Niets om leven - 11/49

  

 

Français

De brandhaard in de nacht
ontdekt waarom een muur verwilderd is
en wat aan blikken van een mens ontbreekt
om zich te meten aan het firmament.

Ampe wakker sta ik voor een kruispunt
want zij gaan met mij vooruit,
met hen waarvoor het hart zal zorgen
dat dood haar zonder fout bereikt.

De handen zijn bedekking van gezichten
zoals tralies van gevang.
Zoek niet de weg waarlangs jij vluchten zou:
gewicht van bloed blijft overal hetzelfde.

Daar is herinnering, geankerd als een beeld
op elke zijweg die ik insla naar vergetelheid.
En alles brandt en aarde gaat eraan als ingewand
waar dageraad verschijnt en het geluid van kussen maakt.

Het vraagt een eeuw in zulk moment van helderheid
om aan de weet te komen hoe de vreugde kon ontstaan.
En buigen moet ik bovenop de maalstroom
vanwaar adem komt die alle bronnen voedt
om zo de koelte aan te voelen van een vrouw die me begroet.

  

© Lucien Becker, Rien à Vivre, 1947, Gallimard