|
De dag is vluchtig achter vensters
de spiegels zijn nog vol van nacht
en wegen liggen ver van muren.
Mijn hoofd steekt boven lakens uit, als afgekapt.
Een vlieg maakt nu zijn ronde.
En ik herinner mij een droom
waarin je hoofd een dag was als geen ander
waar licht verzamelde als bij een bron
waar niets reeds naar de dood verwees.
De brug verheft zich boven gras
en maalt zich open boven water,
kwetsuur waarrond de aarde sluit.
De slaper is altijd bedekt
door ooglid en door laken.
De schaduw legt voor lange tijd
zijn slapen op de muren.
|