|
|
|
1-1. Alledaagse
mens |
1 - Wind
ontstijgt opeens de plas
2 - Diep
in gangen waar er niets meer glanst
3 - Vermengd met avond en met nacht
4 - Aders zijn als rimpels onder huid
5 - Jou ogen gaan al tastend rond mijn hoofd
6 - Ik richt mij naar het bloedend rood
7 - De wind kon niets beginnen met mijn
adem
8 - Mijn hart slaat in zijn linnenzak van bloed
9 - De dag is vluchtig achter vensters
10 - De
veel te lage zolder waakt
|
| 1-2.
Overal eenzaamheid |
1 - Geblinddoekt
door zijn ooglid stapt een man
2 - In avonden als grote wonden
3 - Denkend aan mijn kindertijd
toen
liggend op een vloer
4 - Boven op de aarde ligt een kamer
5 - Het pad draait om de oogst die vredig rust
6 - Bedekt ben ik met dood als was het mos
7 - Eenzaam achter al mijn
woorden
8 - De velden zwijgen
langs hun dauw
9 - In dorpen die omsloten zijn door velden
10 - De handen wuiven voor een afscheid
11 - De dag
dringt niet meer in de zwarte stenen vloer
12 - Alles wat ik nu beleef, te sterven dus
13 - De nacht draait rond een lamp
14 - Te ver verwijderd van je blik en leven
15 - Er
moet beter zijn dan smartelijke blikken
|
|
|
| 1-3. Zelfs
liefde niet |
1 - Geen
hand kan jou tot hulp zijn
2 - Wanneer
de wind het raam forceert
3 - Ik
voel geen grens als nacht ten einde loopt
4 - Niets levend is aanwezig
in de kamer
5 - Het hoofd
gevat in handen staat gedachten goed
6 - Verdoken in een rustig huis
7 - In heel de zomer is geen plaats meer voor een
kreet
8 - De windt jaagt sterren uit de plassen
9 -
De
huid is op het bloed als een papier
10 - 's Zomers
zijn de boeren zelfverzekerd van hun daden
11 - In nachtelijke duisternis verwelken lampen
12 - De aarde rust en vindt zijn tweede adem
13 - Ik sluit de ogen opdat dood
14 - De wind kan mij de adem snijden
|
| 1-4.
Leven in eeuwigheid |
1 - ’s Zomers zijn er dorpen die op meren
lijken
2 - De dorpen dutten onder stenen deksels
3 - In afgelegen buurten waar men haastig stapt
4 - Op kamers
ademt linnengoed van vrouwen
5 - Passanten op de aarde dragen slecht geplooid
6 - Hoofden op een hoop gelegd temidden mannen
7 - Op avonden ontbloot van zonlicht
8 - Er
is geen
schaduw meer vermorzeld op de aarde
9 -
De wegen
trillend van de klavergeuren
10 - Tussen dorpen die door stilte van elkaar
gescheiden zijn
11 - De
stenen paarden stappen naar een drenkplaats
12 - ’s Avond nemen woorden afscheid
13 - De
vogels raken adem kwijt
14 - Niets anders is er op de velden
15 - De velden zijn zo zwart als
bij de toegang tot een tunnel
16 -
De storm woedt tussen open vingers
17 - De deur staat open tussen avondmuren
18 - Elk leven dat gemetseld is in stilte
19 - Om zeven uur wordt voor de mis
geluidt
20 - De wind
komt binnen in de steden
21 - Het licht ligt dun gezaaid over de stad
|