Wereld zonder vreugd

Leven in eeuwigheid - 16/21

 

Français

De storm woedt tussen open vingers
en werpt de lucht temidden dode blaren.
De aarde komt niet verder dan de grond
langs bomen met hun uitgelopen takken.

De vogels zwijgen als verdwaald in struiken,
de drijfstang stokt in ondergrondse wielen,
een rukwind maakt de kamers zonder zolder naakt
en werpt het koude as waar mensen zich verbergen.

De dauw raakt niet meer aan het gras geklemd,
dat zonder remmen achter winden jaagt,
verrast de aarde te zien lijden en in pijn
en nevels in hun vlucht geslagen.

Een wijnstok blijft geheel verkleumd in velden achter
midden botten die naar stoppels reiken.
De wereld is ineens zo leeg als gangen
waar de allerkleinste stap, het kleinste woord weergalmt.

  

© Lucien Becker, Le Monde Sans Joie, 1945, Gallimard