|
Gehaast
de zomer volgen om de steden te ontlopen
waar
ruiten blinken als curassen
en
huizenblokken mensen domineren
waarvan
de straat en ramen stappen tellen.
Een
mes volstaat om einders te doen buigen,
een
weinig water om als oog door gras te zien,
een
windvlaag zodat grote bossen schrikken
aan
de rand van velden die heel rustig blijven.
De druiven
rijpend in hun mooie wespenland
zijn
als een onweer door de donder aangerand
en
bussels die zich spreiden voor de gaffel
zijn
in het ongewisse dat de zomer met hen eindigt.
Vroeg
in d’ochtend als de dauw aan ’t feesten is
wordt
vruchteloos gezocht naar wat de bijen wegen die gaan sterven
en
wil voldoende fruit de lente in zich dragen
zijn
grote zolders nodig die de hemel raken.
|