|
De
lamp verliest opeens zijn masker van papier
doordringt het vensterglas gevangen tussen steen
en laat, zo zegt men, het gereedschap blinken
dat aan het plaaster mijmert in een zachter licht.
Lucht weegt op kasten zonder dat ze opengaan
alleen een sleutel dringt in hen als dolk.
Niets kan het meubel kwetsen dat reeds al zijn bloed verloor
toen vol van dauw de boom door bijlen werd geveld.
De tijd gaat zonder startsignaal als leegte heen en weer.
Temidden dingen die noch blij noch triestig zijn.
Soms gaat een weinig stof aan ’t dansen
in de zon gevangen die door luiken schijnt.
Een aangezicht verzegeld in een houten kader
lacht zelfs als het beurt om beurt ziet sterven
elkeen waarvan hij verre ouder is
zodat zij binnenkort ook aan de muur gaan hangen.
|