|
Met
aders zoals rimpels onder huid
verhef ik al mijn leed en pijn
tot aan het hoogste punt,
vanwaar jij rondkijkt in mijn leven,
niet wetend welke twijfel in mij rijpt
verbind ik mij gewillig aan je leiding.
Je stort je in mijn lichaam en mijn hart
je vingers zwetend en vol bloed.
Je ziet de wegen niet op aarde
waar blikken eensklaps keren
zonder dat berouw hen treft in het passeren.
Je houdt niet van mijn stem als die plots zwijgt,
je
gaat heel ver in ’t vluchten van je handen
naar grotten waar ik niet mag komen
en hijgend zeg jij tot het hart
dat aarde lichter is en groter dan zijn wereld.
|