Wereld zonder vreugd

Alledaagse mens -  5/10

 

Français

Jou ogen gaan al tastend rond mijn hoofd
alsof je weer kwam van het mooiste bal.
Je ooglid zwaar als graangewas,
bezweert mijn mond je angsten en je feest,

smelt samen met de wortels die zich hechten
aan 't diepste van mijn kwelling
zodat ik nacht om mij kan winden.
Het was een sterke blik die woog,

die ik mijn nachtelijke bruiloft voorbehoud,
een fonkelende dageraad na slapeloze nachten.
Het is mijn weerstand tegen dood,
het dagelijks verlaten zijn dat ademt uit mijn hart.

Te vele paden draaien met gemak 
vanuit de oogsten als bij regen.
En te veel bos leeft in de stilte
waar soms alleen geritsel is

van bladeren gedragen door de wind,
voorafgaand aan de dood waar zeeën glans verliezen,
en elke toegang sluit, de slapen zich verharden
en wij alleen maar voegsel zijn in tijd.

  

© Lucien Becker, Le Monde Sans Joie, 1945, Gallimard