| Zomer zonder eind |
| Stenen in de zon - 12 aan R.B. |
|
|
|
1 - De
stad heeft alleen een lichtmast als plant 2 - ’s Winters kan men zon zo in zijn handen nemen 3 - Een mens waar niemand het nog over heeft 4 - Door ruiten kijkt de mens naar sneeuw 5 - 6 - Onder as van vuren liggen stenen 7 - 8 - Roerloos zingt de vogel tussen planten 9 - Alle meubilair dat langer meegaat dan een leven 10 - Zonsondergang hervond zijn vlakten niet 11 - Nieuwsgierig kijkt de muur me aan, verrast 12 - Bij ondergaande zon zijn blaren aan het lachen |
|
|
|
|
|
© Lucien Becker, L'été sans fin, Editions de Chaumeane, 1961 |
|
|