan er deelnemen aan een landbezetting. Die ervaring vind ik veel concreter en positiever dan het WSF.

93. Een landbezetting met MST - Inhoud

We leren MST, Movimento dos Trabalhadores Rurais Sem Terra, de Beweging van Landloze Boeren, kennen door deel te nemen aan een nieuwe landbezetting door landloze boeren. Een korte beschrijving hoe MST zoiets aanpakt.

Jonge kaders van MST gaan naar de sloppenwijken van de grootsteden. Daar proberen ze gezinnen te overtuigen om het uitzichtloze bestaan in de sloppenwijk in te ruilen voor een leven als landbouwer in een coöperatieve van MST. Ze hebben allerlei argumenten: de kinderen zullen opgroeien in een gezonde omgeving, weg uit de gewelddadige drugscultuur Ze zullen naar school gaan en een toekomst hebben als landbouwer of met een ander beroep. Ook de ouders zullen met steun van MST een inkomen en een harmonieuzer bestaan krijgen als landbouwer.

Voor de landbezetting maakt MST gebruik van een artikel uit de grondwet: braakliggende grond in privébezit komt in aanmerking om toegewezen te worden aan iemand anders die de grond bewerkt.

MST brengt in kaart welke geschikte gronden van grootgrondbezitters braak liggen. Men zorgt voor de vereiste bewijzen om, zodra een landbezetting begint en die gronden bewerkt worden, de eigendom via gerechtelijke weg te verkrijgen.

Als de MST-kaders enkele honderden gezinnen overtuigd hebben, worden die gezinnen in een eerste voorbereidingsfase elders opgevangen. Daar krijgen ze vorming over de visie van MST en hoe een coöperatieve werkt. Ze worden onderricht in de vereiste vaardigheden om de grond te bewerken. De mensen leren elkaar kennen en op het einde van de voorbereidingsfase kiezen ze onder de eigen leden een bestuur dat de coöperatieve zal leiden zodra de landbezetting begint.

Vervolgens verhuist heel de gemeenschap naar het gebied dat men in eigendom wil verwerven. Vrachtwagens van MST brengen de hele gemeenschap met hebben en houden in het grootste geheim naar de gronden. In het geheim want als de grootgrondbezitter het weet zal hij met geweld trachten de bezetting te voorkomen. Gewapende leden van MST gaan mee om de bezetting te beschermen tegen mogelijke aanvallen van de pistoleros van de grootgrondbezitter.

De advocaten van MST gaan meteen aan de slag om de juridische veldslag te voeren. De bezetters hebben van MST alle materiaal gekregen om houten constructies, bekleed met zwarte plastic, te bouwen die in de eerste fase dienen als huisvesting. Er wordt een schooltje voor de kinderen gebouwd en gebouwtjes voor de gemeenschappelijke diensten en de opslag van het landbouwmateriaal. Van MST krijgt men voeding, zaad- en plantgoed om de periode te overbruggen tot de gemeenschap zelfvoorzienend is.

Later, als de gemeenschap voldoende inkomen realiseert, zullen zij op hun beurt een deel van hun opbrengst afstaan om nieuwe bezettingen te ondersteunen. Jongeren die hier opgroeien, zullen latei; op hun beurt naar de sloppenwijken gaan om andere gezinnen te overtuigen deel te nemen aan het project van MST.

We brengen een aantal dagen door op een recent opgestarte landbezetting. We verblijven elk bij een ander gezin. Mijn gastgezin is van Duitse afkomst. Ergens in de 18deeeuw zijn hun voorouders naar Brazilië geëmigreerd in de hoop op een beter bestaan. Dat is vooralsnog niet gelukt. Maar nu, met MST, is er perspectief.

Dit is tegenmacht opbouwen zoals ik het graag zie. Steunen op eigen krachten, doorheen het proces democratische ervaringen ophouwen, voedselveiligheid realiseren, politieke vorming en technische scholing voorzien, de solidariteit met andere onderdrukten organiseren en hen betrekken in het verder opbouwen van tegenmacht.

Er zijn nu 2500 gemeenschappen van MST die samen 7,5 miljoen hectare landbouwgrond bewerken.

Het verblijf bij deze moedige mensen is, samen met de tijd die ik in Tamil Nadu bij de kastelozen doorbracht, het hoogtepunt van mijn jaren bij 11.11.11.

94. From Russia, with love - Inhoud

Van beginjaren 80 tot en met de eerste jaren van de 21s,ceeuw rijd ik met een Lada. Uiteraard niet al die jaren met dezelfde. Ik heb ze in alle kleuren van de regenboog gehad. Maar altijd met een toets roestbruin.

De eerste was een echte roestbak want hij had al tien jaar dienst gedaan bij een bejaard echtpaar. De auto deed het nog prima, zei de eigenaar, maar hij had de kracht niet meer om het stuur te draaien. Dat vergde bij een Lada een ernstige krachtinspanning. Een bestuurder van een Lada kon je herkennen aan zijn fors ontwikkelde armspieren.

Paul, de garagist, adviseerde me om de auto te laten opspuiten. 'Een stevige, dikke verflaag en die auto gaat nog jaren mee. Net zoals de Sovjet-Unie', aldus een immer optimistische Paul.

Brecht, de zoon, mocht de kleur kiezen. 'Zo geel als mijn PLAYMOBIEL', zei hij beslist. De eerste knalgele Lada zag het daglicht. Dat combineerde mooi met de bumpers van blinkend chroom. We hadden nu een onverwoestbare auto.

Behalve wat de achteruitkijkspiegel betreft. Die brak af. Eerst de achteruitkijkspiegel in de auto en even later, allicht uit solidariteit, ook een buitenspiegel.

Een ander klein probleempje was het venster. Dat zakte telkens opnieuw langzaam naar beneden. Dat kwam allicht omdat de motor zo hard trilde. Dat venster kon ik weer omhoog draaien met het handige hendeltje. Maar omdat ik dat zo vaak deed, brak dat ding af.

Om het venster terug omhoog te krijgen, ontwikkelden we een bijzondere techniek: de handen plat op het venster drukken en dan omhoogduwen. Ging prima. In het begin. Na verloop van tijd moesten we aan beide zijden de handen op het venster drukken.

Misschien kwam het door al dat geduw tegen het venster, hoe het ook zij, de deur aan mijn kant ging op de duur niet meer vlot dicht, noch vlot open. Open krijgen lukte echter goed door er met mijn linkerschouder tegen te duwen. Sluiten ging goed met een stevige stamp. Dat moest je natuurlijk niet proberen met slofjes of sandalen. Na een jaar moest ik om een cortisonespuit in mijn linkerschouder. 'De schuld van die klote-Russen', zei mijn maoïstische dokter.

Wat veel moeilijker op te lossen was, was het probleem met de autozetels. Die begonnen te wiebelen en dat was lastig. Alsof je in een boot zat bij een lichte storm. Ik probeerde dat op te lossen met de autogordel. Die deed het toch niet meer (drie meter lint lag als een dooie slang in de auto) dus die draaide ik onder die stoel door. Dat ging goed. Tot die gordel samen met een stuk van de binnenbekleding van het dak loskwam.

De asbakken waren ook een vervelend probleem. Je kon er wel een peuk in duwen maar die je kreeg je er onmogelijk nog uit. Er zat een bolsjewistisch, metalen klemmetje over die asbak en die liet elke peuk binnen maar geen enkele peuk kwam er nog uit. Heel vreemd. Maar als klem, om de zetels te stutten, waren ze fantastisch.

Wat veel moeilijker op te lossen was, dat waren de ruitenwissers. Dat was echt vervelend. Die bleven soms halverwege de voorruit gewoon stilstaan. Je kon dat oplossen door hard tegen de voorruit te slaan. Maar dan moest je echt wel hard slaan. Dat is pijnlijk en gevaarlijk. Want het risico is dan groot dat je gaat afwijken met het risico op een botsing. Dat is niet gevaarlijk voor de Lada. Dat is een tank. De Russen konden met een Lada dwars door Afghanistan rijden. Moetje met een Hummer niet proberen. Een bermbom en hopla! Het enige wat misschien bij een Lada zou kunnen gebeuren, is dat die peuken uit die kloteasbak schieten.

Maar terug naar de Lada en het probleem van de ruitenwissers. Als het hendeltje nog werkte, kon je het venster naar beneden draaien en dan met een verbogen metalen klerenhanger die ruitenwisser terug aan de gang helpen. Ging goed, als je nog een hendeltje had.

Lastig, maar ik mag niet zeggen problematisch, was de zonneklep. Die kwam steevast, heel langzaam naar beneden. Tegen beter weten in duwde ik dat rotding telkens terug omhoog. Ik kon het niet laten ook al had het totaal geen enkele zin. Tergend langzaam ging die rotklep weer naar beneden.

Als je er naar keek, gebeurde er helemaal niks. Ik ben verschillende keren bijna verongelukt omdat ik te lang naar die klep keek. En dan rij je door een rood licht, over een onbewaakte spoorweg waar drie seconden later een trein met radioactief afval passeert, et cetera. Gevaarlijk dus. Maar zolang je keek, gebeurde er helemaal niks. Keek je dan een paar seconden niet, ik zweer het, een paar seconden, dan was die klep al helemaal beneden gesukkeld. Russische magie is het!

Maar verder? Als je de ruitenwissers, hendeltjes, autospiegels, zonneklep, autostoelen, autogordel, asbakken even buiten beschouwing liet? On-ver-woest-baar.

Ooit reed er iemand tegen de achterkant van mijn Lada. Hij zei: 'Sorry, ik had je stoplichten niet zien branden.'

Nou, dat kon kloppen. Die deden het al jaren niet meer.

De voorkant van de auto van die man was totaal in puin. Aan de Lada was niks te zien. 'Moeten we dat aangeven aan de verzekering?', zei hij heel ootmoedig. 'Ach, nee man. Laat maar', zei ik heel sportief.

Aan mijn auto was immers geen schade. Meer zelfs, de stoplichten deden het terug. De klap had het elektrisch contact hersteld.

Naschrift

Het gerucht deed de ronde dat je geregeld de brooddoos van een Russische arbeider onder een autozetel kon aantreffen. Als dat op enige waarheid berustte, zou ik, statistisch gezien, minstens een brooddoos gevonden hebben, minstens! Maar niet dus. Er werd veel onzin verteld over Lada's, geloof me.

95. From Russia, with love (2) - Inhoud

Die Lada's ... nog vele jaren later komen passagiers thuis langs om heroïsche herinneringen te koesteren. En af en toe word ik verrast.

Zo komen Jef en Peter een keertje langs. 'Rob, nu het al zolang geleden is, moeten we toch eens iets vertellen.'

Toen zij als leerlingen in deeltijds onderwijs een dag per week bij mij in de groep zaten, bracht ik ze nadien naar huis. We gingen dan eerst naar het atheneum in Overpelt om mijn zoontje, die daar basisschool volgde, op te pikken.

Jef: 'Jij parkeerde dan, tussen al die auto's van ouders die hunne kleine kwamen ophalen. Je zei dan datje zo terug was. En je ging. Terwijl de autosleutels nog in het slot zaten. Na een week of drie wisten we datje minstens tien minuten wegbleef. Tijd genoeg voor ons om een ritje met die Lada te doen, dachten wij. Dus de vierde week hebben we gewacht tot je via de schoolpoort uit het zicht was en daarna maakten we een kort rondje.

Toen we terug kwamen was de parkeerplaats al ingenomen door andere ouders. We stonden honderd meter verder. Maar jij merkte niks. Vanaf dan deden we dat elke week. In het begin nog voorzichtig maar na een paar maanden vertrokken we al als jij nog maar tien meter ver was. We staken je voorbij maar je zag niks. Helemaal in gedachten verzonken. Soms stonden we bij vertrek links van de schoolpoort en bij aankomst honderd meter rechts van de schoolpoort. Maar jij kwam dan aan, hand in hand met Brecht, druk in gesprek over de wereld of de schoolpolitiek waarschijnlijk. Man, man, wat hebben we toch gelachen.'

En dan te bedenken dat die gastjes zestien jaar waren. De Russische Madonna waakte over mijn Lada, geen twijfel mogelijk.

96. From Russia, with love (3) - Inhoud

Voor ons vakantiehuisje in Frankrijk verhuizen we de complete inboedel met onze trouwe Lada. De koffer zit al vol met een lpg-tank en de spullen voor vier personen. Dus dat moet allemaal op het dak.

Mijn buurman staat er verbijsterd naar te kijken. 'Ga je met die toren op jouw dak helemaal naar dat dorp rijden? 850 kilometer ver?'

Hij geeft advies: 'Tunnels kun je best vermijden. Volgens mij rijd je je auto klem als je dat riskeert.'

Hij geeft me ook de goede raad om eerst een proefrit te doen. En om dan eens bruusk te remmen op een veilige plek. Kwestie van te controleren of die gigantische berg echt wel muurvast op dat dak blijft zitten.

Ik volg zijn goede raad. 'Rijd je mee?', vraag ik aan de buurman. Nee, dat doet hij liever niet.

Het gaat prima. Als ik thuiskom, rij ik de oprit op en de garage binnen. Een hels lawaai. Even denk ik dat de hele garage instort. Ik was die bagage op mijn autodak vergeten. Die is veel hoger dan mijn garagepoort.

De buurman en mijn zoon liggen letterlijk in een lachkramp op de grond en komen even niet meer bij. Ik heb zelf ook wat tijd nodig om te bekomen.

Mijn buurman heeft nog een goede raad. Rij tijdens de nacht. Dan is er minder verkeer en minder politiecontrole. Hij is er niet zeker van of die lading wel door de wettelijke beugel kan.

We volgen zijn advies. Blijkbaar is vooral het achterste deel van de auto zwaar geladen want de autolichten stralen veel te hoog. Elke tegenligger zet zijn grote lichten op vanwege de ergernis die mijn lichten veroorzaken. En dat 850 kilometer lang. Het houdt me wel wakker.

We halen het en hebben alweer een prima vakantie . Maar op het einde van de vakantie doet die auto plots niks meer. Niks, helemaal geen kik geeft ie. Er komt een garagist. ‘Lada??? GPL??? Connais pas, monsieur.' Die Lada in combinatie met Ipg is voor een Franse garagist even mysterieus als een vliegende schotel.

We zijn verzekerd bij Touring. 'Dat zou ik toch maar doen', had Paul onze garagist gezegd, 'ge weet maar nooit.'

Touring komt met een vrachtwagen. We kunnen kiezen, op hotel en met de trein terug of mee met de vrachtwagen. Mee met die vrachtwagen natuurlijk. In zo een vrachtwagen heb je een mooi zicht, we moeten geen brandstof betalen, noch péage. De chauffeur is aangenaam gezelschap. Niks zo leuk als autopech ingeval van een vakantie in het buitenland.

Als we in Neerpelt bij de garage aankomen, doet Paul meteen de motorkap open. Onze vrachtwagenchauffeur komt ook eens kijken wat er loos is. Paul zegt: 'Als je een minuutje hebt... Een of ander schroefje dat de toevoer van de lpg regelt zit fout. Wij rijden weg met onze Lada voor die vrachtwagen kan vertrekken.

97. From Russia, with love (4) - Inhoud

Begin 2000 eist de val van het Sovjetblok ook zijn tol voor Lada. Er worden steeds minder Lada's geproduceerd en onderdelen zijn alsmaar moeilijker te verkrijgen. Paul, onze trouwe garagist, schakelt over naar tweedehandsauto's van Ford. Hij is er zelf niet echt enthousiast over maar 'het is dat of niks meer'.

Ik blijf Paul trouw en mijn volgende auto is een Ford Fiesta. Nou moe, veel Ford, weinig Fiesta.

Geen problemen met achteruitkijkspiegels, hendeltjes, ruitenwissers, zonnekleppen ... dat functioneert allemaal prima. Maar al die goed functionerende rommel staat dus wel om de haverklap stil.

Doe mij die Lada's maar. Ondanks alle accessoires die in puin vallen. Doe mij Paul maar, de garagist die thuis de Lada komt herstellen en als ik hem vraag hoeveel het is, zegt: 'Och, ik heb al een koffie gehad, we zullen dat de volgende keer wel regelen.'

Terwijl de export van Lada's slabakt, komt de uitvoer van gepantserde Russinnen op gang. Daarover is mijn motto nu: 'Laat da.’ Maar dat is weer een heel ander verhaal.

98. From Russia. No love - Inhoud

Later, nadat het stof is gaan liggen, vragen ze me wel eens: 'Hoe is die Russische toch in uw bed beland?'

Wel, dat is eigenlijk de schuld van de Filipino's. Dat zit zo.

Ergens begin 2000 krijg ik van een Filipijnse organisatie de vraag of ik een artikel kan schrijven over het vraagstuk of het gewettigd is dat steeds meer geld voor ontwikkelingssamenwerking naar de voormalige Sovjetlanden gaat in plaats van naar het Zuiden.

Na de val van de USSR klapt de economie in elkaar en dat heeft dramatische gevolgen. De levensverwachting daalt met meer dan tien jaar, criminaliteit, drugshandel, mensenhandel, corruptie ... het explodeert er.

Rechtvaardigt die ontwikkeling dat er minder middelen naar de derde wereld gaan? Ze vragen niet om een economische analyse met veel cijfers en statistieken. De vraag vanuit de Filipijnen is een artikel dat beschrijft hoe het leven vroeger was en nu is in de voormalige Sovjet-Unie als introductie voor een debat over de kwestie.

Ik surf op het internet en ga op zoek naar mensen uit alle mogelijke sectoren met de vraag: 'Hoe was jouw leven vroeger, hoe is jouw leven nu?' Mensen uit de culturele, onderwijs-, gezondheids-, landbouwsector ... reageren.

Als ik aan het artikel wil beginnen, krijg ik uit de Filipijnen de boodschap dat het niet meer hoeft. De organisatie die er om vroeg, wordt opgedoekt.

Maar met Nadezda, een dame uit de gezondheidssector, wonend in Novosibirsk, blijf ik corresponderen. En die correspondentie wordt al snel persoonlijker.

In 2002 komt ze een maand op vakantie. Dat valt reuze mee. Het jaar nadien komt ze bij mij wonen. Dat valt reuze tegen.

Op de uitnodiging voor een feestje staat: 'Liever een Rus in mijn keuken dan een kruisraket in mijn tuin.' Dat was een populaire slogan tijdens de massale vredesbetogingen in de jaren 80.

Mijn Russische verloofde volgt Nederlandse taallessen. De leerkracht zegt me na enkele lessen dat ze goed kan acteren. Ik vraag wat hij bedoelt.

De leerkracht splitste de leerlingen op in koppeltjes met de opdracht enkele conversaties in te oefenen. Ze moeten daarbij een eenvoudige tekst lezen. Ze hoeven die nog niet te begrijpen. Het is een oefening om vertrouwd te geraken met de taal en de uitspraak.

Nadia wordt gekoppeld aan een oude Turkse man die nog één tand in zijn ongeschoren kop heeft. De conversatie gaat als volgt, vertelt de leerkracht:

De Turk: 'Mijn naam is Jan.'
Nadia: 'Mijn naam is Roza.'
De Turk: 'Ik ben getrouwd.'
Nadia: 'Dat is jammer.'

De leraar vertelt dat ze dat met een stalen gezicht improviseerde. 'Ze heeft een droog gevoel voor humor', zegt de leraar.

Ze leert heel snel Nederlands. En hoe ze mij kan beduvelen.

Een paar maanden later wil ik nog steeds geen kruisraketten in mijn tuin. Maar evenmin een Russische in huis. 'Ga jij maar bij papa en mama wonen met de kinderen. Ik hou dit huis wel', zegt ze. Ik kom er achter dat mijn Russische schone het karakter heeft van Raspoetin. Gelukkig heeft ze zich slecht geïnformeerd. Dat huis is nog van de bank en ik heb geen rooie duit en twee studerende kinderen. Er valt niet veel te rapen.

Ik had haar in contact gebracht met Russische migranten in de buurt. Die vertellen me later dat Nadia tegen hen vertelde dat ze het plan had me financieel uit te kleden. Ik vraag waarom ze me niet verwittigden. 'We konden niet geloven, wat ze vertelde. En we kunnen over onze eigen mensen toch geen kwaad spreken? Dat is moeilijk.'

'Onze mensen ...' Wij hebben een partij die daar de mond van vol heeft. Ik zeg tegen mijn Russische kennissen dat 'onze mensen' niet bestaan. Er zijn alleen fatsoenlijke en onfatsoenlijke mensen.

Nadia en ik doen de Koude Oorlog nog eens dunnetjes over. Gelukkig wint ook dit keer het Westen.

99. Elvis - Inhoud

In december 2002 begin ik aan de laatste etappe in mijn beroepscarrière. Ik word contextbegeleider bij Jongerenwerking Pieter Simenon, JPS, sector bijzondere jeugdzorg.

Ik word individuele begeleider van jongeren die door de jeugdrechter zijn verwezen, meestal na een gedwongen verblijf in een open of gesloten instelling. We begeleiden ze tot ze achttien jaar zijn, thuis of in een traject zelfstandig wonen. Na hun achttiende verjaardag kunnen ze op vrijwillige basis nog een tijd een beroep doen op verdere begeleiding. De jongeren die zelfstandig wonen, kiezen daar vaak voor.

Ik voel me vanaf de eerste dag goed thuis in JPS. De sfeer en de inzet van het hele team zijn top en de collega's zijn aangename mensen. Ik besef dat ik veel geluk heb gehad wat werken betreft. Ik heb altijd een job gehad die ik met plezier deed.

We komen in ons begeleidingswerk veel verdriet tegen. Sommige gezinnen lijken wel vervloekt en worden getroffen door de ene na de andere tegenslag.

Toch is het niet allemaal kommer en kwel. Met zwarte humor, met de successen die er af en toe zijn, met signalen van jongeren wat onze begeleiding voor hen betekent, kan ik het werk goed aan. Ook al is het soms moeilijk de knop om te draaien.

Op maandag hebben we teamvergadering. We overlopen dan welke jongeren in begeleiding zullen starten. Er staat een nieuwe gast op de lijst met een bijzondere naam, Elvis. Er zit weinig opwekkende muziek in zijn leven. De verantwoordelijke voor het opnamebeleid steekt haar hoofd in ons vergaderlokaal: 'Schrap Elvis maar. Hij is gaan lopen in de gesloten instelling.' Iemand zegt: ' Elvis has left the building.'

J. moet voor de jeugdrechter verschijnen. We briefen de jongens vooraf goed hoe ze zich respectvol moeten gedragen.

De jeugdrechter leest een lange reeks gepleegde feiten en overtredingen voor. J. kijkt intussen rondom zich alsof hij toerist is in een museum. De jeugdrechter probeert de aandacht van J. te trekken. 'Wel, jongeman, bevestigt of ontkent u deze ernstige feiten?'

J. negeert de jeugdrechter, kijkt mij aan en vraagt: ' Wat zegt ie?' Ik: 'Hij vraagt of je die overtredingen begaan hebt.'

J. kijkt nu met wat meer belangstelling naar de jeugdrechter en vraagt heel onschuldig: 'Kunt ge dat nog eens herhalen?'

S. heeft een lange mars door de instellingen achter de rug. Het dossier met psychologische verslagen is dik en deprimerend. ADHD, autisme

Waar S. komt, laat hij een spoor van vernieling na. Zijn kamer is steevast een ongelooflijke chaos. Alsof een Amerikaans commando er op zoek is geweest naar Bin Laden. S. vraagt als hij achttien jaar is om voortgezette hulpverlening.

We gaan solliciteren bij de Macro. Daar zoeken ze iemand om de rekken te vullen. De vriendelijke personeelsverantwoordelijke doet zijn best om in het cv van S. een lichtpuntje te vinden.

'Ah, ik zie dat je een schildersopleiding hebt gevolgd?'
S.: 'Ja ... allee, toch efkens. Drie weken.'

Personeelsverantwoordelijke: 'Zou je jezelf dan
omschrijven als een creatieve persoonlijkheid?'
S.: ' Ja ... allee, toch een beetje, ja ...'

Personeelsverantwoordelijke: 'En hoe zou je die creativiteit aanwenden bij het vullen van de rekken?'
S. kijkt even naar mij met een blik die zegt: 'Meent die gast dat nu?' En hij zegt: 'Ik denk niet dat ge blij zoudt zijn als ik die rekken creatief vul.'

De vader van S., een alleenstaande man die financieel en emotioneel totaal aan de grond zit, kan de chaos met S niet langer aan. Maar alleen gaan wonen, is voor S echt geen optie. Nergens is er een plek beschermd wonen voor S. Hij zal daar nog jaren op moeten wachten.

Maar dan komt een hulpvaardige oom op de proppen. Die heeft achter zijn woning een tuinhuisje waar S. mag wonen. Met de papa bereid ik de oom en tante, bejaarde mensen, mentaal voor op wat ze te wachten staat. We vertellen dat S. gediagnosticeerd is met autisme en ADHD en wat dat betekent.

Na enkele dagen krijg ik een telefoontje van de oom. 'Onze S. rookt iets speciaals. Kruiden of zo. Kan dat kwaad, mijnheer?'

Enkele weken later weer telefoon. S. is gearresteerd bij een winkeldiefstal. De politie vindt ook heroïne in zijn broekzakken. De oom zucht als ik het met hem ga bespreken. Autisme, ADHD, diefstallen om zijn heroïneverslaving te financieren. 'Laten we tegen de papa nog maar niks zeggen. Die heeft het zo al moeilijk genoeg', is het zorgzame besluit van oom en tante.

Enkele dagen later weer een telefoontje van de oom. ' Rob, ik ben geen gluurder maar ik hoorde zulke rare geluiden uit het tuinhuisje dat ik toch eens tussen de gordijnen piepte. En toen zag ik onze S. in bed liggen vrijen. Met een jongen. Het is een zwarte jongen. Hij is van Ghana, zegt S.'

Het is even stil en dan vat oom de situatie even samen. 'Dus onze S. is autistisch, verslaafd aan heroïne, pleegt diefstallen, is homoseksueel en hij heeft een lief uit Afrika ... amai, als ik dat tegen de papa vertel ... die mens gaat nogal verschieten.'

De wekelijkse teamvergadering begint met een overzicht van de agendapunten. Bij puntje 3 zeg ik: 'Ah, leuke verrassing en een goed idee dat we dat eindelijk eens gaan bespreken!' Iedereen kijkt me een beetje verbaasd aan. 'Rob, je hebt dat agendapunt vorige week zelf aangebracht.' Ik besef dat het tijd wordt om met pensioen te gaan.

Als ik vanuit de jeugdrechtbank naar JPS bel, krijg ik Roza van de receptie aan de lijn: 'Met Jongerenwerking Pieter Simenon.' Ik zeg: 'Het is hier met de oudere werking.'

100. Breek de stilte - Inhoud

Ik begeleid W. en al verschillende maanden zegt W. niet meer dan 'Ja' of 'Nee'. Hij is niet onbeleefd, houdt zich heel correct aan alle afspraken maar hij wil niet dat iemand in zijn leven peutert. Wat er is misgegaan in zijn leven ... ik heb er het raden naar. W. draagt zijn lot in stilte en hij wil vragen noch medelijden.

Na verschillende zwijgzame maanden moet ik met W. naar de jeugdrechtbank in Antwerpen. Om de zes maanden wil de jeugdrechter elke jongere zien om te bekijken of er vooruitgang wordt geboekt en de jongere de afspraken respecteert.

We parkeren in de buurt van de jeugdrechtbank en komen door een klein parkje. En plots wijst W. een struik aan en zegt: 'Onder die struik heb ik me verborgen toen ik zes jaar was. Ik heb daar twee dagen gezeten omdat ik niet naar een instelling wou.'

Ik ben er niet goed van. Stel je voor, je bent zes, je moet naar een instelling, je verbergt je voor de volwassenen onder een struik, twee dagen lang ...

Alle aanhangers van bootcamps zou men moeten verplichten om onder een struik een dag of twee na te denken over de vraag hoe je gekwetste jongeren het best kan helpen.

Vraag het niet aan W. Hij zal geen woorden vuil maken aan politieke marktkramers met goedkope oplossingen die geen oog hebben voor eenzame jongetjes van zes.

101. Lezersbrief Solidair (1) - Inhoud

Meer dan twintig jaar heb ik de politiek als partijloze gevolgd. Ik heb gezien hoe de Europese socialistische partijen zich te pletter rijden op de derde weg. Ze wilden het kapitalisme geleidelijk veranderen maar het omgekeerde gebeurde: het kapitalisme veranderde de socialistische partijen tot ongevaarlijke systeempartijen.

De communistische partijen vergaat het al niet beter. Ze maakten zichzelf ondergeschikt aan Moskou of Peking en dat komt ze in de Koude Oorlog duur te staan. Als ze de boedel proberen te redden met 'eurocommunisme', is het kalf al verdronken. De modelstaten die ze zo loyaal gesteund hebben, storten als kaartenhuisjes in elkaar. Het zijn geen revoluties van onderuit. Bureaucratische en corrupte kopstukken van de partij privatiseren de boel en gaan zelf met de beste brokken lopen.

Links zal zichzelf moeten heruitvinden. Allicht had niemand verwacht dat de PVDA daarin zou slagen. Na een zware crisis in 2004 start er een breed intern debat dat duurt tot het vernieuwingscongres; van 2008. De PVDA herbront zich tot marxistische partij die afstand neemt van de mislukkingen van de 20s,e eeuw die geen antwoord geven op de uitdagingen van deze eeuw. Anders en beter zal het moeten gaan.

Vanaf midden jaren 2000 begin ik de PVDA intensiever te volgen. En ik begin lezersbrieven te sturen naar Solidair, het weekblad van de PVDA. Ik ga er enkele van posten.

God bless America

Naar het schijnt bestaat de mens voor 90 procent uit water. Volgens mij bestaat president Bush ook voor de resterende 10 procent uit vochtigheid. Uit hardvochtigheid.

Hij eindigt elke speech met 'God bless America’. Elke Amerikaanse president doet dat. Waarom alleen Amerika? Als je gelovig bent, dan vraagje aan de Schepper toch dat Hij elke mens op aarde zou zegenen?

Het Amerikaanse leger zit overal. Van Kleine Brogel tot in Afghanistan hebben ze militaire basissen. Maar God moet zich enkel bezighouden met Amerika.

Misschien kan de paus God zover krijgen dat Hij bij Bush die 10 procent hardvochtigheid omtovert in een humanere substantie. Dat zou onder meer een grote opluchting zijn voor de Irakezen, en in het bijzonder voor de christelijke Irakezen die daar 2000 jaar in vrede leefden maar nu bijna allemaal Irak zijn ontvlucht.

102. Sleutel op de deur - Inhoud

Twee jaar na het Russisch fiasco leer ik H. kennen. Ze is van Amsterdam. Hartje Amsterdam. Haar ouders hadden een herenhuis op de beruchte Walletjes. Haar vader heeft na de oorlog fortuin gemaakt in de confectiesector en als hobby had hij nog een bedrijf dat gerief aan sportvissers levert.

Ze hebben dus geld zat maar H. zegt als kind tegen haar moeder: 'Ach mams, was jij ook maar zo rijk als al die dames hier in de straat die de hele dag niks hoeven te doen dan in hun mooie kleren achter het glas zitten te wuiven naar iedereen.'

H. zegt dat in haar jeugd de hele buurt nog een gemeenschap is waar iedereen iedereen kent. Dat begint in de loop van de jaren 70 te veranderen. Drugs, vrouwenhandel en het toerisme maken de buurt kapot.

Na enkele maanden vinden we een langeafstandsrelatie te slopend en H. komt in het gemoedelijke België wonen. Het is wel wennen, die rust in een landelijke gemeente waar iedereen rond de pot draait in plaats van rechtuit en zonder poespas te zeggen waar het op staat.

Maar aangename zaken wennen snel. Onder meer dat je de achterdeur niet meteen achter je kont op slot moet doen. Maar op een ochtend vertelt H. dat ze afgelopen avond toch wel een bijzondere ervaring heeft gehad.

Ik had gebeld dat ik moest overwerken en laat zou thuis zijn. H. was op de sofa in slaap gevallen. Ze wordt wakker vanwege gestommel en ziet een vreemde man in de living staan.

'Wat doe jij hier?', vraagt H.

Tk ben B., is Rob niet thuis? Ik heb hem al lang niet meer gezien.'

Dan herinnert H. zich dat ik over B. heb verteld. Een intelligente jongen die ik in het deeltijds onderwijs in de groep had. Nadien ging het helemaal mis met hem, drugs, beschuldigd van moord en veroordeeld tot een lange gevangenisstraf. Ik correspondeerde met B„ moedigde hem aan om in de gevangenis te studeren zodat hij nadien perspectief zou hebben.

H. zegt: 'O, ben jij die jongen die een moord heeft gepleegd?' Nou, dat wou hij niet meteen toegeven maar hij had wel vele jaren in de gevangenis gezeten. H. zegt dat ik nog aan het werk ben en dat het nog lang kan duren voor ik thuis ben. 'O, geeft niet', zegt B, 'ik heb alle tijd.'

H. zegt: 'We hebben nog een hele tijd zitten praten. Best een boeiende gozer maar ik ga nou toch de achterdeur op slot doen als je er niet bent. Je kent me te veel vreemde vogels.'

103. Overlevende van het fascisme - Inhoud

De opa van H., langs moederszijde, was een Nederlander die in dienst van Hare Majesteit in Nederlands-Indië de koloniale belangen behartigde. Als veertigplusser huwt hij een Indonesische schoonheid van zestien jaar. Het echtpaar krijgt elf kinderen.

Als Japan het land bezet, worden ook alle Nederlands-Indische gezinnen gevangengezet. Opa heeft zich intussen al dood gevreeën. Oma zal de hele oorlog met haar elf kinderen in een Jappenkamp zitten.

Na de oorlog verkast het gezin naar Nederland. En daar ontmoet de moeder van H. de man die H. haar vader zal worden. Haar vader is van Joodse afkomst. Hij heeft als enige van zijn familie de oorlog, ondergedoken in Amsterdam, overleefd.

H. is dus de dochter van een vrouw die het Japanse fascisme overleefde en een vader die ternauwernood ontsnapte aan het Duitse fascisme. Meer dramatische geschiedenis van de 20slc eeuw in een mens is niet mogelijk.

104. Idioot - Inhoud

Ze was al uitgescholden voor 'brillen-Jood' en 'stomme Jood' dus ze dacht dat idioot nog een ander soort Jood was. Tot ze buurman Kees hoorde zeuren over een andere buurman, een zwarte Surinamer. Kees was lid van de Centrumpartij. Ze hadden wel gevoel voor humor, de jongens van die extreemrechtse club, om zichzelf centrum te dopen.

Kees zei tegen zijn vrouw dat die Surinamer een idioot was. Waarop zijn vrouw antwoordde: ‘As jij het segt, sal het wel waar wese want jij hep als idioot alle informasie om te kenne wete wie er allemaal idioot is.'

Waarop Kees zijn vrouw bont en blauw sloeg, niet voor de eerste noch voor de laatste keer. Zo zijn ze wel, die extreemrechtse jongens, eigen volk eerst. In elk geval wist H. toen dat een idioot geen Jood is.

105. Lezersbrief Solidair (2) - Inhoud

Peter Mertens had het in zijn 1 meitoespraak over de onzichtbare hand die de vrije markt regelt. Die onzichtbare hand is het geloofsartikel van de liberale kerk. God is al door anderen geclaimd en dus moest, bij gebrek aan harde bewijzen, een andere onzichtbare troef verzonnen worden.

Het werd een onzichtbare hand die de economie in evenwicht houdt. Dat wil zeggen, een onzichtbare hand zorgt ervoor dat 1 procent van de bevolking evenveel weegt als 99 procent.

Ze hadden ook kunnen kiezen voor een onzichtbare voet die de 99 procent vertrappelt. Maar een hand is subtieler. Die kan slaan en zalven.

Misschien moeten we toch die hamer en sikkel terug te voorschijn halen. Een hamer om op die onzichtbare hand te slaan. En als dat niet helpt een sikkel om komaf te maken met die graaiende onzichtbare vingers.

Het kan toch geen misdrijf zijn om iets dat onzichtbaar is te verwijderen?

106. Watersnood - Inhoud

Het heeft al dagen onophoudelijk geregend en H. gaat met haar hond, Misty, wandelen in het bos. Gevolg, die hond, evenveel haren als vlees en botten, wordt ontzettend smerig.

H. laat Misty in een beek springen om hem terug een beetje zuiver in de auto te krijgen. Maar die beek is door al die regen flink gezwollen en Misty wordt meegesleurd. Dus springt H., 45 kilogram, in de beek waar ook zij door het water wordt meegesleurd.

Een paar honderd meter verder slaagt Misty erin om op de oever te krabbelen. H. geraakt er niet uit, gaat af en toe kopje-onder, roept luidkeels om hulp en als Misty terug in de beek wil springen, roept ze: 'Blijf!'

Afwisselend 'Help' en 'Blijf' roepend neemt de beek H. nog een kilometer op sleeptouw voor ze erin slaagt zich te redden. Besmeurd met waterplanten en modder en met een hond die even smerig is, zoekt H. zich een weg terug naar de auto. Ze komt op een bedrijfsterrein waar een man een vrachtwagen staat te laden. Hij kijkt haar verbijsterd aan en stamelt: 'Maar, madammeke, waar komde gij vandaan?'

'Uit de beek.', zegt H. alsof dat een dagelijkse en vanzelfsprekende gewoonte is. Ze wandelt, zo waardig als de omstandigheden dat toelaten, verder.

'Amai', zeg ik begripvol. Ik weet dat dit niet het moment is om de slappe lach te krijgen.

'Nou, ik ben nog niet aan het eind van mijn verhaal. Op weg naar huis gebeurt er voor mijn ogen een ongeval. Maar ik ben niet gestopt. Ik denk niet dat ik er als een geloofwaardige getuige uitzag.'

Ik zeg: 'Heel verstandig van jou.'

107. Ka Bel - Inhoud

In mei 2008 komt vanuit de Filipijnen heel triest nieuws. De charismatische leider van de vakbondskoepel KMU, Ka Bel (Ka staat voor 'kasama'. kameraad; Bel is de afkorting van zijn naam, Beltran) is op 20 mei verongelukt toen hij het dak van zijn huisje wou herstellen.

Ik ontmoette Ka Bel in 1987. Hij was toen pas verkozen tot nieuwe voorzitter van KMU, als opvolger van Olalia die vermoord werd. Een indrukwekkende man die heel vaak gearresteerd werd. In 2004, hij is dan verkozen als volksvertegenwoordiger, wordt hij opnieuw gearresteerd op beschuldiging van poging tot staatsgreep. Een ronduit belachelijke beschuldiging want hij heeft totaal geen steun in militaire kringen dus hoe zou Ka Bel een staatsgreep kunnen organiseren?

Ik heb de familie van Ka Bel bezocht. Ze wonen in een eenvoudige woning. Als Ka Bel in 2008, op respectabele leeftijd, op het dak klautert om dat te herstellen maakt hij een dodelijke val.

De Inquirer, de belangrijkste Filipijnse krant, publiceert twee foto's: het huisje van Ka Bel en daarnaast een foto van het paleis van een collega die ook in het parlement zit. De commentaar van de Inquirer bij de foto's: Two houses, two parties.

De familie van Ka Bel heeft amper geld voor een behoorlijke begrafenis. Een rijke Filipino, onder de indruk van het moedige leven van Ka Bel, koopt een begraafplaats voor hem.

In 2009 bezoek ik zijn graf. Op een eenvoudige steen staat een uitspraak van Ka Bel tijdens een van de vele rechtszaken: ‘Ifhelping the poor is a crime and iffighting for freedom is rebellion, than I plead guilty as charged.’

108. Pizza Hut (1) - Inhoud

In 2008 trekken H. en ik met de rugzak en de Lonely Planet naar Laos. Pier heeft ons verteld dat we zeker naar het noorden moeten gaan om daar deel te nemen aan de Gibbon Experience, een trektocht via stalen kabels waarbij je in boomhutten overnacht.

We hebben allebei last van hoogtevrees maar afgezien van die kabels, waarvan de langste exemplaren bijna een kilometer lang zijn en afgezien van het feit dat die boomhutten zeventig meter boven de grond zijn, klinkt het wel aanlokkelijk. Want in die boomhutten kan je het verborgen leven in het bladerdak van het tropische regenwoud van heel dichtbij beleven.

Via het internet schrijven we ons in en we krijgen bericht dat we welkom zijn. Afspraak: op 27 februari 2008 op hun kantoortje in Huay Xai, een onooglijk klein dorpje aan de oever van de Mekong.

We reizen via Chiang Rai in het noorden van Thailand naar de Mekong die de natuurlijke grens vormt tussen Laos en Thailand. Ter hoogte van Huay Xai steken we op 26 februari de Mekong over in een gammele boot. Na het betalen van 30 dollar voor een visum voor Laos kunnen we op zoek naar het kantoortje van de Gibbon Experience. Vermits het dorp slechts een straat telt, is dat het makkelijkste deel van de experience.

De dag nadien vertrekken we 's morgens heel vroeg met een jeep. De groep bestaat uit acht deelnemers. Zes jongeren tussen twintig en dertig jaar, in topconditie, met alpinistische en andere halsbrekende sportervaringen, En wij, twee vijftigplussers, voor onze leeftijd in redelijke conditie maar geen enkele ervaring met de Alpen of enig ander gebergte.

We krijgen eerst een toelichting: de tocht is fysiek een redelijk zware inspanning, drugs zijn absoluut verboden en niet nodig want: 'You will be very high.'

We moeten voor vertrek een documentje ondertekenen. Dat we ingeval van een ongeval met blijvend letsel of dodelijke afloop afzien van elke schadeclaim, voor onszelf, onze familieleden en eender wie die denkt op een of andere wijze recht te hebben op een vergoeding. Dat we deelnemen uit vrije wil en goed weten wat de risico's zijn, namelijk: van grote hoogte neervallen, door een wild dier gewond of gedood worden, een breuk of andere verwondingen oplopen die gezien de af te leggen afstand in moeilijke omstandigheden en het ontbreken van communicatie- en transportmiddelen een fatale afloop kunnen hebben.

Kortom, zoals vroeger op de kermis: het bestuur is niet verantwoordelijk voor gebeurlijke ongevallen.

En of we vooraf willen betalen a.u.b. Was getekend: zes jongeren in topconditie en twee figuren van middelbare leeftijd.

Na het ondertekenen van ons doodvonnis maken we kennis met elkaar. Er wordt gegoocheld met allerlei hobby's: triatlon, parachutespringen, diepzeeduiken ... En dan ik: lezen. En H.: een hondje.

Je ziet die zes jongeren denken: 'Djiezes, twee ouwelui in hun midlifecrisis die zo suf zijn dat ze denken dat ze dit aankunnen.' Wij denken intussen nog maar één ding: 'Waar is de uitgang?'

Na een lange stoffige rit met de jeep in de bergen komen we op een punt waar die jeep niet meer verder kan. Vandaar gaat het te voet verder omhoog. Het is heet en vochtig. We zweten niet, we lopen gewoon leeg.

Muggen en beestjes die ongetwijfeld een naam hebben en ergens goed voor zijn, kleven aan ons gezicht en doorweekte kleren. Kortom, wees blij dat u er niet bij was.

Helemaal afgepeigerd komen we aan in het basiskamp waar superenthousiaste Laotianen ons verwelkomen. Dave, een Australische oermens, deed die hele voettocht op blote voeten. Zijn voeten kunnen al die messcherpe stenen aan maar hij moet af en toe wel de bloedzuigers tussen zijn tenen weg pulken. Het verbaast me dat hij ze niet rauw opeet. Hij gromt dat het tijd wordt voor some awesome experience.

We zitten dus in het basiskamp, hoog, heet en vochtig. Ik ben al in veel grootsteden geweest, Manilla, Bombay, Sao Paulo ... maar nergens is er zoveel pokkenherrie als hier in de jungle. Het gonst en fluit en kraait langs alle kanten maar je ziet geen enkel beest. Alleen dat kleine spul dat aan je plakt. En die bloedzuigers.

We krijgen stukjes ananas en onze basisuitrusting. Ik probeer het te omschrijven: lussen versleten en verkleurde nylonlinten van drie centimeter breed waar je in moet stappen en die om beide dijbenen en heupen passen. Aan de gesp rondom de heupen zitten twee stalen kabels. Aan het eind van een kabel, ter hoogte van je hoofd, zit een katrolletje, een wieltje met een overpacking, met achteraan een stuk rubber dat uit een motorband is gesneden. Aan de andere kabel zit een veiligheidszekering.

Een Laotiaan die superenthousiast is - hij geeft alleen de uitleg en is zo enthousiast omdat hij niet meegaat - legt ons uit hoe we het moeten aanpakken.

Eerst moet je altijd de veiligheidszekering aan de kabel vastmaken voor het geval het katrolletje van de kabel zou schieten. Wat bijna nooit gebeurd, zegt ie enthousiast. Dan pas het katrolletje, nooit omgekeerd want dan ben je misschien al gelanceerd vooraleer je die zekering hebt aangebracht en als het katrolletje dan loskomt, ben je dood.

Tweede aandachtspunt: als je met volle snelheid richting eindpunt gaat, dat is altijd een boom waarrond de kabel bevestigd is, dan moet je op tijd afremmen door de rubberband rond de kabel dicht te knijpen. Als dat niet genoeg helpt: voeten vooruit steken en zo de klap opvangen. Nooit met het lichaam, very bad for the bones, te weten het sleutelbeen en de ribben.

En je wilt niet met gebroken of gekneusde ribben die tocht verder afleggen. Overigens: als het ergens misgaat: je kan niet terug via de kabels vanwege de zwaartekracht. Je kan maar één kant op. En je kan onmogelijk via de begane grond want die is er niet: er zijn diepe ravijnen, ondoordringbare jungle en beesten die je niet van dichtbij wilt ontmoeten.

En dan nog iets: zet nooit een hand voor het katrolletje op de kabel want dat wieltje gaat los dwars door je vingers. Het is al gebeurd dus vergeet het a.u.b. niet.

Dave, de oermens, kikkert helemaal op van al dit geweldige nieuws. Fucking awesome gromt ie.

En dan kunnen we vertrekken.

109. Pizza Hut (2) - Inhoud

We klauteren naar een houten platform, een beschimmeld geval van spekgladde, houten boomstammetjes met grote kieren die een inkijk geven in een diep ravijn. Ik ga meteen in een kramp vanwege hoogtevrees.

Er gaan twee gidsen mee, eentje op kop en eentje als laatste. Ik vraag of ik na de gids als eerste mag vertrekken want ik weet, als ik even op dat platform bedenktijd krijg, durf ik niet meer te vertrekken. Als de gids aan de kabel tussen het bladerdek verdwenen is, hang ik de zekering aan, zet vervolgens het katrolletje op de kabel, benen omhoog en daar ga ik.

Eerst langzaam, door het bladerdak, alsmaar sneller, dan plots in open lucht met zicht op een breed, diep dal. Alsmaar sneller zoef ik, alsmaar luider zoemt het katrolletje. Als ik de berghelling aan de andere kant van het dal nader, gaat de kabel terug omhoog en vertraag ik. Maar niet genoeg zodat ik met te hoge snelheid de boom nader en er tegenaan smak. Ik ben die rubberen rem vergeten en denk er niet tijdig aan mijn voeten voorruit te steken. Het overkomt me geen tweede keer.

De gids zegt dat we verder moeten. Er is op het platform te weinig plaats. Eerst de veiligheidszekering verplaatsen naar de volgende kabel, aan de andere zijde van de boom, dan het katrolletje verplaatsen en off we go.

Nadat we een vijftal kabels hebben gedaan wordt er een boodschap voor mij door geseind: H. is niet durven vertrekken. Zij blijft achter in het basiskamp.

Telkens als we een zevental kabels hebben gedaan, volgt er een klimtocht om weer hoogte te winnen. Even gaan zitten, is geen optie.

Bloedzuigers, spinnen en allerlei voorhistorisch uitziend gedierte brengt ieder meteen op andere gedachten.

In de late namiddag bereiken we de boomhut waar we zullen overnachten. Een houten platform met een lage balustrade rondom een dikke en immens hoge boom. Volgens de gids zitten we op zeventig meter hoogte. Via een katrol wordt er eten omhoog gehesen. De gids verlaat ons langs dezelfde weg en zegt dat hij tegen de ochtend zal terugkomen met het ontbijt. Zijn laatste boodschap: blijf te alle tijde in de boomhut.

We genieten van een verbluffend uitzicht: de boomhut is hoger geplaatst dan het bladerdek zodat we over de jungle uitkijken en in de verte de bergpieken zien. Vanuit de weelderige vegetatie komt er een kakafonie van geluiden. De cicaden maken een snerpend geluid alsof een heel bos wordt omgezaagd. We horen beesten gillen en fluiten. We horen van alles maar we zien geen enkel beest.

Plots zegt Dave: ‘Look, that fucking hill is moving.' We kijken en inderdaad, de berg die Dave aanwijst lijkt heel langzaam heen en weer,te bewegen. Tot we beseffen dat niet de berg maar onze boom een beetje heen en weer gaat.

We kijken nu een beetje aandachtiger rond. Het begint wel heel hard te waaien. De lucht raakt betrokken, onheilspellend paarszwarte wolkenformaties en in de verte bliksemschichten. En dan gaat het heel snel. Het begint te stormen. Het water valt met bakken uit de lucht. De wind giert over het platform. Alles wat niet vastzit, vliegt over de lage balustrade weg. We gaan in een kring rondom de boomstam staan en houden met gestrekte armen elkanders handen vast. De donderslagen zijn oorverdovend.

In dat helse onweer zien we de gids plots over de balustrade kruipen. Dave schuifelt naar hem toe. We kunnen niet horen wat ze bespreken en roepen. ‘What is he saying, Dave?' Dave roept terug: ‘He's asking who ordered afucking pizza?'

Naschrift

De gids kwam van beneden terug uit vrees dat wij in paniek zouden proberen via de kabels weg te komen. Omdat de bomen in zo een storm heen en weer gaan, kunnen de kabels onder grote spanning komen staan en mogelijk knappen.

Deze ervaring, in extreme natuur, gaf me later inspiratie voor het volgend gedichtje.

Krijgt U wel eens het zuur
van het geweld in de natuur?
Het ziet er groen en vreedzaam uit,
helaas, 't is schone schijn
zoals een dwaas die zwijgt
een wijze lijkt te zijn.
Maar wat nu de natuur betreft,
die ziet er vreedzaam uit.
De vogel fluit,
gelukkig zonder woorden.
Want had hij tekst
dan zong hij over moorden
op insecten die groot of klein,
heel lelijk maar toch nuttig zijn.
De vogel fluit en roeit ze uit!
Plots is het stil...
Een vogel van groter formaat
maakte de zangvogel soldaat.

Het ecologisch evenwicht?
't Is een gesticht waar gekken

fluitend moorden.
En andere gekken kijken toe
en roepen opgewonden
'Moeder Natuur, zo mooi, zo puur!'
Ze zien niet hoe het loeder leeft
in het wild, in brute zonde.

110. Lezersbrief Solidair (3) - Inhoud

De Grieken zeiden: 'Oorlog, dat is oude mannen die spreken en jonge mannen die sterven.'

Vandaag spreekt De Crem en sterven in Afghanistan niet alleen jonge mannen, maar burgers van alle leeftijden.

Zou al het geld dat besteed wordt aan oorlog niet beter besteed worden aan wegen, scholen, hospitalen ...?

De oorlog duurt nu al zeven jaar en het enige resultaat is dat er nu meer sympathie is voor de Taliban dan toen ze aan de macht waren. Het Westen zal deze oorlog niet winnen. Hoe machtig wij ook zijn, we zijn bezetters en dat zal een volk dat zich bezet en vernederd voelt nooit aanvaarden.

Muziek verzacht de zeden. De Crem hoeft niet zelf te zingen maar hij zou eens kunnen luisteren naar Franti die zingt: ‘You can bomb the world in pieces butyou can't bomb it into peace.'

Naschrift

Dit schreef ik in 2008 en nu dertien jaar later erkent het Westen dat een overwinning niet mogelijk is en wordt er met diezelfde Taliban onderhandeld over een akkoord.

Intussen is in deze oorlog genoeg geld verspild om wereldwijd de ergste vormen van armoede uit te bannen. De enige winnaar is het militair-industrieel complex.

Want vergis u niet. Deze oorlog was geen tragische vergissing. Het was een oorlog met een hoog rendement voor de leveranciers van

dood en verderf. En dat allemaal in naam van de strijd tegen het terrorisme.

Vroeger werden oorlogen gerechtvaardigd met religieuze argumenten. Nu worden ze gevoerd in naam van democratie en mensenrechten.

111. Houston, we have a problem - Inhoud

In 2009 gaat mijn jongste zoon Warre zes maanden naar de Filipijnen in het kader van zijn stage in het laatste jaar sociale school Heverlee

Hij is gedetacheerd bij IBON, een studiedienst die werkt voor een brede waaier van volksorganisaties. Via IBON zal Warre telkens een maand uitgestuurd worden naar een andere organisatie om zo de werking en de problemen rond verschillende maatschappelijke thema's te leren kennen: mensenrechten, de wereld van de arbeid, van de landbouw, van de krottenbuurten ... In al die sectoren werken de volksorganisaties volgens de SOM methodiek: sensibiliseren, organiseren, mobiliseren. Hoe dat concreet gestalte krijgt, zal Warre onderzoeken.

Voor de eerste maand staan de mensenrechten op het programma en daarvoor wordt Warre ondergedompeld in de werking van Karapatan, een militante organisatie voor de verdediging van de mensenrechten.

Warre is nog maar enkele weken in de Filipijnen als ik een zorgwekkend telefoontje krijg: 'Papa, ik zit met een probleempje. Ik moet onderduiken want een generaal van het leger zit achter mij aan. Ik stuur je het persbericht dat hier verschenen is.'

Ik open mijn mailbox en lees het volgende:

Journal Online

February 28, 2009 08:11 PM Saturday

AFP WANTS TCRC 'MEMBER OUT OF RP

Camp Mateo Capinpin Tanay: The top military commander for Southern Tagalog said they have initiated moves to expel from the country a Belgian national who has been claiming to be a member of the International Committee of the Red Cross fir 'aiding States enemies'.

At a press conference here yesterday Major General Roland Detabali, together with other top regional military officials, identified the purported ICRC member as Warne Van Vleirden.

Vleirden according to Detabali has been trying to gain access to Marilyn 'Ka Hannah ' Anaya's, a medical officer of the New People's Army based in Rizal province, who was the lone casualty during an ambush they staged last January 3 in Barangay Macubad, Rodriguez.

The incident resulted in the capture by the guerillastrijders of three members of the 418 th Rizal provincial mobile group who remain in their custody up to now.

Anayat was traced by the authorities at the Lourdes Hospital in Manila several hours after she was brought there by her comrades due to a gunshot in the abdomen.

Paul M. Guirrez

Samengevat: Warre werd er door een generaal op een persconferentie van beschuldigd dat hij zich had voorgedaan als een diplomaat van het Internationale Rode Kruis om zo toegang te krijgen tot een vrouwelijke guerrillero die was neergeschoten bij een aanval van het NPA waarbij het NPA drie soldaten van het regeringsleger krijgsgevangen had genomen. Het is allemaal fout, zelfs zijn naam is verkeerd gespeld.

Maar dat was dus een zeer zware beschuldiging ...

Wat was er volgens Warre gebeurd:

'Ik was nog maar pas begonnen bij Karapatan toen er een boer op het hoofdkwartier kwam. Hij vertelde dat zijn dochter door de militairen gearresteerd was en vastzat in de kazerne Mateo.

Ik ging samen met de radeloze boer, een advocaat en een priester van Karapatan naar het militaire kamp waar de man dacht dat zijn dochter zat. We mochten er niet binnen maar moesten ons wel identificeren. Ik zei dat ik als student de situatie van de mensenrechten kwam observeren.

Ik werd serieus geïntimideerd door de commandant van de kazerne. ' You are front Belgium? Is that a communist country? No, so than what are you doing here? Why are you helping communists?'

Wij zijn dan vertrokken en we werden gevolgd door twee auto's zonder nummerplaat. Toen werden de Karapatanmedewerkers heel nerveus. De laatste twee jaren zijn 23 Karapatanmedewerkers vermoord en dat begint telkens met voertuigen die je achtervolgen maar die je niet kan identificeren. Uiteindelijk konden we die twee voertuigen afschudden en daarmee leek de hele zaak afgesloten.'

De boer die naar Karapatan kwam had enkel gezegd dat zijn dochter gearresteerd was en niet wat er aan was voorafgegaan. Zijn dochter was lid van het NPA. Bij een hinderlaag die het NPA had opgezet, was zij neergeschoten en had het NPA drie regeringssoldaten krijgsgevangen genomen. Haar kameraden hadden haar naar het hospitaal gebracht en daar zal allicht iemand het regeringsleger verwittigd hebben dat een meisje met schotwonden was opgenomen. Karapatan is opgericht om de mensenrechten van legale activiteiten te beschermen. In dit geval, een gewonde NPA strijder die gearresteerd is, kunnen ze weinig ondernemen. Ook al heeft die persoon uiteraard recht op de richtlijnen van de Conventie van Genève.

En dan, twee weken later geeft die generaal een persconferentie waar Warre als een vijand van de staat wordt bestempeld. En dus beslist Karapatan dat Warre moet onderduiken.

Er volgen enkele heel stresserende dagen. Veel telefoontjes en mails met Intal, de Belgische ngo die zijn stage superviseert, en met een

Belgische advocaat van Progress Lawyers NetWork die met Filipijnse advocaten de zaak juridisch opvolgen.

Na enkele dagen blijkt dat er geen sprake is van een officiële aanklacht tegen Warre. De generaal heeft op eigen houtje een persconferentie gegeven om de media aandacht af te leiden van de arrestatie van drie van zijn soldaten door het NPA. Het was enkel een stunt voor zijn eigen achterban zonder verdere juridische gevolgen.

Warre blijft nog even ondergedoken tot men zeker is dat de storm is gaan liggen. Ik krijg allerlei berichtjes uit de Filipijnen: ‘Yourson did not panic, he is very brave.’ Warre gaat terug aan de slag, hij zal daarna nog een maand bij de boeren verblijven, een maand in een sloppenwijk, een maand bij arbeiders ...

Wat er met het gewonde NPA-meisje is gebeurd, hebben we nooit kunnen achterhalen.

112. Dichterbij - Inhoud

In 2009 organiseert de culturele dienst van Overpelt, op initiatief van de de KWB, een poëziewedstrijd om een dorpsdichter aan te duiden. Het is de tweede maal dat dit gebeurt.

Het thema is 'Verdraagzaamheid'. Ik neem deel met volgend gedicht en word de nieuwe dorpsdichter.

Wees onverdraagzaam! (voor onverdraagzaamheid)

Wat ik niet verdraag:
Kleffe haring in het zuur.
De overgang naar 't winteruur.
Spruitjes die zijn kapot gekookt.
Wie in mijn nabijheid rookt.

Ik heb echter geen bezwaar:
Tegen een straatmuzikant die vals zingt op een gammele gitaar. Een punker met paarse pieken in zijn haar.
Een imam die, van op een minaret, luidkeels oproept tot gebed. Een stalen piercing in een zachte tet.

Wat mijn maag doet krimpen en keren:
Kaalgeschoren koppen die marcheren
en brullen: 'Wij zijn raszuivere heren.'
Oorlogen in naam van god.
Bruine strepen in de pot.
Geknoei om winst met de natuur
En nogmaals: slappe haring in het zuur !

Maar bovenal:
verdraag ik geen onverdraagzaamheid.
Soms ben ik onverdraaglijk, wil ik mezelf kwijt.

Van 2009 tot 2011 schrijf ik een zeventigtal gedichten en daar gebeurt heel wat mee. Enkele gedichtjes worden op duizenden broodzakken gedrukt voor alle bakkers van Overpelt.

De bakker bakt het bruin.
Dat mag.
Als ik nog slaap
maakt hij beslag.
Terwijl ik droom
smeert hij de room
op taart en vlaai.

En ik ... ik draai
me om in bed.
De bakker bakt
broodjes met
sesamzaad of tijgerstrepen,
zoete koekjes, krakelingen
terwijl ik droom van oude taarten
waaruit jonge meisjes springen.

In mijn dromen bak ik het bruin.
Dat mag.

Een vijftal korte gedichtjes komen op bierkaartjes voor alle horecazaken

Als ik zou mediteren,
zeewier zou consumeren,
's ochtends de zon zou groeten
met in mijn nek mijn voeten
dan was ik veel meer zen ...
... toch zenner dan ik nu ben.

In het Heesakkerpark komt er een literaire wandeling met een achttal borden met gedichten. Ik ga in het park geregeld joggen en het is leuk om bij mensen die een gedicht lezen te polsen wat ze ervan vinden. Eenmaal word ik door een Nederlands echtpaar, dat hier op vakantie is, uitgenodigd om met ze op restaurant te gaan.

Leg je liefje, l
iefje leg je,
leg je lijfje
in het gras
tussen de bloemen.
Wees niet bang voor bijen liefje.
Laat ze zoemen.
Ik zal je beschermen, liefje
En de bloemen
lokken alle bijen, liefje
en jij lokt mij
met jouw lijfje
in het gras
tussen de bloemen
wil ik heel jouw lijfje zoenen
zoals bijen bloemen zoenen.

Acht gedichten worden op canvas gedrukt die men laat circuleren in alle deelgemeenten.

Heb je even?
Ik wil mijn leven
met jou delen
met jou spelen
Ik wil jou kussen
zijn, jouw laken.
Ik wil je voelen,
zien ontwaken.
Je hoeft me wekelijks
niet te wassen.
Ik vind jouw geurtjes
bij mij passen.

Elke maand verschijnt er in het gemeentelijk infoblad een gedichtje.

Komt hij?

Komt de Sint of komt Hij niet?
Met of zonder Zwarte Piet?
Brengt Hij iets of brengt Hij niets?
Weer een stom boek of die mooie fiets?
Komt Hij echt dwars door de schouw?
Brengt Hij iets voor papa? (die wil graag een nieuwe vrouw)
Bij mama komt de Sint vast niet.
Die vrijt al maanden met een zwarte Piet.
Lieve Sint, ik ben heel braaf geweest.
Geef iedereen cadeautjes maar geef mij het meest.
En voor papa 1 nieuwe vrouw. Haren: blond, ogen: blauw.
Graag een lieve maar geen dikke want die gaat niet door de schouw.

En tot slot worden een zeventigtal gedichtjes gebundeld in een boek Dichterbij en zal de KWB, die aan de basis ligt van het initiatief, tweemaal een avondvullend programma in elkaar steken met mijn gedichtjes als rode draad.

Het leukste aan het hele gebeuren zijn de reacties die ik op straat en in de winkels krijg als er weer eens een gedichtje is verschenen. Zo verscheen dit gedichtje:

Non sens

Ik heb wel eens beschamende gedachten:
een weerloos nonnetje verkrachten.
Nazibeul zijn in een kamp.
Toeschouwer bij een wereldramp.

Die wrede verlangens duren maar even,
hooguit een kort moment.
Behalve betreffende dat nonnetje ...
Die had ik graag eens ruig verwend.

Toen ik enkele dagen later in de supermarkt Peltri was, sprak iemand me aan.
'Zeg, gij zijt toch de dorpsdichter, hé?
'Ja, dat klopt.'
'Jong, een oud nonnetje verkrachten. Daar hebt ge toch geen goesting in hoop ik?'
'Je moet goed lezen wat er staat. Ik heb het niet over een oud nonnetje maar over een weerloos nonnetje. Dat kan dus ook een nonnetje zijn van twintig jaar.'
'Gij zijt nogal ne sjarel hoor. Zeg, mijn vader wordt tachtig jaar, kunt ge voor hem een gedichtje schrijven?'

Zo worden het twee drukke jaren.

Naschrift

Het gedichtje over Sinterklaas brengt de herinnering terug van een bezoek van de Sint bij ons thuis. De Sint en Piet komen binnen en Piet gooit kwistig een handvol nic-nac'jes door de living.

'Zijn hier stoute kindjes?', vraagt de imposante Sint met een donderstem. Ik ben er zowaar zelf een beetje door geïntimideerd. Maar Brecht, zes jaar, kijkt bedenkelijk rond en zegt tegen de Piet: 'Zeg, wie gaat dat hier allemaal opruimen?'

113. Uit elkaar

Ik reis met H. naar Indonesië, Laos, verschillende keren naar Thailand maar dan heeft H. haar buik vol van Azië terwijl ik me daar steeds meer thuis voel. Als reïncarnatie bestaat, ben ik in een vorig leven ongetwijfeld een Aziaat geweest.

Maar H. heeft andere plannen. Ze koopt een bordercollie en een kudde schapen en ze bekwaamt zich in de kunst van het schapen drijven. Als ik 's ochtends opsta, staat H. al in een of andere wei te fluiten terwijl haar hond de schapen van hot naar her jaagt. Ze gaat een maand naar Schotland waar ze intrekt bij de wereldkampioen schapen drijven om van hem lessen te krijgen.

Ik ben intussen actief lid geworden van de PVDA. Ik ben in 2007 lid geworden en betrokken bij het interne, heel democratisch georganiseerde debat dat het achtste congres voorbereid.

Dat congres maakt een synthese van de discussies die sinds 2004 zijn gehouden over de nieuwe koers van de PVDA. Er komen heel concrete campagnes waarbij veel breder wordt samengewerkt. De campagne voor het kiwimodel waarbij Geneeskunde voor het Volk samenwerkt met de Christelijke Mutualiteit en De Voorzorg is het eerste voorbeeld van waar de vernieuwde PVDA voor staat.

En ik reis op mijn eentje naar het Verre Oosten waar ik me zo goed in mijn vel voel.

We blijven nog tot 2012 apart samenleven en beslissen dan uit elkaar te gaan.

114. De Haciënda Luisita - Inhoud

Tijdens een reis naar de Filipijnen logeer ik op de Haciënda Luisita bij Beth, de weduwe van Tierzo Cruz, een boerenleider die vermoord werd door de bende in dienst van de grootgrondbezitter. De Haciënda Luisita heeft in de Filipijnen een grote symbolische betekenis. Niet alleen omdat het een grote haciënda is maar vooral omdat ze eigendom is van de Conjuancofamilie waartoe ook Cory Aquino, de eerste president na dictator Marcos, behoort (Aquino is de naam van haar man die vermoord werd in opdracht van dictator Marcos). Cory heeft het imago pro people te zijn maar daar komt op de Haciënda Luisita weinig van in huis.

Het verslag dat ik schreef van mijn verblijf bij Beth:

Maria Elisabeth Cruz, Beth voor de vrienden, staat 's ochtends om 5 uur op. Dan gaat haar winkeltje open waar ze een handvol huishoudelijke spulletjes verkoopt, waspoeder, suiker, zout... alles verpakt in heel kleine hoeveelheden zodat het betaalbaar is voor haar arme klanten.

Daarna bereidt Beth het eten: veel witte rijst en een beetje groenten, soms wat cornedbeef, gedroogde vis of chicken bones (kippenbotjes waarvan het vlees verwijderd is en die goedkoop zijn).

Beth is de weduwe van Tierzo Cruz. Tierzo was op de Haciënda Luisita, provincie Tarlac, een van de leiders van de vakbond voor landarbeiders, de United Luisita Workers Union. Hij was in zijn barangay ook verkozen als official (te vergelijken met een gemeenteraadslid).

Op 17 maart 2007 werd Tierzo met negen kogels om het leven gebracht door twee mannen op een motor. Tierzo was 33 jaar.

Honderd meter van het huisje van Beth is er een kamp van de Cagfu, een gewapende militie die straffeloos de gemeenschappen terroriseert in opdracht van de grootgrondbezitter. Iedereen weet dat de moordenaars uit dit kamp komen.

Elke dag ziet Beth vanuit haar huis het kamp waar de moordenaars van haar man verblijven.

Tierzo was het veertiende dodelijke slachtoffer sinds maart 2004. Behalve al die doden zijn er ook nog een aantal boeren verdwenen. Ik ontmoet de broer van Ronald Intal. Ronald was verantwoordelijke voor de jongerenbeweging Kabataang. In 2006 werd hij door mannen met een busje ontvoerd. Zijn vrouw was toen zwanger van hun eerste kind.

Beth heeft drie kinderen. Jasmine is elf jaar en heel schuw. Sinds de moord op haar vader, tweehonderd meter van hun huis, is Jasmine heel terug getrokken. Haar vader vond het belangrijk dat ze zich inspande voor school en sinds zijn dood neemt ze dat extreem ernstig. Ze is de beste leerling van haar klas en ook in het huishouden en het winkeltje werkt ze met een totale toewijding. De dag dat haar vader vermoord werd, was de laatste dag dat ze een onbezorgd kind was.

Het tweede kind, Eduardo, is tien jaar. Hij heeft epilepsie en de linkerhelft van zijn lichaam is verlamd. Hij kan niet naar school en er is geen geld voor een dokter. Iedereen die langskomt, inclusief elke klant van het winkeltje, knuffelt en masseert Eduardo even.

Soren is vier jaar, een levendig kind dat zich zijn papa niet meer herinnert.

Ik logeer bij Beth omdat we met het Steunfonds Filipijnen een landbouwproject van de coöperatieve van landarbeiders op de haciënda financieel ondersteunen. En Beth is een van de gezinnen van financiële adoptie die we met het steunfonds sinds 1984 organiseren (zoals gezegd: we hebben dit project dat te complex werd voor een groep vrijwilligers overgedragen aan Viva Salud, een Belgische ngo die dat met professionele krachten beter kan omkaderen).

De haciënda telt 6000 hectare en er wonen 30.000 mensen, verspreid over vijf barangays. De mensen wonen er al vele decennia waar ze al die tijd als suikerrietkapper een schamel inkomen hadden.

Ik ontmoet René Galang, Ka René, die me vertelt wat er gebeurde. Tot de jaren 90 had René geen interesse in maatschappelijke en politieke vraagstukken. De mensen werkten tijdens het kapseizoen zes dagen per week. Ze hadden een stukje grond als moestuin en daarmee een eenvoudig bestaan waarmee ze tevreden waren.

Maar vanaf de jaren 90 begon de familie Conjuanco het bedrijf te mechaniseren. De suikerrietarbeiders werden vervangen door machines. De beschikbare arbeid werd verdeeld tot ze in 2002 nog maar een dag per week werk hadden. De Conjuangco's leenden geld aan de mensen om te kunnen overleven maar daar moesten ze woekerinteresten op betalen.

Ondanks de bittere armoede vond de meerderheid verhuizen geen optie. Op de haciënda leeft men sinds zolang in hechte gemeenschappen. Het alternatief zijn de sloppenwijken van een grootstad. René: 'De meerderheid heeft liever honger op de haciënda dan te verhuizen en als familie alleen te staan in een sloppenwijk van Manilla.'

Vanaf begin 2000 beginnen de landarbeiders zich te organiseren in de United Luisita Workers Union en de arbeiders van de suikerverwerkende fabriek op de haciënda organiseren zich in de vakbond CATLU.

In 2003 besluiten de landarbeiders die ten einde raad zijn om met een groot piket de suikerfabriek plat te leggen om zo de Conjuanco's onder druk te zetten. De arbeiders zijn solidair en gaan mee in staking.

René is dan voorzitter van de ULWU en zijn beste vriend Ricardo Ramos is voorzitter van de CATLU. De strijd van de landarbeiders en de fabrieksarbeiders met de grootgrondbezitter zal dertien maanden duren.

Ka René stelt me voor aan een oud vrouwtje die me vertelt wat er op 16 november 2004 gebeurde: 'We stonden toen al sinds dertien maanden aan het piket om de fabriek op slot te houden. Er waren, zoals elke dag, niet alleen arbeiders maar ook vrouwen, kinderen en bejaarden. Plots viel de politie ons aan met waterkanonnen en traangas maar we hielden stand. En toen begonnen ze te schieten. Zeven mensen werden er die dag vermoord.

De Conjuangco's verdedigden zich nadien door te zeggen dat er NPA'ers bij het piket waren dat op de politie schoot en dat de politie dus uit zelfverdediging terugschoot. Maar bij de politie was er geen enkele gewonde. En wij zouden het niet toegestaan hebben dat er op hen geschoten werd. Die politieagenten zijn ook kinderen van arme boeren. De enige schuldige is de familie Conjuangco.'

16 november 2004 was geen eenmalige tragedie. In de maanden die volgden werden zes boerenleiders, een priester en een bisschop van de Independent Church vermoord. Hun namen staan in een gedenksteen gegrift:

Ka Marcing, 8 december 2004
Abelerdo Ladero, 3 maart 2005
Father William Tadena, 13 maart 2005
Ben Conception, 17 maart 2005
Collantes Florentijnse, 15 oktober 2005
Ricardo Ramos, 5 oktober 2005
Tierzo Cruz, 17 maart 2006
Alberto Ramento, bisschop Independent Church, 3 oktober 2006

115. Ka René - Inhoud

Gedurende enkele dagen trek ik op met Ka René om een beeld te krijgen van het leven van een organiser, iemand die voltijds voor een van de militante volksorganisaties werkt.

We rijden samen van Manilla naar de Haciënda Luisita waar hij opgroeide. Tijdens de rit vertelt hij hoe hij betrokken geraakte in het syndicale werk. De economische uitzichtloosheid dwong hem en de andere boeren om zich te organiseren en op te komen voor hun rechten.

Sinds de moordpartijen op de haciënda in 2004 leeft René ondergedoken. We worden daarom via sluipwegen de haciënda binnengesmokkeld. Dat is niet moeilijk, 6000 hectare is een groot gebied. Maar toch is iedereen in de jeep zenuwachtig als we de haciënda naderen want het blijft altijd mogelijk dat we op een patrouille van de Cagfumilitie stuiten. En die schieten meteen als ze René zien.

Verspreid over het gebied van de haciënda zijn er vijf barangays waar in totaal 30.000 mensen wonen. De gezinnen tellen tussen de vier en twaalf kinderen.

De vrouw en kinderen van René wonen nog in een van de barangays maar daar kan René niet meer komen. Hij ziet zijn vrouw in Manilla of op geheime plekken.

Een dag later is er een massabijeenkomst omdat bisschop Broderick en een aantal zusters op bezoek komen. Deze bisschop staat ondubbelzinnig aan de zijde van de boeren en arbeiders. Hij heeft een schenking van zes landbouwmachines bij voor de landbouwcoöperatieve.

Omdat er hoog bezoek is, durft René zich op de bijeenkomst te vertonen. Hij wordt onthaald als een popster. Iedereen wil hem een hand geven en omhelzen.

René neemt het woord. Ze hebben eerst gevochten voor hun rechten als suikerrietkapper. Toen ze die strijd niet konden winnen, begonnen ze een nieuw gevecht. Ze willen het land dat braak ligt om dat te bewerken om hun gezinnen te voeden en om de rest van de oogst te verkopen zodat er geld is om de kinderen naar school te laten gaan.

René zegt: 'Gedurende vele decennia hebben we alleen suikerriet verbouwd. We kenden niks anders en er was angst en ongeloof dat we in staat zijn om iets anders te doen. Die angst is onze grootste vijand. Als we in onszelf geloven, als we samenwerken, dan kunnen we elk probleem overwinnen. Ook het verzet van de grootgrondbezitter die niet wil dat we onze angst verliezen. Want angstige mensen kan je uitbuiten en onderdrukken.'

Intussen bewerken ze met hun gemeenschap al 2000 hectare. Meer dan duizend families zijn georganiseerd. En steeds meer families zien het succes en treden toe. René: 'De grond moet toebehoren aan wie hem bewerkt en we moeten samenwerken want een gezin alleen kan niet op tegen de klasse van de uitbuiters.'

Na René neemt de bisschop het woord. Hij zegt hun al zijn steun toe. Hij zegt dat tot zijn spijt de Kerk als instituut veel te weinig doet omdat veel bisschoppen de familie Conjuangco steunen. De grootgrondbezitters geven veel geld aan de Kerk. Wat de Kerk vergeet, is dat de grootgrondbezitters dat geld stelen van de boeren die alle rijkdom voortbrengen.

Na de toespraken zingen jongeren revolutionaire liedjes. Een meisje brengt militant, met gebalde vuist, een gedicht. Het is van begin tot eind een indrukwekkende ervaring.

Zodra de bisschop vertrekt, verdwijnt René. Ik kan niet eens meer afscheid van hem nemen. Later vertelt men me dat René grote risico's nam door hier aanwezig te zijn. Een verklikker in de massa zou al kunnen volstaan. En wie René verklikt zou daarmee een groot bedrag kunnen verdienen. Maar René zegt dat ze vertrouwen moeten hebben in hun mensen. Als ze elkaar beginnen te wantrouwen is alles verloren.

116. Opa - Inhoud

Op 17 januari 2010 wordt mijn eerste kleinzoon geboren. Als mijn vader, 82 jaar, zijn achterkleinzoon Daan de eerste keer ziet, is zijn eerste reactie: 'Het is toch niet te geloven dat iets dat zo mooi is over tachtig jaar even lelijk zal zijn als ik nu ben.'

Nu ik opa ben, wissel ik ervaringen uit met leeftijdsgenoten die in dezelfde fase zitten. Een kennis zegt: 'Ik zei gisteren tegen de kleindochter die vier is dat ze een betweter is. Waarop die kleine zegt: 'En gij zijt een bedzweter.'

Als kleindochter Fien vier jaar is, maakt ze een tekening voor me. Een abstract werk. Ik zeg: 'Heel mooi, Fien, wat is het?' Fien kijkt me aan met een blik van areyou kidding me? en zegt dan, op een toon alsof ze een beetje medelijden heeft met die domme opa: 'Dat is een tekening, opa.'

117. Lezersbrief Solidair (4) - Inhoud

'Opel, een op drie vindt nieuw werk', zet De Standaard in een levensgrote kop op de voorpagina. De Standaard had ook kunnen melden dat twee op de drie geen werk vonden. Maar, typisch voor onze media en samenleving, de aandacht gaat naar de gelukkige minderheid. Bertolt Brecht wist het al: 'De een staat in het donker en de ander in het licht. En men ziet wie in het licht staat, die in het donker ziet men niet.'

Voor een krantenkop geldt dezelfde regel als voor een verzekeringscontract. Je moet de kleine lettertjes lezen. En dan begint het al meteen goed in dat artikel: 'Bijna een op drie vindt werk na Opel.' Het is dus niet 'een op drie' maar iets minder.

Van de groep die werk vond, heeft 7 procent een hoger loon dan bij Opel. Voor de 93 procent die minder verdient, heeft Dirk Goethals (die de voormalige Opelarbeiders naar een andere job begeleidt) een schrale troost: 'Minder verdienen hangt samen met het besef dat er ook andere dingen belangrijk zijn in het leven.'

Jammer dat deze filosofen van de vrije markt nooit eens zeggen dat minder bedrijfswinst samenhangt met het besef dat er ook andere dingen belangrijk zijn in het leven.

De Standaard meldt verder dat oudere werknemers 'iets moeilijker' een andere job vinden. 'Iets moeilijker' betekent dat van de 437 werknemers ouder dan 45 jaar, slechts 46 werknemers een andere job vonden.

Van de bijna een op de drie die een nieuwe job vond, heeft 31 procent een contract van onbepaalde duur.

Dus samengevat heeft een op de tien werkzekerheid. Van wie negen op de tien minder verdienen dan bij Ópel. Maar gelukkig weten we dankzij mijnheer Goethals dat er ook andere dingen belangrijk zijn in het leven.

118. Pem, Ge-Ge en Na - Inhoud

Tijdens een reis door Thailand drink ik in een straatcafeetje een voortreffelijke koffie. Ik ben er de enige klant en heb er een leuk gesprek met de drie diensters.

Ik vraag hoe hun leven als dienster is. Ze werken elke dag van de week van 9 tot 23 uur voor 8.000 baht (200 euro) plus de fooien. Omdat ze wel kost en inwoon hebben, kunnen ze bijna hun volledige loon sparen. Dat is voor de familie die duizend kilometer verder woont.

Eenmaal per jaar nemen ze twee weken onbetaald verlof om naar hun familie te gaan.

Ze vragen mij ook van alles. Om indruk te maken op de dames zeg ik dat ik dorpsdichter ben.

Nou, dan kan ik toch wel een gedichtje voor hen schrijven? Ik drink nog een koffie en schrijf het volgende.

For Pem, Ge-Ge and Na
Have a coffee at the Veranda Café
You'llget a smile, coffee and cream
Look in her eyes and read her dream
Dark is her skin, her mind is strong
Same same the coffee she brings along
Coffee and sugar, coffee and cream
Look in her eyes and read her dream.

119. Das Boot - Inhoud

Maart 2010, met China Airlines vlieg ik vanuit Amsterdam naar Bangkok. Vandaar wil ik naar Laos. Ik heb nog niet beslist of ik via Chiang Rai naar het noorden van Laos ga of via Vientiane naar de zuidelijke regio. Ik heb in mijn handbagage enkele reisgidsen mee om tijdens de vlucht die knoop door te hakken. Maar mijn reis zal helemaal anders verlopen.

Ik zit in het vliegtuig naast een Duits koppel, Arno en Ulrike, dertigers en bloednerveus. Ze leggen me uit waarom. Voor Arno en Ulrike is het de eerste buitenlandse reis.

Het plan was dat ze samen met een bevriend koppel zouden vertrekken. De man van dat afwezige koppel is al sinds zijn kindertijd de beste vriend van Arno. En die vriend is rijk. Zijn vader heeft een bedrijf en Arno werkt daar ook.

Nu zouden ze samen drie maanden op reis gaan, helemaal op kosten van die vriend. Die heeft in Thailand een boot met bemanning gehuurd en het plan is om vanuit Thailand via de kust van Maleisië naar Indonesië te varen.

Maar in de nacht voor het vertrek heeft de vader van zijn vriend een dodelijke hersenbloeding gehad. Zijn vriend kon uiteraard niet vertrekken want er is niet alleen de begrafenis maar ook dat bedrijf dat verder gerund moet worden en waarvoor nu heel veel geregeld moet worden.

Maar die boot is geboekt, ligt daar klaar en daarom heeft dat koppel voorgesteld aan Arno en Ulrike om alvast te vertrekken en met die boot tochten voor de Thaise kust te maken tot zij zelf, over een week of drie, kunnen afkomen.

Arno en Ulrike hebben geen enkele reiservaring en zijn doodongerust. Ik probeer ze gerust te stellen, vertel dat ik al vele malen naar Thailand ben geweest en geef ze allerlei tips. Ze vragen me honderduit.

Als ik terugkom van het toilet, hebben ze blijkbaar een voorstel besproken: ze vragen me om met hen mee te komen. Als ik hun wat wil gidsen, dan mag ik gratis en voor niks mee op die boot. Kost en inwoon inbegrepen en ik mag zeggen waarheen we varen want voor hen is alles oké als ze maar geen stress moeten hebben. En als het me niet bevalt, kan ik natuurlijk op elk moment mijn eigen gang gaan.

Ik hoef er niet lang over na te denken. Zo een kans krijg ik nooit meer. Die reisgidsen heb ik voorlopig niet nodig.

De boot is geweldig. Die vriend van Arno moet echt wel veel geld hebben. Er is een vijfkoppige bemanning. Alleen de kapitein spreekt een beetje Engels maar met voeten en handen en veel goede wil lukt de communicatie prima.

We maken prachtige tochten. De boot heeft ook nog een motorbootje waarmee we op prachtige strandjes, waar geen mens komt, aanleggen. De kok bereidt geweldige gerechten. Ik eet me helemaal onwijs in vers gevangen vis.

Zalig, al begin ik na een dag of zeven toch te denken: Tk heb het wel gehad.' Ik ben echt niet het type om lang op een boot te zitten. Die horizon ziet er op zee altijd hetzelfde uit. Die paradijselijke stranden benemen me de eerste keer de adem maar na een dag of vijf heb ik het eerlijk gezegd wel gezien.

Maar het gezelschap is super. Arno en Ulrike zijn heel blij met mijn aanwezigheid. We maken al plannen om elkaar later, in Europa, zeker terug te zien.

En dan, na een dag of tien, gaat het totaal fout. Er is een ruime voorraad sterke drank die we nog niet hebben aangeraakt. Maar dan begint Arno op een keer te drinken.

Dat leidt direct tot een zeer felle ruzie met Ulrike. Arno, tot dan een superrelaxte, zachtmoedige kerel, verandert in geen tijd in een totaal andere persoonlijkheid. Het is gewoon griezelig om te zien. Het is sowieso een beer van een kerel. Hij heeft nu een maniakale blik en hij straalt agressie uit.

Ik ga naar mijn kajuit want ik voel dat de boel elk moment kan ontploffen en ik ben totaal geen partij voor die gast. Ik hoor nog een hoop herrie maar val toch in slaap.

De dag nadien, terwijl Arno zijn roes uitslaapt, vertelt Ulrike dat Arno jaren geleden is beginnen drinken toen zij kanker had. Ulrike overwon de kanker maar Arno ging zwaar in de fout. Agressie, een auto-ongeval omdat hij stomdronken reed, een grote schuldenberg. Ulrike dreigt met een echtscheiding als hij niet stopt en zijn vriend is bereid alle schulden in een ruk te betalen als hij stopt. De wortel en de stok doen hun werk. Arno heeft dan, als ik me goed herinner, zeven jaar niet meer gedronken.

We vragen ons af waarom Arno terug naar de drank greep. Er waren geen spanningen tussen Ulrike en Arno. Te weinig structuur? Verveling? De aanwezigheid van al die drank?

Als Arno op het dek verschijnt, huilt hij en biedt hij zijn excuses aan. Het was een eenmalige misstap. Het zal niet meer gebeuren. Achteraf begrijp ik niet waarom we niet de inhoud van al die flessen wodka, whisky, et cetera in de zee hebben gegoten. We hebben die optie niet eens besproken.

Twee dagen later begint Arno in de voormiddag al te drinken en hij is meteen heel agressief. Hij beschuldigt een van de Thai, een hele schuchtere jongen, dat hij de hele tijd naar Ulrike zit te gluren. Als hij nog een keer naar Ulrike durft te kijken, dan gooit Arno hem uit de boot. Hij roept en tiert als een gek met een fles sterke drank in zijn hand.

Ik vraag aan de kapitein om naar de dichtstbijzijnde haven te varen. Gelukkig only one hour away. Arno giet de drank naar binnen alsof het water is en is helemaal groggy als we aanmeren. Ulrike heeft zich opgesloten in haar kajuit.

Ik stel aan de kapitein voor om de politie erbij te halen maar dat wil hij onder geen beding. Dat zou big problem zijn. Ik heb dan een dag of veertien niks uitgegeven en stel aan de schuchtere Thai voor om de boot met mij te verlaten en dan krijgt hij van mij wat ik anders tijdens die veertien dagen had besteed. De jongen gaat meteen in op dat voorstel.

Voor ik vertrek geef ik aan de kapitein mijn mailadres met de vraag dat aan Ulrike te geven want die doet haar kajuitdeur niet open als ik zeg dat ik vertrek.

Ik zoek een hotelletje en als ik daarna terugkeer naar de haven is de boot al weg. Ik heb sindsdien niks meer van Arno en Ulrike gehoord.

120. I am from Barcelona - Inhoud

Op 1 september 2010 melden de media het overlijden van Jef Ulburghs op 88-jarige leeftijd.

Ik leerde Jef kennen in de jaren 80 toen we op zoek waren naar politieke bondgenoten voor het solidariteitswerk met de Filipijnen. Jef bleek een van de betrouwbare partners te zijn die steeds paraat stond als we iets vroegen.

Jef wordt als onafhankelijke kandidaat op de SP-lijst verkozen als Europees Parlementslid. We spreken af om de problematiek van de Open Pit Mining in de Filipijnen aan te kaarten want dat is een zware ecologische aanslag. Het veroorzaakt veel erosie en de rivieren worden vergiftigd met toxische stoffen.

Ik bereid een uiteenzetting voor in het Engels want wie spreekt er nu Nederlands in Straatsburg? Mijn vader gaat ook mee. Die wil, citaat: 'Dat circus wel eens zien.'

We krijgen een rondleiding met een van de medewerkers van Jef. Jef gebruikt zijn riante wedde om rondom zich een hele ploeg aan het werk te zetten. Overal in de gangen staan grote bakken. Die dienen om alle documenten te verhuizen als de zittingen doorgaan in Brussel.

We krijgen een overzicht van alle hoorzittingen die er die dag doorgaan. We zitten met onze Open Pit Mining tussen debatten over een of andere bedreigde vlinder in Papoea-Nieuw-Guinea, het cultureel erfgoed van het Paaseiland en ga zo maar door. Mijn vader zegt: 'En gij denkt echt dat die hoorzitting iets gaat veranderen?'

Maar Jef, die wordt wel goedgekeurd door mijn vader. Zeker die avond als we samen gaan eten en mijn pa per ongeluk een hele sauskom uit zijn handen laat glippen die via de hagelwitte baard van Jef op zijn hemd en broek druipt. Jef geeft er helemaal niks om. Meer zelfs, hij probeert mijn vader ervan te overtuigen dat het eigenlijk zijn eigen schuld is dat dit stom accident gebeurde.

Terug naar de hoorzitting. Ik heb nog maar een paar woorden gezegd als ik onderbroken word. Een Catalaans Parlementslid vraagt van welk land ik ben en of ze daar Engels spreken en als dat niet zo is wat dan wel mijn moedertaal is en waarom ik die taal niet spreek en of ik wel weet welke strijd de minderheden, en dus ook de Vlamingen, gevoerd hebben opdat elk volk zijn eigen taal zou kunnen spreken.

Om het even samen te vatten: hij stelt geen vraag maar hij geeft een uiteenzetting die bijna zolang duurt als mijn uiteenzetting. Blijkt dat ik niet het recht heb om in mijn eigen taal te spreken. Ik mag, neen, ik moet in mijn eigen taal spreken.

En dus moet ik ter plekke op basis van mijn Engelstalige nota's een Nederlandstalig pleidooi houden. Ik heb de indruk dat mijn gestuptel weinig indruk maakt. Jef troost me en belooft dat hij de kwestie verder zal aansnijden.

Ik vervloek die Catalaanse nationalist. Kon ik hem maar aanpakken zoals John Cleese dat deed in Fawlty Towers met Manuel uit Barcelona. Een vinger in zijn oog. Of een bakpan tegen zijn Catalaanse kop.

Naschrift

De Open Pit Mining is onverminderd verdergegaan. Of die vlinder in Papoea-Nieuw-Guinea het gered heeft, weet ik niet.

Jef was als priester vele jaren actief in Wallonië. Hij maakte een heldere analyse van de pijnpunten van de PS:

'Ik heb daar de PS-staat leren kennen. Die staat is gebaseerd op clientelisme, ook vandaag nog. De Parti Socialiste is een netwerk, een verstard netwerk, dat sociale en economische problemen politiek vertaalt, en politiek gebruikt. De PS heeft zich in de macht geïnstalleerd, en geraakte onderweg het contact met de basis kwijt. Zij zijn op zichzelf gericht, op het behoud van wat zij hebben. Zij zeggen: na ons de zondvloed. Zij misbruiken de Belgische staat. Wallonië is geen gelijkheidsmaatschappij, maar een PS-maatschappij.'

121. Tan - Inhoud

2011, Thailand, op weg met een lijnbus naar Cambodja. Ik reis alleen en zit in de bus naast een Thaise dame die nog maar één gigantische voortand heeft. Die tand is echt gigantisch, ik kan er mijn ogen niet van afhouden ook al besef ik goed dat dat onbeschaamd moet overkomen. En bovendien blijkt haar nickname Tan te zijn (dat betekent suiker). Een naam die ik tot mijn laatste adem zal onthouden.

Tan spreekt naar Thaise normen zeer goed Engels (later bedacht ik dat ze misschien van Cambodjaanse afkomst is. Voor Cambodjanen is Engels, vooral de uitspraak, veel makkelijker dan voor Thai). Ik ben helaas vergeten te vragen waar ze zo uitmuntend Engels heeft geleerd.

Maar verder stel ik haar veel vragen over haar leven als boerin in een afgelegen dorpje. Ze antwoordt gedetailleerd en dan zegt ze: 'Waarom kom je niet met mij mee naar ons dorp. Dan kan je het met je eigen ogen zien. Je kan dan morgen verder reizen naar Cambodja.'

Zonder een seconde na te denken, stem ik gretig toe. Zo een kans laat ik niet liggen. We zitten op een lange, rechte weg, beide zijden ondoordringbare jungle als Tan naar de chauffeur iets roept. De bus stopt, wij stappen uit. Wat verder haalt Tan van onder bladeren haar brommer te voorschijn. En we vertrekken via een smal paadje dat amper zichtbaar is in de jungle.

De rit duurt een eeuwigheid. Ik heb een vrij zware rugzak aan en moet me geregeld vastklampen aan Tan om niet van de brommer te donderen. Ik heb een kniebroek aan en mijn kuiten staan als snel vol striemen en sneetjes van de bladeren en bamboe die mijn benen raken. Ik heb vergeten zonnecrème te smeren. Een paar uur later voel ik dat mijn nek in brand staat en besef ik dat ik van geluk mag spreken dat ik geen zonneslag heb opgelopen. Af en toe kruisen we een ander paadje. Ik begin te beseffen dat ik hier op eigen kracht onmogelijk nog ooit kan weg geraken. Wat als Tan morgen geen zin heeft om heel die helse rit nog eens te doen?

Ik begin te beseffen dat ik alle controle totaal kwijt ben. En dat ik van Tan eigenlijk maar een ding echt zeker weet: dat ze een gigantische voortand heeft.

Ik ben zo in beslag genomen door de groeiende angst dat ik niet weet hoe lang de rit duurt. Lang in elk geval, mijn rug, mijn nek, mijn benen, alles doet pijn als we aankomen in het dorp. Een verzameling houten paalwoningen, mensen in haveloze kleren, mager, kinderen met verkleurde haren, sommige met opgezwollen buikjes, wonden op benen, graatmagere kippen en honden ... En uiteraard grote opschudding als ze Tan met een witte (die intussen rood is) zien verschijnen. Iedereen lacht, is supervriendelijk. Maar ik kan me niet meer ontspannen. Ik ben helemaal geobsedeerd door de gedachte dat niemand weet waar ik ben. Dat ik niet weet waar ik ben. Dat ik compleet afhankelijk ben van hun goodwill.

We installeren ons onder het afdak van de grootste hut. Er wordt meteen begonnen met het bereiden van eten. Voor zover ik kan inschatten is het hele dorp aanwezig en dat zal zo blijven. Maar Tan zie ik nog amper en dat is de enige die Engels spreekt. Niemand anders kan een woord Engels maar dat lijkt niemand te hinderen. Ze praten tegen me alsof ik alles kan verstaan. In het begin zwaai ik nog wat machteloos met mijn handen om duidelijk te maken dat ik er niks van versta en dat ik me ook niet verstaanbaar kan maken. Maar dat lijkt van geen belang. Iedereen amuseert zich.

Het eten is onwaarschijnlijk pikant. Ik ben intussen al een tiental keren in Thailand geweest, dus ik ben wel wat gewoon. Maar het is absoluut totaal onmogelijk om dit te kunnen eten.

Gelukkig ben ik met een heel klein hapje begonnen, in de wetenschap dat het wel eens pittig zou kunnen zijn. Echt, maar echt niet te doen. Peit mak mak (pikant, veel, veel), zoveel Thais ken ik nog. Mijn gezelschap giert het uit. Ze vinden het een geweldige grap dat ik deze flauwe kost al peit vind.

Er verschijnen flessen whisky. Flessen die eerst een andere bestemming hebben gehad. Flessen voor oestersaus, vissaus, sojasaus. Die herken ik intussen. Ik denk 'Fuck, gewoon meedrinken, dan vergeet ik misschien mijn angst.'

Want intussen ben ik in totale paniek. Verlamd zijn van de schrik? Dat bestaat dus echt. Ik kan het u verzekeren. Dus ik drink het, vermoedelijk zelfgebrouwen spul. Dat is niet zo sterk als ik gevreesd had. Dit kan ik wel aan.

Tegen valavond word ik belaagd door de muskieten. Die krengen zijn heel klein, ik zie ze in het halfduister niet. Je voelt ook geen steek. Je huid begint gewoon te branden zonder datje kan aanduiden waar de rotzakjes precies hebben toegeslagen.

En dan wordt Tan er terug bijgehaald. Een tolk is nu blijkbaar toch even noodzakelijk. Of ik wat geld kan geven, dan gaan ze in de winkel wat drank bijkopen want de voorraad is op. Terwijl tientallen mensen toekijken haal ik mijn portefeuille uit mijn broek. Omdat ik naar Cambodja ga waar alles in dollar wordt verrekend, heb ik ruim 1.000 dollar cash bij. Ik geef zonder te tellen een bundel dollars (achteraf bereken ik dat het ongeveer 300 dollar is).

Degene die de bundel heeft, wordt omringd door een groepje. De bundel dollars gaat rond. Iedereen wil er eens aan voelen. Iedereen praat door elkaar. Tan komt naar mij toe en zegt met een brede glimlach: ' You very nice, now big, big party. Very big party now.'

Een hele colonne brommers vertrekt en een klein uur later is ze terug. Iedereen heeft plastic zakken bij vol drank en snoeperij. Ze hebben al het geld in een klap besteed. Voor 300 dollar organiseer je in die contreien inderdaad a very big party.

De whisky die ze nu bijhebben is veel sterker. En drinken zal ik. En doe ik want ik kan maar aan een ding denken, het hele dorp heeft nu gezien hoeveel geld ik nog heb. Allicht meer dan ze ooit in hun leven zullen zien. Er moet er maar eentje zijn die zegt: laten we die farang in de grond steken, dan kunnen we nog een dag of vier a very big party houden. De angst heeft me totaal in de greep en maakt elke redelijke beschouwing onmogelijk.

De sfeer wordt nu zeer uitgelaten. Er wordt alsmaar harder geroepen. Ik kan niet inschatten of dat nog een gezellige conversatie is of dat er een oncontroleerbaar conflict in de maak is.

Uiteindelijk ben ik stomdronken in slaap gevallen, 's Ochtends word ik wakker op een matje in een hut met gruwelijke koppijn, pijnlijke benen van al de wondjes opgelopen tijdens de rit, pijn in mijn rug van op de grond te zitten en op de harde grond te slapen, een verbrande nek ... en nog steeds die angst. Hoe geraak ik hier weg?

Er is veel minder volk dan tijdens de vorige dag. Ik vermoed dat ze ergens aan het werk zijn. Ik vraag naar Tan die wat later opduikt. 'Can you bring me back to the road, Tan?' 'Yes, of course. You want go now?’ ‘Yes Tan.’

En we vertrekken. Tijdens de rit terug is alle angst weg. Ik kan het hele gebeuren nu objectiever bekijken. Iedereen is supervriendelijk geweest. Ze hebben al het geld meteen besteed omdat ik het gaf om meteen te besteden. Ik had geen enkele reden om zo bang te zijn. Tijdens de terugrit maal ik niet meer om de ongemakken (ik ben wel zo slim geweest om nu een lange broek aan te doen en me goed in te smeren).

Als we bij de weg zijn, keert Tan zonder veel poespas terug. ‘Hope you liked it. When bus come you put up hand, bus stop, bye’, en weg is ze.

Ik stap op de bus. Een hele ervaring rijker. Een paar uur later kom ik aan in stad waar ik de dag voordien vertrokken ben. Ik ben in verkeerde richting opgestapt.

De dagen daarna heb ik spijt dat ik zo vooringenomen was, zo blind door de paniek, me niet echt in dat dorp met die mensen verbonden heb gevoeld. Ik vraag me af of ze hebben aangevoeld dat ik schrik had. Ik besef tegelijkertijd dat het dom was om zo impulsief te beginnen aan iets waarvan je totaal niet weet waar het naartoe zal gaan.

Het zal niet de laatste stommiteit zijn die ik op een reis bega. Soms moetje rekenen op goed geluk. Je kan ook altijd thuisblijven voor alle veiligheid en een dodelijke smak maken in de badkamer. Of erger nog, doodgaan van verveling.

121. Kin kaw leo - Inhoud

In 2012 leer ik Latt kennen. Ze werkt in een restaurant in Kanchanaburi, een stad aan de Kwairivier, niet ver van Myanmar.

De stad is een toeristische trekpleister, vooral voor Britten en Nederlanders omdat hier tijdens de Tweede Wereldoorlog veel Britse en Nederlandse krijgsgevangenen werden ingezet door de Japanners voor de aanleg van een spoorweg door Birma. De Jappen hadden nood aan een alternatieve route over land toen ze begrepen dat ze de heerschappij over de zee niet konden behouden. De aanleg van die spoorweg werd een dodelijke prioriteit. De film The bridge on the river Kwai gaf aan de stad een enorme boost die nog altijd nazindert.

Dat alles zal Latt worst wezen. Die werkt in een restaurant om haar schamele kost te verdienen. Ze is mooi, rad van tong, zelfverzekerd en ze spreekt veel beter Engels dan de meeste Thai die ik tot dan heb ontmoet.

Ik was van plan maar een dag in Kanchanaburi te blijven maar de dag nadien ga ik terug naar het restaurant waar zij werkt. Ze vraagt waarom ik er alweer ben. Omdat ik het eten zo lekker vind. ‘Right’, zegt ze met een 'T en met een ondertoon die zegt: 'Je vindt mij lekkerder dan het eten.'

Om een lang verhaal samen te vatten. Ze neemt ontslag en gaat met mij op reis. Ze heeft in heel haar leven nog niks gezien van Thailand. Ze werkte sinds ze twaalf is. Ze leerde Engels toen ze als caddie op een golfterrein werkte. Elke dag vroeg ze aan de spelers om een paar nieuwe woorden die ze herhaalt tot ze die niet meer vergeet. Ze kan geen enkel woord schrijven. Ons alfabet kent ze niet. Ze zegt: ‘You are like a little boy with a new toy', en dat ben ik negen jaar later nog altijd.

Met het geld dat ze kon sparen heeft ze in de loop der jaren goedkope grond gekocht. Goedkoop omdat het somewhere in the jungle is. Haar zus heeft er een hut gebouwd en is er een bescheiden boerderijtje begonnen.

Als ik haar drie maanden later voor de tweede keer kom opzoeken, zeg ik dat ik graag naar die boerderij wil gaan. 'Sure?', vraagt ze. Er is geen toilet, geen kraantjeswater, geen airco, slechts een beetje elektriciteit. Sure?', vraagt ze. Je moet er slapen op de houten vloer, er zijn geen stoelen of een tafel maar wel heel veel muskieten.

‘Maipen rai’, zeg ik en dat is Thai voor 'geen probleem'.

Bij haar zus op de boerderij leer ik nog wat Thai. Ze zeggen daar bij wijze van begroeting niet 'Goede dag' of 'How do you do' maar wel 'Kin kaw leo’ en dat wil zeggen: Heb je al rijst gegeten? Vertaling: als je geen honger hebt, is alles oké.

De hut ligt een halve kilometer van de weg waar een elektrische draad loopt. Ze tappen daar gewoon elektriciteit vanaf. Maar als er elders in de buurt een begrafenis of een huwelijk is waar wat luidsprekers en extra verlichting worden ingezet dan geeft de tl-lamp op de boerderij nog amper licht. ‘Somebody dead', is de toelichting als de tl-lamp flikkert.

Mijn lief, tii rak koong pom
heeft nooit gehoord van The Beatles
Democratie, kan je dat eten?
Smaakt het bitter?
Smaakt het zoet?
Wat ik moeten weten, is dat
'Heb je rijst gegeten? '
Geen vraag is maar een groet.

123. De zijderoute - Inhoud

Ik schreef een aantal gedichtjes, geïnspireerd door Latt en haar land. Een selectie.

De zijderoute

Jouw huid,
zijde
De route,
in elke richting een verrukking.

* *
*

Liedje voor Latt

'Like this?'
vraagt ze
en ze streelt me
met haar ogen.

'Too spicy?'
vraagt ze
en ze streelt me
met haar ogen.

'Want more?'
vraagt ze
en ze streelt
me met haar ogen.

'Me for dessert?'
vraagt ze
en ze streelt me
en ze streelt me.

* *
*

Een andere wereld is mogelijk

Jij leefde er
als kind op blote voeten
Honger in het regenseizoen
Een ei voor zes mensen
Gaten graven in de rivieroever
en wachten op een verdwaalde vis

Ik zat in die tijd te zeuren
om een jeans met olifantenpijpen
of ik Toppop op tv mocht zien.
Zo hadden we elk onze eigen zorgen.

* *
*

Paalwoning

We wonen één hoog
Hoog genoeg voor de honden
op zoek naar schaduw.
's Nachts scharrelen de,kippen,
tenminste dat hoop ik,
onder ons rond.
De bamboevloer,
onze boomboomvloer.
De kippen,
tenminste dat hoop ik,
verhuizen opstandig.
Een muskietennet,
een oude ventilator.

'Think can sleep?'
vraagt ze bezorgd.
'Niet zolang jij naast me ligt.'
 denk ik en ik zeg
Of course.'

Een meter hoog
Dat moet genoeg zijn
voor de regen
die oorverdovend
op de golfplaten klettert
en de kippen,
tenminste dat hoop ik,
wegspoelt.

* *
*

De ochtend kleurt oranje

De zon, de monniken.
Een boeddhistische polonaise
slingert geluidloos door het dorp.
Hun bedelnap wordt gevuld
door de vrouwen die geknield wachten.

Zij bereiden het eten lang voor de zon
en de monniken de ochtend oranje kleuren.
Moeizaam komen ze recht.
Koken voor hun kroost.
Werken op het veld.
Hopen op een dag zonder klappen.

Op de terugweg naar de tempel
raadpleegt een jonge monnik,

de jongste in de oranje rij,
stiekem zijn smartphone.

* *
*

I love the king

Iedereen houdt van de koning
De koning houdt van iedereen
Overal zie je de koning
De koning zie je nooit alleen
Altijd staat de koning klaar
Alles wat hij zegt, is waar
Lijden wij, heeft hij verdriet
Knielen doen wij, vol eerbied
Doet hij dat ook
als hij zichzelf in de spiegel ziet?

124. Lezersbrief Solidair (5) - Inhoud

Jean-Marie Dedecker presenteert zijn partij als de partij van het gezond verstand. Albert Einstein definieerde gezond verstand als 'de verzameling vooroordelen die een mens verworven heeft tegen de tijd dat hij achttien jaar is.'

De mensheid heeft duizenden jaren op basis van het gezond verstand gedacht dat de aarde plat was. Want van een bol val je toch af?

En dat de aarde het centrum van de kosmos was wantje ziet toch met eigen ogen dat de zon rond de aarde draait.

En dat de aarde stilstaat want ons gezond verstand zegt dat we beweging zouden voelen.

Toen Copernicus de conclusies van het gezond verstand verwierp, was de reactie niet mals. Bruno, een van de eerste aanhangers van Copernicus werd op bevel van de katholieke Kerk op 17 februari 1600 op het 'bloemenveld' in Rome door verbranding om het leven gebracht.

De Franse wiskundige Poincaré zei: 'Wetenschap is opgebouwd uit feiten zoals een huis is opgebouwd uit stenen. Maar een hoop stenen is nog geen huis. En een verzameling feiten is nog geen wetenschap.'

Het politiek programma van Dedecker is een chaotische hoop stenen. Een ruïne die gepresenteerd wordt als gezond verstand.

Neem bijvoorbeeld de vlaktaks die Dedecker voorstelt als rechtvaardig want iedereen betaalt dan dezelfde aanslag. Dat lijkt inderdaad een kwestie van gezond verstand. Iedereen dezelfde aanslag maakt iedereen gelijk voor de wet, toch? De Morgen (6 november 2008) meldt dat een onderzoek van de KUL becijferd heeft wat het effect zou zijn van een vlaktaks. De 10 procent armsten zouden 1,6 procent van hun schamele inkomen verliezen, de 10 procent rijksten zouden 25 procent meer inkomen verwerven.

Wat het gezond verstand ook ons mag influisteren: de aarde is niet vlak en een vlaktaks is niet rechtvaardig.

125. Piet - Inhoud

2015, Johnny, een kameraad van de PVDA, komt thuis drie sparren omhakken. Ze staan te dicht bij het huis, vangen te veel wind en ze hellen, zoals ik, nogal sterk naar links. Voor bomen is dat niet oké.

Het doet me wel pijn want die drie sparren kreeg ik circa dertig jaren geleden van Piet Poppeliers, de legendarische stakingsleider van de wilde staking van Vieille Montagne Balen in 1971.

Er zijn verschillende boeken, een toneelstuk, Groenten uit Balen, en een gelijknamige film over die staking waarin Piet een cruciale rol speelde.

Ik leer Piet kennen via zijn dochter, Marina, die mee het Steunfonds Filipijnen opricht in 1983. Ik heb als jonge gast het toneelstuk gezien en al heel wat gelezen over deze belangrijke staking, dus ik wil die man graag ontmoeten.

Piet is geen tafelspringer. Hij zat er niet op te wachten om stakingsleider te worden. De omstandigheden dwongen hem ertoe. 'Ik deed het omdat ze geen betere vonden', zegt hij bescheiden. De waarheid is dat ze geen betere stakingsleider hadden kunnen hebben.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat Piet al in het verzet. Hij wordt gearresteerd door de Gestapo. Overleeft de hel van het concentratiekamp.

Onrecht is voor hem onaanvaardbaar. Na de staking is Piet een van de trekkers van het Groot Arbeiders Komitee, GAK, dat enkele jaren een belangrijke rol speelt tot interne meningsverschillen het GAK onderuit halen. Maar hoe dan ook heeft de staking van 1971 een grote impact op de bedrijven in de Kempen want overal worden in de jaren die erop volgen fikse loonsverhogingen afgedwongen. De tijd van de brave Kempische boeren is voorgoed voorbij.

Piet overlijdt op 14 juli 1991. Het lood van de fabriek heeft zijn lichaam gesloopt. Hij was een gewone man die buitengewoon was. Wie meer over zijn leven wil weten, adviseer ik om De kopervreters van Staf Henderickx te lezen. Staf was zijn huisarts en zijn biograaf.

126. Hello Lowie - Inhoud

In Thailand leer ik in een kroeg Ivo kennen. Een beer van een vent. Zijn bovenarmen zijn dikker en gespierder dan mijn bovenbenen.

Hij is interessant gezelschap want hij kan goed vertellen en hij heeft veel te vertellen. Hard gewerkt, goed verdiend, heftig geleefd.

Ik luister graag naar al zijn avonturen. En de wereld is klein. Hij is de man die jaren daarvoor Jef en Tom de stuipen op het lijf joeg als ze in café in Neerpelt de klanten lastigvielen. Ivo was bokser, daar konden Jef en Tom niet tegen op. De toenmalige uitbater van De Drempel, Eddy, is er Ivo eeuwig dankbaar voor.

Nadat we enkele avonden samen stevig hebben gedronken, Ivo wodka, ik bier, nodigt Ivo ons uit om hem een keertje te komen opzoeken in de regio van Sukhothai waar hij voor zijn Thaise vrouw een huis heeft gebouwd.

Die regio heeft Latt nog niet gezien. Sukhothai was ooit de hoofdstad van het Sukhothairijk en heeft prachtig cultureel erfgoed met bijna tweehonderd tempelruïnes . Dus we trekken naar Ivo en Nut met de bedoeling er een dag of twee te blijven. Het worden er tien.

Ivo heeft in de middle of nowhere een mooi huis gebouwd. En hij is genereus voor de inwoners van het dorpje. 'Motorman' krijgt van Ivo de middelen om een garage voor het herstellen van brommers te kunnen starten. De buurman die houtskool maakt, krijgt een kettingzaag zodat hij niet meer met een roestige zaag een halve dag nodig heeft om een boom om te leggen. Als er suikerriet gekapt moet worden, doet Ivo mee. En de hele buurt is 's avonds welkom om mee te eten.

Elke dag maken we ritten met de motor. In de ochtend rijdt Ivo langs de boeren in de streek die rietsuiker kappen, de maniok uit de grond sleuren, houtskool stoken ...

Tijdens die ochtendrit staat Lowie, een tekkel, met zijn achterpoten op de schoot van Ivo en met zijn voorpoten op het stuur. Zijn flaporen klapperen in de wind en hij kijkt links en rechts alsof alles wat hij ziet zijn eigendom is. Iedereen die we passeren, roept: 'Hello Lowie!’ Maar Lowie heeft het hoog in zijn bol en negeert iedereen.

Ivo vertelt: 'Tijdens het droog seizoen zijn er enkele weken met behoorlijk koude nachten. Omdat ik het 's morgens te koud vond voor Lowie op de brommer kocht ik voor hem een jasje. Dat baarde heel veel opzien. Een hond met kleren aan, dat hadden ze hier nog niet gezien.

Toen ik de volgende ochtend weer een toertje ging maken, zag ik dat alle honden een oud T-shirt of wat vodden, bijeengehouden met een stuk touw, aanhadden. Dat jasje van Lowie had veel indruk gemaakt.

127. De kinderen van mei 68 - Inhoud

Ik kan me niet meer herinneren wanneer en in welk tijdschrift het stond, maar lang geleden las ik in een interview, het was met een bisschop als ik me niet vergis: 'We hebben de beste mensen van een volledige generatie verloren aan Ludo Martens die als een rattenvanger van Hameien de allerbesten rond zich kon verzamelen.'

Wat je ook van Ludo Martens mag denken, hij slaagde er wel in om een aantal zeer briljante studenten te overtuigen om niet te kiezen voor 'een lange mars door de instellingen' want 'dan zullen die instellingen jou veranderen voordat jij die instellingen verandert' maar om te kiezen voor de lange mars door de woestijn, met als groot risico dat je dood bent voor je er doorheen geraakt.

Helemaal van nul opnieuw beginnen. Dat was zijn boodschap. Vergeet een carrière, maatschappelijk aanzien, respect van de opiniemakers. We willen een compleet andere samenleving waar de werkende klassen de meesters zijn en op die weg kunnen we ons geen enkel compromis veroorloven.

Dat was volgens Ludo Martens geen kwestie van sektarisme maar een kwestie van een juiste inschatting van de krachtsverhoudingen: een jonge, nieuwe beweging met doelstellingen die loodrecht staan op de doelstellingen van het heersende systeem kan zich geen compromis veroorloven want dan word je direct opgeslorpt en geïntegreerd in de heersende ideologische machtsverhoudingen.

Wat je ook van Ludo Martens vindt, hij had wat dat betreft honderd procent gelijk. Hij had geen gelijk in zijn oordeel over Stalin en het Sovjetmodel. Over de communistische beweging van de 20s,e eeuw is zijn mening selectief, vooringenomen, soms niet humaan.

Maar ondanks die ernstige fouten, heeft hij wel de verdienste dat hij de PVDA bijeenhoudt met zijn charisma. Ludo Martens slaagt erin om de beste mensen van zijn generatie rond zich te verzamelen en te motiveren om niet te capituleren.

Kris Merckx, Herwig Lerouge, Boudewijn Deckers, Kris Hertogen, Staf Henderickx, Harrie Dewitte, Gina De Smedt, Willem De Witte, Jo Cottenier, Riet Spreet, Dirk Goemaere, Roger Says, Riet Dhont... Ik heb verschillende van deze militanten leren kennen.

Sommigen zag ik maar een enkele keer maar anderen, zoals Boudewijn, Harry, Staf, Willem, zag ik vaker.

Maar vaak of weinig, ik zag ze genoeg om te beseffen dat het mensen zijn die genoeg talent hadden om in eender welke sector veel aanzien en materieel succes te kunnen boeken.

Ze kozen voor een materieel zeer eenvoudig en een maatschappelijk quasi onzichtbaar bestaan. Dat wil zeggen, onzichtbaar voor de heersende ideeën en machten. Niet onzichtbaar voor de mensen diq de geschiedenis niet schrijven.

Daarom schrijf ik over hen hier. Iemand moet ervoor zorgen dat ze niet vergeten worden. Ook al vinden zij dat ongetwijfeld van geen belang. Wat van belang is en blijft, is dat duurzame oplossingen voor mens en natuur niet mogelijk zijn in een kapitalistisch systeem.

Als we willen breken met roofbouw op mens en natuur, dan moeten we dat eerst en vooral waarmaken in de organisatie die daarvoor gaat. En daarin onderscheidt de PVDA zich van elke andere partij. Alle leidinggevende kaders leven met een inkomen van de modale Belg. Wat anders gaan leven als politicus betreft, is er maar een partij die dat daadwerkelijk doet.

Het principe is helder en eenvoudig: de politiek is er om het algemeen belang te dienen. Als je rijk wil worden, prima. Maar ga dan aan de slag in de privésector of wordt voetballer. Maar ga niet in de politiek. Je kan het volk niet vertegenwoordigen als je 6.000 euro per maand verdient en daar nog wat extra voordelen bovenop krijgt. Dan kom je terecht in een bubbel. Een parallelle wereld en dan krijg je die kloof tussen burger en politiek waar de politici af en toe over klagen zonder er iets aan te doen.

De meer dan 20.000 leden die de PVDA nu telt hebben vaak geen enkel idee wie de mensen zijn van de eerste generatie. Anekdote: een aantal jaren geleden vraagt Jeske, een jonge militante van Limburg op ManiFiesta aan Kris Merckx of hij lid wil worden van de PVDA.

Ik heb verschillende kopstukken een enkele keer of vaker ontmoet en wat me telkens trof: een briljant verstand en de drive om dat in te zetten voor het nut van iedereen.

Een paar concrete voorbeelden

Jo Cottenier ontmoet ik maar een keer, ergens midden jaren 90. Ik ben dan op pad met Rafael Mariano, destijds de voorzitter van de Fillipijnse boerenvakbond KMP, die onder Duterte even minister van Landbouw wordt, tot Duterte merkt dat Mariano echt de belangen van de boeren behartigt wat niet past in de plannen van Duterte die Mariano al vrij snel ontslaat.

Jo geeft dan, op vraag van Mariano, een uitleg over de structuur van België, de federale regering, gemeenschappen, gewesten, bevoegdheden van elk niveau, waar het botst, et cetera. En dan geeft Jo nog een korte historische schets over het ontstaan van België, het Belgisch kolonialisme, de integratie van België in het Amerikaans imperialisme en de ambities van een verenigd Europa. En dat allemaal uit de losse pols tijdens een toevallige ontmoeting.

Rafael zegt me nadien. 'I have been around the world these last months and I met a lot of interesting people. But this Jo is without any doubt the most clever observer and analyst that I have met. He is brilliant, I do not know his workers' party but if they have a few people like him than this party is on a good track no doubt about that.'

Dirk Goemaere gaat van de universiteit naar het fabriek. Hij wordt syndicaal afgevaardigde als arbeider bij SIDMAR. Hij wordt er ontslagen vanwege zijn syndicale inzet. De arbeidsrechtbank acht dit ontslag onwettelijk en SIDMAR moet aan Goemaere 400.000 frank schadevergoeding betalen. Een bedrag waarmee je op dat moment drie bouwplaatsen kan kopen. Dirk schenkt het bedrag integraal aan de PVDA. Hij wordt een van de eerste verkozen gemeenteraadsleden van de PVDA in Zelzate. De aanpak in Zelzate, waar de PVDA 20 procent van de stemmen behaalt, zal door de PVDA als model voor het hele land gepromoot worden.

Een ander voorbeeld, Boudewijn Deckers, wat een bolleboos! In de jaren 80 zie ik Boudewijn regelmatig want hij is dan voor de PVDA de verantwoordelijke voor de contacten met de Filipijnen. Met het Steunfonds Fillipijnen zoeken we bij alle partijen naar steun voor Fillipijnse volksorganisaties. We hebben goede contacten met Jef Sleeckx, Jef Ulburghs, Magda Aelvoet en Luc Dhoore van toen nog de CVP. Voor de PVDA wordt Boudewijn onze contactpersoon.

De eerste keer dat ik Boudewijn ontmoet, ben ik aan het woord want hij moet zich dan nog informeren over de Fillipijnen. Ik ben dan al enkele jaren bezig en denk dat ik toch al een beetje specialist ben.

Tot ik Boudewijn twee maanden later weer tref. Hij heeft zich intussen 'een beetje ingewerkt'. Blijkt dat ie intussen blijkbaar een volledige bibliotheek heeft bijeen gelezen. Die keer is hij de man met kennis van zaken.

Boudewijn gaat voor een maand of twee naar de Filipijnen. De Filipino's zijn een en al lof, over zijn kennis, zijn bereidheid om in de meest barre omstandigheden het lot van de Filipino's te delen, en vooral zijn aanstekelijk optimisme. Zijn nickname daar is comrade Lenin. Ik vraag: ‘Because he looks like Lenin?'

'No, because he is a real leader like Lenin.'

Of neem Roger Says. In Genk alom gekend als Pipo. Roger is een van de eerste studenten die na mei 68 naar de arbeiders gaat. Hij begint in de mijn van Winterslag en blijft daar tot de put in de jaren 80 sluit. Hij is dan een van de stakingsleiders en bijzonder geliefd bij de mijnwerkers. Pipo heeft een echte karakterkop, het archetype van de stoere mijnwerker. In C-Mine wordt een gigantische foto van zijn mijnwerkerskop geplaatst. Pipo is van niks bang. Hartje winter springt hij wel eens in de Nete, gewoon om te weten hoe dat voelt.

De PVDA heeft lange tijd heel wat stommiteiten verkondigd. Daardoor bleef het, terecht, een beweging met een heel beperkte invloed. Maar sinds het vernieuwingsproces dat liep van 2004 tot 2008 werd schoon schip gemaakt.

Er kwam een nieuwe generatie aan het roer met Peter Mertens, Raoul Hedebouw, Geert Asman, Tom De Meester, Kim De Witte, Jos D'Haese, Sofie Merckx, Steven De Vuyst ... En die jonge generatie kon de beste woordvoerders van de werkende klasse voor zich winnen. Gaby Colebunders van Ford Genk, Maria Vindevoghel van Sabena, kassierster bij de Aldi Nadia Moscufo, Roberto D'Amico van Caterpillar ... laten in het parlement de stem van de werkvloer weerklinken. De PVDA heeft in de Kamer van volksvertegenwoordigers meer afgevaardigden van de werkende klasse dan alle andere partijen samen.

Een aantal militanten van de eerste generatie, zoals Dirk Van Duppen, Kris Merckx, Herwig Lerouge bleven inhoudelijke sterkhouders met een belangrijke inbreng. En de ommekeer in de standpunten bewees dat ze geen dogmatici zijn want die houden vast aan onveranderlijke waarheden ongeacht de feiten.

Eind jaren 70 brak ik met de voorganger van de PVDA om vervolgens mijn eigen stommiteiten te begaan. De jaren in het internaat hebben me opgezadeld met een grote argwaan versus macht en sympathie voor de underdog. Ik ben nu ouder, een beetje wijzer, ongetwijfeld nog in staat om nieuwe stommiteiten te begaan. Ik hoop het. Dat ze me straks uit het bejaardentehuis schoppen vanwege liederlijk gedrag.

Besmet de wet. Bekegel de regel. Bestorm de norm.

128. Tuinobservaties - Inhoud

Een mens is een gek beest. Als kind wil je snoepen en denk je - ik toch: 'Als ik later groot ben, snoep ik me helemaal suf.'

Als je dan groot bent, heb je zin in heel andere zaken. Waar ik als jongvolwassene totaal geen zin in had, was bijvoorbeeld wandelen. Tienduizend stappen per dag? Die haalde ik nog niet in een week.

En nu, veertig jaar later doe ik gemiddeld tien kilometer per dag. Een dag niet in de bossen is een verloren dag.

Ik kan nu ook op mijn gemak lange tijd onze tuin observeren. Als twintigjarige was ik er na een minuut op uitgekeken. Maar nu valt er voor mij altijd wel iets boeiends te zien.

Onze tuin wordt gedomineerd door een grote eik (die bestaat uit drie stammen). In de top van die eik is een koppel eksters sinds enkele dagen een nest aan het bouwen.

Dat is een zeer moeizame operatie. Misschien zijn het beginnelingen of gewoon onhandige eksters maar in elk geval: van de tien takken die naar het nest worden gebracht belanden er acht terug op de grond.

De eksters gebruiken behoorlijk lange takken, tot een halve meter lang. De stukken die op de grond vallen, worden weer opgepikt. Je zou denken dat zo'n vogel het verstand heeft om dan met een boog rondom die boom rechtstreeks naar de top te vliegen.

Nee hoor, met zo een lange tak in zijn bek vliegt ie recht omhoog de kruin in waar hij dan overal tussendoor moet slalommen om via een vijftal etappes tot bij het nest te geraken. We zijn dan vijf minuten verder. Tien seconden later ligt die tak weer op de grond.

Wat bezielt zo een vogel om niet wat lager, met wat meer bescheiden takken, een nest te bouwen? Doen ze het omdat ze daarboven het mooiste uitzicht hebben? Omdat er dan geen andere vogel die boven hen huist in hun nest kan schijten? Bouwen ze zo groot voor het geval ze bezoek krijgen? Om indruk te maken op andere vogels?

Ik moet erkennen dat het koppige doorzetters zijn. Je moet het toch maar doen, pootjes waarmee je onmogelijk een tak kan vasthouden, dus alles moet met die bek gedaan worden, en dan toch een nest bouwen zonder touw, lijm, schroeven of een handleiding van de IKEA. En ook nog op de plek waar de wind het meeste vat heeft op de woonst.

Als die eksters niet bezig zijn met hun uitzichtloze constructie, zoeken ze ambras met de koolmeesjes, mussen, roodborstjes, kraaien, merels.

Vooral mijnheer en mevrouw duif krijgen het hard te verduren. Dat echtpaar komt elke namiddag rond 4 uur (ze zijn echt klokvast) de tuin verkennen. Ik begrijp niet dat ze nog komen want die eksters laten hen niet met rust.

Als ze niemand kunnen lastig vallen, is hun favoriete activiteit heerszuchtig over de gazon paraderen met zo'n air van 'wie doet mij wat?'. Af en toe turen ze een beetje onverschillig naar mij met een blik van 'wat doet gij op mijn erf?'.

Een van de twee, ongetwijfeld het mannetje (het vrouwtje is allicht degene die vooral de takken naar het nest vliegt, een echt takkewijf) doet me denken aan Trump als die zelfgenoegzaam maar toch nog duidelijk ontevreden het applaus in ontvangst neemt tijdens een van zijn idiote speeches, kop achterover, borst vooruit en naar alles en iedereen in het wilde weg pikken. Ik weet het wel zeker, Trump is de reïncarnatie van een ekster.

Vermoeiende en onsympathieke beesten zijn het. Vogelonvriendelijk en bovendien mislukte klussers.

129. Tot slot - Inhoud

Ik begon aan deze reeks autobiografische verhaaltjes na het overlijden van mijn moeder op 18 maart 2021. Voor haar afscheid schreef ik een grafrede en dat bracht alsmaar meer herinneringen naar boven. Ik begon ze op te schrijven en dat had een domino-effect. Het uitschrijven van een herinnering opende luikjes in mijn brein die decennia gesloten waren. Met de stapel notities die ik de voorbije vijftig jaar bijeen schreef, kon ik die herinneringen verder stofferen.

Ik postte een aantal verhaaltjes op Facebook en dat resulteerde in een stroom van reacties, details die ik niet wist of vergeten ben, en ook de vraag om al die verhaaltjes in een boek te bundelen.

Ik sluit hier af met het stuk waarmee dit alles begon, de afscheidswoorden voor mijn moeder.

Yvonne Kenens werd geboren in een historisch jaar 1929. Het jaar dat de beursen crashten. Terwijl er bij de familie Kenens feest was vanwege de geboorte van de eerste dochter, sprongen in New York de aandeelhouders uit wolkenkrabbers.

Het was het einde van de wilde jaren 20 die in haar dorp, Paal, niet zo wild waren. Haar vader, 'Guuske van de Kein', was paardenkoopman en Guuske had samen met de mama van Yvonne, Stanske, ook nog een café-hotel in het centrum van Paal.

Ze hoorden, met mijnheer den doktoor, de pastoor, den hoofdonderwijzer en de notaris tot de beter begoede burgers van Paal. Guuske had al een vrachtwagen voor de beesten toen alleen den doktoor nog maar een automobiel had.

Er werd bij de familie Kenens goed gegeten, ook gedurende de oorlog dankzij de goede relaties die Guust had met de boeren. Goed eten

bleef haar hele leven lang een belangrijke kwestie. Elke dag was er verse soep, een salade als tussengerecht, een goed stuk vlees, liefst twee verschillende groenten en een dessert.

Als er niet gekookt werd, dan werd er gepoetst. Als je al het stof dat mijn moeder in haar leven heeft bijeengeveegd op een hoop zou leggen, had je een berg, hoger dan de Himalaya.

Hoe het precies in zijn werk is gegaan, weet ik niet maar op een of andere manier is mijn vader in dat café in Paal beland en verliefd geworden op mijn moeder, in die jaren een schoonheid die met elke filmster kon wedijveren.

Maar daarmee was de zaak nog niet beklonken. We zijn dan eind jaren 40 maar de bevrijding van de nazi's heeft Paal en Hamont nog niet bevrijd van het ouderlijke gezag. En zonder toestemming van de ouders kon er niet getrouwd worden.

En dat was geen vanzelfsprekende zaak. Pa Van Vlierden reed van Hamont met zijn fiets naar Paal om de zaak te verkennen.

Probeer u die rit voor te stellen. Er waren toen nog geen wielertoeristen. Van Hamont naar Paal met een loodzware fiets zonder versnellingen over wegen die in het beste geval geplaveid waren met kinderkopjes. Pa Van Vlierden ongetwijfeld in een deftig kostuum want ge moet een goede indruk maken. Een zware onderneming maar een vaderlijke plicht. Want de dochter van een cafébaas, dat klinkt niet erg katholiek.

Het café wordt gelukkig goedgekeurd als een deftige zaak maar uit een brief van pa Van Vlierden, gericht aan mijn moeder blijkt dat haar vader, Guuske, niet enthousiast is.

Hier is de brief van pa Van Vlierden aan Yvonne:

'Beste Yvonne, na uw brief aandachtig gelezen te hebben en nu ik de moeilijkheden waarin U gewikkeld zijt begrijp, voel ik mij toch verplicht U persoonlijk te schrijven want ik kan ook streng zijn maar niet onrechtvaardig streng als uw pa.

Gans een mensenleven is offer en daarom moet U de moed niet verliezen. Blijft thuis als een werkzame, gedienstige en gehoorzame Yvonne gelijk altijd. Weest de vreugde en het geluk van uw lieve mama. Alzo zal uw pa eens tot betere gedachten komen.

Moest dat niet het geval zijn dan staan wij voor een niet oplossend probleem. Want mijn zoon zal nooit geen kennis kunnen blijven onderhouden waar pa of ma zich blijven verzetten tegen deze kennismaking.

Dus doet zonder knorren uwe bezigheden voort en ontvangt, beste Yvonne, mijn oprechte groeten en een goeden dag aan gans de familie.'

Was getekend pa Van Vlierden

Ik heb heel deze brief geciteerd omdat wij, kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen, goed moeten beseffen dat Guust, gelukkig voor ons, uiteindelijk instemde met de kennismaking want anders hadden wij allen niet bestaan.

Koken en poetsen waren mijn moeder haar hobby's maar haar grote passie was de winkel. De klant was koning en dat mag je letterlijk nemen. Elk kettingske dat verkocht werd, ging gepaard met lange gesprekken. Ze wist van elke inwoner meer dan dat de Stasi op zijn hoogtepunt wist over de grootste tegenstanders van de DDR. Ze wist waarschijnlijk meer dan mijnheer pastoor tijdens de biecht vernam, ook al kon ze geen vergeving bieden, hooguit wat korting op een kettingske.

Nawoord

Ik had het manuscript al ingeleverd bij EPO. Daarna was ik op Face-book, waar ik de eerste verhaaltjes postte vooraleer het idee van een boek gestalte kreeg, in dialoog met tientallen FB-vrienden over een geschikte titel.

Na een aantal suggesties wist ik wat de beste vlag was voor deze lading. Kwetsbaar en opstandig. Maar om die titel te gebruiken, moest ik nog een verhaal schrijven. Een verhaal dat ik nooit vertel, dat ik verdring. Waarover ik nu pas kan schrijven, nu mijn ouders er niet meer zijn. Omdat ik vrees dat ze elk verhaal daarover als een verwijt zouden opvatten. Dat is het niet, dat is het niet meer. Ze zagen allicht geen andere uitweg.

Toen ik vijf was, en mijn zus drie, werden wij in Balen in een weeshuis geplaatst. Het hoe en waarom bleef thuis altijd een taboe. Als kind voel je haarfijn aan wat besproken kan worden en wat niet. Later, toen we terug thuis waren, dreigde mijn moeder soms, als ik stout was, dat ze me terug naar Balen zou sturen. Nou, dan was ik meteen koest. Het is een dreigement dat ik haar nog steeds kwalijk neem.

Niet de plaatsing in het weeshuis. Ik ga ervan uit dat mijn ouders geen andere optie zagen. Een tante vertelde me later iets meer. Nadat mijn broer, vijf jaar jonger, geboren was, geraakte mijn moeder in een depressie. Mijn vader zat met de winkel, een job bij Philips in vijf posten, drie jonge kinderen en een vrouw die niks meer kon.

Mijn broer kon terecht bij de tante en mijn oom. Maar voor mij en mijn zus vonden mijn ouders blijkbaar geen kandidaten om ons op te vangen. En dus werd het Balen. Balen. Je kan geen betere naam verzinnen voor een gemeente met zo een gruwelijke instelling.

Volgens mijn tante zaten we er vier of vijf maanden. Als je vijf jaar bent, duren vier maanden sowieso lang. Ze duren ontzettend lang als

je niet weet waarom je daar bent en voor hoelang. Ze duren een eeuwigheid als je bent toevertrouwd aan de liefdeloze zorg van ongetwijfeld zwaar gefrustreerde vrouwen zonder enig pedagogisch inzicht bij wie alle empathie was opgebruikt vanwege meeleven met het lijden van Christus, hun bruidegom.

Ik gruwde van hun zwarte jurken. Je hoorde ze aankomen ruisen voor je ze zag. Ik weet niet van welk materiaal die zwarte bruidsjurken gemaakt waren. Als je bruidegom aan een kruis hangt, is feestelijke kledij allicht niet gepast. Als hun bruidegom moest lijden voor het heil van de zondaars, dan zouden wij, klein onderkruipsel, boeten voor de erfzonde van Adam en Eva. En boeten deden we.

Het was er koud, liefdeloos en uitzichtloos. Vooral het gevoel van machteloosheid was onverdraaglijk. Je moest doen wat je werd opgelegd, zonder uitleg, vragen waarom was vragen om straf.

Ik kreeg er een levenslange afkeer van uniformen en macht. En van pudding. Elke dag moesten we pudding eten waarin brokken zaten. Ik weet niet van welke substantie die brokken waren, allicht oud brpod. Het was een vreselijke opgave om die smurrie door te slikken. Elke dag zat ik te kokhalzen maar slikken deed ik. Zowel mijn zus als ik hebben er een levenslange weerzin voor pudding aan overgehouden.

Ik herinner me slechts flarden van die eeuwigheid in Balen. Mijn zus moest in het kleuterklasje in de schoolbank tussen twee grotere kinderen zitten om te voorkomen dat ze ging lopen. Als ze uit die schoolbank mocht, liep ze weg, elke keer opnieuw. Ik herinner me dat ik dat moedig vond van haar, gaan lopen. Ik durfde dat niet. Ik was een bang kind en dat bleef ik tot tien jaar later Denise me kuste en daarmee alle angst deed verdwijnen.

Ik herinner me een slaapzaal, hoge bedden, het was moeilijk om erin te kruipen. In dat grote bed keek je naar de dakpannen gestut door zware houten balken. De regen op de pannen maakte een hels lawaai.

Er was niemand om je te troosten. Wie klaagt over huidhonger vanwege COVID-19, kan ik verzekeren dat er erger leed is zonder uitzicht op intensive care.

Ik herinner me een grote, zinken teil op een tafel waar we op zaterdag in gewassen werden. In een lange rij aanschuiven. Een non tilde je op en zette je in de teil. Daar werd je door een andere non gewassen, vervolgens werd je door haar uit de teil gezwierd waarna je door non nummer 3 werd afgedroogd. De borstels van een carwash zouden kindvriendelijker zijn geweest. Als je achteraan in de rij stond was het water ijskoud. Er zat een dikke zeeprand in de teil. Als ik daaraan krabde, werd me bevolen daarmee op te houden.

Ik herinner me een bezoek van mijn vader en Tom, een werkmakker van Philips. Tom had een blikken vliegtuigje voor me mee als cadeautje. Toen ze vertrokken, werd dat cadeautje meteen in beslag genomen want de andere kindjes voor wie er nooit bezoek was, kregen ook geen cadeautjes.

Toen ik mijn rijbewijs had, was een van de eerste ritten met mijn zus richting Balen. Het gebouw stond er nog maar de nonnen en de wezen waren verdwenen. Het was zoveel kleiner dan in onze herinnering. De tuin een tuintje. Het gebouw doet nu dienst voor het OCMW.

Vele jaren later, toen W. op weg naar de jeugdrechtbank een struik aanwees en zei dat hij zich onder die struik twee dagen had verscholen, vertelde ik hem direct dat ik precies wist wat hij toen gevoeld moet hebben. Ik vertelde hem wat ik tegen niemand vertelde over mijn verblijf in het weeshuis. Ik vertelde het tegen hem omdat ik wist dat hij zou begrijpen wat dat voor mij had betekend. We hadden vanaf dat moment zonder veel woorden een sterke band.

En nee, het ging niet goed met W. nadat hij achttien jaar was. Ik ging hem opzoeken in de gevangenis. Veroordeeld vanwege een overval op een prostituee die tippelde. Hij vond zijn straf heel terecht. 'Het was gewoon laf van mij om een junkie het beetje geld dat ze heeft af te pakken.' Hij vertelde dat hij een pro-Deo advocaat had geweigerd en tegen de rechter had gezegd om hem streng te straffen.

Enkele jaren later belde hij, enkele dagen voor Kerstmis. Hij was dakloos en of ik een oplossing wist. Ik reed naar Antwerpen waar ik hem vond op een bankje met een plastic zak en zijn hond Duvel ('Rob, die laat ik niet achter, het is met hond of anders niks'). W. is toen enkele dagen bij ons geweest, Duvel in een vakantieverblijf voor honden in Lommel want de hond die H. had zou Duvel opgevreten hebben, dat begreep W. ook en dat vond hij een aanvaardbare reden om tijdelijk gescheiden te zijn mits goed onderdak voor zijn Duvel.

Toen ik op Facebook met mijn Facebookvrienden in gesprek was over een geschikte titel, drong het besef bij me door wat een gepaste titel zou zijn. Maar daarvoor moest ik dit nog schrijven.

Af en toe vraag ik me af wie ik zou zijn indien ik als vijfjarige niet in dat verrekte Balen had gezeten. Gelukkiger? Conformistischer? Allicht zou ik dan minder sympathie hebben voor de underdog want daar identificeer ik me mee sinds die gruweltijd in Balen.

Kwetsbaar en opstandig zal ik voor altijd balen van elk machtsmisbruik. En van pudding.

Voetnoten

(*) Wat angstaanjagende ervaringen betreft staat een ervaring in Thailand op 1. Dat verhaal komt nog, bij leven en welzijn.

(**) Wat de kat uit de boom kijken betreft: de vrouwen nemen op het platteland in Tamil Nadu in alles het voortouw. Een treffend voorbeeld. Men besluit om spaarkassen op te richten. Daarbij sparen de mannen en vrouwen apart via hun eigen organisaties. Na enkele jaren hebben de vrouwen al een aardig kapitaal bij elkaar. Ze kunnen nu geld uitlenen aan vrouwen die met een eigen winkeltje of bedrijfje willen beginnen of een koe willen kopen.

En de mannen? Als die na een jaar eens tellen hoeveel geld ze al hebben, zeggen ze: ‘Mooi bedrag! Als we dat nu gewoon herverdelen onder alle spaarders, dan heeft iedereen een zorgeloze maand.’ Dat is meteen het einde van de spaarkas van de mannen.

Achterblad

Na de dood van zijn moeder in 2021 schrijft Rob Van Vlierden verhaaltjes. Over zijn jeugd, liefdes en passies. Zijn reizen, zijn favoriete Limburgse bands, zijn politiek engagement. Verhaaltjes over de zusters ursulinen, de goddelijke Denise, de legendarische belegering van jeugdhuis De Kwiet, Parijse deernen, professor Flam, de Russische verloofde en een zuippartij in de Thaise rimboe. Samen vormen die 129 vertelselkes dit poëtische en bijwijlen dolkomische avonturenboek van een eeuwige rebel die baalt van onrecht. En van pudding.

Je boek is prachtig vormgegeven en verdomd goed geschreven! Ik word nostalgisch naar een tijdsgewricht dat ik niet eens heb gekend ...’

- Delphine Lecompte, dichteres

Uw boek is indrukwekkend.

- Didi de Paris, dichter

Een aanrader voor grauwe nazomeravonden.

- Stijn Meuris, zanger

Mammoet is een imprint van uitgeverij EPO - www.epo.be