Wereld zonder vreugd

Zelfs liefde niet -  7/14

 

Français

In heel de zomer is geen plaats meer voor een kreet,
voor druppels dauw op randen van een plant,
voor vogels vliegend uit een struik,
voor woorden die de wind tot blaren spreekt.

De hemel is zo blauw als ogen van een pop
met wimpers die men niet meer sluiten kan
en aarde brand uit grote vuren kalk
die doven als de oogst bij hen passeert.

De bodem van het water is zo transparant
dat zon er stenen uit kan rapen
die boven komen zoals ogen vol verbazing 
te midden van het gras dat ligt te slapen.

De bomen worden door hun lommer rechtgehouden
zij denken vol ontroering aan de zon die ondergaat
en die hen vleit als groot geworden kinderen
omdat zij sterven kunnen midden in de nacht.

  

© Lucien Becker, Le Monde Sans Joie, 1945, Gallimard